Zo, die hebben we ook weer overleefd.

Gisteravond had ik een nascholing.

Ik ben een groot voorstander van je brein bezig houden, het te vullen met nieuwe informatie.

Helaas zijn mijn nascholingen altijd een soort Groundhog Day. Altijd hetzelfde. Er verandert nou eenmaal niet veel op het gebied van diabetes en COPD. Soms wordt er een nieuw soort medicatie uitgevonden. Maar dat is dan toch een kwestie van uitproberen in de praktijk. Daar leer je. In de schoolbanken niet.

Gisteren hadden Peter en ik samen een nascholing over persoonsgerichte zorg. Over -jawel ende hoera- het loslaten van protocollen. Leef je in in wat de patiënt wil, focus je minder op de cijfertjes maar probeer samen (!) het hoogst haalbare eruit te slepen.

Hartstikke leuk natuurlijk en ik juich het van harte toe.

Echter: de zorggroep onder wiens toezicht wij staan en de grootste zorgverzekeraar uit deze regio, die rekenen ons wél af op onze scores.

Zo scoren wij, en dat zal u niets verbazen gezien het feit dat we in een achterstandswijk zitten, ondermaats wat betreft BMI, roken, beweging en de slechte cholesterol/vetten, zoals LDL en triglyceriden.

Ik wil met alle liefde tegen een obese rokert zeggen dat het helemaal niet erg is hoor dat zijn longen elk jaar achteruit gaan. Je moet doen waar je je lekker bij voelt.

Nou ja: over gisteren. Niemand heeft natuurlijk zin om met zo’n dertig graden in een bloedheet zaaltje te gaan zitten luisteren naar suffe verhalen. Ook ik niet. Ik stapte om kwart over zes met frisse tegenzin in de auto van Peter. Peter die ik al de Godganse week om me heen heb en die altijd nogal -eh- aanwezig is. Die graag en wollig vertelt over dingen die ik na twaalf jaar dienstverband al tig keer heb gehoord. Idem dito wat zijn nogal flauwe en belegen moppen betreft. Die als ik pech heb, ook nog eens gaat zingen.

En jawel: hij ging zingen.

En we reden zó de file in.

En Peter rijdt als een debiel. Hij ziet niks, denkt dat hij de enige is op de weg en frommelt zijn kleine Coltje zo tussen bussen en vrachtwagens in. Voordeel van dat hij niets ziet, is dat hij ook alle middelvingers die wij onderweg krijgen, niet opmerkt.

Ik wel.

De combi bloedheet en doodsangsten en plaatsvervangend schaamtegevoel, maakte dat ik -iets te laat- met zweet in de bilnaad aankwam in Naaldwijk. Alwaar nét de voorstelronde (mijn lievelings) was begonnen. Alsof ik na de tweede persoon nog de namen weet én waar ze vandaan komen. En alsof me dat interesseert.

Het enige waar ik op dat moment interesse in had, was wanneer de festiviteiten afgelopen zouden zijn.

Half tien.

Poeh.

De avond heeft ons niets nieuws gebracht.

En om het nóg triester te maken, kregen we halverwege blinddoeken en moesten we ons door de zaal laten leiden. Om te ervaren hoe jezelf als patiënt overgeleverd bent aan een ander.

Het is dat mijn broek danig aan mijn hol gekleefd zat, anders was ie afgezakt.

Op de terugweg vloog er een Nijlgans bijna onze voorruit in. Ik vertelde Peter (die nul ornithologische kennis heeft) dat het een Nijlgans was maar dat het eigenlijk een eend is en geen gans.

‘Goh Kliefje’ zei hij, ‘Bedankt. Jij bent de enige die me vanavond iets nieuws heeft geleerd…’

Touché zeikerd!

Wij hebben over het algemeen in onze praktijk te maken met lieve mensen. Heel soms zit er een zeikerd tussen, maar doorgaans valt het reuze mee.

Nemen we waar voor andere artsen die op vakantie zijn bijvoorbeeld, dan is het andere koek.

Die kennen ons niet en hebben veelal nul begrip voor de enorme werkdruk die wij bijna dagelijks wel ervaren. We zitten namelijk middenin een achterstandswijk en waar de gemiddelde mens vier keer per jaar naar zijn huisarts gaat, zitten onze patiënten soms drie keer in de week in de wachtkamer. De mensen die in onze praktijk zitten, zijn vaak ook nog eens types die extra tijd opslokken wegens niet begrijpen of allerhande sociaal-emotionele problematiek.

Kortom: rustige dagen komen zelden voor.

Zeker nu niet, twee andere huisartsen zijn op vakantie en in theorie betekent dat dat wij twee keer één derde van hun patiëntenpopulatie erbij krijgen.

En ze overspoelen ons.

Vanmorgen stond er zo’n zeikbek aan de balie. Komt op negen uur met een stront chagrijnig hoofd vragen (uiteraard zonder goedemorgen) ‘of het nog lang duurt?’

‘Waar heeft u het over?’ vroeg Laura haar.

‘Nou, ik heb om half tien een afspraak en ik wil weten of hij uitloopt’…

Waarschijnlijk wel’ zei Laura, het is nogal druk zoals u misschien opgemerkt hebt?

En ja: het liep uit. Tuurlijk.

Tussen de bedrijven door vroeg ik Peter namelijk om “even” de echtgenote van een man met een in zijn hersenen uitgezaaide melanoom terug te bellen. Ze was redelijk in paniek. Zijn gedrag was weer vreemd, hij begreep niks meer. Kon de trap niet meer op. Kortom: foute boel.

Komt die zeikdoos om kwart voor tien wéér aan de balie. ‘Of de dokter koffie aan het drinken was want ze had ‘m al een poosje niet meer de wachtkamer in zien komen…’

Laura gilde naar Peter, die in mijn kamer was en mij op de hoogte stelde van zijn telefoongesprek, ‘Dokter, er vraagt hier iemand of je lekker even koffie hebt zitten drinken?’ Peter keek mij vragend aan. ‘Zeikerd op drie uur’ fluisterde ik.

‘Koffie? Nee joh, ik heb hier even liggen pitten op Klivia’s behandelbank’ reageerde bij heerlijk ad rem.

Ze droop af.

Terecht.

Wat is dat toch met sommige mensen?

De gezondheidszorg is pvd geen bank. We maken wel afspraken, maar het is nagenoeg onmogelijk om op tijd te werken. Het zijn richtlijnen, die tijden. Als ik iemand tegenover me heb zitten en ik vraag waarom de suiker zo hoog is. Stress? En zhij gaat huilen omdat net een tante overleden is, moet ik dan wijzen op de klok en zeggen ‘joh vervelend voor u, maar uw tijd is om. Wegwezen!’

Zo werkt het gewoon niet.

Ik heb laatst iemand echt een aardige veeg gegeven. Wachtkamer vol, Peter werd weggeroepen omdat een terminale patiënt heel veel pijn had. Hij verliet het pand via de artiesteningang en ik liep de wachtkamer binnen. ‘Sorry, vervelende mededeling, de dokter is weggeroepen voor een spoedgeval en blijft naar schatting een half uur weg’.

Bij één mevrouw was het gezucht en gekreun en gesteun niet van de lucht.

Ik liep naar haar toe en vroeg wat het probleem was. Ik legde uit dat het een stervende man betrof en dat wanneer zij ooit in zo’n positie zou komen, ze haar handjes mocht dichtknijpen met zo’n betrokken huisarts.

Zonder een antwoord af te wachten, liep ik weer terug naar mijn kamer.

Ik hoop dat het wat teweeg heeft gebracht in dat hersenpan van haar.

Catspam 9

Misty heb ik al een paar dagen amper gezien. Te warm is het voor haar. Tot de zon komt, ligt ze in haar mandje en op het moment dat die koperen ploert de hoek om komt, verdwijnt ze onder tafel. Dan ligt ze daar úren en úren stil op een stoel. Raak ik haar aan, dan hoor ik alleen een zwaar geïrriteerd gromachtig geluid.

Pas als het avond is, komt ze te voorschijn. Overdag eet en drinkt ze eigenlijk ook niet. Ze is er -net als haar baasje, ondergetekende dus- danig van van slag. Dit overdreven hete weer.

Jill heeft mevrouw zaterdag zwaar met de furminator bewerkt, om de ondervacht eruit te kammen, hopende dat dat iets zou schelen voor haar qua temperatuur. En haar “rok”, die enorme bos haar aan de achterkant, heeft ze eraf geknipt.

Misty ziet er in het geheel niet vrouwelijk meer uit. We noemen haar dan ook Mickey nu.

Gelukkig hebben we de foto’s nog van toen ze wél mooi was ;)

Nee, niet overleden. Slechts in een zware coma.
Diepe, diepe rust :)
Moe en voldaan lagen wij samen op de bank. Ik van werken en sporten. Zij van -eh- helemaal niks…
Ik houd enorm van die rolletjes poes <3
Selfie van bovenaf gekomen. Ziet er apart uit niet?

Dat ik dit nog eens ging doen.

Ik heb iets geks gedaan.

Ik ben er zelf nog lichtelijk van in shock.

U gelooft het vast ook niet als u het leest.

Ik heb platte schoenen gekocht!

AARRGGGH!

Platterdanplat zijn ze. Nul hakje. Nou ja: of je moet één centimeter meetellen. Ik niet dus. Één centimeter is niks op de hakschaal. Een lachertje.

Dat kwam zo. Ik had een paar of *kucht* vijfenzestig schoenen. Allemaal hoger dan tien centimeter. Ik heb één paar wandelschoenen dat ik nooit draag omdat ik er maar blaren van blijf krijgen. En ik heb één paar Adidas sneakers. Speciaal aangeschaft toen ik drie jaar geleden met Vlam voor mijn verjaardag in Maastricht was en ik bijkans mijn nek brak op al die kinderkopjes. Ik ben een held op hakken maar dit was zelfs voor mij too much. Uren wandelen op zo’n ondergrond met je dunne hakjes. Toen bedacht ik dat het eigenlijk wel handig was om in ieder geval één paar “normale” schoenen te hebben. Voor nood.

Zoals bekend heb ik wel eens last van mijn heup. Scheurtje in het labrum. Zeer pijnlijk. Als het echt erg is, kan ik mijn linkerbeen niet eens belasten, dan zak ik er zo doorheen. Dan strompel ik door het huis. Me vasthoudend aan alles dat op mijn pad komt. Lopen gaat soms echt bijna helemaal niet dan. Na zo’n heftige periode, die meestal -Goddank- maar een dikke vierentwintig uur duurt, heb ik wel een dag of vier nog veel napijn. Ik loop dan nog steeds moeilijk en vooral als ik even gezeten heb, heb ik opstartproblemen.

Op hoge hakken lopen is dan echt geen gezicht. Ik lijk dan zo’n vrouw die kost wat kost moet. Je ziet ze wel eens door de stad hinkelen. ‘Meid, flikker die hakken in de prullenbak en koop een paar sneakers’ is dan wat ik altijd denk. Vrouwen die gracieus op hakken lopen vind ik mooi om naar te kijken. Wordt er gestrompeld of lopen ze erop alsof het pijn doet, dan is het als een vlag op een modderschuit. Dan is het helle effect van mooie schoenen weg.

Ik heb de afgelopen weken heel veel schoeisel verkocht. Al mijn zitschoenen, pumps waarop zelfs ik het alleen maar volhoud van de auto naar een restaurant en weer terug, zijn op Marktplaats verkocht. Ik heb heel veel vrouwen in den lande blij gemaakt met bijkans nieuwe merkschoenen. Voor weinig. Zilveren hakken, gouden hakken, pumps met doodshoofden… Het liep als een tierelier. Ik bleef naar het postkantoor fietsen.

Ik heb het geld apart gezet en mijzelf een leuke tweedehands appelgroene tas gegeven én onderstaande stappers gekocht. Voor de dagen-van-nood.

Nou er alleen nog even op leren lopen. Ik lijk PVD wel Donald Duck, wijdbeens loop ik op die dingen. Over niet charmant gesproken.

Nou ja: oefening baart kunst, toch?