En dat was dat.

Gisteren moest ik me melden bij de arboarts.

Toen ik ruim twee weken geleden belde voor een afspraak, dacht ik nog-naïeve ik- ‘die kan ik tegen die tijd vast wel afbellen, want dan ben ik allang weer aan de slag’.

Dus niet.

Dus daar zat ik dan. Voor het eerst in mijn leven tegenover een arboarts.

Vertelt u maar wat u heeft.

Dus ik vertelde.

Vanaf het begin tot het eind en over de twee belafspraken met mijn neuroloog en de nieuwe afspraak die ik in januari heb staan.

Juist ja. Ik zie het al. Zal ik het u even uitleggen mevrouw Klivia? Ik gebruik altijd een metafoor over topsporters. Topsporters trainen nooit op 100%, dat doen ze op 80%. Om op conditie te blijven. Om hun lichaam heel te houden. Dan hebben ze een wedstrijd en presteren ze heel kortdurend 120%. En daarna, om te herstellen, gaan we weer gauw terug naar hun oude 80%. 

Jij moet niet willen om steeds tegen die 100% aan te willen tikken. Dat werkt het genezingsproces tegen. Je moet stoppen voor je last krijgt. Na hoeveel uur werken is dat nu? Drieënhalf? Oké. De aankomende week stop je na drie uur. En dan kijk je aan het einde van de week of je geen pijn hebt gehad. En hoe snel je -als je thuis bent- weer hersteld bent. Want als je daarna twee uur gaat liggen slapen is dat ook teveel. (En hij keek me daarbij priemend aan). Gaat dat goed en pijnloos, dan mag je de week daarna er een uurtje bijplakken. En alleen als dat ook goed gaat, dan houd je dat, die vier uur per dag, enkele weken vol. En daarna pas, ga je dat ook weer langzaam opschroeven.

Heb je trouwens nog gesprekken nodig met een psycholoog? Om beter voor jezelf te gaan leren zorgen? Ik knikte van nee.

En je man? Helpt die je wel in het huishouden? Ik knikte ja.

En ben je ook emotioneler dan normaal? Ik knikte driftig van ja (Ik stond afgelopen zondag nog te snikken in de armen van mijn broertje, omdat ik zo blij was hem en mijn schoonzusje te zien. Ze schrokken zich rot).

En vergeetachtig? Ook dat kon ik niet ontkennen. Ik ben álles kwijt. Laat mijn portemonnee bij de fysio liggen. Mijn fietssleutel en ik hebben al weken mot. Ik loop de keuken in en heb geen flauw idee wat ik er kwam doen. Vergeet boodschappen. Lees lappen medische tekst en kan net zo goed iets in Swahili lezen. En ’s avonds ben ik zo wezenloos als wat. Neem ik echt niets meer op. Als Vlam (en die is nogal breedsprakig) vertelt over zijn werk, ben ik soms echt volledig de draad kwijt).

Oké Klivia. Kort samengevat is het duidelijk. Je hebt gewoon niet-aangeboren hersenletsel en dat duurt even voor het over is. Teveel doen werkt je genezingsproces tegen. Ik spreek verder niks met je af want stel je voor (en dit is puur hypothetisch!) dat ik met je afspreek dat jij gaat proberen om 15 februari weer volledig aan de slag te gaan, dan gá jij de vijftiende aan de slag. Kost wat kost. Of het nou kan of niet. Ik bescherm je tegen jezelf en je perfectionisme en zie je over acht weken weer.  

Zijn er nog vragen?

Nee?

Tot ziens!

44!

Happy birthday to me. Happy birthday to me. Happy birthday dear me-he… Happy birthday to me.

Een heel klein taartje dan maar vandaag.

Voor een heel klein feestje.

Zo feestelijk voel ik me namelijk helaas niet de laatste tijd.

Je mag een wens doen toch? Als je in één keer alle kaarsjes uitblaast? Moet lukken met onderstaand exemplaar 😉

Ik ga voor gezonde, weer uit elkaar gefloepte, goed gehydrateerde en tot normale proporties geslonken hersenvliezen. (En daarmee zullen ook wel weer mijn levensvreugde, gezonde nachtrust, scherpe geest en gevoel voor humor terugkomen. Mag ik PVD hopen).

*pfffff*

Bron: Pixabay.com

Verrassing!

Ik schijn nieuwsgierig te zijn.

Niet als het om privégegevens van andere mensen gaat. Niet als ik een politiewagen zie in de straat, dat ik dan wil weten wat er aan de hand is. Ik fiets zonder te kijken langs gebeurde ongelukken. Je kunt mij ook zo in je huis laten logeren, ik zal nooit gaan graven in uw lades met ondergoed. Of lekker in de fotoalbums gaan zitten snuffelen. Dat soort zaken interesseert me echt nul komma nul. Privé is privé, ik ben daar zelf ook redelijk lastig in en met.

Nee , cadeautjes; dáár gaat het om.

Als ik weet dat er in huis ergens een pakje voor me is, wil ik weten wat het is. Nú!

Vlam weet dat en pest me er behoorlijk mee. Hij zet net zo makkelijk, puur om mij te zieken, mijn verjaardagscadeautjes wéken van te voren pontificaal in de vensterbank. Best irritant. Ik geef ook toe dat ik dan ook gewoon ga rammelen en voelen. Of lichtjes aan het plakband ga peuteren. Heel volwassen. Not.

Van mevrouw Williams kreeg ik enige Kersten geleden een advent-doos. Voor elke dag een envelop met een cadeautje. Ik heb in één avond alle vloppen opengerukt. Kon me totaal niet beheersen. Té triest, ik weet het.

Vroeger als kind had ik daar al last van.

Op zolder hadden we van die houten schotten en daarachter lagen spullen die we niet vaak nodig hadden. Enkele weken voor mijn elfde verjaardag, ontdekte ik daar “echt zomaar en geheel spontaan” een witte kooi met een pluche cavia erin. Het mysterie was ontrafeld, ik zou een cavia krijgen… Ik kon weer rustig slapen.

Vlam is nul komma nul nieuwsgierig. Ik probeer hem wel eens uit zijn tent te lokken door te zeggen dat ik zoiets tofs voor hem heb gekocht. Dat ik echt heel benieuwd ben wat hij er van zal vinden.’Oh’ zegt ie dan. Nul getriggerd. ‘Ik zie het vanzelf wel’. En dat was het dan. Super irritant.

Maar op de één of andere manier heeft hij echter wel de gave zijn cadeautjes bijna altijd te vinden. Echt per ongeluk. Zo komt hij dus (tot mijn grote verdriet maar dat is een ander verhaal) NOOIT in een bak met schoonmaakmiddelen die ik onder in een keukenkastje heb staan. Afgelopen Kerst trof ik hem ineens op zijn kop aan, zoekend naar  een spray voor zijn schoenen. “Wat is dit voor tasje?” zei hij. “Hè? Borden? Wat doen die hier nou?”

Zucht.

Deze ezel heeft daarvan geleerd en tegenwoordig stop ik cadeautjes in een doos en schrijf er met een dikke marker op dat hij er met zijn fikken vanaf moet blijven.

En dat helpt.

Zelf heb ik het makkelijk dit jaar. Ik hoef geen zenuwen in bedwang te houden. Woensdag aanstaande ben ik jarig en ik heb op Vlams verzoek zelf mijn cadeautje besteld. En hij heeft het geld overgemaakt naar mijn rekening. (Na even fijntjes helpen te herinneren. Het namelijk ook nog zelf betalen ging me écht te ver).

Persoonlijk hoop ik wel dat er met Kerst iets meer verrassing gaat zijn.

Want het geeft toch wel enige sjeu.

Niet weten wat je krijgt.

En zo kabbelt november verder.

Tsja, ik kan u helaas nog geen flitsende verhalen over wonderbaarlijke genezingen melden. Hier kabbelt het voort. En mijn hersenen storen zich er totaal niet aan het feit dat ik ze heel graag wil zoals ze eerst waren.

Ze gaan hun eigen grillige gang.

De ene dag gaat het wat beter dan de andere.

Zondag had ik voor het eerst in dertien weken een dag geen hoofdpijn. Halverwege de middag dacht ik ‘verhip. Ik mis iets!’.

Maandag werd ik fris en fruitig wakker en ging het werken heel erg lekker. Ik plakte er in mijn enthousiasme een uurtje achteraan. Nog steeds niks aan het handje.

Dinsdag begon ik tegen twaalven omdat ik in de middag enkele longfunctieonderzoeken had. En ik had daarvoor even een sessie manuele therapie van mijn schedelplaten. Dat wist u waarschijnlijk niet, ik wist het ook niet, maar er zit behoorlijk wat speling nog in je schedel. Ik dacht dat het een harde helm was. Niks daarvan; de platen onderling zijn behoorlijk te manipuleren. Dat moet ook wel want er lopen twee enorme bloedvaten naar binnen. En als die ruimte er niet zou zijn, zou je met elke hartslag je hersenen tegen je pan aan drukken. Lang verhaal kort: mijn fysio manipuleert heel voorzichtig mijn hersenvliezen, die dus vlak onder de schedel liggen. In de hoop dat de vloeistoffen beter en sneller gaan verspreiden.

Na mijn bezoek begon de pijn. Iets dat normaal is na welke manuele behandeling dan ook.

Maar tegen half vier keek ik bijna scheel van de hoofdpijn en ben ik eerder opgestapt.

Thuisgekomen dook ik de medicijnlade in en greep naar de tramadol.

Ik was een huilend hoopje niks.

Het deed zo’n pijn.

En die klotekanarie floot zich helemaal gek.

Woensdagmorgen was de pijn er nog steeds. Inmiddels was ik zo labiel als de neten. Toen ik even bij de fysio’s gedag ging zeggen en daar een heel lief en goed bedoeld monoloogje onderging van een zeer bezorgde peut, stond ik zwaar te snikken.

Ik deed nog een huisbezoek bij mijn favoriete verzorgbejaarde (afzeggen was gewoon geen optie omdat ik haar dan zo enorm teleurstel). Toen ik weer buiten stond bedacht ik me dat ik terug naar de praktijk kon om mijn bezoek in haar dossier vast te leggen. Maar dat dat ook mórgen kon. Ik koos voor optie twee en appte mijn collega dat ik haar donderdag weer zag en dat ik dan ook meteen een uurtje later begon.

Donderdag was weer een redelijke dag. Drie uur gewerkt, nog even teamoverleg (lees: samen eten en bijkletsen) gehad en niks aan het handje. Lichte tinnitus had ik. Meer niet. Omdat ik ’s avonds met Jill naar de bioscoop zou gaan, heb ik ’s middags een uurtje liggen slapen. Zoals het een heuse patiënt betaamt.

En vandaag?

Geen idee.

De dag begon prima na een zalige nacht. We zien wel weer. Ik heb niets op het programma staan. Beetje huisvrouw spelen, beetje rommelen. Mijn hersenvliezen en ik houden het zeer rustig vandaag.

Goed weekend u allemaal!

Bron: Pixabay.com

Mohammed en de berg.

Wij hebben op de praktijk een vrij soepel beleid.

Als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan.

Echter; ik ben dan Mohammed.

En geen gekke Gerritje.

Ik vind het jammer dat heel veel mensen met ons als huisartsenpraktijk zo soepel (lees: laks) omgaan. Niet naar ons kunnen komen omdat ze anders de regiotaxi moeten nemen en dat kost geld, maar er geen enkel probleem mee hebben om diezelfde taxi wel te bellen als ze naar de kapper of de bingo willen. En even voor de goede orde: wij krijgen nul komma nul voor een visite, dat u dat even weet. Wij ontvangen elk kwartaal een x bedrag voor elke patient. Ongeacht of iemand wel of niet komt. Dat bedrag is overigens gebaseerd op vier bezoeken aan je huisarts per jaar. Wij zitten in een achterstandswijk. Bij ons komen mensen soms wel vier keer per week.

Ik heb een aantal slecht ter been zijnde, oudere patiënten dat ons gewoon misbruikt.

Die ik dus overal tegenkom in een scootmobiel, betrap in de supermarkt en die me lachend inhalen als ik op de fiets ben. Maar als ik ze vraag even langs te komen om de suiker te controleren, ineens niet mobiel zeggen te zijn.

Right.

Komt iemand bij mij op de praktijk prikken en meten, dan ben ik in vijf minuutjes klaar. Moet ik datzelfde doen bij iemand thuis, dan ben ik -hangt er ook vanaf hoe ver iemand weg woont- zeker een half uur mee kwijt. Meestal is het meer. En als dan blijkt dat iemand best even naar ons had kunnen komen, dan baal ik daarvan. Alsof ik niets anders te doen heb? Ik vind huisbezoeken afleggen zalig hoor, niks zo lekker als even naar buiten kunnen en de semi-vrijheid te proeven. Maar dan moet het wel geoorloofd zijn. Want ik hoef me namelijk niet echt te vervelen op mijn werk.

Nu met de griepprikken was het helemaal feest. Hoeveel mensen er niet thuis waren toen ik met de spuit op de stoep stond? En waag het niet er wat van te zeggen, want dat krijg je nog een beledigd hoofd ook.

En ook zoiets raars: moeten die mensen naar een specialist in het ziekenhuis toe, dan kan het ineens -wonder oh wonder- wel. Want er is natuurlijk geen cardioloog of orthopeed die huisbezoeken aflegt. Dus dan wordt ineens wel de portemonnee getrokken of de buurvrouw geronseld als taxichauffeuse.

Maar van de huisarts verwachten ze wel dat die alles aan huis komt doen.

Tot en met dopplers (vaatonderzoek aan armen en benen) aan toe. ‘Gewoon op de keukentafel toch Klivia? Dat kan toch wel? Tuurlijk. Ik geef u wel even een pootje’.

De volgende stap is dat ik uitstrijkjes in eigen bed ga verrichten.