Ik heb er zo maar een paar ja.

Tekortkomingen.

Waar zal ik eens beginnen?

Met mijn perfectionisme; dat lijkt me een mooie. Omdat dat de moeder der tekortkomingen is bij mij. Door mijn perfectionisme houd ik andere zaken in stand en kan ik me vreselijk schuldig voelen als ik ‘iets niet goed’ heb gedaan. Soms echt idioot lang.

Zo doolt er al jaren in mijn hoofd een blog dat ik niet had moeten schrijven, een heel tussengerecht dat een grote groep mensen onder mijn hoede nooit ontvangen heeft, ik kan me een aantal snauwerige opmerkingen richting Jill herinneren. Diverse opmerkingen die ik beter had kunnen inslikken.

Ik ben erg ongeduldig.

Zes uur is zes uur bij mij en niet tien over zes. Ik weet zelf ook wel dat de wereld niet vergaat als we een kwartiertje later aan tafel gaan, maar ik word er chagrijnig van. Kom gewoon op tijd.

Afspraak = afspraak. Ben je niet 100% zeker van het feit of je je belofte na kunt komen, houd dan je mond. Mensen die dingen beloven en niet waarmaken? Aaarrgggh! En dat hoeven geen eeuwige trouw, een enorm cadeau of wat dan ook groots en meeslepend te zijn. Een appje vergeten te sturen wekt al irritatie op. Of teleurstelling.

Ik ben soms te snel met reageren, te primair. Ik ben ook te eerlijk soms. Belast mensen met informatie die ze beter niet kunnen hebben. Ik word er beter in, hoe ouder, hoe gereserveerder. Maar er valt nog wel wat te schaven aan me.

Ik kan idioot fel en emotioneel reageren als mij onrecht wordt aangedaan.

Ik kan -helaas- slecht tegen kritiek.

De afgelopen week ben ik hier druk mee in mijn hoofd. Ik durf van mezelf echt wel op te noemen wat de hel er allemaal wel niet mis is met mij. Zelfreflectie heb ik zat.

Waarom ben ik er zo mee bezig?

Ik kreeg via diverse kanalen te horen (onder andere mijn eigen man) dat mijn werkgever kritiek op mij had via een foto van ons team (vijf man sterk) die in de praktijk hangt. Ik sta daar in het midden en dat is volgens Peter precies zoals ik ben. Ik wil altijd de baas spelen en mijn zin doordrijven. Ik ben een type dat in het middelpunt van de belangstelling wil staan. Hij, de baas hoort in het midden te staan.

Nou kun je veel van me zeggen, maar al die opmerkingen zijn flauwekul van de bovenste plank. En dan druk ik mij nog zeer netjes uit. De stoom komt -as I write- bijkans uit mijn oren en ik wil u behoeden voor een fraaie verzameling Rotterdamse scheldwoorden die als enigszins schokkend kunnen worden ervaren.

De fotograaf heeft ons op die manier geplaatst. Op basis van de kleuren die wij droegen en onze lichaamslengte. Peter is een ruime kop groter dan de rest, dus hij werd aan de zijkant gezet.

Ik háát op de foto staan.

Ik was op dat moment dikker dan ooit en blaakte niet bepaald van het zelfvertrouwen.

Ik ben dan wel een redelijk opvallende persoonlijkheid, maar zal mezelf nooit op de voorgrond plaatsen.

Als je de foto zou zien, zie je een zeer timide vrouw die haar armen beschermend om zich heen heeft geslagen.

Ik denk dat het heel goed zou zijn als de man die al die kritiek op mij heeft, ook eens een soortgelijk blogje over zichzelf zou schrijven.

Als hij dat kan tenminste.

Ik vraag het me af.

(En toch deed het me pijn. En is het niet handig gezien de situatie waarin ik nu verkeer. Al die extra stress…)

Bron: pixabay.com (428388)

Verrassing!

Ik schijn nieuwsgierig te zijn.

Niet als het om privégegevens van andere mensen gaat. Niet als ik een politiewagen zie in de straat, dat ik dan wil weten wat er aan de hand is. Ik fiets zonder te kijken langs gebeurde ongelukken. Je kunt mij ook zo in je huis laten logeren, ik zal nooit gaan graven in uw lades met ondergoed. Of lekker in de fotoalbums gaan zitten snuffelen. Dat soort zaken interesseert me echt nul komma nul. Privé is privé, ik ben daar zelf ook redelijk lastig in en met.

Nee , cadeautjes; dáár gaat het om.

Als ik weet dat er in huis ergens een pakje voor me is, wil ik weten wat het is. Nú!

Vlam weet dat en pest me er behoorlijk mee. Hij zet net zo makkelijk, puur om mij te zieken, mijn verjaardagscadeautjes wéken van te voren pontificaal in de vensterbank. Best irritant. Ik geef ook toe dat ik dan ook gewoon ga rammelen en voelen. Of lichtjes aan het plakband ga peuteren. Heel volwassen. Not.

Van mevrouw Williams kreeg ik enige Kersten geleden een advent-doos. Voor elke dag een envelop met een cadeautje. Ik heb in één avond alle vloppen opengerukt. Kon me totaal niet beheersen. Té triest, ik weet het.

Vroeger als kind had ik daar al last van.

Op zolder hadden we van die houten schotten en daarachter lagen spullen die we niet vaak nodig hadden. Enkele weken voor mijn elfde verjaardag, ontdekte ik daar “echt zomaar en geheel spontaan” een witte kooi met een pluche cavia erin. Het mysterie was ontrafeld, ik zou een cavia krijgen… Ik kon weer rustig slapen.

Vlam is nul komma nul nieuwsgierig. Ik probeer hem wel eens uit zijn tent te lokken door te zeggen dat ik zoiets tofs voor hem heb gekocht. Dat ik echt heel benieuwd ben wat hij er van zal vinden.’Oh’ zegt ie dan. Nul getriggerd. ‘Ik zie het vanzelf wel’. En dat was het dan. Super irritant.

Maar op de één of andere manier heeft hij echter wel de gave zijn cadeautjes bijna altijd te vinden. Echt per ongeluk. Zo komt hij dus (tot mijn grote verdriet maar dat is een ander verhaal) NOOIT in een bak met schoonmaakmiddelen die ik onder in een keukenkastje heb staan. Afgelopen Kerst trof ik hem ineens op zijn kop aan, zoekend naar  een spray voor zijn schoenen. “Wat is dit voor tasje?” zei hij. “Hè? Borden? Wat doen die hier nou?”

Zucht.

Deze ezel heeft daarvan geleerd en tegenwoordig stop ik cadeautjes in een doos en schrijf er met een dikke marker op dat hij er met zijn fikken vanaf moet blijven.

En dat helpt.

Zelf heb ik het makkelijk dit jaar. Ik hoef geen zenuwen in bedwang te houden. Woensdag aanstaande ben ik jarig en ik heb op Vlams verzoek zelf mijn cadeautje besteld. En hij heeft het geld overgemaakt naar mijn rekening. (Na even fijntjes helpen te herinneren. Het namelijk ook nog zelf betalen ging me écht te ver).

Persoonlijk hoop ik wel dat er met Kerst iets meer verrassing gaat zijn.

Want het geeft toch wel enige sjeu.

Niet weten wat je krijgt.

Geschreven taal is en blijft een lastig iets.

Ik neem verantwoording voor wat ik schrijf, niet voor wat u leest.

Bovenstaande tekst werd ooit door Marjan naar me gemaild, één van mijn volgsters. Iemand met wie ik in de afgelopen jaren een digitale vriendschap heb opgebouwd. (En wie ik zeer gaarne dit jaar nog live wil spreken. Hinterdehint).

Het dekt volledig de lading over wat er hier gepubliceerd wordt en sindsdien is het ook mijn leus. Ik heb in de loop der jaren gemerkt dat ik ongewild zo nu en dan mensen kwets, onder hun stenen vandaan lok of zelfs tegen het zere been schop. Ik noem de hondenbezitters onder u, de obesitassers, mannen en vrouwen in uniseks kleding, rokende moeders… Met een paar zinnen kan ik blijkbaar bij hele doelgroepen tegelijk op de tenen gaan staan.

Bijzonder is dat, dat mensen altijd dát uit (mijn) teksten pikken, wat hen aanspreekt. Dat je uit een stukje tekst zoveel verschillende interpretaties kunt halen.

Het is net zoiets dat wanneer je zwanger bent, het lijkt alsof de halve wereld een kind verwacht. Of wanneer je op dieet ben, dat echt álle reclames op tv gaan over chocolade en hamburgers. En heb je je arm in het gips, kom je op straat plotsklaps overal fractuurcollega’s tegen.

Selectief kijken, lezen, horen, beleven. Dat is wat mensen doen.

Ik geef eerlijk toe dat ik heel soms heel bewust een klein ballonnetje tekst oplaat met informatie waarvan ik hoop dat degene die ik bedoel snapt dat het over hem/haar gaat. Wie de schoen past, trekke hem aan. Ik doe dat overigens niet om te kwetsen, maar wel om te triggeren. Ik hoop dat degene voor wie ik de boodschap bedoelde, gaat nadenken over hoe sommige dingen op mij overkomen. Wat het met me doet. Waarom ik soms reageer zoals ik dat doe.

Het zijn geen steken onder water, het zijn prikkels voor het brein. Ik heb namelijk geen zin (meer) om doorlopend als een bok op een haverkist te springen over alles wat mij aangaat. Overal mijn mening over te geven. Vroeger deed ik dat wel. Dood- en doodmoe werd ik van mezelf. Nu steek ik intern mijn middelvinger op en bijt ik het puntje van mijn tong af en leg ik het meeste naast me neer. Maar soms laat ik dingen even betijen, vind ik het in eerste instantie niet waard om een reactie op te geven maar doe ik het alsnog. Via dit blog aka mijn klankbord. Dan kan ik het toch niet laten mijn mening te geven.

Maar het gros van mijn verhaaltjes gaat gewoon over mij, mijn emoties en mijn (belevings)wereld. Ik ben iemand die op geen enkele groep mensen neerkijkt, heel erg veel zelfspot heeft, regelmatig de hand in eigen boezem steekt en heel erg goed weet dat ook ik legio echt tekortkomingen heb. Net als alle andere mensen. Ik voel me op geen enkel vlak meer of beter dan wie dan ook.

Dus nogmaals: ik neem verantwoording voor wat ik schrijf, niet voor wat u leest. Knoop dat even in uw oren, al lezende.

Dank!

Oudste dochter.

Bij mijn blogcollega Gitta kwam ik onderstaande leuke lijst tegen van zaken die toegeschreven worden aan oudste kinderen/dochters.

Ik ben ook eentje. Mijn zus is twee jaar jonger dan ik. En ik heb een broertje dat vijfenhalf jaar met mij scheelt.

Komen ze, de stellingen:

Een oudste dochter heeft altijd haar werk op tijd af en komt nooit ergens te laat.
Schuldig. Ik neig wel naar alles op het laatste moment doen, maar ben puntje bij paaltje nooit te laat met iets. Qua ergens opdagen: ik ben zo’n type dat véél te vroeg ergens is. Ik ga liever ergens om de hoek nog op het gemakkie koffie drinken dan dat ik met zweet in de bilnaad ergens moet binnenrennen.

Een oudste dochter heeft een extreem verantwoordelijkheidsgevoel. Check. Tenminste: vroeger. Gék werd ik soms van mezelf. Ik moest alles en iedereen in de gaten houden en voor ze zorgen. Dat heb ik niet meer. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun daden en hun leven. Zet ‘m op zou ik zeggen. Ik heb het al druk genoeg met mezelf.

Een oudste dochter is nogal overheersend en is een controlfreak. Dat eerste valt wel mee denk ik. (Toch Vlam?) Dat tweede is absoluut waar. Ik houd ervan de teugels in eigen handen te houden. Er zijn weinig zaken die ik overlaat aan een ander. De vaatwasser uitruimen, daar maak ik graag een uitzondering voor.

Een oudste dochter bemiddelt graag zodat er geen onderhuidse spanningen zijn. Hmmm. Ik probeer altijd wel compromissen te sluiten. Maar meestal loop ik weg voor spanningen. Teveel meegemaakt en geen zin meer in. Mits het de thuissituatie betreft, dat vind ik de moeite waard om mijn energie in te steken.

Een oudste dochter neemt gemakkelijk de leiding. Klopt. Ik zal nooit schreeuwend en duwend mezelf op de voorgrond zetten, maar ik ben wel iemand die makkelijk het voortouw neemt en de veelal aarzelende en treuzelende meute beweegt tot iets. Afwachten is niet mijn stijl.

Een oudste dochter is soms nogal bazig. Ik bazig? Nee, zo zou ik het niet willen noemen nee. Ik vind het echter wel heel prettig als dingen gaan zoals ik dat wil. Maar ik ben geen doordrukker. Kan het niet, ook goed. Mits ik ergens écht niet achter sta, dan kan iedereen mijn rug op en kies ik mijn eigen weg.

Een oudste dochter wil altijd alles goed doen. Dat klopt wel ja. Ik kan me fouten van járen geleden herinneren en daar nog steeds van balen. Zo nu en dan “poppen” ze op in mijn hoofd. Ik zou ze heel graag willen kunnen herstellen. Stom dat ik er zo lang mee blijf doorlopen.

Een oudste dochter heeft de neiging om een beetje jaloers te zijn op haar jongere zus of broer. Nee, onzin. Daar heb ik totaal geen last van. Ik zou op geen enkel vlak willen ruilen met broer en/of zus. Nu niet, maar als kind ook niet.

Een oudste dochter is vaak nogal serieus (serieuzer dan broers en/of zussen). Ik denk wel dat ik serieus ben ja. Maar meer dan zij? Neh. We zijn alle drie mensen die zaken serieus aanpakken, maar ook veel humor hebben.

Een oudste dochter twijfelt altijd aan zichzelf: “Doe ik het wel goed genoeg? Straks kan ik het niet”. Geen last van. Zolang mijn hormonen zich koest houden dan hè? Zijn die van de leg, dan keldert mijn zelfvertrouwen tot onder zeeniveau. Buiten die periodes ben ik zeer zeker van mezelf en mijn kunnen.

Klaar!

Wie jat ‘m?