Niet heel erg charmant.

Afgelopen zaterdag vond ik het net even te heet qua temperatuur. Kijk dat het eindelijk wel weer eens tijd werd voor mooi weer, daar zijn we het met zijn allen wel over eens, of niet? Maar meteen zó smerig warm? Nergens voor nodig wat mij betreft. Ik was echt heel erg blij dat ik thuis kon blijven. Lekker nakend op de koele, leren bank kon blijven liggen, me minimaal inspannend. Het liefste was ik in de vriezer gekropen, bij alle waterijsjes.

Ik ben namelijk niet erg hitte-bestendig. Ik heb het eigenlijk altijd warm. Ook in de winter. Thuis hebben we eeuwig strijd over hoe hoog de kachel mag. Wat mij betreft is 19 graden meer dan zat. En Vlam zou het ‘m het liefste op 22 zetten. Ik draai ‘m wel eens stiekem terug omdat ik bijna ontplof. En dan gaat hij meteen piepen. Mij zul je zelden zien in dikke vesten of truien. En op de fiets, draag ik bijna nooit een winterjas. En handschoenen gebruik ik amper, dan moet het écht min tien zijn of zo. Ik kom wel eens mensen tegen op de fiets, die eruit zien alsof ze op poolexpeditie gaan. En dan kom ik voorbij, met een vestje aan. Dat openstaat en wappert in de wind.

En ik hoef me maar even in te spannen en ik zie er uit als een framboos.

Vroeger had ik een collega op wie ik smerig jaloers was. Al vielen de mussen dood van het dak, zij zag er altijd fris en fruitig uit. Alsof ze net uit de douche gestapt was. Haar netjes, make-up keurig. Blank en mat. Om door een ringetje te halen.

En dan liep ik er naast. Met zwarte vlekken onder mijn ogen van uitgelopen mascara. Met zo’n glimneus. Vurig rode wangen. Met natte slapen en van die kloppende aders. Erg charmant. En dan hebben we het nog niet eens gehad over wat er niet zichtbaar was. Natte rug. Klotsende oksels. Broeiend kruis.

Bah!

Mensen zoals zij zouden echt verboden moeten worden.

Afgelopen woensdag, toen ik klaar was in de sportschool, had ik weer even zo’n momentje. Ik gloeide helemaal. Komt de sportschooljuf naast me zitten en ze zegt ‘Nou, jij hebt je best gedaan hoor. Je hebt er een kleurtje van’.

‘Kleur-tje?’ zei ik? ‘Dat zeg je nog beschaafd. Ik zie er niet uit!’

Dat vond zij van niet, ze vond het wel schattig zei ze.

Nou ja. Wat is hier nou schattig aan? Ik vloek gewoon bij mijn ijsje!

Sportschoolupdate

Nou vooruit, toch een after foto. Die moeilijk kijkende framboos dat ben ik. Ik vloek ook behoorlijk met mijn jasje.

Ik kijk overigens alleen maar moeilijk omdat ik tegen de zon inkeek.

Het viel me namelijk -erewoord- 100% mee.

Ik geef eerlijk toe dat ik vlak voor ik me moest melden, een tikkie nerveus was. Want ten eerste is sporten niks voor mij en de laatste keer dat ik überhaupt iets deed, was ik begin twintig. En als ik dan iets doe, doe ik het liefst alleen, één op één. Ik verafschuw sportende groepen mensen. Vandaar mijn aversie tegen sportscholen.

Bij Milon stapte ik binnen en ongeveer zeven bejaarden waren fanatiek bezig op de apparaten. Mooi. Dat schepte meteen een band.

De man die er werkte heette me welkom en nam een intake af. Wat waren mijn doelen? Wat deed ik zelf al? Had ik beperkingen buiten mijn heup?

Hij maakte een profiel voor me aan en zette een pasje op mijn naam.

Daarna deden we een rondje door de cirkel en paste hij alle apparaten aan, aan mijn lichaamsverhoudingen en stelde hij de juiste weerstand in. Voor de niet-sportende kantoorbaan hebbende theemuts.

Vervolgens deden we samen ronde één en legde hij me uit wat de bedoeling was. Licht rood op de pilaar? Eerste apparaat pakken, pasje erin, op de knop drukken en het ding gaat automatisch in jouw houding staan. Als het groene licht aangaat, kun je beginnen. Per apparaat doe je een minuut lang oefeningen. Ideaal is twintig keer per minuut. En je moet zorgen dat je op de display in het groene gedeelte blijft, dan doe je de oefeningen op de juiste manier.

Springt de pilaar op rood, dan ben je klaar en heb je een halve minuut om naar de volgende oefening te gaan.

Op die cirkel staan zes apparaten voor krachttraining en twee voor cardio.

Die laatste doe je geen één, maar vier minuten. Totaal dus vier keer vier minuten cardio en twaalf keer twintig rek-strek-duw en trekpogingen.

Het verschil tussen de Milon apparaten en de gewone fitnessapparaten is dat bij de Milon apparaten de weerstand van én de heengaande én de teruggaande beweging ingesteld worden. Zo worden je spieren voor de heen en teruggaande beweging apart getraind. Dus doe je feitelijk twee oefeningen in één.

Die hele cirkel doe je twee keer.

Wat ik eerder al schreef: een beetje fitnessgoeroe zal er om moeten lachen.

Ik -als fanatieke niet-sporter- vond het goed te doen, maar het is niet zo dat het me als vanzelf afging. Fietsen op de hometrainer bijvoorbeeld, vier minuten lang behoorlijk stevig doortrappen op 150 watt (voor mij een goede weerstand, voor de gemiddelde vrouw aan de hoge kant, maar ik ben gewend om te fietsen) was een aardige inspanning.

Ik was dan ook “iets” rood na twee keer die cirkel.

Ik ben begonnen met een maandabonnement. Daarna evalueer ik wel of het baat heeft en of ik het nog steeds leuk vind.

En ja: ik heb hier en daar aardig spierpijn.

Ik denk dat ik die man van mij straks maar eens aan het masseren ga zetten…

De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Morgen ga ik iets zéér uitzonderlijks doen.

Iets dat zó niet mij is.

U raadt het nooit.

Nog in geen miljoen jaar.

Nee, ik ga geen witte driekwartlegging aantrekken.

Nee, ik ga ook geen hond kopen.

Nee, ik heb geen UGG’s besteld.

Ik ga sporten. In een sportschool. Met van die apparaten en zwetende mensen en flesjes water.

Om half één heb ik een intake met een fysiotherapeut en ga ik mijn eerste ronde doen. Na wikken en wegen wordt het een sportschool die een zogenaamde Milon Cirkel heeft. Een zuil in het midden, apparaten in een -u raadt het al- cirkel daar omheen. Je stopt je pasje in die apparaten en ze springen *floeps* zo in de juiste houding. Speciaal op mijn (lichaams-) maat en op mijn van te voren opgestelde trainingsprogramma. Je doet die cirkel twee keer. Cardio-apparaten doe je vier minuten, krachttraining steeds één minuut.

Ik vind iets nogal snel saai of vervelend. Ik moet er niet aan denken weetikhoelang iets hetzelfde te doen, ik weet nu al dat ik dat niet ga volhouden. Dit lijkt me wel prima te doen.

Ik heb afgesproken net aan de telefoon dat er bij mijn persoonlijke aanpassingen echt absoluut rekening moeten houden met mijn linker heup. Ik wil één en ander niet forceren namelijk. De pijn die dat ding kan doen is namelijk niet te harden. Er werd gezegd dat dat geen probleem is. Mooi!

Als je die hele ronde twee keer hebt gedaan, ben je vijfendertig minuten verder. Het plan is om twee keer in de week te gaan. Ik zou overigens elke dag mogen, zou ik dat willen. Aan het abonnement dat ze bieden, zitten geen beperkingen. Maar dat lijkt me erg enthousiast. Ik heet Klivia en geen Fajah. En ik moet er niet aan denken ooit een sixpack te hebben, of biceps die groter zijn dan mijn borsten. Brrrr. Ik ben prima zoals ik ben. Iets minder mij zou mooi zijn. En iets meer beweging kan mijn lichaam absoluut gebruiken.

De fitnessgoeroe’s zitten nu waarschijnlijk heel hard te gniffelen. Vijfendertig minuten, whoehaha! Drie keer niks.

Maakt mij niets uit.

Dat wat ik nu ga doen, is al pure winst voor mijn lichaam. Mijn steeds stijver wordende lichaam. Als ik ’s morgens opsta, moet ik echt ontdooien. Heup, borstkas, alles staat vast. En oma is dat zat.

Ik fiets nu vier dagen in de week tien kilometer. En één of twee keer wandel ik er zes. Dat kan en dat moet meer.

Oh, en ik heb vanmorgen mijn bloed laten prikken. Zo gezond als een vis. Schildklier, lever, nieren, prima. Vitamines mooi op peil. Cholesterol oké.

En dat willen we graag zo houden.

Wordt vervolgd.

En nee: er komen geen filmpjes of selfies van mij met een knalrode kop. En ik zeg ook niet waar ik naar toe ga. Dus.

Om moedeloos van te worden.

Vorig jaar januari begon ik met koolhydraatarm eten. Ik skipte al mijn brood en at geen pasta en rijst meer.

Maakte ik iets waar normaliter pasta in hoort, dan verving ik mijn portie door een courgette in sliertjes.

Bij rijstgerechten zorgde ik gewoon voor meer groente op mijn bord.

In plaats van brood nam ik salades mee naar mijn werk.

Mijn ontbijtjes van crackers werden yoghurt met fruit.

Ik viel er negen kilo mee af in een jaar tijd. Best netjes, me dunkt.

Zo streng als ik was, dat ben ik niet meer. Ik neem nog steeds zuivel als ontbijt, salade als lunch en rijst eet ik zelden meer. Maar tussendoor neem ik nu knäckebröd of iets van fruit, of noten. Brood eet ik misschien één keer in de twee weken. De salades komen danig mijn strot uit moet ik eerlijk zeggen, maar ik houd koppig vol. Ik moet wel, want ik ben zo’n appel op pootjes die al aankomt van alleen een kookboek lezen.

Toen ik de teugels wat liet vieren, kwam ik meteen al twee kilo aan. Vervelend, maar niet onoverkomelijk. Ik bleef een half jaar stabiel. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er veel moeite voor moest doen, constant op moest letten, keuzes moest maken, maar het lukte me.

Ik heb onder andere een tip toegepast die ik hier op mijn blog wel eens las als reactie. Ik eet alleen achtjes. Heb ik ergens trek in of biedt men me wat aan? Dan geef ik het een cijfer. Is het me écht waard om naar binnen te frommelen? Is het een acht of meer > doen. Scoort het lager > niet doen. Dat werkt echt. Alle traktaties op mijn werk zijn per definitie een zesje, dus op jaarbasis scheelt dat een slok op een borrel.

Ik plan ook van te voren. Ga ik vanavond aan de lasagne dan moet ik overdag even rustig aan doen met de koolhydraten. Morgen eters? Vandaag op een houtje bijten.

Twee weken geleden ging ik op de weegschaal staan en ik schrok me werkelijk kapot. Ik was ik drie (!) kilo in één week aangekomen. Terwijl ik -cross my heart and hope to die- niks geks heb gedaan. Ik heb geen sloten wijn naar binnen gegooid, ik heb me niet vergrepen aan zakken chips, me niet voorover in een bak ijs laten vallen, niets! Ik stond ook niet op het punt mijn happy period in te gaan dus kan me niet voorstellen dat het vocht was.

Ik was nooit obsessief bezig met mijn lichaam, maar hier werd ik dus wel even moedeloos van. Nogal. En sindsdien ben ik me de hele tijd aan het afvragen wat ik niet goed doe. Het zit echt in mijn hoofd. Ik begin op een echte vrouw te lijken geloof ik.

Ik ben in ieder geval stug doorgegaan met mijn voeding zoals ik het daarvoor ook deed maar ik heb sindsdien mijn wekelijke weegmoment mooi overgeslagen. Ik durf niet meer.

Ik zou mezelf bijna een te snel werkende schildklier toewensen…

De beste stuurlui…

Gisteren, vlak voor de lunch, keek ik Peter’s spreekkamer in. Die zat daar aan een overvol bureau, omsingeld door ordners, even op het gemakkie van die chocolade paashazen op stokjes weg te werken. Gezien de enorme berg papiertjes die er lag, was hij al aardig op weg de hele verpakking soldaat te maken.

Hij stak er eentje uit en zei met volle mond “wiljijook?”

‘Nee dank je’ zei ik. ‘Ik ga zo lunchen, een salade eten. Zou jij ook moeten doen…’

Het floepte er zó uit, op een betweterig en verwijtend toontje ook nog eens.

Ik kan ‘m wel wat aandoen, als hij zulke dingen doet.

Peter is nu tweeënzestig, maar toen hij dertig was, heeft hij een hartaanval gehad. Met bypasses en al. Kantje boord was het.

Je zou denken dat een gewaarschuwd mens voor twee telt. Peter niet. Die éét voor twee.

Ik ken ‘m nu twaalf jaar en zie hem elk jaar groeien. Hij is vrij lang, ik denk één meter negentig, maar weegt inmiddels ruim honderdtwintig kilo. Hij is zo’n man met van die dunne benen, amper een kont, maar een énorme buik. Een echte peer. Een peer bij wie ik eigenlijk al jaren in mijn achterhoofd houd, dat ik vandaag of morgen een telefoontje krijg van zijn vrouw, dat hij op de intensive care ligt. Of tussen een paar planken.

Hou houdt dat lichaam het in vredesnaam vol?

Nooit bewegen. Ja van bureau naar spreekkamer en eventueel door naar het toilet. Je zou bijna zijn tobbende prostaat bedanken. Want daardoor maakt hij in ieder geval elke dag nog een paar extra stappen.

Zwaar overgewicht hebben.

Stress.

Verschrikkelijk veel werken. Dagen van half acht tot half zeven zijn sowieso standaard. En tel daarbij op nog wat nascholingen, diensten op de huisartsenpost, bezoeken aan het hospice, zijn zangkoor en dan heeft hij ook nog ergens een gezin met vier kinderen.

Peter is een enorme zoetekauw. Verschrikkelijk. Het maakt hem niet uit ook. Hij eet alles waar suiker inzit. Zelfs van die goedkope slagroomtaarten uit de vriezer, waar Laura en ik onze neus voor ophalen. Hij frommelt net zo makkelijk een pak roze koeken naar binnen. Stuk taart over? Peter offert zich wel op. Bij ons verdwijnt er niks in de prullenbak.

Ik heb hem wel eens tussen de middag een pak cruesli weg zien werken. Even achthonderd calorieën en zo’n tachtig gram suiker. Ik griste dat pak nog net niet uit zijn handen toen ik het zag.

Ik heb al honderd keer geopperd om elke dag boterhammen voor hem mee te nemen. Voor mij geen enkel probleem om die ’s morgens even te beleggen en in een zakje te doen. Ik wil ook met alle liefde tussen de middag even naar de Lidl lopen voor hem. Maar alles slaat hij af. Hoeft niet. Nee joh. Gaat prima zo.

Woest maakt hij mij met dat onverantwoorde gedrag. Als het mijn man zou zijn, dan had ik hem allang een corrigerende uppercut gegeven. En een gastric bypass voor zijn verjaardag.