Geschreven taal is en blijft een lastig iets.

Ik neem verantwoording voor wat ik schrijf, niet voor wat u leest.

Bovenstaande tekst werd ooit door Marjan naar me gemaild, één van mijn volgsters. Iemand met wie ik in de afgelopen jaren een digitale vriendschap heb opgebouwd. (En wie ik zeer gaarne dit jaar nog live wil spreken. Hinterdehint).

Het dekt volledig de lading over wat er hier gepubliceerd wordt en sindsdien is het ook mijn leus. Ik heb in de loop der jaren gemerkt dat ik ongewild zo nu en dan mensen kwets, onder hun stenen vandaan lok of zelfs tegen het zere been schop. Ik noem de hondenbezitters onder u, de obesitassers, mannen en vrouwen in uniseks kleding, rokende moeders… Met een paar zinnen kan ik blijkbaar bij hele doelgroepen tegelijk op de tenen gaan staan.

Bijzonder is dat, dat mensen altijd dát uit (mijn) teksten pikken, wat hen aanspreekt. Dat je uit een stukje tekst zoveel verschillende interpretaties kunt halen.

Het is net zoiets dat wanneer je zwanger bent, het lijkt alsof de halve wereld een kind verwacht. Of wanneer je op dieet ben, dat echt álle reclames op tv gaan over chocolade en hamburgers. En heb je je arm in het gips, kom je op straat plotsklaps overal fractuurcollega’s tegen.

Selectief kijken, lezen, horen, beleven. Dat is wat mensen doen.

Ik geef eerlijk toe dat ik heel soms heel bewust een klein ballonnetje tekst oplaat met informatie waarvan ik hoop dat degene die ik bedoel snapt dat het over hem/haar gaat. Wie de schoen past, trekke hem aan. Ik doe dat overigens niet om te kwetsen, maar wel om te triggeren. Ik hoop dat degene voor wie ik de boodschap bedoelde, gaat nadenken over hoe sommige dingen op mij overkomen. Wat het met me doet. Waarom ik soms reageer zoals ik dat doe.

Het zijn geen steken onder water, het zijn prikkels voor het brein. Ik heb namelijk geen zin (meer) om doorlopend als een bok op een haverkist te springen over alles wat mij aangaat. Overal mijn mening over te geven. Vroeger deed ik dat wel. Dood- en doodmoe werd ik van mezelf. Nu steek ik intern mijn middelvinger op en bijt ik het puntje van mijn tong af en leg ik het meeste naast me neer. Maar soms laat ik dingen even betijen, vind ik het in eerste instantie niet waard om een reactie op te geven maar doe ik het alsnog. Via dit blog aka mijn klankbord. Dan kan ik het toch niet laten mijn mening te geven.

Maar het gros van mijn verhaaltjes gaat gewoon over mij, mijn emoties en mijn (belevings)wereld. Ik ben iemand die op geen enkele groep mensen neerkijkt, heel erg veel zelfspot heeft, regelmatig de hand in eigen boezem steekt en heel erg goed weet dat ook ik legio echt tekortkomingen heb. Net als alle andere mensen. Ik voel me op geen enkel vlak meer of beter dan wie dan ook.

Dus nogmaals: ik neem verantwoording voor wat ik schrijf, niet voor wat u leest. Knoop dat even in uw oren, al lezende.

Dank!

Crimineel gedrag.

Gisteren lag er een bekeuring in de brievenbus.

Vlam, die onverlaat, had maar liefst vier (!) kilometer te hard gereden en dat was reden om hem te beboeten. Zeventig euro. Kassa.

Ik ben een groot voorstander van straffen bij een “misdaad”, maar heb met dit soort “vergrijpen” altijd een beetje moeite.

Rijden en bellen, oké. Asociaal rijgedrag zoals afsnijden en bumperkleven, prima. Dikke prent. Vet te hard rijden, ook afstraffen die hap. Maar vier kilometer? Mán: ik ga harder op mijn loopband.

Zelf ben ik een enorme muts. Ik wil mezelf geen heilig boontje noemen, maar je zult mij niet snel betrappen op oneerlijk gedrag.

Ik ben namelijk gewoon niet geboren om crimineel te zijn. Ik heb ooit eens, ik was toen zeventien denk ik, zwartgereden in de bus. Op de plek op mijn strippenkaart waar de chauffeur zijn stempel zou zetten, had ik kaarsvet gesmeerd. Zodat ik na de rit de stempel eraf kon vegen en de kaart nog een keer kon gebruiken. Met zweet in den bilnaad stapte ik de bus in en nam plaats. Drie haltes verder stapten er twee controleurs in. Ik was de Sjaak. Boete van dertig gulden. Ik schaamde me kapot en heb de buurman gevraagd het over te maken voor me. Ik was als de dood dat ik er thuis gezeik om zou krijgen. Nooit meer gedaan.

Mijn zus was een dievegge van de bovenste plank. Ik kan me herinneren dat we eens in de Hema waren en ik bekeek een portemonnee van de Kleine Zeemeermin die ik graag wilde hebben, maar waar ik geen geld voor had. Toen we buiten kwamen, toverde zij ‘m gewoon uit haar jaszak. Ik heb al die tijd naast haar gestaan en niks gezien! Ik heb dat “cadeautje” aangenomen, maar er nooit van kunnen genieten.

Een vriendin van mij jatte kleding. Ze ging net zo makkelijk, zonder te verblikken of verblozen een pashokje in met diverse kledingstukken. En dan liep ze zo weer naar buiten, met vier truien over elkaar aan. Geen haan die daar naar kraaide. Bizar.

Onder invloed van mijn verderfelijke ex ben ik in een eetcafeetje wel eens weggelopen zonder te betalen. Ik schaam me er nog voor. Het was zó niks voor mij. Een jaar of wat later, toen ik weg was bij hem en ik mezelf weer was, heb ik het bedrijf gegoogeld. Ik wilde geld opsturen, met een excuusbriefje erbij. Maar het bestond al niet meer. Daar baal ik nog steeds van.

Oh, en ik heb wel eens mijn eigen fooi gejat. Dan had ik me de hele avond de poten uit mijn lijf gelopen en kreeg ik een leuke tip. We hadden de afspraak alles te delen, ook met de keuken. Dat is wel eens mislukt. Dan stak ik de helft in mijn eigen zak. Niet netjes. Gelukkig zijn die keren op één hand te tellen.

Ik ben nou eenmaal van het mutsige type.

Mijn enige vergrijp is dat ik zo nu en dan door rood fiets.

Livin’ on the edge…

 

Niet heel erg charmant.

Afgelopen zaterdag vond ik het net even te heet qua temperatuur. Kijk dat het eindelijk wel weer eens tijd werd voor mooi weer, daar zijn we het met zijn allen wel over eens, of niet? Maar meteen zó smerig warm? Nergens voor nodig wat mij betreft. Ik was echt heel erg blij dat ik thuis kon blijven. Lekker nakend op de koele, leren bank kon blijven liggen, me minimaal inspannend. Het liefste was ik in de vriezer gekropen, bij alle waterijsjes.

Ik ben namelijk niet erg hitte-bestendig. Ik heb het eigenlijk altijd warm. Ook in de winter. Thuis hebben we eeuwig strijd over hoe hoog de kachel mag. Wat mij betreft is 19 graden meer dan zat. En Vlam zou het ‘m het liefste op 22 zetten. Ik draai ‘m wel eens stiekem terug omdat ik bijna ontplof. En dan gaat hij meteen piepen. Mij zul je zelden zien in dikke vesten of truien. En op de fiets, draag ik bijna nooit een winterjas. En handschoenen gebruik ik amper, dan moet het écht min tien zijn of zo. Ik kom wel eens mensen tegen op de fiets, die eruit zien alsof ze op poolexpeditie gaan. En dan kom ik voorbij, met een vestje aan. Dat openstaat en wappert in de wind.

En ik hoef me maar even in te spannen en ik zie er uit als een framboos.

Vroeger had ik een collega op wie ik smerig jaloers was. Al vielen de mussen dood van het dak, zij zag er altijd fris en fruitig uit. Alsof ze net uit de douche gestapt was. Haar netjes, make-up keurig. Blank en mat. Om door een ringetje te halen.

En dan liep ik er naast. Met zwarte vlekken onder mijn ogen van uitgelopen mascara. Met zo’n glimneus. Vurig rode wangen. Met natte slapen en van die kloppende aders. Erg charmant. En dan hebben we het nog niet eens gehad over wat er niet zichtbaar was. Natte rug. Klotsende oksels. Broeiend kruis.

Bah!

Mensen zoals zij zouden echt verboden moeten worden.

Afgelopen woensdag, toen ik klaar was in de sportschool, had ik weer even zo’n momentje. Ik gloeide helemaal. Komt de sportschooljuf naast me zitten en ze zegt ‘Nou, jij hebt je best gedaan hoor. Je hebt er een kleurtje van’.

‘Kleur-tje?’ zei ik? ‘Dat zeg je nog beschaafd. Ik zie er niet uit!’

Dat vond zij van niet, ze vond het wel schattig zei ze.

Nou ja. Wat is hier nou schattig aan? Ik vloek gewoon bij mijn ijsje!

Oudste dochter.

Bij mijn blogcollega Gitta kwam ik onderstaande leuke lijst tegen van zaken die toegeschreven worden aan oudste kinderen/dochters.

Ik ben ook eentje. Mijn zus is twee jaar jonger dan ik. En ik heb een broertje dat vijfenhalf jaar met mij scheelt.

Komen ze, de stellingen:

Een oudste dochter heeft altijd haar werk op tijd af en komt nooit ergens te laat.
Schuldig. Ik neig wel naar alles op het laatste moment doen, maar ben puntje bij paaltje nooit te laat met iets. Qua ergens opdagen: ik ben zo’n type dat véél te vroeg ergens is. Ik ga liever ergens om de hoek nog op het gemakkie koffie drinken dan dat ik met zweet in de bilnaad ergens moet binnenrennen.

Een oudste dochter heeft een extreem verantwoordelijkheidsgevoel. Check. Tenminste: vroeger. Gék werd ik soms van mezelf. Ik moest alles en iedereen in de gaten houden en voor ze zorgen. Dat heb ik niet meer. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun daden en hun leven. Zet ‘m op zou ik zeggen. Ik heb het al druk genoeg met mezelf.

Een oudste dochter is nogal overheersend en is een controlfreak. Dat eerste valt wel mee denk ik. (Toch Vlam?) Dat tweede is absoluut waar. Ik houd ervan de teugels in eigen handen te houden. Er zijn weinig zaken die ik overlaat aan een ander. De vaatwasser uitruimen, daar maak ik graag een uitzondering voor.

Een oudste dochter bemiddelt graag zodat er geen onderhuidse spanningen zijn. Hmmm. Ik probeer altijd wel compromissen te sluiten. Maar meestal loop ik weg voor spanningen. Teveel meegemaakt en geen zin meer in. Mits het de thuissituatie betreft, dat vind ik de moeite waard om mijn energie in te steken.

Een oudste dochter neemt gemakkelijk de leiding. Klopt. Ik zal nooit schreeuwend en duwend mezelf op de voorgrond zetten, maar ik ben wel iemand die makkelijk het voortouw neemt en de veelal aarzelende en treuzelende meute beweegt tot iets. Afwachten is niet mijn stijl.

Een oudste dochter is soms nogal bazig. Ik bazig? Nee, zo zou ik het niet willen noemen nee. Ik vind het echter wel heel prettig als dingen gaan zoals ik dat wil. Maar ik ben geen doordrukker. Kan het niet, ook goed. Mits ik ergens écht niet achter sta, dan kan iedereen mijn rug op en kies ik mijn eigen weg.

Een oudste dochter wil altijd alles goed doen. Dat klopt wel ja. Ik kan me fouten van járen geleden herinneren en daar nog steeds van balen. Zo nu en dan “poppen” ze op in mijn hoofd. Ik zou ze heel graag willen kunnen herstellen. Stom dat ik er zo lang mee blijf doorlopen.

Een oudste dochter heeft de neiging om een beetje jaloers te zijn op haar jongere zus of broer. Nee, onzin. Daar heb ik totaal geen last van. Ik zou op geen enkel vlak willen ruilen met broer en/of zus. Nu niet, maar als kind ook niet.

Een oudste dochter is vaak nogal serieus (serieuzer dan broers en/of zussen). Ik denk wel dat ik serieus ben ja. Maar meer dan zij? Neh. We zijn alle drie mensen die zaken serieus aanpakken, maar ook veel humor hebben.

Een oudste dochter twijfelt altijd aan zichzelf: “Doe ik het wel goed genoeg? Straks kan ik het niet”. Geen last van. Zolang mijn hormonen zich koest houden dan hè? Zijn die van de leg, dan keldert mijn zelfvertrouwen tot onder zeeniveau. Buiten die periodes ben ik zeer zeker van mezelf en mijn kunnen.

Klaar!

Wie jat ‘m?

Zo blind als een mol.

Gisteren heb ik nieuwe contactlenzen voor Jill besteld, want mevrouw is jammergenoeg weer achteruit gegaan wat betreft haar ogen. Dat heeft ze helaas van mij, die kippigheid. Ik geef niet alleen de leuke dingen door.

Ik ben zelf namelijk zo blind als een mol. Beide ogen zijn -6. Ik ben bijkans visueel gehandicapt. Loop ik mét hulpmiddelen (lees: lenzen) al tegen elke tafelhoek aan en stap ik mis bij stoepjes… Zonder mijn Air Optix vriendjes weet ik zeker dat ik binnen no-time op de SEH beland. Met of zonder onschuldige bijstanders.

Lig ik al in bed en Vlam komt binnen, dan herken ik hem aan zijn contouren. Ik kan zijn gezichtsuitdrukking niet zien, dat is een waas van roze en grijs. Máár: ik herken hem in ieder geval. Toch handig.

Als ik ’s nachts wil zien hoe laat het is, is dat een probleem. En dan hebben we echt een wekkerradio met alles verblindend, zelfs door je dichte oogleden heen doorstralend laserlicht. En nóg moet ik mijn gezicht tot tien centimeter bij de display brengen.

Ik zit dit nu te typen met bril op want ik ben net uit bed en dan wil ik nooit meteen mijn lenzen inproppen. Als ik mijn bril afdoe, dan kan ik niet eens de tekst voor me zien. En die zit op wat? Twintig centimeter? Dat is toch wel slecht niet?

Ik kan niet wachten tot ik echt een oud hek word, dan mag ik er ook nog een leesbril bij. Jippie. Goddank zijn er tegenwoordig contactlenzen met leesstukje erin. Zeker weten dat ik daar voor ga.

Oh, leuke anekdote nog:

Ooit, lang, lang geleden in de tijd die we de Middelbare schooltijd noemen, had ik een vriendin Marianne (die gelukkig overigens nog steeds in mijn leven is, en die ik geheel toevallig vanmiddag tref in Rotterdam. Er moet even serieus bijgepraat worden) en die had (heeft) weer een broertje. Broer Wim had een oogje op mij. Eén van de redenen was dat ik altijd zo mysterieus keek. Dat vond hij zo mooi aan mij.

De vader van Marianne en Wim was opticien. Op een dag heeft hun vader mijn ogen opgemeten en daaruit bleek dat ik zwaar bijziend was. Paps mat me contactlenzen aan en vanaf die dag ging er een wereld voor me open. De kleuren, de scherpte, de diepte die ik ineens kon zien…! De mol veranderde in een havik.

Met het oplossen van mijn persoonlijke mist, verdween ook die mysterieuze blik in mijn ogen. Die bleek namelijk alleen voort te komen uit het feit dat ik geen ene zak zag. Ik leefde volledig in mijn eigen beperkte visuele wereldje. En Wim? Die was weer een illusie armer.