Oudste dochter.

Bij mijn blogcollega Gitta kwam ik onderstaande leuke lijst tegen van zaken die toegeschreven worden aan oudste kinderen/dochters.

Ik ben ook eentje. Mijn zus is twee jaar jonger dan ik. En ik heb een broertje dat vijfenhalf jaar met mij scheelt.

Komen ze, de stellingen:

Een oudste dochter heeft altijd haar werk op tijd af en komt nooit ergens te laat.
Schuldig. Ik neig wel naar alles op het laatste moment doen, maar ben puntje bij paaltje nooit te laat met iets. Qua ergens opdagen: ik ben zo’n type dat véél te vroeg ergens is. Ik ga liever ergens om de hoek nog op het gemakkie koffie drinken dan dat ik met zweet in de bilnaad ergens moet binnenrennen.

Een oudste dochter heeft een extreem verantwoordelijkheidsgevoel. Check. Tenminste: vroeger. Gék werd ik soms van mezelf. Ik moest alles en iedereen in de gaten houden en voor ze zorgen. Dat heb ik niet meer. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun daden en hun leven. Zet ‘m op zou ik zeggen. Ik heb het al druk genoeg met mezelf.

Een oudste dochter is nogal overheersend en is een controlfreak. Dat eerste valt wel mee denk ik. (Toch Vlam?) Dat tweede is absoluut waar. Ik houd ervan de teugels in eigen handen te houden. Er zijn weinig zaken die ik overlaat aan een ander. De vaatwasser uitruimen, daar maak ik graag een uitzondering voor.

Een oudste dochter bemiddelt graag zodat er geen onderhuidse spanningen zijn. Hmmm. Ik probeer altijd wel compromissen te sluiten. Maar meestal loop ik weg voor spanningen. Teveel meegemaakt en geen zin meer in. Mits het de thuissituatie betreft, dat vind ik de moeite waard om mijn energie in te steken.

Een oudste dochter neemt gemakkelijk de leiding. Klopt. Ik zal nooit schreeuwend en duwend mezelf op de voorgrond zetten, maar ik ben wel iemand die makkelijk het voortouw neemt en de veelal aarzelende en treuzelende meute beweegt tot iets. Afwachten is niet mijn stijl.

Een oudste dochter is soms nogal bazig. Ik bazig? Nee, zo zou ik het niet willen noemen nee. Ik vind het echter wel heel prettig als dingen gaan zoals ik dat wil. Maar ik ben geen doordrukker. Kan het niet, ook goed. Mits ik ergens écht niet achter sta, dan kan iedereen mijn rug op en kies ik mijn eigen weg.

Een oudste dochter wil altijd alles goed doen. Dat klopt wel ja. Ik kan me fouten van járen geleden herinneren en daar nog steeds van balen. Zo nu en dan “poppen” ze op in mijn hoofd. Ik zou ze heel graag willen kunnen herstellen. Stom dat ik er zo lang mee blijf doorlopen.

Een oudste dochter heeft de neiging om een beetje jaloers te zijn op haar jongere zus of broer. Nee, onzin. Daar heb ik totaal geen last van. Ik zou op geen enkel vlak willen ruilen met broer en/of zus. Nu niet, maar als kind ook niet.

Een oudste dochter is vaak nogal serieus (serieuzer dan broers en/of zussen). Ik denk wel dat ik serieus ben ja. Maar meer dan zij? Neh. We zijn alle drie mensen die zaken serieus aanpakken, maar ook veel humor hebben.

Een oudste dochter twijfelt altijd aan zichzelf: “Doe ik het wel goed genoeg? Straks kan ik het niet”. Geen last van. Zolang mijn hormonen zich koest houden dan hè? Zijn die van de leg, dan keldert mijn zelfvertrouwen tot onder zeeniveau. Buiten die periodes ben ik zeer zeker van mezelf en mijn kunnen.

Klaar!

Wie jat ‘m?

Zo blind als een mol.

Gisteren heb ik nieuwe contactlenzen voor Jill besteld, want mevrouw is jammergenoeg weer achteruit gegaan wat betreft haar ogen. Dat heeft ze helaas van mij, die kippigheid. Ik geef niet alleen de leuke dingen door.

Ik ben zelf namelijk zo blind als een mol. Beide ogen zijn -6. Ik ben bijkans visueel gehandicapt. Loop ik mét hulpmiddelen (lees: lenzen) al tegen elke tafelhoek aan en stap ik mis bij stoepjes… Zonder mijn Air Optix vriendjes weet ik zeker dat ik binnen no-time op de SEH beland. Met of zonder onschuldige bijstanders.

Lig ik al in bed en Vlam komt binnen, dan herken ik hem aan zijn contouren. Ik kan zijn gezichtsuitdrukking niet zien, dat is een waas van roze en grijs. Máár: ik herken hem in ieder geval. Toch handig.

Als ik ’s nachts wil zien hoe laat het is, is dat een probleem. En dan hebben we echt een wekkerradio met alles verblindend, zelfs door je dichte oogleden heen doorstralend laserlicht. En nóg moet ik mijn gezicht tot tien centimeter bij de display brengen.

Ik zit dit nu te typen met bril op want ik ben net uit bed en dan wil ik nooit meteen mijn lenzen inproppen. Als ik mijn bril afdoe, dan kan ik niet eens de tekst voor me zien. En die zit op wat? Twintig centimeter? Dat is toch wel slecht niet?

Ik kan niet wachten tot ik echt een oud hek word, dan mag ik er ook nog een leesbril bij. Jippie. Goddank zijn er tegenwoordig contactlenzen met leesstukje erin. Zeker weten dat ik daar voor ga.

Oh, leuke anekdote nog:

Ooit, lang, lang geleden in de tijd die we de Middelbare schooltijd noemen, had ik een vriendin Marianne (die gelukkig overigens nog steeds in mijn leven is, en die ik geheel toevallig vanmiddag tref in Rotterdam. Er moet even serieus bijgepraat worden) en die had (heeft) weer een broertje. Broer Wim had een oogje op mij. Eén van de redenen was dat ik altijd zo mysterieus keek. Dat vond hij zo mooi aan mij.

De vader van Marianne en Wim was opticien. Op een dag heeft hun vader mijn ogen opgemeten en daaruit bleek dat ik zwaar bijziend was. Paps mat me contactlenzen aan en vanaf die dag ging er een wereld voor me open. De kleuren, de scherpte, de diepte die ik ineens kon zien…! De mol veranderde in een havik.

Met het oplossen van mijn persoonlijke mist, verdween ook die mysterieuze blik in mijn ogen. Die bleek namelijk alleen voort te komen uit het feit dat ik geen ene zak zag. Ik leefde volledig in mijn eigen beperkte visuele wereldje. En Wim? Die was weer een illusie armer.