Blogbelemmeringen.

Eens in de zoveel tijd heb ik er weer last van: blogbelemmeringen.

Dan zit ik te turen naar mijn laptop, borrelt het in mijn hoofd van de verhalen, maar komt er niks uit. Dan typ ik wat en backspace ik weer. Toch maar niet.

Ik heb diverse redenen waarom ik heel veel van wat ik schrijf niet publiceer.

Uit ‘angst’ voor de azijnpissers. Er zijn mensen die het niets kan schelen wat anderen van hen vinden. Die er niet warm of koud van worden of het er soms hard aan toe gaat in de virtuele wereld. Ik kan er niet zo goed tegen. Kritiek in het algemeen al niet, want ik ben veel te perfectionistisch. Maar echt harde woorden? Vreselijk. Ik heb een enorme hekel aan spanning. Ik loop er het liefst voor weg. Om die reden vermijd ik veel onderwerpen. Ik wil energie krijgen van schrijven. Het moet me niet leegzuigen.

Ook zoiets. Hoeveel patiënten lezen er hier mee? Ik schrijf met enige regelmaat over mijn werk. Wat kan wel en wat kan niet? Ik verdraai sowieso altijd de feiten. Een man wordt een vrouw en gisteren was eigenlijk drie maanden geleden. In die trant. Ik kan ook wel eens negatieve zaken over mijn werkgever met u delen. En hem op de hoogte stellen van waar mijn blog zich bevindt, is zomaar gebeurd. Moedwillig of per ongeluk.

Welke van mijn familieleden komen hier regelmatig? Het is een makkelijke manier om te kijken hoe het met me gaat. Voor mensen die te laf of rancuneus zijn om contact met me op te nemen en het me gewoon te vragen. Stiekem meelezen is makkelijker. Eigenlijk zou er er maling aan moeten hebben, maar toch steekt het me. Ik begrijp niet dat er mensen zijn die mij niet meer willen zien, maar hier wel komen lurken.

Idem dito wat betreft de schoonfamilie. Zoals bekend blog ik zelden over ze. Toevallig twee weken geleden. Ik somde op om welke redenen ik liever niet met ze op vakantie wilde. Prompt las mijn zwager dat stukje en was beledigd. Ik kreeg dat via Vlam te horen. Nooit, in al die ruim zeven jaar dat ik hier schrijf is er interesse, en uitgerekend zo’n stukje wordt wél gelezen. Mijn broek zakte af.

Dat gebeurde ook toen ik de eerste keer schreef over het nieuwe bedrijf van Vlam. Ik schreef geheel des Klivia’s daar een stuk over. Ik had Vlam van te voren gewaarschuwd: dit is mijn plek en ik schrijf wat ik wil. Wil je echt reclame of een persbericht? Niet bij mij zijn. Ik doe dingen op mijn manier. Túúrlijk kreeg ik (van mensen die nog nooit de moeite hebben genomen überhaupt een letter van me te lezen) kritiek. Dit was toch geen reclame? Wat een raar stuk! En met zo’n morbide rijmpje erin. Dat kon toch niet?

Jawel beste mensen, dat kan wél.

Want dit is potverdomme mijn blog!

En bevalt het u niet? Sta ik geheel per ongeluk op uw lange tenen of heb ik uw tere zieltje gekwetst?

Mea culpa.

My ass.

En ja: ik moet een dikkere huid kweken. Ben ik mee bezig. Maar eerst mijn hersenvliezen.

Bron: Pixabay (2355684)

Neem er nog eentje!

Jill had afgelopen weekend een verjaardagsfeestje van een vriend. Gewoon bij hem thuis.

Er was bier ondanks dat het gros vijftien en zestien jaar was.

Ik heb daar zelf absoluut geen probleem mee. Jill mag van ons ook al enkele jaren alcohol drinken, ook al wordt ze in maart pas achttien.

Wij zijn van mening dat je beter in de veilige omgeving van je eigen huis af en toe een glaasje kunt nemen om te zien en te ervaren wat alcohol met je doet. En daarbij: ik ben zelf puber geweest, Vlam ook. En wij weten dat wanneer je iets verbiedt, het des te aantrekkelijker wordt. En als ik iets niet zou willen, is het dat Jill ergens anders losgaat, ziek wordt, risico’s gaat nemen, een makkelijk doelwit wordt van wie dan ook. Of verzin het maar. Brrr…

Terug naar het feestje.

Vader en moeder van het feestvarken waren gewoon thuis. Weliswaar boven. Maar aanwezig. Vader schijnt zo nu en dan met een schaal bitterballen rond te zijn gegaan.

En tóch had een aantal jongens zoveel gezopen dat het mis ging. Eentje kotste de gang onder. En een tweede was zo apathisch dat hij op de bank zijn plas heeft laten lopen.

Ik heb zelf toen/ooit en de laatste jaren ook wel eens te diep in het glaasje gekeken, maar het zó bont gemaakt dat ik heb staan overgeven? En láát staan dat ik zo ver heen was dat ik in mijn broek heb gepiest.

Volgens mij moet je bij in je broek piesen ladder- maar dan ook ladderzat zijn. Tegen de beruchte comagrens aanzitten.

Jill zei ook dat hij echt wezenloos op de bank zat.

Kijk, en dát vind ik dus niet kunnen. Je mag van mij drank schenken op de verjaardag van jouw zoon die zeventien wordt. En je mag het van mij (uitsluitend na akkoord van de andere ouders) ook aan anderen geven. Maar als toeziend ouder heb je de verantwoording. Kom op zeg! Je loopt rond met bitterballen en de beste vriend van je zoon zit daar glazig voor zich uit te staren? Dan zíé je toch dat het veel te veel is? Je ként die jongen toch door en door? Dan had je als ouder al uren daardoor ‘nee’ moeten verkopen. En als het stiekem gebeurd was, zuipen in de tuin bijvoorbeeld, dat hij ‘ineens’ dronken was, dan had je zijn ouders moeten bellen en moeten vragen of ze hem op wilden komen halen. En als ze voor hadden gedronken, dan heb je ze toch binnen zien komen? Als nuchter persoon zie je toch van een kilometer afstand al dat iemand aangeschoten of dronken is?

Ik vind dat je zeker niet door moeten schenken of had moeten doen alsof je neus bloedt.

De ouders van de jarige job hebben overigens ook niets gezegd na afloop. Hebben kots en urine opgeruimd en aan zoon gevraagd of hij het naar zijn zin heeft gehad.

On-be-grij-pe-lijk!

Volgens mij missen die mensen zelf een aantal hersencellen.

Bron: Pixabay.com (3027249)

Buurjolijt

Loesje en wat andere mensen waren nieuwsgierig naar onze buren. De Tokkies. Die ons echt jarenlang behoorlijk wat overlast hebben bezorgd.

Voor de nieuwkomers: een ontzettende asociale Hagenees, een Bulgaarse kuthoer (de buurman noemde haar altijd zo dus ik weet niet beter dan dat ze zo heet) en hun twee zonen. Met wie ik altijd intens medelijden heb gehad. En hun Sint Bernard. Een kalf van een hond die elke dag alle trappen af moest, twee rondjes rond de dichtstbijzijnde boom mocht lopen en dan weer naar boven sjokte. En úren blaffend op het balkon stond, als Epie en Lepsie weer eens de hort op waren. Oh. En ze hadden een kat. Waarvan ik vermoed dat hij COPD had van al dat meeroken. Kan niet anders.

Ze hadden nooit ergens geld voor, maar voor roken natuurlijk wel.

Op een gegeven moment werden ze zelfs afgesloten van gas en elektra. Er kwam een allesbrander waarin de buurman alles dat hij bij de vuilcontainers vond en maar een fractie hout bevatte, ingooide. Toen er een schoorsteenbrand ontstond omdat de schoorstenen al sinds 1989 niet meer in gebruik waren én wij ons beklag deden dat wij dagelijks van vroeg tot laat uitgerookt werden, kwam er via de rechter een verbod. De kachel moest weg. Toen ging de buurman maar illegaal stroom aftappen vanuit het portiek. En dat vond -echt heel raar- de politie niet goed. En jeugdzorg was het er niet mee eens dat een kind opgroeide zonder basisbehoeftes.

Op een avond kwam er een politiebusje met daarin een aantal agenten en een stormram. Om hun jongste zoon mee te nemen. De oudste was inmiddels al vertrokken uit het ouderlijk nest. Naar de jeugdgevangenis.

Ik zag de buurvrouw vlak na de uithuisplaatsing. Ik heb nog nooit iemand gezien die zo verslagen was als zij. Ondanks het feit dat ze me jarenlang op allerlei gebied het bloed onder de nagels vandaan heeft gehaald, had ik behoorlijk medelijden met haar.

Maar niet genoeg om haar te hulp te schieten toen zij twee weken later door de buurman uit huis werd gezet.

Die vrouw kon krijsen, bizar. Dagelijks ging ze dwars door de pijngrens heen. Ik (en alle andere mensen uit ons portiek) trokken bijna champagne open toen ze weg was. Rust! Eindelijk.

Dus toen ze vloekend en tierend op een mooie zondagmorgen het pand verliet, was er geen hond die haar hielp of te woord stond, of zelfs maar de deur opendeed om te kijken wat er aan de hand was.

En een paar maanden later volgde de buurman. De rechter heeft zonder aarzeling het huurcontract ontbonden wegens het meerdere malen in gevaar brengen van zijn buren.

Inmiddels hebben we een nieuwe buurvrouw. Begin twintig, alleenstaand, dochtertje van zes.

Maar het mooiste aan haar is dat ze stil is. Muisstil. Het is dat ik haar ’s morgens op weg naar mijn werk zo nu en dan tegenkom. Anders zou ik me afvragen of er in het voormalige tokkiehuis überhaupt nog wel iemand woonde.

Zálig.

Bron: Pixabay.com (1040957)

Compleet op mijn gemak.

Janny vroeg me het volgende: wat is een plek (gebouw, park, restaurant, vul maar in) in jouw woonplaats, behalve jullie huis, waar jij van zegt “daar voel ik me helemaal thuis”. En waarom dan?

Nou. Dat wordt een heel kort blogje als ik me puur op de vraag richt.

Nergens.

Echt alleen thuis.

Daarvoor heb ik twee redenen.

Nummer één: ik woon in de Randstad.

In 2005 ben ik hier naartoe gekomen omdat ik verliefd werd op iemand die hier vandaan kwam. Lang verhaal kort: drank, vreemdgaan en mishandeling op diverse fronten. Uiteindelijk werd ik depressief en toen ik helemaal op en murw was, ben ik weggegaan bij hem.

Ik heb toen heel erg gedubd over wat te doen. Hier blijven of teruggaan naar Zierikzee, waar ik het gelukkigst ben geweest? Ik koos voor optie één. Vanwege mijn werk. In Zierikzee zijn -pak ‘m beet- vijf huisartsen en er komt alleen een vacature praktijkondersteuner vrij als er eentje zou overlijden. (Of die net als ik ook zo gek is om weg te gaan daar).

Ik heb echt niks met de Randstad. Nog steeds niet en ik woon hier nu ruim twaalf jaar. Ik woon in een middelgrote stad en het is mij gewoon te druk. En het is hier nooit helemaal donker en nooit compleet stil. Waar ik ook wandel of fiets, ik hoor het verkeer op de achtergrond. En hier zijn de mensen egocentrischer en ongeduldiger. En hoe graag iedereen het ook wil, het wérkt niet, tig culturen en veel te veel mensen op zo weinig vierkante kilometers. Het geeft spanning. Waar wij wonen heb ik daar geen last van, daar waar ik werk wel.

Ik zou graag ooit hier weer weg willen. Maar zoals de zaken er nu voorstaan, duurt dat nog wel even. Jill die nog thuis woont. Onze financiën. Mijn schoonmoeder die in de buurt woont en waarvan ik weet dat Vlam haar niet ‘in de steek wil laten’. Zijn nieuwe bedrijf.

Persoonlijk zou het me niet uitmaken waar ik naartoe zou gaan. Als het maar weg is uit de stad. En als ik maar plekken heb waar ik niks hoor. En dat wanneer het donker is, ik de sterren kan zien. Mag hier in Nederland zijn, mag ook de grens over zijn.

Maar het meest doorslaggevend voor mijn ‘nergens zo fijn als thuis voelen’ heeft te maken met mensen. Ik ben erg gevoelig voor emoties van andere mensen. En ik voel me zelden 100% op mijn gemak moet ik eerlijk zeggen. Voor mij is het extreem belangrijk me veilig te voelen. Bij mensen te zijn die me nemen zoals ik ben. Die me snappen en accepteren. Weten waarom ik heel erg op mezelf kan zijn. Soms knalhard ben en veel te direct. Die mijn achtergrond kennen en me nemen met al mijn eigenaardigheden.

Ik heb er wel een paar hoor. Van die mensen.

Maar het allerfijnste voel ik me bij Vlam en bij Jill.

Thuis dus.

Home sweet home.

Bron: Pixabay.com (3112438)

 

De balans opmaken.

Ziek zijn heeft ook voordelen. Zeggen ze.

Als je -zoals in mijn geval- echt in het ziekenhuis terecht komt en je enkele momenten zorgen maakt over wat je nou hebt en of het wel goedkomt, dan ga je toch liggen denken over de zin en onzin van het leven. Je moet wel. Want je realiseert je dat het zomaar ineens over kan zijn. Of dat alles honderdtachtig graden verandert.

In mijn geval is er weinig spectaculairs gebeurd. Ik heb wat minuscule veranderingen doorgevoerd die mij wat meer ontlasten. En misschien ben ik iets meer gaan waarderen hoe lief Vlam voor me is.

Maar verder?

Ik ben niet veranderd in een sentimentele muts en jubel nog steeds niet om elk zonnestraaltje dat mijn huid raakt en elke krokus die ik zie uitkomen. Ik ben en blijf mezelf. De enigszins cynische en zwartgallige Klivia.

En dit is misschien even schrikken voor u, maar persoonlijk vind ik het leven niet heel bijzonder of leuk. Eerlijk gezegd vind ik het een enorme reeks van verplichte nummers. Ik vind het leven echt redelijk zinloos. Hoeveel van de tijd die je hebt kun je nou besteden aan zaken waarvan je hart echt sneller gaat kloppen? Hoe vaak ben je écht gelukkig? Dat is toch niks op die drieëntachtig jaar en een paar maanden dat je op aarde bent? Daartussen doe je je ding, verdien je geld, betaal je je rekeningen, toon je heel veel sociaal wenselijk gedrag en voer je regelmatig een Oscarwaardig toneelstukje op.

En als je mazzel hebt je ontmoet mensen (of je geeft ze zelf het leven) die je leven tijdelijk aangenamer maken. Die je laten lachen. Waarmee je mooie gesprekken kunt voeren, waarbij je hart kunt luchten. Waarvan je zelfs misschien wel gaat houden. En die maken je weer enorm kwetsbaar. Want je maakt je steeds zorgen om ze. Of ze niet teveel pijn hebben. Of dat hoge cholesterol niet de boel gaat afsluiten. Of ze niet te hard rijden, teveel drinken of roken. Of dat paard wel te vertrouwen is. Of die ambulance die je met gillende sirenes voorbij hoort komen niet toevallig jouw dochter op gaat halen die aangereden is door een dronken vent. En als je man twee uur later naar bed komt dan normaal, maak je je stiekem toch druk. Want hij zou toch geen hartinfarct hebben gehad en daar dood op de bank liggen?

En als ik mijn rondje verzorgingshuis weer heb gedaan ben ik soms ronduit bang. Ik geef het eerlijk toe. Hoeveel pijn ga ik nog krijgen? Word ik eenzaam? Ben ik straks volledig afhankelijk geworden? Beland ik in een hospice, verteerd door kanker? Heb ik jaren van weduwe zijn voor de boeg?

Het is niet zo dat mijn leven alleen maar draait om angst en dat ik een soort Maarten van Rossem-achtig figuur ben dat alles en iedereen afzeikt. Tuurlijk zijn er ook momenten dat ik gelukkig ben.

Geen zorgen.

Maar eerlijk?

Neh…

Bron: Pixabay (1756274)