Daar op die Spaanse berg.

Mócht u nog eens in de buurt van Moraira komen, dan moet je absoluut hier gaan lunchen.

Het eten is niet hoogstaand, maar superlekker, kraakvers, erg goedkoop (hoofdgerecht zeven euro, fles wijn negen) en de ambiance is echt top.

Wij kwamen er op een bloedhete middag aan. Slingerslanger via de berg omhoog. Steile wegen, geen vangrails maar rotsblokken en al rijdende vraag je je af waar je in vredesnaam gaat uitkomen.

Oh: er zijn op die bergtop maar liefst twee restaurants. Neem de eerste die je tegenkomt, niet de tweede. Die hebben we een weekje later ook uitgeprobeerd, maar was een stuk minder leuk. Qua eten niks mis mee, maar nul wind dus loeiheet en een uitzicht dat een stuk minder spectaculair was.

Oh 2. En niet in de avond die berg op gaan trouwens. Ten eerste sluiten ze om zes uur. En ten tweede zijn het geen wegen om in het donker te doen. Zeker niet omdat je zo maar eens een beschonken Engelsman aan de verkeerde kant van de weg kunt tegenkomen…

Goed, terug naar mijn verhaal.

Half één kwamen we aan. Of we hadden gereserveerd? Eh, nee. Moet dat dan? Wie zou er nog meer komen dan? Daar, in niemandsland?

Nou, er waren -bleek later- genoeg mensen die het restaurant ook hadden weten te vinden. Het zat voor een gekke maandagmiddag behoorlijk vol.

Wij waren de eersten.

Na ons volgden een heuse Fred van Leer met wapperende waaier, (Alfredo de Cuero in het Spaans; red.) met zijn familie. Twee Zwitsers die vloeiend Spaans spraken. Hij met iele grijze paardenstaart en veel goud. Zij hoogblond, lekker ordinair en met hooggehakte sandaaltjes met veel blingbling. Twee Engelse nogal degelijke en bekakte zussen met hun hoogbejaarde moeder die rookte als een schoorsteen en gewoon met peuk in de mond de menukaart las. Erg charmant. Hijgend als een postpaard werd ze in de bloedhitte door de twee dochters het terras op gesleept. Zwaar ondersteund. Ze was zó enorm mager, ik denk dat de zussen bang waren dat er een windvlaag onder moeders zou komen en dat ze zo die berg af zou wapperen. Ze bleken trouwens bij het verkeerde restaurant te zijn aangekomen. Niks gereserveerd dus. ‘The food is much better here. Stay!’ aldus de op Donatella Versace lijkende Zwitserse. Ze bleven. Er kwam nog een familie van vijf bij, maar die waren zo saai en kleurloos, dat ik niet eens weet hoe ze eruit zagen en welke nationaliteit ze hadden. En als laatste kwamen er twee Harley’s de berg op getuft. Met daarop drie dikke buiken, woeste baarden, plakplaatjes en mouwloze topjes met wapperende plukken okselhaar.

Kortom: nogal een gemêleerd gezelschap.

Op een gegeven moment kwam er een man met Spaanse gitaar bij ons staan en hij vroeg me of ik ‘Alegre’ wilde horen, of ‘romántico’. Ik koos het laatste. En daar kwám me toch een mooie geluid uit die man. Het raakte me vól in mijn hart. De tranen sprongen me in de ogen. Ik knipperde me te pletter maar er was geen houden aan. Ik heb heerlijk zitten janken daar. Wat moet, dat moet.

Julio deed bij elke tafel een liedje of twee en Alfredo de Cuero en de woeste baarden zongen ongegeneerd hard mee. Zálig. Ik spreek amper Spaans en kende de liedjes ook niet, maar ik had heel erg graag met ze mee willen doen.

Toen Julio weg was, hebben de baardmannen nog gezellig met zijn drietjes een uurtje of wat zitten zingen. Zo leuk om mensen ongegeneerd zoveel plezier te zien hebben.

Jill kreeg gezelschap van een Spaanse poes.

En wij bestelden nog maar een rondje cerveza en tinto de verano.

Half vijf tuften we de berg weer af. De buiken vol met calamaris en sardientjes. En de hoofden vol met leuke herinneringen.

We zouden “even” ergens gaan lunchen…

Mislukt 🙂

Ik jat even een amandel uit een boom. Nog nooit gezien eigenlijk, dat die dingen zo groeien…
Een asbak met aioli, het enige juiste gebruik van die dingen! ❤
Jill met Tonny. Echte liefde. (Bij gebrek aan Misty).

Pittige temperaturen.

Het was héét daar joh, in Moraira, bizar gewoon. Ik heb het nog nooit zo erg meegemaakt als daar.

We stapten een dikke twee weken geleden uit onze airco-auto en het was alsof iemand me ineens heel stevig vastpakte. Ik kon amper adem halen, zo warm was het. Het zweet gutste binnen één komma één seconde uit elke zweetklier die ik had.

De eigenaresse van het appartement dat we huurden vond het zelfs extreem en had op haar balkon, dat nog aardig wat wind ving, haar tafelventilator gezet, voor extra koelte. De obers op het strand en in een supergaaf restaurantje op de berg (daarover later meer) klaagden. Uit zichzelf. Mensen die daar wonen, die het gewend zouden moeten zijn. Zelfs díé werden gek van de hitte.

Kunt u nagaan…

In Lloret, waar wij de afgelopen jaren onze vakantie hebben gevierd was het ook altijd wel heet. Met gemak zo’n 33 graden in de schaduw. Maar daar was het veel beter vol te houden dan in Moraira. Beter dan thuis zelfs. Ik kan in Nederland nooit goed tegen de warmte. Ik zit nooit in de zon, ik zoek altijd de schaduw op en houd me zeer gedeisd. Wegens ontploffingsgevaar.

Ik had voor we vertrokken wel al gezien dat het aan de Costa Blanca enkel graden warmer was dan aan de Costa Brava, maar dat de gevoelstemperatuur bijna tientallen graden warmer lag, dát had ik even niet voorzien.

In Moraira hebben ze een micro klimaat. Zo tussen bergen en zee in. Het is daar dus ook niet voor niets zo groen. Er bloeien niet voor niets zoveel planten. Dat komt omdat het daar een stuk vochtiger is vergeleken met andere plekken aan diezelfde kust.

Denkt u dat het lukt om vanuit de douche je af te drogen als de luchtvochtigheid daar ongeveer 80% is? Gaat niet. Ik moest gewoon nakend op bed gaan liggen, onder de ventilator om op te drogen. Een handdoek hielp geen ene flikker.

Vlam en ik hebben nog nooit zover van elkaar afgelegen in bed als daar. Nog nooit zo weinig aan elkaar gezeten als tijdens deze vakantie. Niks handjes vasthouden op straat. Niks knuffelen. Als ik al kéék naar hem, dan kreeg ik al een waarschuwende blik.

En heeft u wel eens geprobeerd een BH aan te trekken met die klamme hitte? Ik weet niet hoe u die dingen normaliter aantrekt? Ik hang de cups op mijn rug, maak de haakjes aan de voorkant vast en draai het hele zaakje om. Dat gaat dus niet daar. Draaien is onmogelijk op een natte huid. Vlam moest me dus helpen. En aangezien die alleen jarenlange ervaring heeft met het uitrekken van ondergoed en aantrekken heel andere koek is, was één en ander nogal een gevecht. Ik geef dan ook heel eerlijk toe dat ik als een soort Ma Flodder met regelmaat gewoon maar BH-loos op pad ben gegaan. Alle schaamte voorbij. Alsof iemand me trouwens ook maar een blik waardig keurde met dat paarse hoofd, die bezwete bovenlip en haar dat door rijden met open raam, zon, zee, vochtige hitte en chloor “Alicante” op stond.

Klik voor de vergroting. Als u durft.

De tijd vliegt. Niet normaal.

Vandaag zijn we weer thuis gekomen na tweeënhalve week vakantie. Ik ben net klaar met puinruimen en wasje twee (van tien?) zit in de machine. Vlam ligt uitgeteld op de bank, Jill is net naar boven verdwenen en Misty -die we meteen opgehaald hebben bij de buurmannen- ligt na theater en gesnuffel en gekop inmiddels happy as Larry in haar mandje.

We zijn op de heenreis met twee tussenstops in Avignon en Girona de 2000 kilometer naar Moraira gereden. Daar hebben we twee weken in een huisje gezeten en afgelopen zaterdag zijn we via Zaragoza en Nantes weer terug naar NL afgereisd.

Ik heb genoeg meegemaakt voor voor wéken blogs, maar zal maar eens beginnen met wat beelden.

Want die zeggen in dit geval al genoeg.

Het was echt gaaf en zalig en lekker en ontspannen.

Maar terug op het nest is ook weer erg prettig moet ik zeggen.

 








Ik ben even met zomerreces.

Ik ben er even niet.

Wegens zomerreces.

Ik schat een weekje of zes afwezig te zijn.

Niet gaan huilen hoor. Voor u het weet zit ik weer op mijn nest. (En is uw vakantie ook weer voorbij ;))

Oh, en in de tussentijd zal ik hier waarschijnlijk wel zo nu en dan nog te vinden zijn. Met vakantiekiekjes en allerhande flauwekul. Dingen waarvoor ik geen laptop nodig heb. Want die hang ik namelijk echt even tijdelijk aan de wilgen.

Goeie zomer allemaal!

xx Klief.

Bron: Pixabay.com

Wat een genot. Not.

Mijn werkgever vertelde me vorige week dat hij vanwege een fijne naheffing van de belastingvrienden, mogelijk deze zomer niet op vakantie kan. Hij had het erover om een grote tent te kopen en deze in de achtertuin te zetten en gewoon elke avond de barbecue aan te steken om zo toch het vakantiegevoel te creëren.

Ik opperde meteen dat hij onze tent wel mocht hebben, wij waren toch niet van plan dat ding ooit nog te gaan gebruiken.

Kamperen en ik is namelijk een zéér slechte combi.

Ten eerste obstipeer ik instant als ik het woord “camping” lees. Alles gaat hermetisch en langdurend op slot. Zelfs met een dagelijkse (over)dosis Bisacodyl gebeurt er niets. Dan rommelt en pruttelt er wel wat van binnen, maar meer ook niet. Aan het einde van een weekje tenten, ben ik zelf een soort opblaasmatras geworden.

Ten tweede is kamperen helemaal niet goedkoop. Een beetje Franse camping kost een vermogen per nacht. En ik weiger om in mijn bikini voor de tent macaroni te gaan staan koken. Wat heeft dat geklungel op zo’n lullig pitje nou te maken met vakantie en ontspanning? Uit eten wordt het dan dus, elke avond. Wat we dan eigenlijk ook weer niet echt leuk vinden want we houden allebei wel van koken. En dat wát we dan eten, is vaak zwaar teleurstellend. En het kost ook een klein fortuin.

Ten derde, niet geheel onbelangrijk ook, hebben we het puntje privacy. Dan bén je een keer lekker ontspannen en uitgerust, dan hóéf je niet op de klok te kijken, dan héb je alle tijd voor elkaar, werken rug en heup mee en dan lig je in een tent! Met tussen jouw bed en dat van je kind een heel groot boterhamzakje dat een muur moet voorstellen. Waardoor je nog geen zuchtje durft los te laten. Nog geen kreuntje durft te maken. Kortom: door je strot geduwd celibaat.

Ten vierde: douchen en wachten op je beurt, elke minuut op een knop drukken en met je natte voeten in teenslippers over een stoffig terrein terug naar je tent lopen waardoor je eigenlijk voor Jan met de korte achternaam jezelf hebt staan wassen. Niet tof.

Ten vijfde: als heup- dan wel rugpatiënt is slapen op een matrasje van twee centimeter niet prettig. Understatement.

Ten zesde vind ik het totale gebrek aan privacy en stilte op een camping nul komma nul. Ik hoorde daar aan de Côte d’Azur afwisselend ruziemakende echtparen, jankende kinderen en scheten latende buurmannen.

Na twee kampeervakanties maakten we aan het einde (compleet gebroken) de balans op. We schrokken behoorlijk van van kamperen nou eigenlijk kost. Wow!

Voor dat geld hadden we dus ook een huis op een Spaanse berg. Zonder buren. Met een toffe keuken. En een eigen zwembad. En een Amerikaanse koelkast met ijsblokjesapparaat. En twee badkamers. Met twee toiletten. En gescheiden slaapkamers.

We moesten dan alleen wel elke avond zelf koken.

Poeh, poeh. Wat een ramp.


Dit blog staat ook op HoeVrouwenDenken