Ik heb nieuwe tieten!

Ten eerste: ik niet.

Van die tieten.

Ten tweede: als u niet zo goed tegen scheldwoorden en vloeken kunt, kunt u het beste maar even weg klikken vandaag. Ik bezig bijna alle gebruikte woorden zelden tot nooit, maar de mensch om mij heen op de praktijk daarentegen wél.

Vandaag was ik in mijn spreekkamer toen één van mijn suikerpatiënten aan de balie bij Laura stond. Ik hoorde al wie het was en ondanks dat hij geen afspraak had, hielp ik hem toch maar even. Want hij kwam nogal gespannen over. Zijn vrouw bleek haar arm te hebben gebroken en hij liep bijna over. “Ik doe álles op het moment. Boodschappen, de was, koken. En -en daar ben ik dan vijfenzeventig voor geworden Klief-, dan moet ik godverredomme óók nog El der kut wassen”…

Gelukkig stond mijn deur open, praatte hij nogal hard en stonden er zomaar een paar mensen aan de balie.

Enige maanden geleden zat ik er zelf, collega Laura was even naar het toilet. Komt één van onze patiëntes aangelopen. Stralend stond ze voor me.

“Zie je niks aan me Klief?”

“Je hebt je haar geverfd ? Nee? Nieuwe bril? Ook niet? Eh, geen idee Connie?”

“Haha, nee joh. Klief; kijk nou eens goed!”

“Ik heb nieuwe tieten”.

“Mooi hè?”

En toen ging -hoppa- zo haar truitje omhoog.

(Ik moet (gunnend jaloers) toegeven: ze stonden er pront bij).

Ook een mooie. Ik belde een patiënt om wat labuitslagen met hem door te nemen. Ik kreeg zijn vrouw aan de lijn en vroeg haar of Leo thuis was. “Nee sorry, hij is er wel maar kan nu niet aan de telefoon komen. Hij zit namelijk nét even te schijten. Mag hij je straks terugbellen lieverd?”

Tuurlijk joh.

Of toen -ik vergeet dat nooit meer- ik een mevrouw met haar broek naar beneden voor me had staan. Uit wiens groen schuimende vaginale swabje de week daarvoor diverse linke beesten naar voren waren gekomen. Onder andere een hele fijne gonorroe. Best knap, als je die anno 2018 oploopt. Daar moet je behoorlijk je best voor doen. En blind zijn. In ieder geval: terwijl ik net de gevaarlijk uitziende lange en dikke naald in haar bil had gejast en de stroperige vloeistof heel langzaam erin spoot vroeg ze me: “Die gonorroe hè? Kan die niet komen van die ene keer, laatst, toen ik een XTC pil in mijn kut heb gestopt?”

Hij brak bijna af, mijn naald.

Net als ik trouwens.

Bron: Pixabay.com (519388)

 

Nul komma nul zin

Mijn week vakantie zit er alweer op. Morgen mag ik aan de bak. En heel eerlijk gezegd heb ik daar echt absoluut geen zin in.

Ik houd van mijn werk.

Tenminste; in normale doen. Nu begin ik er langzaam maar zeker een hekel aan te krijgen.

Ik werk drie uur en alleen al aan de administratie ben dagelijks op zijn minst tweeënhalf uur kwijt. Ik verwerk alle elektronische post en eventuele waarneming, beantwoord alle e-mails, doe de administratie voor onze twee maatschappelijk werkers, onderhoud de website, nodig diabeten uit voor mijn spreekuur, ‘overleg’ met ze over labwaardes en eventuele aanpassing van medicatie.

Kortom: in de uren dat ik nu aanwezig ben, zijn mijn dagen propvol.

Mijn werkgever heeft niet gezorgd voor vervanging.

Mijn collega is niet meer gaan werken.

Ik voel de druk als ik aan het werk ben. De zaken die ik laat versloffen nu, waar ik met geen mogelijkheid aan toe kom in de helft minder uren, hijgen in mijn nek. Dat geeft veel onrust. En onrust resulteert in hoofdpijn, oorsuizen, een fluit in mijn hoofd en druk op en in mijn hersenpan. En in thuiskomen en anderhalf uur moeten slapen om bij te komen.

Wat mij ook onrust geeft is de hectiek in de praktijk. De mensen aan de balie, de spoedlijn die gaat, de apotheek die ‘even tussendoor’ wil overleggen, de verzoeken die ik ontvang om mensen ze terug te bellen. Kortom: er komt veel te veel op me af.

Maar het meest last heb ik van mijn werkgever. Die mijns inziens echt steeds de druk aan het opvoeren is. Die me vorige week, mijn laatste werkdag voor de vakantie, vraagt om de volgende dag terug te komen, om een mail naar alle patiënten te sturen. Want hij had het te druk om het in orde te maken voor ik wegging. En ik? Ik kan momenteel geen nee zeggen. Want ik ben verbaal niet sterk genoeg. Ga al janken als ik dénk dat iets spannend gaat worden.

En als ik dan zeg dat het vrijdag niet lukt omdat ik naar Rotterdam ga en zaterdag ook niet vanwege bezoek van mijn broer, vertaalt hij het zo in zijn hoofd dat ik in de weekenden feestvier en dus ook wel weer de middagen kan gaan werken. ‘Ik hoop dat je na de vakantie weer eens een spirometrie zou kunnen doen’ was dan dus ook wat hij zei.

Ik zat jankend op de fiets naar huis.

Want mijn feestvieren in het weekend is heen en weer met het ov naar Rotterdam, daar twee winkels bezoeken, een rondje lopen, ergens koffie drinken en weer naar huis. En daar ben ik dan zo moe van, dat het me niet meer lukt om daarna nog’even’ heen en weer naar de praktijk te fietsen om voor hem een mail te versturen.

Ik heb hem dat (en meer) ook gemaild vorige week.

Zal mij benieuwen of het de aankomende week beter gaat.

Ik ben in ieder geval alweer behoorlijk nerveus voor ik überhaupt nog maar begonnen ben met werken.

Bijzonder dat huisartsen in de rol van dokter zo meelevend kunnen zijn, maar als ze werkgever zijn, ineens een heel andere kijk op de situatie hebben…

Bron: Pixabay.com (1573037)

Mohammed en de berg.

Wij hebben op de praktijk een vrij soepel beleid.

Als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan.

Echter; ik ben dan Mohammed.

En geen gekke Gerritje.

Ik vind het jammer dat heel veel mensen met ons als huisartsenpraktijk zo soepel (lees: laks) omgaan. Niet naar ons kunnen komen omdat ze anders de regiotaxi moeten nemen en dat kost geld, maar er geen enkel probleem mee hebben om diezelfde taxi wel te bellen als ze naar de kapper of de bingo willen. En even voor de goede orde: wij krijgen nul komma nul voor een visite, dat u dat even weet. Wij ontvangen elk kwartaal een x bedrag voor elke patient. Ongeacht of iemand wel of niet komt. Dat bedrag is overigens gebaseerd op vier bezoeken aan je huisarts per jaar. Wij zitten in een achterstandswijk. Bij ons komen mensen soms wel vier keer per week.

Ik heb een aantal slecht ter been zijnde, oudere patiënten dat ons gewoon misbruikt.

Die ik dus overal tegenkom in een scootmobiel, betrap in de supermarkt en die me lachend inhalen als ik op de fiets ben. Maar als ik ze vraag even langs te komen om de suiker te controleren, ineens niet mobiel zeggen te zijn.

Right.

Komt iemand bij mij op de praktijk prikken en meten, dan ben ik in vijf minuutjes klaar. Moet ik datzelfde doen bij iemand thuis, dan ben ik -hangt er ook vanaf hoe ver iemand weg woont- zeker een half uur mee kwijt. Meestal is het meer. En als dan blijkt dat iemand best even naar ons had kunnen komen, dan baal ik daarvan. Alsof ik niets anders te doen heb? Ik vind huisbezoeken afleggen zalig hoor, niks zo lekker als even naar buiten kunnen en de semi-vrijheid te proeven. Maar dan moet het wel geoorloofd zijn. Want ik hoef me namelijk niet echt te vervelen op mijn werk.

Nu met de griepprikken was het helemaal feest. Hoeveel mensen er niet thuis waren toen ik met de spuit op de stoep stond? En waag het niet er wat van te zeggen, want dat krijg je nog een beledigd hoofd ook.

En ook zoiets raars: moeten die mensen naar een specialist in het ziekenhuis toe, dan kan het ineens -wonder oh wonder- wel. Want er is natuurlijk geen cardioloog of orthopeed die huisbezoeken aflegt. Dus dan wordt ineens wel de portemonnee getrokken of de buurvrouw geronseld als taxichauffeuse.

Maar van de huisarts verwachten ze wel dat die alles aan huis komt doen.

Tot en met dopplers (vaatonderzoek aan armen en benen) aan toe. ‘Gewoon op de keukentafel toch Klivia? Dat kan toch wel? Tuurlijk. Ik geef u wel even een pootje’.

De volgende stap is dat ik uitstrijkjes in eigen bed ga verrichten.

Ben het “iets” zat…

Raar is dat.

Ik lag daar op mijn rug met mijn herstellende lijf naar het plafond te staren en wilde echt heel erg graag weer werken.

Het leek me zalig om weer aan de slag te kunnen.

En nou ben ik weer aan de arbeid en nou zou ik een moord doen om thuis te kunnen blijven.

Mijn werk an sich is top. Ik houd van de afwisseling tussen onder de mensch zijn en de werkzaamheden op mijn computer. Ben ik het één zat, dan ga ik het ander doen. En het allermooiste aan mijn werk is: er is niemand die zegt hoe en wanneer ik wat moet doen. Peter laat me volledig vrij. Hij checkt me niet, kijkt nooit over mijn schouder mee. Als aan het einde van de rit alle mensen maar gecontroleerd zijn en het geld binnen geharkt is, hoor je hem niet.

Nog een gigantisch voordeel aan mijn werk is dat ik ongeveer acht à negen weken per jaar vrij ben. Doorbetaald. Peter neemt graag extra vakantiedagen op. Hij vrij = wij vrij. We kunnen ook niets doen als hij er niet is. Ik mag bijvoorbeeld geen medische handelingen uitvoeren zonder arts in de zaal.

Maar er zijn ook plenty nadelen en die zijn de afgelopen weken, toen ik weer langzaam aan aan het werk ging, weer heel duidelijk geworden.

Peter en Laura hebben vaak mot. Hij is bijzonder kritisch naar haar toe en uit dat op een nare manier met veel stemverheffing en zaken verdraaien. En zij is niet assertief genoeg om een weerwoord te bieden. In het verleden heeft hij ook mij geprobeerd te intimideren. Is niet gelukt. Ik bijt van me af of -in het ergste geval, is in de afgelopen twaalf jaar dat ik voor hem werk, is dat vier keer gebeurd- pak ik gewoon mijn spullen en ga naar huis. We gaan op een normale respectvolle manier met elkaar om, of anders niet. Ik ben geen voetveeg.

Ik kan niet zo goed tegen die spanning tussen die twee. En nu -zo herstellende- al helemaal niet. Heel simpel: ik heb het al druk genoeg met mezelf en kan Epie en Lepsie er gewoon niet bij hebben.

Ik heb ook geen zin meer om heel actief voor Laura op te komen. Het is ook háár probleem dat ze na al die jaren nog steeds niet voor zichzelf opkomt. Al mijn driehonderdvierentachtig suggesties om eens een cursus assertiviteit te gaan volgen, worden, zijn vruchteloos gebleven.

En al mijn gesprekken met Peter leiden tot een paar dagen rust in de tent maar meer ook niet.

Ik ben er klaar mee.

En het is zelfs zó erg, dat ik er momenteel serieus over nadenk om ermee te kappen. Ik zou nog niet weten wat ik dan wél wil, maar ik weet één ding zeker: deze onrust en negativiteit wil ik niet meer.

Weet iemand toevallig of ze ergens nog een leuke, vlotte, representatieve, lieve, hardwerkende, initiatiefnemende praktijkondersteuner zoeken?

Hoeft niet per se in de regio Randstad te zijn.

Op een Polynesisch eiland is ook prima wat mij betreft.

Ik gedraag me voorbeeldig hoor.

Ik heb de eerste week erop zitten.

Het is prima gegaan.

Ik heb me keurig netjes gedragen.

Ik heb vier keer vier uur volgehouden en heb me als een heuse diva laten brengen en ophalen. Vanmiddag heeft Laura me zelfs thuisgebracht. Vlam had een afspraak en redde het niet en ik móést per se van hem een lift regelen ‘want we hadden duidelijk afgesproken dat jij alleen zou werken en niet zou gaan werken plús fietsen’. Aldus mijn soms zeer strenge man. En volgzaam als ik ben…

Ik heb niet meegeholpen met de griepprikken en alleen daarom al zou een mens lekkend hersenvocht willen. Wat vond ik het niet erg om dat hele circus dit jaar te mogen overslaan. Ik heb er geen hekel aan, maar het is veel werk en de hele periode is erg chaotisch. Niet in het minst omdat mijn werkgever als een kip zonder kop rond rent en elk jaar weer bloednerveus is of het allemaal wel goed gaat en of het hem lukt om al zijn vaccins te slijten. (Wat elk jaar weer geen probleem is).

Ik zat aan mijn bureautje en ruimde gestaag puin.

Ik trok me niks aan van zijn gezever. Want uiteraard had hij het extreem zwaar gehad de afgelopen weken.

Op negatieve shit heb ik niet gereageerd. Of hoogstens met “vervelend voor je joh”, of “ga het gesprek met diegene eens aan in plaats van het tegen mij te vertellen”. Als water over een eend gleed het van me af.

Ik heb me de afgelopen weken ziek thuis met vlagen erg druk gemaakt om mijn collega Laura die -dacht ik- tig overuren heeft gemaakt. Blijkt dat ze welgeteld één extra middag gewerkt heeft. Twee uurtjes. Ik zeg niet dat ze niet een tandje harder heeft moeten werken, maar toch. Het had leuk geweest als ik “gewoon” had kunnen beginnen. Aan een leeg bureau.

Zelfs pakketten die de afgelopen weken binnengekomen zijn, hebben ze niet geopend.

Instrumenten die gesteriliseerd waren (dat laten wij extern doen) hadden ze niet even terug op hun plek gelegd.

Alles was zó, -hoppatee-, op mijn behandelbank gepleurd.

Ik heb de afgelopen dagen niet gereageerd op opmerkingen van mijn werkgever die zei dat ik met gerust hart ook best nog wel in de herfstvakantie mocht komen werken. Zijn opmerking “kom je morgen ook nog een paar uur therapeutisch werken? (ik ben altijd vrij op vrijdagen) heb ik compleet genegeerd. In het kader van ‘hoor ik daar een lama schijten’.

Ik heb vakantie.

En die ga ik gebruiken om mijn ouwe-wijven conditie weer op peil te brengen. Ik ben voornemens om heel voorzichtig aan weer mijn oefeningen te gaan doen in de sportschool. De ene dag de krachttrainingen, de andere dag op de hometrainer standje bejaard en afsluiten met tien minuutjes op de loopband op een stevig wandeltempo.

Ik heb mijn sleutels van de praktijk net aan de haak in de gang gehangen en daar hangen ze prima wat mij betreft. Ik pak ze er maandag de 23e pas weer vanaf.

Toedeledokie met je “in de vakantie therapeutisch werken”.

Rare man.