Gevangen.

Ik baalde ervan dat ik al die jaren precies gedaan had wat hij wilde, wat hij lekker vond. Had gezegd wat hij wilde horen. Mezelf voor hem had willen veranderen, maar daar alleen mijzelf mee had verloochend. Ineens was ik het zat en ze veegde met een rigoureuze streek de laatste resten van mijn uitgelopen mascara en oogschaduw van mijn ogen. Vanaf nu zou ik alleen nog maar doen wat ik zelf wilde. Ik had jaren van mijn leven weggegooid voor die eikel. Maar waarom voelde ik me na zijn afwijzing dan toch zo leeg? Zo incompleet?
Plotseling werd mijn aandacht getrokken door -naar wat leek- een hoop fladderende kleding in de vloedlijn. Ik versnelde mijn pas en liep in een rechte lijn naar het water.
Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat hij het was. Ik herkende zijn gestreepte sjaal.
Ik herinnerde me onze eerste ontmoeting nog goed. Zesentwintig was ik geweest en volledig in de war. Een scala aan nare gebeurtenissen had er voor gezorgd dat ik in een depressie was geraakt. Ik werd voor mijn eigen veiligheid gedwongen opgenomen. En daar ontmoette ik Arthur. Ik was op slag verliefd op hem geworden.
Hij besteedde heel veel aandacht aan me. De dagelijkse gesprekken die we hadden, duurden altijd langer dan de drie kwartier die er voor gepland stond. Hij gaf me het gevoel dat ik eindelijk begrepen werd, dat ik gewaardeerd werd.
Na de vijfde sessie bedankte ik hem net als altijd en liep naar de deur. Dit keer echter, pakte hij mijn hand en draaide me om. ‘Je bent een heel bijzondere vrouw Saskia, weet je dat? Ik kan niet stoppen met aan je te denken. In gedachten neem ik je overal mee naartoe. Ik ben zo benieuwd hoe je voelt en smaakt. Mag ik je kussen?’ Hij wachtte mijn antwoord niet af en zoende me. Het was alsof de bliksem in mijn kruin sloeg.
Vanaf dat moment ging het snel. Die drie kwartier werden niet meer gebruikt om te praten. We besteedden onze kostbare tijd aan het ontdekken van elkaars lichaam. Arthur leerde me dingen over mezelf die ik nooit voor mogelijk had geacht. Elke zenuw in mijn lichaam hunkerde naar hem.
Toen ik eenmaal genezen was verklaard en naar huis mocht, stond Arthur me voor mijn eigen voordeur op te wachten. Hij vertelde me dat er nu niks en niemand meer tussen ons instond en dat hij geen tijd meer wilde verliezen. Of ik alsjeblieft bij hem, op Terschelling wilde komen wonen.
Twee maanden later was mijn huis verwisseld van eigenaar, waren mijn spullen verkocht en mijn baan opgezegd.
De eerste avond in zijn huis vierden we met champagne voor de open haard. We waren klaar voor een leven samen.
Wat echter een romantische avond moest worden, eindigde in een ramp. Arthur werd erg dronken en rukte nog een fles open. Hij schonk mijn glas bij, maar ik bedankte. Ik had al genoeg op. Hij werd woest en verweet me dat ik niks voor hem over had. Ik was een hoer. Ik was niks waard en hem al helemaal niet.
Er brak iets in me en ik smeet de champagne in zijn gezicht. Ik draaide me om en zei dat ik ging slapen, dat dit gesprek voortzetten geen zin had nu, met al die drank.
Arthur kwam achter me aan. Uit het niks kwam zijn vuist op mijn rechteroog terecht. Mijn wenkbrauw barstte open en het bloed sijpelde eruit. Door de klap ging ik tegen de vlakte en belandde op de grond. Arthur begon op mijn lichaam in de trappen. Ik deed of zei niks. Ik rolde me alleen maar in elkaar. De combinatie drank en adrenaline zorgde ervoor dat ik volledig verdoofd was en amper iets voelde.
De volgende morgen voelde ik des te meer. Elke hoest, elke beweging deed zeer. Arthur behandelde me als een porseleinen popje en bood honderd keer zijn excuses aan. Ik reageerde nergens op. Was volledig apathisch. Voor mijn gevoel stond ik met mijn rug tegen de muur, ik had niks meer van mijzelf. Ik maakte mezelf wijs dat de spanning voor het samenwonen en de drank ervoor hadden gezorgd dat hij me had geslagen. Zoals gisteren kende ik hem niet. Dit was niet de man waarvan ik hield. Het zou vast nooit meer gebeuren.
Wat daarna gebeurde, was veel pijnlijker. Niks wat ik deed was goed. Ik had altijd de verkeerde kleding aan, was te dik, zette hem voor schut tegenover zijn vrienden. Op alles dat ik kookte, had hij aanmerkingen. Hij corrigeerde mijn taalgebruik, had kritiek op mijn familie en vrienden. Nooit was er een vriendelijk woord, of een complimentje. Als ik er met hem over probeerde te praten, veegde hij mijn woorden van tafel. Als ik zo ongelukkig was met hem, dan ging ik toch gewoon terug naar wal?
Elke zondagavond ging hij naar de kliniek in Leeuwarden en kwam hij vrijdagavond weer thuis. Zijn werk op het vaste land slokte hem op. Als ik hem doordeweeks belde, nam hij nooit op. Sms’jes werden niet beantwoord. Als hij dan weer thuis was, verontschuldigde hij zichzelf geeneens. Mij aanraken deed hij ook niet meer. Ik moest hem soms smeken om seks. Hij lachte me dan uit en zei dat ik een dikke en onaantrekkelijke vrouw was. Hoe kon ik hem nou opwinden?
Ons laatste gesprek was de limit, er knapte iets.
Het was vrijdagavond en ik zat te wachten tot hij thuis kwam. De haard brandde, de rosbief stond ik de oven, de dressing was gemaakt, de aardappeltjes geschild, ik was de hele dag bezig geweest het huis van boven tot onder schoon te maken, ik had mijn benen geschoren, heel veel aandacht aan mijn make-up besteed, ik droeg het rokje dat hij voor me had gekocht, de BH die hij zo mooi vond. Op van de zenuwen, controleerde ik alles nog een keer. En nog een keer. Het moest volmaakt zijn. Dat moest gewoon.
Arthur kwam binnen en ik vloog naar de gang. Ik hief mijn gezicht op voor een kus. Hij hield me echter op afstand en bekeek me kritisch.
‘Jezus Sas, wat heb je met je haar gedaan? Het is veel te kort. En je bent ook aardig aangekomen zie ik, dat rokje zat vroeger veel losser.’
Zonder me verder een blik waardig te keuren, liep hij door naar de woonkamer en plofte op de bank.
‘Krijg ik niks te drinken? Is dit hoe je je man verwelkomt na een week hard werken? Ik vraag niks van je, je hebt de hele week geen zak te doen gehad.’
Ik haastte me de keuken in en kwam terug met een glas Chardonnay.
Hij nam een slok en keek alsof ik hem vergiftigd had. ‘Gátver! Wat een bocht. Waar heb je dit vandaan? Jij met je goedkope smaak ook!’
Ik stelde voor om een andere fles open te maken, maar dat voorstel wimpelde hij af. ‘Laat maar. Ik moet met je praten’, zei hij. ‘Ik erger me al een hele tijd aan je. Ik ben je zat. We verschillen teveel qua niveau. Ik wil dat je je spullen pakt en einde van de week uit mijn huis vertrokken bent.’
En zo werd ik met een paar keiharde zinnen uit zijn leven gewist. Alles had ik voor hem gedaan.
Ik voelde de tranen in mijn ogen prikken. Ik kon niks zeggen, mijn keel zat dicht.
Arthur zei dat hij wegging, hij kon me niet meer verdragen. Hij liep naar de gang, trok zijn schoenen en jas aan en ging naar buiten.
‘Als ik terugkom, zorg je dat je het logeerbed hebt opgemaakt en je spullen uit mijn slaapkamer hebt gehaald, begrepen?’
Ik had geen idee hoeveel tijd er verlopen was en hoe ik buiten was gekomen. Alles was wazig.
Het strand lag er verlaten en troosteloos bij. Een eenzame meeuw krijste, maar kreeg geen antwoord. Ik tuurde naar de zee die mijlenver weg leek te zijn. En daar zag ik hem liggen.
Hij lag met zijn gezicht in het zand.
Ik knielde bij het doodstille lichaam en pakte met enige terughoudendheid zijn rechter schouder vast. Met een flinke ruk draaide ik hem om. De adem stokte in mijn keel en mijn hart leek te stoppen met kloppen toen hij eenmaal op zijn rug lag. Het was hem echt. Op de blauwe lippen en het gapende gat in zijn voorhoofd na waaruit bloed over de kraag van zijn hagelwitte overhemd was gelopen, zag hij er uit alsof hij sliep.
Ik keek om zich heen maar zag buiten het lege strand en een paar zeemeeuwen in de verte helemaal niemand. Logisch ook. Het was een hele koude dag en het begon al schemerig te worden. Alleen iemand die hier echt goed de weg kende, zou zich op dit tijdstip hier nog durven wagen.
Ik keek hem nog eens goed aan. Ineens werd ik overspoeld door een warm en tevreden gevoel. Wat was ik blij voorgoed van hem verlost te zijn. Nooit meer gekleineerd worden, nooit meer op mijn tenen hoeven lopen. Hem hoeven plezieren.
Ik gniffelde. What goes around, comes around.
Ik stond op, wierp een kushandje naar het levenloze lichaam en stapte met ferme passen richting duinen. Als ik opschoot, kon ik nog net de laatste boot naar het vasteland halen. De boot naar vrijheid.
Naar de rest van mijn leven.

Huiswerkopdracht. Schrijf een kort verhaal van max 1500 woorden met/over 3 personen. Allebei mislukt. Het zijn 1574 woorden én 2 personen geworden. Tsja: ik sta niet bepaald bekend om mijn volgzame karakter 😉

16 thoughts on “Gevangen.

  1. Weer een big loser minder in de wereld, het hoe en waarom wil ik me hierbij zelfs niet voorstellen, zolang zij haar leven maar terug heeft … mooi geschreven !

  2. Ik heb betere stukken van je gelezen. Er gebeurt teveel in dit stuk vind ik, het tempo is te hoog en het is ook wel een beetje voorspelbaar. Klein foutje in de vierde regel: de zijvorm in plaats van de ikvorm.

  3. Bij je vorige verhaal over je ruziënde ouders voelde ik de tranen prikken. Dit verhaal vond ik qua ommezwaai (karakter Arthur) ongeloofwaardig en de ik-figuur nogal een domme doos. Beetje Saskia Maas maar dan ernaast.

      1. Helemaal mee eens Klief, ik geniet trouwens altijd erg van jouw logjes hoor. Je schrijft lekker to the point en je lijkt me een wijf met ballen;-]].

  4. Ik vind het goed, maar ik ga toch eens werk moeten maken van de andere lezen, als ik bepaalde reacties zie. Ik vond haar geen domme gans, eerder iemand die erin verstrikt raakt en er niet meer uit. Zoals zovelen in het echte leven.

Kritiek? Commentaar? Leuk! :)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s