Tips van een “expert”

Mijn collega blogger Deen Dondersteen vroeg me via mijn Facebookpagina het volgende: je lievelingsmerk wat schoenen betreft? Ik ken niet alle merken, jij wel.

En ene Laura vroeg me wat de truc is om het zo lang op hakken vol te houden. Zij vindt ze zo mooi, maar het lukt haar niet.

Ehm. Oefening baart kunst, dat is het enige dat ik er over kan zeggen. Als je vaker op hakken loopt, dan is het op een gegeven moment net zo makkelijk als op platte schoenen lopen.

Met als kanttekening dat het wel góéie hakken moeten zijn. De verdeling van druk op je voet moet goed zijn. En over het algemeen zijn goedkope schoenen funest. Ik noem bijvoorbeeld merken als Blink en Bullboxer. Prachtig om te zien vaak. Maar niet om op te lopen. Idem dito wat betreft hakken van Van Haren en Bristol. Niet doen. Zelfs die twintig euro is nog weggegooid geld als je het mij vraagt.

Just Fab is ook een merk dat ik vaak voorbij zie komen. Goedkope troep. En nog een nadeel van dat merk, vind ik, is dat ze zelden van leer zijn. En als je zo’n abonnement overweegt? Niet doen. Is niet vanaf te komen. Je zit tot aan Huize Avondrood aan ze vast.

Steve Madden heeft prachtige schoenen. Mooie kwaliteit, mooi afgewerkt, vaak “lekker” ordinair (houd ik van bij schoenen) maar over het algemeen zijn ze ook niet heel comfortabel. Maar als je ze koopt voor een etentje, of een avondje theater: achter elkaar doen!

Mijn lievelingsmerken op dit moment zijn (na heel veel warenonderzoek gedaan te hebben) Fabienne Chapot (voorheen Fab. Ook nog zo terug te vinden en regelmatig te koop op Marktplaats) Ik vind ze alleen schandalig duur. Dus wacht ik meestal tot de sale, waar ze dan voor de helft weggaan.

Deze heb ik. In diverse kleuren *kucht*

En ik houd enorm van de wedges van UGG. Supermooie kwaliteit. Lopen echt als een trein. Ondanks dat de hak zo’n elf centimeter is, kan ik er úren op lopen. Door die sleehakken, merk je amper dat je op hakken loopt. Houd deze site in de gaten: die hebben regelmatig aanbiedingen. Nieuwe wedges van UGG’s voor vijfendertig euro.

Unisa is een merk dat ik ook tof vind. Zeer goede pasvorm. Erg comfortabel. En de hakken geven de juiste verdeling qua druk op je voet. De laarzen zijn niet geschikt voor dames met een bredere kuit.

En ik ben ook fan van Peter Kaiser en Nine West. Ook voor deze schoenen geldt: ze lopen als een trein. Mooi zacht leer, netjes afgewerkt. Ik heb een prachtig paar van Nine West te koop nog op dit moment. Maatje 41. Te groot voor mij helaas.

Tips voor als je tweedehands op Marktplaats gaat kopen:

-Vraag of je een foto mag zien van de hakken, die kunnen nog wel eens behoorlijk beschadigd zijn.

-Vraag om de schachtwijdte. Te ruime laarzen staan niet mooi.

-Vraag om een foto van de overloop van hak naar schoen, de zijkant. Ik ben er nu al een paar keer ingetrapt: dat ze daar open staan. En dat is niet te repareren. Een te kwetsbaar stuk bij hakken, dat blijft openspringen. En uiteindelijk sta je ergens op straat met gebroken schoenen. Niet leuk.

En heb je ze binnen en zijn ze aan de kleine kant? Voor 3,95 kun je ze bij de schoenmaker bijna een hele maat laten oprekken.

En ja: ik realiseer me nu natuurlijk wel, dat ik met dit blog mijn eigen glazen ingooi ;)

Dames, succes!

Nog maar een bevolkingsonderzoekje.

Gisteren de borsten, vandaag de vagina’s.

Hoera.

Ik kwam erop omdat het me opvalt dat ik opvallend weinig mutsen zie de laatste tijd.

De “boosdoener” is het (vanaf begin dit jaar) sterk veranderde bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.

Werd je eerst vanaf je dertigste tot je zestigste elke vijf jaar gevraagd een uitstrijkje te komen laten maken, nu is dat, voor een grote groep, elke tien jaar.

Je krijgt eerst een uitnodiging bij mij te komen. Reageer je daar niet op, dan ontvang je een herinnering en een doe-het-zelf pakket. Je wordt de kans geboden zelf met een wattenstaafje cellen uit je vagina te halen en die op te sturen. Niks met je benen wijd bij (o.a.) mij op de bank. Lang leve de zelftests. Ik kan me heel erg goed voorstellen dat het voor veel vrouwen ideaal is.

Ze bekijken in eerste instantie alleen of je een HPV besmetting hebt. Heb je die wel, dan moet je alsnog naar mij toe om cellen van je baarmoedermond te laten halen. Heb je geen besmetting, dan is het oké.

Bij de vrouwen die nog wel naar mij toe komen, neem ik meteen al die baarmoedercellen af. “Mijn” uitstrijkjes worden ook eerst alleen beoordeeld op HPV. Is het monster schoon, dan wordt het verder niet bekeken en vernietigd. Is er helaas wél sprake van het virus, dan bekijken ze onder een microscoop hoe het celbeeld is. Of er sprake is van veranderingen, mogelijk zelfs een beginfase van kanker.

Zo’n HPV virus is seksueel overdraagbaar. Bijna iedereen krijgt er mee te maken, maar in bijna alle gevallen ruimt je lichaam het zelf op. Dat duurt door de bank genomen zo’n anderhalf jaar. In een enkel geval lukt dat niet en kán het leiden tot baarmoederhalskanker. Die celverandering gaat heel erg langzaam, het duurt wel tot vijftien jaar voor er een voorstadium van kanker te zien is.

Vrouwen van veertig en vijftig, die geen HPV besmetting hebben, mogen tien jaar wegblijven van het onderzoek. Want die doen niet meer aan seks, die macrameeën alleen nog maar. Nee flauwekul: het risico is lager. En die marge van tien jaar is gewoon veilig, vanwege het verhaal van dat tergend langzaam veranderende celbeeld. De vrouwen van dertig, vijfendertig, vijfenveertig en vijfenvijftig mogen vijf jaar wegblijven.

Ik heb een aantal nascholingen gevolgd het afgelopen jaar en het is misschien kort door de bocht, maar heel voorzichtig zou je kunnen zeggen dat baarmoederhalskanker een SOA is (uitzonderingen daargelaten, want er zijn meer oorzaken die deze ziekte kunnen veroorzaken, alhoewel die extreem zeldzaam zijn).

Persoonlijk zou ik, als ik een monogame relatie heb, kiezen voor de zelftest. Thuis met de benen wijd, even roeren en klaar is Clara! Mocht de uitslag positief zijn, dan kun je natuurlijk altijd alsnog bij de huisarts terecht.

Maar helaas is dat monogame natuurlijk zeer betrekkelijk. Want wie weet honderd procent zeker wat zijn/haar partner allemaal uitvreet? En zelfs als het buitendepotpiesen met condoom gebeurt: dan nóg kun je besmet raken.

Kortom: lastige materie.

20160425_155049

Boze borsten

bron: Pixabay.com (Die van mij wilden niet op de foto. Nog steeds boos).

Gisteren bracht ik een bezoekje aan het plaatselijke ziekenhuis.

Om mijn borsten te laten pletten tussen twee platen.

Al wachtende tot ik aan de beurt was om me te laten martelen, moet ik in alle eerlijkheid bekennen dat ik toch wel een beetje nerveus was. Ik ben geen ziekenhuisheld. Ik werk in een huisartsenpraktijk en zie de meest vreselijke zaken voorbij komen, maar zelf heb ik -halleluja- amper wat gehad.

Ik heb een kind gekregen en ik ben ingeknipt. Zonder verdoving. ‘Voelt u niks van hoor mevrouw. We doen het op een hoogtepunt van een wee’. My ass dat ik er niets van voelde. Idem dito van alle plusminus 3000 hechtingen die ze daarna in regen. En van de wéken daarna, toen het voelde alsof ze mijn ganse vagekukje drie maten te klein hadden dichtgenaaid. De eerste keer fietsen was ook geen pretje. En met traplopen een tree overslaan heb ik daarna nooit meer gedaan. Uit angst op inscheuren.

Ik heb wel eens vanwege een MRI contrastvloeistof tussen mijn heupgewricht ingespoten gekregen. Heeft u enig idee hoe dik en hoe lang die naald is? Ongeveer een satéprikker denk ik. En ze jassen ‘m er -hoppatee- zó in. Zonder verdoving. Ik doorstond de hele procedure wonderbaarlijk goed, al zeg ik het zelf. Tot ik van de bank afstapte en een röntgenfoto zag van mijn eigen heup, met daarin die joekel van een naald die eruit stak. Het zweet brak me uit. Ik kwam weer bij omdat de verpleger met een nat lapje mijn voorhoofd aan het deppen was. ‘Wakker worden mevrouw Klivia!’ zei hij. Enigszins geamuseerd. Omdat we daarvoor net besproken hadden dat doorgaans alleen mannen tegen de vlakte gaan tijdens die injecties.

Zucht.

Kortom: ik ben geen held.

Ik heb ooit één keer eerder een mammografie laten maken en vond het geen pretje.

‘Gaat het goed mevrouw?’ vroeg de verpleegster toen aan me. Op mijn niet heel overtuigend bevestigende antwoord, antwoordde zij ‘we zitten nu al (onderstreping toegevoegd) op de helft qua druk. Ik werd echt even niet goed.

Gisteren werd ik ook niet goed. Van het wachten alleen al. Van de spanning die zich opbouwde. Van de sfeer in een ziekenhuis. De geur. Alles bij elkaar.

Ping! Op het scherm lichtte mijn R197 op en ik mocht naar hokje 14. 

Ik deed de deur open en daar stond een hele blije verpleegster. Die me verzocht de bovenkleding uit te trekken en te wachten tot ze me kwam halen.

En daar sta je dan. In je nakende voorgevel. In een hokje met zulk onflatteus licht dat ik overal plekjes en pukkeltjes zag. En haar. Veel ongewenst haar.

En toen mocht ik. Eerst links, toen rechts, toen weer links en toen weer rechts. K U TEE was het, echt. Ik staarde naar beneden en wist niet dat ze zó plat konden zijn. Het voelde alsof ze zo van mijn borstkas werden afgerukt. Wat een gemeen onderzoek is het toch. Driewerf bah!

Mijn borsten waren boos. Intens boos.

Ik troostte ze maar met een zak drop.

Ik moet ze namelijk wel te vriend houden.

Ik houd van mijn borsten.

En daarom deed ik ze dit aan.

Maar ze zien het zelf (nog?) niet zo helaas…


Dit blog is tegelijkertijd ook gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.

Mijn zoveelste leven

Mijn schoonmoeder die nogal alternatief is, gelooft onder andere dat je meerdere levens doorloopt. Ik schijn een oude ziel te zijn. (Zo voel ik me regelmatig in ieder geval wel, dus dat kan kloppen). Ik heb al veel levens achter de rug en ben bijna uitgeleerd, aldus SchoJu.

Máár, het is nóg erger: je kiest blijkbaar ook je nieuwe levens. Daar wil ik terecht komen. Lijkt me tof. Zoiets.

‘Right’ zei ik toen. ‘Denk je niet dat ik een meer kabbelend geheel had genomen dan? Zonder die bijzondere jeugd van mij en die echtgenoot met de losse handjes, de scherpe tong en de buitendepostpiesende piemel?’

Maar blijkbaar had ik nog een paar laatste lessen nodig en koos ik het leven dat ik nu heb.

Inclusief dwarse heup.

Kijk, op dat gebied heb ik inderdaad nog wel wat te leren. Als ik pijn heb en niet veel zelfstandig kan, dan móét ik wel hulp accepteren, hoe zuur dat ook is voor me.

Hulp vragen en ik is een zeer lastige combi. Ik vraag zelden of iemand me kan helpen. Ik moet echt tig interne drempels nemen alvorens ik iets aan een ander vraag. Simpele dingen zoals iets aangeven is al lastig voor me. Ik sta liever op en pak zelf die pot pindakaas, dan dat ik een tafelgenoot er om vraag.

Vorige week ook, ik had twee grote dozen koffie besteld en de bezorgmeneert had ze bij onze afwezigheid afgegeven bij een afhaaldepot een aantal straten verder. (Sowieso niet doen, nadenken voor andere mensen, kom gewoon een dag later terug. Als ik het leuk vind om te sjouwen met koffie, haal ik ze wel in de winkel tenslotte. Maar dat is voer voor een ander blogje). Vlam opperde zaterdag even langs te rijden met de auto om samen het pakket op te halen. Maar ik kan dan gewoon niet wachten, ik móét het zelf doen. Wat nou wachten tot iemand tijd heeft? En dus fietste ik met die belachelijk grote doos onder mijn snelbinders, zittend op het puntje van mijn zadel, naar huis. Alwaar ik dat onding ook nog vijf trappen op heb gesjouwd. Hijgend als een postpaard kwam ik boven.

Vanmorgen ook weer zo’n typisch Klivia dingetje: de afgelopen twee dagen was Vlam vrij en heeft hij me gezien de pijn en de onmogelijkheid draaiende bewegingen te maken met mijn linker been, naar mijn werk gebracht en weer opgehaald. Vandaag was hij weer aan de slag. ‘Hoe ga je naar je werk?’ werd mij zeer wantrouwend gevraagd. ‘Bel anders Laura even of ze je wil komen halen?’ (Die had het trouwens ook al aangeboden).

Ik was vanmorgen onderweg naar beneden en was écht voornemens een gulden middenweg te nemen door met bus en tram naar mijn werk te gaan.

Mislukt.

“Ineens” zat ik op de fiets.

Maar ik heb me ingehouden. In een slakkentempo ben ik, in mijn tweede versnelling, voornamelijk kracht zettend met mijn goeie been, naar de praktijk gefietst.

Wat nou hulp accepteren?

Als ik zo doorga, dan ben ik PVD over honderd jaar nog niet verlicht.

Ik ben een beetje zielig.

Die K&^%*$ heup speelde weer eens op. Het begon van het weekend met een zeurend pijntje in mijn lies. ‘Trekt wel weg’ dacht ik. En daar leek het ook op.

Helaas.

Gistermiddag kwam ik uit mijn werk en ik liep mank. Rechtervoet naar binnen gedraaid. Steunend en leunend op alles dat ik onderweg tegenkwam. Trapje op, linker voet op de volgende tree, rechtervoet erbij. Zwaar hangend aan de trapleuning en steun zoekend bij de muur. Schuifelend.

Die pijn is nog wel te handelen. Ook al schiet ie op momenten dat ik mijn been neerzet even kort door naar een “achtje”.

Het afhankelijk zijn vind ik lastiger te behappen. Ik ben namelijk nogal zelfbedruipend en autonoom.

Strompelen naar de keuken en water opzetten lukt me nog wel. Een theezakje ergens vandaan toveren ook. Water in de mok: check. Maar dan? Ik kan wel met een volle beker naar de woonkamer hinkelen, maar tegen de tijd dat ik daar aankom, is mijn mok leeg en zijn mijn handen verbrand.

‘Schahahat? Wil je alsjeblieft thee voor me zetten?’

‘Wil je even met me meelopen naar het toilet? Ik zak door mijn been namelijk’… En dan in polonaise de kamer uit.

‘Zou je alsjeblieft even mijn onderbenen willen afdrogen en mijn sokken aan willen trekken?’ na het douchen. Dat an sich al een enorme bevalling is.

Ik heb wel eens momenten dat Vlam me mijn beide handen moet vasthouden en me langzaam op de toiletbril moet laten zakken. Omdat ik mijn bovenbeen dan niet kan buigen. Omdat ik dan echt zit te janken van de pijn.

We waren ooit wel eens een weekendje naar Groningen. Even een paar uur autorijden als je heup al begonnen is met zeiken is niet handig. Maar ja: om nou die afspraak af te zeggen? De pijn was toen zó erg, dat ik me niet kon omdraaien in bed. Daar lag ik dan. Pijn in mijn rug en in schouder van het te lang in dezelfde houding liggen. Hulpeloos als een bejaarde vrouw.

Ik was on-ge-lo-fe-lijk blij dat het ochtend werd.

Maar toen diende zich het volgende probleem aan.

De douche was in een badkuip.

Ik vond het ronduit K dat mijn man me over de rand moest takelen. Sowieso. En toen kon ik niet blijven staan. Want op één been in een spekglad bad is niet handig. Vragen om ongelukken. Dus zat ik daar. Met tranen in mijn ogen. Terwijl Vlam mij waste en afspoelde met de douchekop. En me er weer uit hielp. En me afdroogde. Mijn onderbroek over mijn benen schoof en mijn sokken en schoenen aantrok.

Maar deze keer is het Goddank niet zo erg. Ik kan weer “lopen” zonder me aan alles vast te huden. De polonaise was alleen gisteravond nodig.

Morgen spring ik vast weer over hekken.

Wedden?