Overdosis geluid.

Gisteren ben ik naar een ijshockeywedstrijd geweest.

Was leuk.

En lang geleden.

Ik heb niets met sport. Niet om te beoefenen en niet om naar te kijken. Maar ijshockey kan ik dan nog wel waarderen. Omdat het gewoon een stoere sport is. En als er eentje met zijn gebit tegen de wand klapt of zich te barsten valt, staan ze gewoon op en gaan verder. Niet zoals bij voetballers. Watjes die overal een showtje van maken en ook nog een zwaar overbetaald zijn. Het dráma als ze vallen. Fysio’s erbij, rollen over de grond. Bizar.

Maar ik wijk af.

IJshockey komt gepaard met heel veel lawaai. Metallica voor ze begonnen. Bepaalde muziekjes na een doelpunt. Na een overtreding. En dan de supporters. Ik keek mijn ogen uit. En luisterde mijn oren er bijkans af.

Ergens op rechts zat een enorme man met zo’n speknek. En daar kwám een geluid uit. Niet normaal. Zo om de paar minuten brulde hij (dacht ik) HO-LA-DI-JEE! Ik vond het al een enigszins nichterige kreet, maar wie ben ik? Bleek later dat ie COME-ON-THE-HAGUE zei. Zijn enige zinnetje in een andere taal en zelfs dat was niet te verstaan…

Als de brulkikker zijn kreet eruit gooide, deden er op diverse op de tribune diverse andere speknekken mee. Het was een heel concert!

Tussen al dat geluidsgeweld probeerde ik met de vriendin op links de spelregels nog even door te nemen (om mee te beginnen wilde ik graag weten voor wie ik geacht was te zijn? Rood of blauw?) En met de vriendin op rechts hield ik een sociaal praatje in stand.

Wat erg lastig bleek want pal achter ons zat een verstandelijk beperkte jongeman. Jaartje of zeventien. Vet haar, muizenbekkie, toeven acne en zo’n vlassnorretje. En die gast had de tijd van zijn leven. Want van de mannen achter hem had hij een stadion toeter te leen gekregen. En daar wist hij wel raad mee. Niet alleen als er gescoord werd, moest hij van zich laten horen. Nee hoor, de ganse wedstrijd toeterde hij er zeer lustig op los. In een ritme waar geen ritme in te ontdekken was.

Tot ik gehoorschade had aan mijn rechter oor en mijn hersenvliezen hevig gingen protesteren.

Maar wat moet je dan? Dat mannetje had de avond van zijn leven. Ik kon kwalijk die toeter afpakken en op het ijs pleuren. Wat ik het overigens met liefde had gedaan.

Dus zijn we voor de laatste twintig minuten maar verkast.

Ik kón niet meer.

Keek bijna scheel van al het geluid.

Goddank had ik bedankt voor het etentje dat van te voren ook nog georganiseerd was. ‘Even’ met een hele groep in een restaurant, al die gesprekken, de horeca die tegenwoordig helaas qua akoestiek op zwembaden lijkt nu er van de brandweer geen stoffen meer gebruikt mogen worden in het interieur. Dank je de koekoek.

Van die paar uurtjes wedstrijd sudder ik zelfs nu nog na.

Ik vond het echt heel erg leuk hoor. Erewoord.

Maar wat een aanslag op -eh- álles.

Bron: Pixabay.com (1734816)

Blogbelemmeringen.

Eens in de zoveel tijd heb ik er weer last van: blogbelemmeringen.

Dan zit ik te turen naar mijn laptop, borrelt het in mijn hoofd van de verhalen, maar komt er niks uit. Dan typ ik wat en backspace ik weer. Toch maar niet.

Ik heb diverse redenen waarom ik heel veel van wat ik schrijf niet publiceer.

Uit ‘angst’ voor de azijnpissers. Er zijn mensen die het niets kan schelen wat anderen van hen vinden. Die er niet warm of koud van worden of het er soms hard aan toe gaat in de virtuele wereld. Ik kan er niet zo goed tegen. Kritiek in het algemeen al niet, want ik ben veel te perfectionistisch. Maar echt harde woorden? Vreselijk. Ik heb een enorme hekel aan spanning. Ik loop er het liefst voor weg. Om die reden vermijd ik veel onderwerpen. Ik wil energie krijgen van schrijven. Het moet me niet leegzuigen.

Ook zoiets. Hoeveel patiënten lezen er hier mee? Ik schrijf met enige regelmaat over mijn werk. Wat kan wel en wat kan niet? Ik verdraai sowieso altijd de feiten. Een man wordt een vrouw en gisteren was eigenlijk drie maanden geleden. In die trant. Ik kan ook wel eens negatieve zaken over mijn werkgever met u delen. En hem op de hoogte stellen van waar mijn blog zich bevindt, is zomaar gebeurd. Moedwillig of per ongeluk.

Welke van mijn familieleden komen hier regelmatig? Het is een makkelijke manier om te kijken hoe het met me gaat. Voor mensen die te laf of rancuneus zijn om contact met me op te nemen en het me gewoon te vragen. Stiekem meelezen is makkelijker. Eigenlijk zou er er maling aan moeten hebben, maar toch steekt het me. Ik begrijp niet dat er mensen zijn die mij niet meer willen zien, maar hier wel komen lurken.

Idem dito wat betreft de schoonfamilie. Zoals bekend blog ik zelden over ze. Toevallig twee weken geleden. Ik somde op om welke redenen ik liever niet met ze op vakantie wilde. Prompt las mijn zwager dat stukje en was beledigd. Ik kreeg dat via Vlam te horen. Nooit, in al die ruim zeven jaar dat ik hier schrijf is er interesse, en uitgerekend zo’n stukje wordt wél gelezen. Mijn broek zakte af.

Dat gebeurde ook toen ik de eerste keer schreef over het nieuwe bedrijf van Vlam. Ik schreef geheel des Klivia’s daar een stuk over. Ik had Vlam van te voren gewaarschuwd: dit is mijn plek en ik schrijf wat ik wil. Wil je echt reclame of een persbericht? Niet bij mij zijn. Ik doe dingen op mijn manier. Túúrlijk kreeg ik (van mensen die nog nooit de moeite hebben genomen überhaupt een letter van me te lezen) kritiek. Dit was toch geen reclame? Wat een raar stuk! En met zo’n morbide rijmpje erin. Dat kon toch niet?

Jawel beste mensen, dat kan wél.

Want dit is potverdomme mijn blog!

En bevalt het u niet? Sta ik geheel per ongeluk op uw lange tenen of heb ik uw tere zieltje gekwetst?

Mea culpa.

My ass.

En ja: ik moet een dikkere huid kweken. Ben ik mee bezig. Maar eerst mijn hersenvliezen.

Bron: Pixabay (2355684)

Sportvorderingen.

Koffiemetmelkensuiker vroeg me hoe het ging in de sportschool.

Nou.

Eh.

Niet!

Ik ben begonnen in mei vorig jaar begonnen met fitness. Voornamelijk om meer spieren te krijgen, mijn lijf sterker te maken. Ik had dagelijks pijn in mijn rug, werd wakker als een oud hek, stijf. Opstartproblemen.

Ik koos voor de zogenaamde Milon cirkel. Omdat dat allemaal voorgekauwd is. Pasje in het apparaat, het ding floept in de juiste persoonlijke stand. Je doet die cirkel twee keer. Vier keer cardio, twaalf keer alle spieren. Binnen veertig minuten ben je klaar. Prima voor mij, ik heb een broertje dood aan sporten. Ik heb geen zin om én te sporten, én te sjouwen en sjorren aan apparaten én na te denken over wat ik moet doen. Ik wilde gewoon even snel mijn ding doen, alles aan bod laten komen en weer naar huis. De Milon cirkel is flink aan de prijs ja (45 euro per maand) maar voor mij -als Zeeuwse krent- een enorme stok achter de deur.

Tot de zomervakantie was ik zeer fanatiek. Drie (!) keer in de week was ik er te vinden. Buiten de cirkel deed ik ook nog even de loopband erbij. Uitslover als ik ben. En: het werkte! Ik voelde verbetering op het conditionele vlak en ergens in de verte kreeg ik iets dat leek op spieren. Maar het allerbeste: ik had veel minder pijn.

Toen kwam de zomervakantie en verzaakte ik drie weken.

Ik was echter nog niet thuis of ik hing alweer in de apparaten.

Zondag 27 augustus sloeg de hoofdpijn toe. Die in de loop van de weken steeds erger werd. Toch sportte ik gestaag door. Tot aan mijn opname in het ziekenhuis (half september) was ik lekker bezig.

Half oktober, drie weken na mijn ontslag uit het ziekenhuis was ik er alweer te vinden. Achteraf was ik gestoord bezig denk ik. Maar toen voelde het fijn. Bezig zijn. Mijn normale leven weer oppakken.

Ik hield het ook maar drie weken vol.

Vanaf begin november ben ik er niet meer geweest.

Ik zit aan een half jaar contract vast en betaal nog steeds. Echter, alle maanden dat ik er geen gebruik van heb gemaakt, kan ik straks inhalen. Ook tijdens de zomervakantie hebben ze mijn abonnement on hold gezet. Erg netjes.

Ik sta echter nog niet te popelen en heb géén idee wanneer ik weer aan de sportbak kan. Voorlopig is het zelfs nog zo ouwewijverig met me gesteld dat Vlam mijn fiets elke morgen achter zijn auto hangt, mij afzet op mijn werk en dat ik alleen die vierenhalve kilometer terug fiets.

Dat is een beetje andere koek dan voorheen; elke dag op de fiets, twee keer wandelen in de week en drie keer in de sportschool bezig zijn.

Om die reden is er ook vijf kilo meer mij tegenwoordig. Hangend mij, ter verduidelijking van de ellende.

Gelukkig heb ik een sprankelende persoonlijkheid ter compensatie.

Bron: Pixabay.com (2054729) En nee: ik ben het niet, ik zou willen dat ik er zo uitzag 😉

Neem er nog eentje!

Jill had afgelopen weekend een verjaardagsfeestje van een vriend. Gewoon bij hem thuis.

Er was bier ondanks dat het gros vijftien en zestien jaar was.

Ik heb daar zelf absoluut geen probleem mee. Jill mag van ons ook al enkele jaren alcohol drinken, ook al wordt ze in maart pas achttien.

Wij zijn van mening dat je beter in de veilige omgeving van je eigen huis af en toe een glaasje kunt nemen om te zien en te ervaren wat alcohol met je doet. En daarbij: ik ben zelf puber geweest, Vlam ook. En wij weten dat wanneer je iets verbiedt, het des te aantrekkelijker wordt. En als ik iets niet zou willen, is het dat Jill ergens anders losgaat, ziek wordt, risico’s gaat nemen, een makkelijk doelwit wordt van wie dan ook. Of verzin het maar. Brrr…

Terug naar het feestje.

Vader en moeder van het feestvarken waren gewoon thuis. Weliswaar boven. Maar aanwezig. Vader schijnt zo nu en dan met een schaal bitterballen rond te zijn gegaan.

En tóch had een aantal jongens zoveel gezopen dat het mis ging. Eentje kotste de gang onder. En een tweede was zo apathisch dat hij op de bank zijn plas heeft laten lopen.

Ik heb zelf toen/ooit en de laatste jaren ook wel eens te diep in het glaasje gekeken, maar het zó bont gemaakt dat ik heb staan overgeven? En láát staan dat ik zo ver heen was dat ik in mijn broek heb gepiest.

Volgens mij moet je bij in je broek piesen ladder- maar dan ook ladderzat zijn. Tegen de beruchte comagrens aanzitten.

Jill zei ook dat hij echt wezenloos op de bank zat.

Kijk, en dát vind ik dus niet kunnen. Je mag van mij drank schenken op de verjaardag van jouw zoon die zeventien wordt. En je mag het van mij (uitsluitend na akkoord van de andere ouders) ook aan anderen geven. Maar als toeziend ouder heb je de verantwoording. Kom op zeg! Je loopt rond met bitterballen en de beste vriend van je zoon zit daar glazig voor zich uit te staren? Dan zíé je toch dat het veel te veel is? Je ként die jongen toch door en door? Dan had je als ouder al uren daardoor ‘nee’ moeten verkopen. En als het stiekem gebeurd was, zuipen in de tuin bijvoorbeeld, dat hij ‘ineens’ dronken was, dan had je zijn ouders moeten bellen en moeten vragen of ze hem op wilden komen halen. En als ze voor hadden gedronken, dan heb je ze toch binnen zien komen? Als nuchter persoon zie je toch van een kilometer afstand al dat iemand aangeschoten of dronken is?

Ik vind dat je zeker niet door moeten schenken of had moeten doen alsof je neus bloedt.

De ouders van de jarige job hebben overigens ook niets gezegd na afloop. Hebben kots en urine opgeruimd en aan zoon gevraagd of hij het naar zijn zin heeft gehad.

On-be-grij-pe-lijk!

Volgens mij missen die mensen zelf een aantal hersencellen.

Bron: Pixabay.com (3027249)

Buurjolijt

Loesje en wat andere mensen waren nieuwsgierig naar onze buren. De Tokkies. Die ons echt jarenlang behoorlijk wat overlast hebben bezorgd.

Voor de nieuwkomers: een ontzettende asociale Hagenees, een Bulgaarse kuthoer (de buurman noemde haar altijd zo dus ik weet niet beter dan dat ze zo heet) en hun twee zonen. Met wie ik altijd intens medelijden heb gehad. En hun Sint Bernard. Een kalf van een hond die elke dag alle trappen af moest, twee rondjes rond de dichtstbijzijnde boom mocht lopen en dan weer naar boven sjokte. En úren blaffend op het balkon stond, als Epie en Lepsie weer eens de hort op waren. Oh. En ze hadden een kat. Waarvan ik vermoed dat hij COPD had van al dat meeroken. Kan niet anders.

Ze hadden nooit ergens geld voor, maar voor roken natuurlijk wel.

Op een gegeven moment werden ze zelfs afgesloten van gas en elektra. Er kwam een allesbrander waarin de buurman alles dat hij bij de vuilcontainers vond en maar een fractie hout bevatte, ingooide. Toen er een schoorsteenbrand ontstond omdat de schoorstenen al sinds 1989 niet meer in gebruik waren én wij ons beklag deden dat wij dagelijks van vroeg tot laat uitgerookt werden, kwam er via de rechter een verbod. De kachel moest weg. Toen ging de buurman maar illegaal stroom aftappen vanuit het portiek. En dat vond -echt heel raar- de politie niet goed. En jeugdzorg was het er niet mee eens dat een kind opgroeide zonder basisbehoeftes.

Op een avond kwam er een politiebusje met daarin een aantal agenten en een stormram. Om hun jongste zoon mee te nemen. De oudste was inmiddels al vertrokken uit het ouderlijk nest. Naar de jeugdgevangenis.

Ik zag de buurvrouw vlak na de uithuisplaatsing. Ik heb nog nooit iemand gezien die zo verslagen was als zij. Ondanks het feit dat ze me jarenlang op allerlei gebied het bloed onder de nagels vandaan heeft gehaald, had ik behoorlijk medelijden met haar.

Maar niet genoeg om haar te hulp te schieten toen zij twee weken later door de buurman uit huis werd gezet.

Die vrouw kon krijsen, bizar. Dagelijks ging ze dwars door de pijngrens heen. Ik (en alle andere mensen uit ons portiek) trokken bijna champagne open toen ze weg was. Rust! Eindelijk.

Dus toen ze vloekend en tierend op een mooie zondagmorgen het pand verliet, was er geen hond die haar hielp of te woord stond, of zelfs maar de deur opendeed om te kijken wat er aan de hand was.

En een paar maanden later volgde de buurman. De rechter heeft zonder aarzeling het huurcontract ontbonden wegens het meerdere malen in gevaar brengen van zijn buren.

Inmiddels hebben we een nieuwe buurvrouw. Begin twintig, alleenstaand, dochtertje van zes.

Maar het mooiste aan haar is dat ze stil is. Muisstil. Het is dat ik haar ’s morgens op weg naar mijn werk zo nu en dan tegenkom. Anders zou ik me afvragen of er in het voormalige tokkiehuis überhaupt nog wel iemand woonde.

Zálig.

Bron: Pixabay.com (1040957)