Weer thuis!

Gistermiddag ben ik thuisgekomen vanuit het ziekenhuis.

Dinsdagmiddag stonden ineens de neurologen aan mijn bed; ze hadden overlegd met een ander ziekenhuis en ze wilden me puur op de gok, laag in mijn rug een zogenaamde “blood patch” geven. Met 50% kans dat het zou gaan helpen. Ze spuiten dan 200cc van je eigen bloed tussen je wervels, tegen de lumbaalzak aan. Zodat een eventueel lek in die zak, waar dus ergens mijn hersenvocht uitlekte, gestold zou worden door mijn eigen bloed.

Omdat de tweede MRI  (van mijn gehele wervelkolom) niet aangegeven had waar het lek zat, was het echt een gok. Voor hetzelfde geld zat het helemaal bovenaan mijn rug namelijk.

En mocht dat niet helpen, dan wilden ze me een punctie geven met radioactieve shit, om te bepalen waar ik dan wél lekte.

Ik was bloednerveus voor die prik, maar ik had amper tijd om erover na te denken, om me erop voor te bereiden. Meteen stonden er twee verpleegsters aan mijn bed, die me naar de afdeling anesthesie reden.

Daar werd ik geparkeerd en voorzien van (het zoveelste) infuus. Ik kreeg een band om die mijn bloeddruk opmat en een operatiehemd aan. En daar lag ik dan. Mijn pols liep tegen de 200 aan, doodeng vond ik het.

De prik viel me mee. Dankzij de allerliefste verpleegster ooit (en een shot oxazepam ;))

Daarna moest ik 6 uur blijven liggen.

De volgende morgen voelde ik me echt zeker wel 80% beter.

De rest van de verschijnselen moet ik tijd geven. Mijn hersenvlies is nog zwaar geïrriteerd na ruim 4 weken te droog te hebben gestaan. Deze situatie is vergelijkbaar met de restverschijnselen na een hersenvliesontsteking. Ik ben snel moe, kan me niet goed concentreren, ik merk ook dat typen me niet makkelijk afgaat. De hoofdpijn is zeker nog niet weg, maar te verdragen. Mijn hoofd zoemt nog steeds, alsof ik een volk bijen erin heb zitten. Ik ga ook nog mooi even door met de pijnmedicatie die ik vanuit het ziekenhuis heb gekregen.

En ik ga -erewoord- pas weer aan het werk als ik volledig opgeknapt ben. Ik ben hiervan zo geschrokken, dat ik mijn lesje wel heb geleerd.

Ik ga alles echt op geleide van kunnen doen en beloof dus ook niks qua bloggen. Dit kleine flutstukje kost al behoorlijk wat energie.

Enne: hartstikke bedankt voor alle reacties van jullie kant. Dat deed me echt heel goed. Jullie zijn lief! ❤

Ik heb het overleefd, een maand geen drank.

Toen we terugkwamen van onze zomervakantie, verzon ik dat ik -na bijna drie weken lang elke dag wijn gedronken te hebben- best wel eens een maandje loos kon leven. Ik drink al mijn hele volwassen leven elk weekend. Tijd om eens te kijken hoe dat me zou bevallen.

Doordeweeks alcohol drinken, daar ben ik jaren geleden al mee gestopt. Omdat ik a) net als alle andere oude hekken slecht slaap als ik gedronken heb. Ook al is het maar één glas. Ik val als een blok in slaap, word wakker na een uur of drie en de rest van de nacht lig ik naar het plafond te staren. Zeer frustrerend. Reden b was om eens te kijken wat geen wijn op mijn gewicht zou doen.

Ik heb het vier weken minus twee dagen volgehouden. Afgelopen zaterdag ben ik gezwicht en heb ik wat roséetjes en rode wijn gedronken. Gewoon, omdat ik er zin in had. En omdat ik ongelofelijk de schijt erin had dat ik al drie weken aan het tobben was met mijn hoofd. Troostwijn.

Oké, oké. En ik heb één keer gesmokkeld. Toen ik een redactieetentje had met de dames van HVD. We aten tapas en naar mijn weten moeten tapas ook zwemmen. Tapas zonder wijn vind ik net zoiets als droog brood. Dus ik bestelde -met enig gevoel van falen- een Merlot. En nog eentje. En een fluitje op het terras. Om daarna weer keurig twee weken lang mezelf droog te leggen.

Hoe is het me afgegaan? Mij, als notoire wijndrinker met een man die een soort feeder is?

Heel erg goed moet ik zeggen.

Manlief heeft zich keurig gedragen, heeft niet lopen pushen. Een enkele keer vergiste hij zich en vroeg of ik een drankje wilde. Maar na een hertendodende blik van mijn kant, bracht hij me een glas water. Mineraal water zelfs. Doe eens gek. Hij vond het ongezellig, maar heeft dat niet achtenzestig keer gezegd. Ik had hem namelijk van te voren gewaarschuwd dat vooral niet te doen. Als íéts irritant is, zijn het pushende mensen. Heeft u al eens een dieet gevolgd? Is het u opgevallen hoeveel mensen je dan ineens ongezellig vinden omdat je geen taart wilt? Of de toastjes afslaat? Alsof je ineens een heel ander persoon bent of zo?

Qua gewicht ben ik nu twee kilo lichter dan toen ik begon aan de zelfopgelegde drooglegging. Persoonlijk denk ik niet dat het door het laten staan van drank is. Indirect echter wel, want met het skippen van de VrijMiBo at ik dus ook geen bakje olijven leeg. Kwamen er geen nootjes of chips op tafel en kon ik de meeuwen blij maken met een trommel oudbakken toastjes. Ook op zaterdagen gingen we gewoon meteen aan tafel. Niks eerst nog even een aperitiefje. Of twee. Met bijbehorende garnituur.

Concluderend heeft het me geen enkele moeite gekost.

En tóch ga ik er niet mee door.

Want een lekker stukje vis of een mooie entrecote, smaken toch lekkerder met wijn, dan zonder.

De vrouwen van HVD (minus twee) in Breda.

Wie appelen vaart…

Afgelopen donderdag stapte ik de praktijk binnen en mijn werkgever vroeg aan me hoe het met me ging.

Dat had hij beter niet kunnen doen. Ik ben vrij hard voor mezelf altijd, ben van het type “niet vragen en niet klagen”, maar als iemand dan té lief voor me is of medelijden toont, dan breek ik en ben ik plotsklaps niet meer zo “stoer”. Dan zwelg ik ineens in medelijden. Zo ook donderdag. Drie weken lang knetterende hoofdpijn had er aardig ingehakt. Ik voelde me shit en heel erg zielig. En ik barstte in huilen uit.

Inmiddels heb ik twee antibioticum kuurtjes achter de rug, spray ik me ongans en grijp regelmatig naar de pijnstilling. Omdat ik knettergek word van de pijn en het gebonk en de druk op mijn hoofd en oren.

Peter beloofde me om overleg te plegen met een KNO arts. Een half uurtje later kwam hij naar me toe. ‘Om half twaalf word je verwacht in het ziekenhuis. Ik wil dat je om elf uur hier weggaat. Beloofd?’

Hop. En de sluizen gingen weer open. Zucht.

Goed. De KNO arts keek in de betreffende holtes met kijkers en lampjes maar zag niets. Geen pus. Het vocht achter mijn trommelvliezen was verdwenen. Ik moest bloed laten prikken en een röntgenfoto van mijn hoofd laten maken en me na een uur weer bij hem melden.

Toen ik weer tegenover hem zat, bleek dat er niets uit de testen was gekomen. Geen verhoogde infectieparameters en normale, luchthoudende sinussen zoals dat heet.

Kortom: hij kon niets voor me betekenen. Hij had ook geen idee wat het euvel dan wel was en adviseerde me een afspraak bij de neuroloog te maken.

Uiteraard was ik blij dat er niets uit de onderzoeken gekomen was, maar aan de andere kant voelde ik me nogal voor Jan met de korte achternaam daar zitten. Ik ben er even tussendoor gepropt, iemand heeft tijd voor me vrijgemaakt en dan komt er niets uit. Ik maak er nooit gebruik van, maar omdat mijn werkgever al die specialisten persoonlijk kent, werd ik eerder gezien. Eerder dan mensen die niet in mijn positie verkeren en gewoon achter in de rij moeten aansluiten. Die misschien wel veel langer pijn hebben dan ik.

Ik ben daar niet zo goed in. Ik vind mezelf niet belangrijker dan een ander en heb altijd moeite met mensen die gebruik maken van kruiwagens. En nou deed ik het pvd zelf.

Thuisgekomen vroeg Vlam me of ik Peter wel ga vragen om te door te sturen. Hij is ongerust en wil weten wat ik mankeer. Snap ik. Ik begin me inmiddels ook van alles en nog wat in mijn hoofd te halen. Op KNO-gebied is alles goed, mijn bloeddruk is perfect met waardes van rond de 118/75… Waar komt die pijn dan vandaan? En zo ineens ook? Bij iemand die echt nooit hoofdpijn heeft?

Eerst van de week maar eens een fysiotherapeut bezoeken. Misschien komt één en ander wel vanuit mijn nek?

En tuurlijk ga ik morgen overleggen met Peter.

Beloofd.

Bron: Pixabay.com

Ik voel me als een storthoop.

Twee weken geleden kreeg ik uit het niets een pittige hoofdpijn. Dat heb ik dus echt nooit. Alleen als ik teveel gezopen heb, maar op jaarbasis is dat hooguit twee keer. En dat kon ik afvinken aangezien ik een alcoholloze maand heb. Zelfverzonnen. Rare ik. Maar daarover een andere keer meer.

Maar wat was het dan wel?

Ik had in de krant gelezen over een hersenvliesontsteking die heerste op dat moment. Maar ik had helemaal geen koorts. Voor de zekerheid informeerde ik Vlam wel even. ‘Mocht ik gaan raaskallen -erger dan normaal-, flikker me dan in de auto en rijd als een speer naar de SEH”.

Ik checkte meteen ook even of hij alle alarmsignalen van een CVA (mond, spraak, arm) nog wist op te noemen. Yep. Dat zat ook snor.

Jill riep meteen al dat het een voorhoofdsholteontsteking was maar aangezien ik niet verkouden ben geweest, leek me dat stug.

Toen ik later op de dag bukte om iets op te rapen en voor mijn gevoel mijn hersenen uit mijn schedel gedrukt werden, kon ik niets anders dan haar diagnose beamen.

Peter, mijn werkgever, ook. Een dag later. Hij klopte op mijn hoofd en ik wilde het liefst hem een corrigerende uppercut geven. ‘Jawel’ riep hij triomfantelijk. ‘Kloppijn! Dus een sinusitis’. Ik kreeg een kuur en een neusspray met corticosteroïden.

Twee dagen daarna kon ik niet meer van de pijn. Zelfs denken deed zeer. Alles bonkte en dreunde en pulseerde. Alleen plat liggen met tramadol was te doen. Ik meldde me ziek.

Daarna knapte ik gestaag, elke dag een klein beetje, weer op.

Tot afgelopen vrijdag. Toen hakte de hoofdpijn er ineens vól weer in. En mijn oren gingen ploppen. En zeer doen. En alle geluid leek wel verdubbeld qua intensiteit. En het was ook vervormd. Ik kon alleen fluisterende mensen om me heen verdragen.

K U TEE! Een middenoorontsteking, dat schoot meteen door mijn met snot gevulde hoofd. Geen feest. Ik weet niet of u dat wel eens gehad hebt, maar die pijn is niet te harden.

Ik appte de vrouw van mijn werkgever en vroeg of ik iets mocht bestellen. ‘Doe maar Augmentin’ kreeg ik terug. Vlam reed me naar de praktijk en ik draaide op mijn naam een receptje uit dat ik bij de apotheek van het ziekenhuis op kon halen. Ik had één en ander wel via de huisartsenpost kunnen doen, maar dit scheelde me úren wachten. En wie appelen vaart…

Nu is het wachten tot de kuur zijn werking gaat doen. Daar staat zo rond de 48 tot 72 uur voor.

En als ik me nét wat beter begin te voelen, slaat die kuur waarschijnlijk vól op mijn darmen. Bijwerking nummer één. Met waterdunne diarree tot gevolg. En een schrale anus.

En als dát dan weer over is, kan ik er donder op zeggen dat ik bijwerking nummer twee, een fijne vaginale schimmel, ga krijgen. Zo’n pittige, op Hüttenkäse gelijkende.

En dan is het feest helemaal compleet.

Jippie.


Dit blog staat ook op Hoe Vrouwen Denken. 

Bron: Pixabay.com

Wat wil ik zelf?

Naar aanleiding van het overlijden en de crematie van de vriend van Vlam, ben ik automatisch ook weer gaan nadenken over wat ik zelf wil. Ooit.

Ik heb al sinds ik begin twintig ben een uitvaartverzekering. Ik was er “lekker” vroeg bij. Ik ben namelijk heel lang alleen geweest en wilde per se dat alles goed geregeld was. Niet dat mijn nabestaanden ineens voor torenhoge kosten zouden komen te staan. Of dat ze geen idee zouden hebben wat ik wil. Online, op de pagina van Yarden, heb ik een account en dat heb ik van voor naar achter ingevuld. Onder andere wie wel en wie geen uitnodiging gaan ontvangen (mijn vader bijvoorbeeld. Ik zou me omdraaien in mijn graf als hij zou komen. Bij leven wilde hij me niet, dan ook niet sentimenteel gaan doen als ik dood ben. Opzouten).

Ik heb altijd ingevuld gehad dat ik per se niet opgebaard wil worden. Omdat ik zelf niets met dode mensen heb. Het lichaam is wat mij betreft slechts een omhulsel en als iemands ziel of wat dan ook eruit is, lijkt iemand in de verste verte niet meer op wie hij was. Dat opbaarplan heb ik inmiddels maar bijgesteld. Want toen de vader van Vlam overleed, zag ik hoe belangrijk het voor hem was dat SchoRo nog een weekje thuis lag. Elke keer weer ging de deksel van de kist en wilde Vlam zijn vader aanraken, of kussen. Ik gun Vlam die lol dan ook maar als ik dood ben. Als ik maar geen attractie ga worden, dat mensen die ik amper kende zich gaan vergapen aan mijn dode lichaam. Ik wil uitsluitend voor intimi te kijk liggen.

Ik weet ook heel goed wat ik niet wil op mijn crematie: koffie uit Bravilor kannen, in van die witte, gestapelde kopjes. Bah!

Cake en suffe assorti boterkoekjes zijn ook ten strengste verboden. Evenals zachte, witte puntjes met ham en kaas en zo’n overleden blaadje sla erop. Aan één lijk hebben we genoeg toch? Drank moet er zijn. En énorme schalen met bittergarnituur.

Ik wil niet naast plastic planten of nepkaarsen neergezet word. Dat vind ik zo smakeloos.

En er moet gelachen worden. Ik houd namelijk van veel en hard lachen. En cynisme. Tuurlijk is het een énorm gemis voor de wereld als ik weg ben, dat realiseer ik me ten zeerste, maar dat betekent niet dat er geen lol mag zijn. Ik wil graag een paar speeches met leuke anekdotes over mijn missers en mijn zwakheden. Lang leve de zelfspot, ook na de dood.

En wat betreft de muziek: Sometimes It Snows In April van Prince wil ik graag. En een gedeelte van de Carmina Burana. Big Girls Don’t Cry van Fergie. Secrets van One Republic. Beautiful Day van U2. En de rest laat ik over aan Vlam en Jill. Het gaat om hen, niet om mij.

En Vlam heeft instructies gekregen om me hier en op Facebook netjes af te melden.

Nou ja. Tijd zat nog. Ik heb geen plannen om te gaan hemelen. Ik ging namelijk voor ‘en ze leefde(n) nog lang en gelukkig’

Bron: Pixabay.com