Zonder telefoon is het echt niet meer te doen.

Halverwege de vakantie had ik onderaan mijn telefoon ineens een groene balk. Een derde van mijn beeldscherm besloeg het. Ik kon er nog alles mee doen dus ik maakte me niet al te druk. Ik ben niet iemand die een symbiotische verhouding heeft met zijn telefoon dus ik ging niet meteen huilen en/of mijn haren eruit trekken. Een telefoon is maar een suf gebruiksvoorwerp, was mijn instelling.

Na een half uurtje voegde zich bij het groene vlak een lila rondje.

Gezellig.

En toen kwam er iets blauws bij.

Onheilspellend donkerblauw welteverstaan.

Over de ganse onderkant. Daar waar mijn toetsenbord zit. Best lastig typen als je geen letters meer kunt zien.

Kortom: hij was nu echt onbruikbaar. Ik weet één en ander aan de hitte (niets functioneerde namelijk zoals het hoort daar. Ik snapte die Samsung wel. Ik zat zelf ook zwetend als een otter lamlendig aan mijn stoel gekleefd en wilde ook het allerliefste compleet off).

Vlam en Jill kwamen op het idee ‘m in een plastic zakje in de koelkast te leggen. Want dan zou het vast wel beter gaan.

Maar ’s morgens was het alleen nog maar erger. Alleen helemaal bovenin zag ik nog een lichte vlek, voor de rest was alles zwart.

Nou is niet kunnen bellen totaal geen probleem. U als vaste lezer weet van mijn aversie tegen telefoneren. SMS’en doe ik alleen nog met Evert. De laatste der Mohikanen die geen WhatsApp heeft. Zonder Facebook kan ik ook meer dan prima leven. En bloggen doe ik nooit op mijn telefoon.

Niks aan de hand.

Dacht ik.

Naïeve ik.

Tot ik verzon dat ik mijn saldo wel even wilde checken. Best handig als je nog weet wat je kunt besteden.

Ging dus niet.

Ik kon wel op de foon van Vlam een app downloaden van mijn bank, maar ik had mijn internetbankierapparaatje niet bij me dus ik kon geen verificatiecode krijgen om mijn bankgegevens op een andere telefoon te installeren.

Shit.

Gelukkig kwam SchoJu een paar dagen later voor drie dagen langs en zij heeft dezelfde bank als ik. Of ze het apparaatje mee wilde nemen? Tuurlijk! En ik kon weer zien hoeveel ik nog bezat.

Ik had beloofd wat achterblijvende mensch zo nu en dan op de hoogte te houden van ons reilen en zeilen.

Ik wil zo nu en dan nog wel eens een woordje leggen.

Wat voor weer zou het morgen worden, weer zo bloedheet?

Hoe heette de zanger nou ook alweer van die en die band?

De naam van die boom die je overal aan de kust ziet?

En ik moest mijn poepapp nog invullen.

Wanneer zou ik nou ook alweer ongesteld worden?

Zal ik alvast even een hotelletje boeken voor zaterdag, als we weer naar huis gaan?

AAAARRRRGGGHHHHH!

Via de iPad van Jill kwam ik na enig speurwerk in ieder geval te weten bij wie ik mijn Samsung in oktober aangeschaft had en ik kon via FB een reparatieverzoek indienen. De dag na thuiskomst is het slachtoffer opgehaald en ik straks kan ik ‘m weer in de armen sluiten. (Één en ander viel trouwens Goddank onder de garantie).

Ik had me echt niet gerealiseerd hoe afhankelijk we inmiddels zijn geworden van die shitdingen.

Ook ik.

Zélfs ik.

Bizar.

Hieperdepiep hoera!

Ik stapte de dag na de vakantie op de weegschaal en zette me schrap. Klaar voor zwáár teleurstellend nieuws. Elke vakantie is het raak, ongeveer twee kilo meer mij.

Maar. niks daarvan. Minus één kilo!

Nou já zeg!

Ik slaakte een zucht van verlichting.

Nou heb ik deze vakantie vanwege de hitte minder gegeten wegens geen trek. Tegen het einde van de ochtend ontbeten we (ik keurig netjes gewoon met bruine broodjes met beleg en niet van die heerlijke/smerige bladerdeegdingetjes met tonijn of met kip gevulde empanadas), op het strand een kleinigheidje (patatas Bravas, wat olijven en amandelen) en om half tien ’s avonds gingen we aan tafel. We hadden onze tafelgrill meegenomen en ik kwam niet verder dan een stukje kipfilet of gamba’s met een salade.

En ik heb me niet laten verleiden tot allerlei zoetigheden.

En qua drank hebben Vlam en ik ons echt enorm ingehouden. Een pak van vijf liter rosé, links en rechts op een terras nog een flesje wijn en wat biertjes, een derde fles Bacardi die in de caipirinha ging en dat was het. We hebben ons niet vergrepen aan Limoncello of Ron Miel. We hebben één fles Gran Reserva gedronken maar die smaakte niet omdat het te warm was. Te warme rode wijn is gewoon echt niet te peren.

Maar wat, denk ik zelf, het allermeeste heeft geholpen, zijn mijn nieuwe korrels die ik vlak voor de vakantie bij mijn allerliefste Klazien uut Zalk haalde. Elke week één korrel Pulsatilla en elke dag een korrel Kali-C. 

En -geloof het of niet- ik ben echt bijna elke dag naar het toilet geweest. Een verademing voor iemand als ik die echt altijd problemen heeft van en met haar buik. Er zijn weken dat ik maar twee keer ga. Ik heb dagelijks buikpijn. Al vanaf dat ik kind ben. Meestal is het goed te handelen, pijn went nou eenmaal, maar soms is het zó erg, dat ik echt dubbel klap. En gedurende vakanties is het helemaal een ramp.

Een week of anderhalf voor mijn vertrek zag er al weer enorm tegenop. Ergens op een mooie plek zitten, lekker eten voor je neus hebben, samen met de twee mensen waarvan je het meeste houdt en dan geen hap door je keel kunnen krijgen. Omdat je je als een overvolle kliko voelt. Misselijk en met opgezwollen buik. Eten en drinken om de ander een plezier te doen, omdat je geen party pooper wil zijn (flauw woordgrapje; red).

Elk jaar is het hetzelfde liedje.

Dus maakte ik een afspraak met Klazien en zij schreef me bovenstaande twee soorten korrels voor (ga trouwens niet zelf experimenteren, maak echt even een afspraak met een klassiek homeopaat. Wat voor mij werkt past misschien helemaal niet bij jou. Ieder mens heeft een andere constitutie namelijk).

Het was in één keer raak. Meteen resultaat. Ik was echt verbluft. Ik kon elke dag keurig netjes in mijn speciaal voor Klazien geïnstalleerde “poop app” invullen dat ik geweest was. Zelfs onderweg, in hotels! Normaal gesproken gaat de boel dan helemaal hermetisch op slot.

Ik hoop zo dat het resultaat blijvend is. Ik kan hier namelijk best wel aan wennen.

Daar op die Spaanse berg.

Mócht u nog eens in de buurt van Moraira komen, dan moet je absoluut hier gaan lunchen.

Het eten is niet hoogstaand, maar superlekker, kraakvers, erg goedkoop (hoofdgerecht zeven euro, fles wijn negen) en de ambiance is echt top.

Wij kwamen er op een bloedhete middag aan. Slingerslanger via de berg omhoog. Steile wegen, geen vangrails maar rotsblokken en al rijdende vraag je je af waar je in vredesnaam gaat uitkomen.

Oh: er zijn op die bergtop maar liefst twee restaurants. Neem de eerste die je tegenkomt, niet de tweede. Die hebben we een weekje later ook uitgeprobeerd, maar was een stuk minder leuk. Qua eten niks mis mee, maar nul wind dus loeiheet en een uitzicht dat een stuk minder spectaculair was.

Oh 2. En niet in de avond die berg op gaan trouwens. Ten eerste sluiten ze om zes uur. En ten tweede zijn het geen wegen om in het donker te doen. Zeker niet omdat je zo maar eens een beschonken Engelsman aan de verkeerde kant van de weg kunt tegenkomen…

Goed, terug naar mijn verhaal.

Half één kwamen we aan. Of we hadden gereserveerd? Eh, nee. Moet dat dan? Wie zou er nog meer komen dan? Daar, in niemandsland?

Nou, er waren -bleek later- genoeg mensen die het restaurant ook hadden weten te vinden. Het zat voor een gekke maandagmiddag behoorlijk vol.

Wij waren de eersten.

Na ons volgden een heuse Fred van Leer met wapperende waaier, (Alfredo de Cuero in het Spaans; red.) met zijn familie. Twee Zwitsers die vloeiend Spaans spraken. Hij met iele grijze paardenstaart en veel goud. Zij hoogblond, lekker ordinair en met hooggehakte sandaaltjes met veel blingbling. Twee Engelse nogal degelijke en bekakte zussen met hun hoogbejaarde moeder die rookte als een schoorsteen en gewoon met peuk in de mond de menukaart las. Erg charmant. Hijgend als een postpaard werd ze in de bloedhitte door de twee dochters het terras op gesleept. Zwaar ondersteund. Ze was zó enorm mager, ik denk dat de zussen bang waren dat er een windvlaag onder moeders zou komen en dat ze zo die berg af zou wapperen. Ze bleken trouwens bij het verkeerde restaurant te zijn aangekomen. Niks gereserveerd dus. ‘The food is much better here. Stay!’ aldus de op Donatella Versace lijkende Zwitserse. Ze bleven. Er kwam nog een familie van vijf bij, maar die waren zo saai en kleurloos, dat ik niet eens weet hoe ze eruit zagen en welke nationaliteit ze hadden. En als laatste kwamen er twee Harley’s de berg op getuft. Met daarop drie dikke buiken, woeste baarden, plakplaatjes en mouwloze topjes met wapperende plukken okselhaar.

Kortom: nogal een gemêleerd gezelschap.

Op een gegeven moment kwam er een man met Spaanse gitaar bij ons staan en hij vroeg me of ik ‘Alegre’ wilde horen, of ‘romántico’. Ik koos het laatste. En daar kwám me toch een mooie geluid uit die man. Het raakte me vól in mijn hart. De tranen sprongen me in de ogen. Ik knipperde me te pletter maar er was geen houden aan. Ik heb heerlijk zitten janken daar. Wat moet, dat moet.

Julio deed bij elke tafel een liedje of twee en Alfredo de Cuero en de woeste baarden zongen ongegeneerd hard mee. Zálig. Ik spreek amper Spaans en kende de liedjes ook niet, maar ik had heel erg graag met ze mee willen doen.

Toen Julio weg was, hebben de baardmannen nog gezellig met zijn drietjes een uurtje of wat zitten zingen. Zo leuk om mensen ongegeneerd zoveel plezier te zien hebben.

Jill kreeg gezelschap van een Spaanse poes.

En wij bestelden nog maar een rondje cerveza en tinto de verano.

Half vijf tuften we de berg weer af. De buiken vol met calamaris en sardientjes. En de hoofden vol met leuke herinneringen.

We zouden “even” ergens gaan lunchen…

Mislukt :)

Ik jat even een amandel uit een boom. Nog nooit gezien eigenlijk, dat die dingen zo groeien…
Een asbak met aioli, het enige juiste gebruik van die dingen! <3
Jill met Tonny. Echte liefde. (Bij gebrek aan Misty).

Pittige temperaturen.

Het was héét daar joh, in Moraira, bizar gewoon. Ik heb het nog nooit zo erg meegemaakt als daar.

We stapten een dikke twee weken geleden uit onze airco-auto en het was alsof iemand me ineens heel stevig vastpakte. Ik kon amper adem halen, zo warm was het. Het zweet gutste binnen één komma één seconde uit elke zweetklier die ik had.

De eigenaresse van het appartement dat we huurden vond het zelfs extreem en had op haar balkon, dat nog aardig wat wind ving, haar tafelventilator gezet, voor extra koelte. De obers op het strand en in een supergaaf restaurantje op de berg (daarover later meer) klaagden. Uit zichzelf. Mensen die daar wonen, die het gewend zouden moeten zijn. Zelfs díé werden gek van de hitte.

Kunt u nagaan…

In Lloret, waar wij de afgelopen jaren onze vakantie hebben gevierd was het ook altijd wel heet. Met gemak zo’n 33 graden in de schaduw. Maar daar was het veel beter vol te houden dan in Moraira. Beter dan thuis zelfs. Ik kan in Nederland nooit goed tegen de warmte. Ik zit nooit in de zon, ik zoek altijd de schaduw op en houd me zeer gedeisd. Wegens ontploffingsgevaar.

Ik had voor we vertrokken wel al gezien dat het aan de Costa Blanca enkel graden warmer was dan aan de Costa Brava, maar dat de gevoelstemperatuur bijna tientallen graden warmer lag, dát had ik even niet voorzien.

In Moraira hebben ze een micro klimaat. Zo tussen bergen en zee in. Het is daar dus ook niet voor niets zo groen. Er bloeien niet voor niets zoveel planten. Dat komt omdat het daar een stuk vochtiger is vergeleken met andere plekken aan diezelfde kust.

Denkt u dat het lukt om vanuit de douche je af te drogen als de luchtvochtigheid daar ongeveer 80% is? Gaat niet. Ik moest gewoon nakend op bed gaan liggen, onder de ventilator om op te drogen. Een handdoek hielp geen ene flikker.

Vlam en ik hebben nog nooit zover van elkaar afgelegen in bed als daar. Nog nooit zo weinig aan elkaar gezeten als tijdens deze vakantie. Niks handjes vasthouden op straat. Niks knuffelen. Als ik al kéék naar hem, dan kreeg ik al een waarschuwende blik.

En heeft u wel eens geprobeerd een BH aan te trekken met die klamme hitte? Ik weet niet hoe u die dingen normaliter aantrekt? Ik hang de cups op mijn rug, maak de haakjes aan de voorkant vast en draai het hele zaakje om. Dat gaat dus niet daar. Draaien is onmogelijk op een natte huid. Vlam moest me dus helpen. En aangezien die alleen jarenlange ervaring heeft met het uitrekken van ondergoed en aantrekken heel andere koek is, was één en ander nogal een gevecht. Ik geef dan ook heel eerlijk toe dat ik als een soort Ma Flodder met regelmaat gewoon maar BH-loos op pad ben gegaan. Alle schaamte voorbij. Alsof iemand me trouwens ook maar een blik waardig keurde met dat paarse hoofd, die bezwete bovenlip en haar dat door rijden met open raam, zon, zee, vochtige hitte en chloor “Alicante” op stond.

Klik voor de vergroting. Als u durft.

De tijd vliegt. Niet normaal.

Vandaag zijn we weer thuis gekomen na tweeënhalve week vakantie. Ik ben net klaar met puinruimen en wasje twee (van tien?) zit in de machine. Vlam ligt uitgeteld op de bank, Jill is net naar boven verdwenen en Misty -die we meteen opgehaald hebben bij de buurmannen- ligt na theater en gesnuffel en gekop inmiddels happy as Larry in haar mandje.

We zijn op de heenreis met twee tussenstops in Avignon en Girona de 2000 kilometer naar Moraira gereden. Daar hebben we twee weken in een huisje gezeten en afgelopen zaterdag zijn we via Zaragoza en Nantes weer terug naar NL afgereisd.

Ik heb genoeg meegemaakt voor voor wéken blogs, maar zal maar eens beginnen met wat beelden.

Want die zeggen in dit geval al genoeg.

Het was echt gaaf en zalig en lekker en ontspannen.

Maar terug op het nest is ook weer erg prettig moet ik zeggen.