En zo kabbelt november verder.

Tsja, ik kan u helaas nog geen flitsende verhalen over wonderbaarlijke genezingen melden. Hier kabbelt het voort. En mijn hersenen storen zich er totaal niet aan het feit dat ik ze heel graag wil zoals ze eerst waren.

Ze gaan hun eigen grillige gang.

De ene dag gaat het wat beter dan de andere.

Zondag had ik voor het eerst in dertien weken een dag geen hoofdpijn. Halverwege de middag dacht ik ‘verhip. Ik mis iets!’.

Maandag werd ik fris en fruitig wakker en ging het werken heel erg lekker. Ik plakte er in mijn enthousiasme een uurtje achteraan. Nog steeds niks aan het handje.

Dinsdag begon ik tegen twaalven omdat ik in de middag enkele longfunctieonderzoeken had. En ik had daarvoor even een sessie manuele therapie van mijn schedelplaten. Dat wist u waarschijnlijk niet, ik wist het ook niet, maar er zit behoorlijk wat speling nog in je schedel. Ik dacht dat het een harde helm was. Niks daarvan; de platen onderling zijn behoorlijk te manipuleren. Dat moet ook wel want er lopen twee enorme bloedvaten naar binnen. En als die ruimte er niet zou zijn, zou je met elke hartslag je hersenen tegen je pan aan drukken. Lang verhaal kort: mijn fysio manipuleert heel voorzichtig mijn hersenvliezen, die dus vlak onder de schedel liggen. In de hoop dat de vloeistoffen beter en sneller gaan verspreiden.

Na mijn bezoek begon de pijn. Iets dat normaal is na welke manuele behandeling dan ook.

Maar tegen half vier keek ik bijna scheel van de hoofdpijn en ben ik eerder opgestapt.

Thuisgekomen dook ik de medicijnlade in en greep naar de tramadol.

Ik was een huilend hoopje niks.

Het deed zo’n pijn.

En die klotekanarie floot zich helemaal gek.

Woensdagmorgen was de pijn er nog steeds. Inmiddels was ik zo labiel als de neten. Toen ik even bij de fysio’s gedag ging zeggen en daar een heel lief en goed bedoeld monoloogje onderging van een zeer bezorgde peut, stond ik zwaar te snikken.

Ik deed nog een huisbezoek bij mijn favoriete verzorgbejaarde (afzeggen was gewoon geen optie omdat ik haar dan zo enorm teleurstel). Toen ik weer buiten stond bedacht ik me dat ik terug naar de praktijk kon om mijn bezoek in haar dossier vast te leggen. Maar dat dat ook mórgen kon. Ik koos voor optie twee en appte mijn collega dat ik haar donderdag weer zag en dat ik dan ook meteen een uurtje later begon.

Donderdag was weer een redelijke dag. Drie uur gewerkt, nog even teamoverleg (lees: samen eten en bijkletsen) gehad en niks aan het handje. Lichte tinnitus had ik. Meer niet. Omdat ik ’s avonds met Jill naar de bioscoop zou gaan, heb ik ’s middags een uurtje liggen slapen. Zoals het een heuse patiënt betaamt.

En vandaag?

Geen idee.

De dag begon prima na een zalige nacht. We zien wel weer. Ik heb niets op het programma staan. Beetje huisvrouw spelen, beetje rommelen. Mijn hersenvliezen en ik houden het zeer rustig vandaag.

Goed weekend u allemaal!

Bron: Pixabay.com

Mohammed en de berg.

Wij hebben op de praktijk een vrij soepel beleid.

Als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan.

Echter; ik ben dan Mohammed.

En geen gekke Gerritje.

Ik vind het jammer dat heel veel mensen met ons als huisartsenpraktijk zo soepel (lees: laks) omgaan. Niet naar ons kunnen komen omdat ze anders de regiotaxi moeten nemen en dat kost geld, maar er geen enkel probleem mee hebben om diezelfde taxi wel te bellen als ze naar de kapper of de bingo willen. En even voor de goede orde: wij krijgen nul komma nul voor een visite, dat u dat even weet. Wij ontvangen elk kwartaal een x bedrag voor elke patient. Ongeacht of iemand wel of niet komt. Dat bedrag is overigens gebaseerd op vier bezoeken aan je huisarts per jaar. Wij zitten in een achterstandswijk. Bij ons komen mensen soms wel vier keer per week.

Ik heb een aantal slecht ter been zijnde, oudere patiënten dat ons gewoon misbruikt.

Die ik dus overal tegenkom in een scootmobiel, betrap in de supermarkt en die me lachend inhalen als ik op de fiets ben. Maar als ik ze vraag even langs te komen om de suiker te controleren, ineens niet mobiel zeggen te zijn.

Right.

Komt iemand bij mij op de praktijk prikken en meten, dan ben ik in vijf minuutjes klaar. Moet ik datzelfde doen bij iemand thuis, dan ben ik -hangt er ook vanaf hoe ver iemand weg woont- zeker een half uur mee kwijt. Meestal is het meer. En als dan blijkt dat iemand best even naar ons had kunnen komen, dan baal ik daarvan. Alsof ik niets anders te doen heb? Ik vind huisbezoeken afleggen zalig hoor, niks zo lekker als even naar buiten kunnen en de semi-vrijheid te proeven. Maar dan moet het wel geoorloofd zijn. Want ik hoef me namelijk niet echt te vervelen op mijn werk.

Nu met de griepprikken was het helemaal feest. Hoeveel mensen er niet thuis waren toen ik met de spuit op de stoep stond? En waag het niet er wat van te zeggen, want dat krijg je nog een beledigd hoofd ook.

En ook zoiets raars: moeten die mensen naar een specialist in het ziekenhuis toe, dan kan het ineens -wonder oh wonder- wel. Want er is natuurlijk geen cardioloog of orthopeed die huisbezoeken aflegt. Dus dan wordt ineens wel de portemonnee getrokken of de buurvrouw geronseld als taxichauffeuse.

Maar van de huisarts verwachten ze wel dat die alles aan huis komt doen.

Tot en met dopplers (vaatonderzoek aan armen en benen) aan toe. ‘Gewoon op de keukentafel toch Klivia? Dat kan toch wel? Tuurlijk. Ik geef u wel even een pootje’.

De volgende stap is dat ik uitstrijkjes in eigen bed ga verrichten.

Goed opletten.

Sinds de drooglegging in mijn hersenen moet ik dingen anders aanpakken en dat vergt nogal wat van me, merk ik. Het is zó niet mij.

Ik kan gewoon nog niet teveel. Nou ja: ik kan de hele dag doorgaan als een stoomtrein, geen probleem. Energie zat. Maar daarna begint de tinnitus-kanarie te fluiten, trekt de badmuts die ik om mijn hersenen heb nóg een tandje strakker aan en krijg ik geheid hoofdpijn.

Dus na diverse malen mijn hoofd tegen de bekende steen te hebben gestoten, ben ik langzaam aan iets verstandiger aan het worden.

Ik doseer.

Me te pletter.

Zaterdag hadden we een verjaardag. Vanaf half vijf tot onbekend. Ik dekte me meteen al in en zei tegen Vlam dat wanneer hij het leuk zou vinden als ik mee zou gaan, we het echt niet laat konden maken. Ik ken hem namelijk als mijn broekzak. Hij en op tijd ergens weggaan? Há! En dan heb je ‘m eindelijk zo ver dat we richting huis kunnen maar dan komt hij op weg naar de uitgang nog die en die tegen en móéten er nog diverse updates gedeeld worden. Vlam is buurman & buurman. In zijn eentje.

Ik ben voor we weggingen gaan rusten. Echt waar. Rústen. Ik word einde van de maand 44 maar ik klink nu echt als hoogbejaard. Oma heeft zich drie uur lang teruggetrokken in de slaapkamer. Met verdamper. Met daarin olie van de wierookboom. Want dat zou goed zijn tegen hersenletsel. Nou geloof ik dus niet dat door het opsnuiven van iets sneller herstel, maar Vlam wilde per se dat ik het probeerde. En volgzaam als ik ben…

Ik heb mijn sporten teruggeschroefd van drie keer in de week naar twee keer in de week. En ik doe die cirkel echt bijna achteruit. Twaalf keer één minuut spieroefeningen. Twee keer twee minuten cardio. En soms nog even tien minuten de loopband. En daarna moet ik weer rusten. Want dan vibreren mijn vliezen zich te pletter.

Morgen wordt ook een dagje. Ik wil vier uur werken, dat sowieso. En ik wil gaan lunchen met een vriendin. En sporten met Jill. En ’s avonds wandelen met een andere vriendin. Ik had tegen alles en iedereen al ja gezegd toen tot me doordrong dat ik daarna waarschijnlijk gestrekt zou kunnen met een dikke vette tramadol én het de dag daarna zwaar moest bekopen.

Oeps.

Even kijken hoe ik één en ander wat kan beperken. Sporten sowieso verschuiven naar een andere dag denk ik. En de lunch binnen de perken houden. En tussen lunch en wandelen maar eens gaan -eh- rusten?

Man oh man.

Nog zoiets: heb ik gewerkt, dan kan ik privé niet nog eens achter de laptop gaan zitten. Dat is gewoon teveel merk ik. Ik heb het geprobeerd hoor. Even Vlams visitekaartjes ontwerpen. Even de website aanpassen. Even een blogje.

Gaat niet.

Willen ze niet.

Die K^%$#@ vliezen.

(Ik ben nu dus al zwaar in overtreding terwijl ik dit pietepeuterige lapje tekst typ. Het spijt me mensen, maar de dagen van elke morgen gezellig een verhaaltje van mij? Ik zie het voorlopig nog niet gebeuren. En bijlezen bij u? Ook zoiets. Aarrggh!).

Ik weet het niet hoor…

Vorige week gingen we in het kader van ons jaarlijkse team-uitje naar Body Worlds in Amsterdam.

Voor de mensen die het niet kennen: het is een “medische” tentoonstelling met geprepareerde lijken, met een esthetischer woord plastinaten genoemd. Er liggen niet alleen echte organen, maar ook dwarsdoorsnedes van mensen. The Texas chainsaw massacre is er niets bij. En als “toppers” staan er hele mensen, ontdaan van huid en haar, in allerlei bijzondere poses. Standbeelden van dood vlees.

Tsja.

Wat ik er van vond?

Topper voor mij persoonlijk waren de hersenvliezen. Ik ben -zoals bekend- nogal van de drukke met dat stukje lichaam de laatste maanden. Ik kwam binnenlopen en daar lagen ze, op de eerste tafel: de beruchte vliezen. Ik had ze nog nooit gezien. Het viel me op dat ze vrij dik waren, ik had ze fragieler voorgesteld. Er lag een bordje bij: de hersenen zelf voelen geen pijn, de dura echter zijn extreem gevoelig voor pijn. JOH! Vertel mij wat…

Er was ook een hoofd van een oude man. Doormidden gezaagd. Ik zag de stoppels op zijn kin, de haren in zijn oren. De couperose op zijn wangen. Oh. En zijn doorgesneden hersenen. Een halve neus. Bizar.

En her en der stonden die menselijke standbeelden.

Aan de ene kant fascinerend. Aan de andere kant voelde ik me nogal een voyeur. Ik denk dat dat ook meteen het beste omschrijft wat ik vond van die tentoonstelling. Voyeuristisch. (Maar dan zonder de opwinding). Het is echt heel ongemakkelijk en raar dat je tot in detail de lichamen van mensen ziet. Geheime plekken en aandoeningen die normaal te intiem zijn om te delen met de goegemeente.

Er was één stel dat seks had. Er hing een bordje bij dat deze mensen expliciet toestemming hadden gegeven voor dit intieme beeld. Dat snap ik. Ik vond het nogal wat. Aan de tenen te zien was het een vrouw op hoge leeftijd. Ongemakkelijk voelde ik me erbij. Oren, neus en wenkbrauwen blijven behouden bij die plastinaten. Je zóú iemand zo maar kunnen herkennen. ‘Hier penetreert een onbekende man oma Mies. Ze was van een potje seks niet vies’.

Ik vind mijn lichaam slecht een omhulsel. Mijn “zijn” zit verwerkt in allerlei chemische processen in mijn hersenen. Als ik dood ga, is het gewoon zo alsof de stekker eruit getrokken wordt en de software automatisch wordt verwijderd uit de hardware. Ik houd in één klap simpelweg op met bestaan. Ik heb er geen enkel probleem mee dat mijn lijf straks “leeggeroofd” wordt en ontdaan wordt van organen. Haal en sleep. Ga je gang maar. En stel dat ik doodga aan een specifieke/bijzondere ziekte, dan mogen ze mij ook gebruiken voor medisch onderzoek. Geen enkel probleem.

Maar mijn lichaam weggeven aan kunstenaars en voor miljoenen mensen te kijk staan?

Dat zou me toch nét even te ver gaan.

En dat ze mij dan bijvoorbeeld wijdbeens op een schommel zetten.

En dat er dan een lover van vroeger voorbij mijn glazen hokje schuifelt.

‘Hé krijg nou wat. Dat zijn bekende schaamlippen! Dat lijkt Klief wel’.

Dank u de koekoek.

(Niet) Vorderingen.

Sorry voor de mensen die hier nieuw zijn gekomen en denken dat dit stiekem het zoveelste zeikenoverjeziekte blogje is. Niets is minder waar hoor. Ik zit alleen wel inmiddels een week of tien in de lappenmand en het draait -helaas- een beetje om dat wat ik mankeer, hoe ik herstel en ermee om ga.

En, niet geheel onbelangrijk, als ik thuis kom na een halve dag werken, kan ik niet meer aan mijn laptop werken. De koek is dan echt hartstikke op. Mijn hoofd lijkt dat echt letterlijk vol te zitten. Ik voel mijn vliezen vibreren, alsof ze onder elektriciteit staan. Als ik al verhalen heb, ik krijg ze niet “op papier”.

Ik hoop binnenkort weer gewoon léúke dingen mee te maken waarover ik kan bloggen.

Maar nu even niet.

Tijd voor de zoveelste update.

Gisteren sprak ik mijn neuroloog. Ik had vrijdag namelijk de poli gebeld en een telefonisch consult aangevraagd. Terwijl we in principe “klaar” waren met elkaar. ‘Geen klachten meer = een tot normale proporties geslonken hersenvlies. Herstel kost tijd. Het ga u goed’. Dat waren de boodschappen.

Maar het ging niet de goeie kant op. Ik stond hartstikke stil voor mijn gevoel. Hoeveel geduld moet een mens hebben? Bloednerveus werd ik ervan. Ook omdat ik het gevoel kreeg dat er aan alle kanten aan me getrokken werd. Ik zie er normaal uit, ik functioneer ook op mijn oude snelheid. Alleen is het na maximaal vier uur einde oefening. En dat lijken sommige mensen niet te snappen. Sterker nog: ik heb er zelf al moeite mee.

Afgelopen maandag schroefde ik de boel op. Ik ging vier uur werken, nam een uur lunchpauze en pakte daarna nog een uurtje.

Nou, dát heb ik geweten. Knallende hoofdpijn. Druk op mijn oren. En de tinnitus-kanarie in mijn hoofd floot er lustig nogal van de driftige op los.

Van mijn neuroloog kreeg ik “op mijn lazer”. Hij vond helemaal niet dat ik langzaam ging. Sterker nog: ik ging te hard. Hij sprak over ernstig hersenletsel. Hij vertelde me ook dat ik moet stoppen vóór ik hoofdpijn krijg. Niet áls. En hij suggereerde een arbo arts in te schakelen. Hij vond het niet handig dat mijn huisarts ook mijn werkgever is.

Verder vroeg hij me in januari een afspraak te maken. En dan vraagt hij eventueel ook een nieuwe MRI aan. Volgens hem heeft dat nu helemaal geen zin. Mijn vliezen zijn zeer waarschijnlijk nog steeds gezwollen en niet helemaal los van elkaar geweekt. Nu een MRI maken zou nog steeds een beeld van afwijkingen laten zien.

En dus mailde ik mijn werkgever, ging vanmorgen het gesprek met hem aan en heb ik een stapje terug gedaan. Ik werk weer halve dagen. Mag zelfs eerder stoppen als het nodig is. Ik schafte een Blueberry bril aan ter bescherming van mijn ogen (en dus ook hersenen). En er komt een arbo arts met wie ik een plan van aanpak opstel.

Oh, én ik sloeg vanmiddag een rondje sportschool over.

Ik ging alleen mee voor de mentale support naar Jill toe.

Moet ook gebeuren.

Santé!