Ik gedraag me voorbeeldig hoor.

Ik heb de eerste week erop zitten.

Het is prima gegaan.

Ik heb me keurig netjes gedragen.

Ik heb vier keer vier uur volgehouden en heb me als een heuse diva laten brengen en ophalen. Vanmiddag heeft Laura me zelfs thuisgebracht. Vlam had een afspraak en redde het niet en ik móést per se van hem een lift regelen ‘want we hadden duidelijk afgesproken dat jij alleen zou werken en niet zou gaan werken plús fietsen’. Aldus mijn soms zeer strenge man. En volgzaam als ik ben…

Ik heb niet meegeholpen met de griepprikken en alleen daarom al zou een mens lekkend hersenvocht willen. Wat vond ik het niet erg om dat hele circus dit jaar te mogen overslaan. Ik heb er geen hekel aan, maar het is veel werk en de hele periode is erg chaotisch. Niet in het minst omdat mijn werkgever als een kip zonder kop rond rent en elk jaar weer bloednerveus is of het allemaal wel goed gaat en of het hem lukt om al zijn vaccins te slijten. (Wat elk jaar weer geen probleem is).

Ik zat aan mijn bureautje en ruimde gestaag puin.

Ik trok me niks aan van zijn gezever. Want uiteraard had hij het extreem zwaar gehad de afgelopen weken.

Op negatieve shit heb ik niet gereageerd. Of hoogstens met “vervelend voor je joh”, of “ga het gesprek met diegene eens aan in plaats van het tegen mij te vertellen”. Als water over een eend gleed het van me af.

Ik heb me de afgelopen weken ziek thuis met vlagen erg druk gemaakt om mijn collega Laura die -dacht ik- tig overuren heeft gemaakt. Blijkt dat ze welgeteld één extra middag gewerkt heeft. Twee uurtjes. Ik zeg niet dat ze niet een tandje harder heeft moeten werken, maar toch. Het had leuk geweest als ik “gewoon” had kunnen beginnen. Aan een leeg bureau.

Zelfs pakketten die de afgelopen weken binnengekomen zijn, hebben ze niet geopend.

Instrumenten die gesteriliseerd waren (dat laten wij extern doen) hadden ze niet even terug op hun plek gelegd.

Alles was zó, -hoppatee-, op mijn behandelbank gepleurd.

Ik heb de afgelopen dagen niet gereageerd op opmerkingen van mijn werkgever die zei dat ik met gerust hart ook best nog wel in de herfstvakantie mocht komen werken. Zijn opmerking “kom je morgen ook nog een paar uur therapeutisch werken? (ik ben altijd vrij op vrijdagen) heb ik compleet genegeerd. In het kader van ‘hoor ik daar een lama schijten’.

Ik heb vakantie.

En die ga ik gebruiken om mijn ouwe-wijven conditie weer op peil te brengen. Ik ben voornemens om heel voorzichtig aan weer mijn oefeningen te gaan doen in de sportschool. De ene dag de krachttrainingen, de andere dag op de hometrainer standje bejaard en afsluiten met tien minuutjes op de loopband op een stevig wandeltempo.

Ik heb mijn sleutels van de praktijk net aan de haak in de gang gehangen en daar hangen ze prima wat mij betreft. Ik pak ze er maandag de 23e pas weer vanaf.

Toedeledokie met je “in de vakantie therapeutisch werken”.

Rare man.

Bizarre puinhoop.

Gisteren om half 12 kwam Vlam me ophalen om me naar mijn werk te brengen. Iets aan de vroege kant, maar ik wilde nog even gedag zeggen en mijn verhaal vertellen aan de fysio’s die bij ons in het gebouw ook een praktijk hebben en met wie ik na 12 jaar een hele fijne band heb.

Ik was nog niet terug uit het ziekenhuis en hun bloemen werden thuisbezorgd. Lief!

Één van de secretaresses heeft me de afgelopen weken zo vaak geappt, die wilde ik als eerste even spreken. En bedanken voor de ontzettend gewaardeerde aandacht.

Daarna zette ik me schrap.

Ik was bloednerveus joh. Mijn handen en stem trilden. Ik wilde aan de ene kant heel graag werken, maar aan de andere kant zijn er dingen gebeurd die me ernstig hebben teleurgesteld. (Ik noem een mail van mijn werkgever 36 uur na mijn bloodpatch of ik dat weekend wat klusjes voor hem wilde doen op de praktijk). Ik was bang voor de confrontatie. Of hij me wel serieus zou nemen. Of we wel in goeie harmonie afspraken zouden kunnen gaan maken over mijn terugkeer.

Peter omhelsde me twee keer en zei heel blij te zijn dat ik er weer was. Hij vroeg me hoe ik het wilde. Wat ik aankon. Hoe ik het zelf bedacht had. Hij drukte me meerdere malen op mijn hart dat ik degene was die aangaf wat ik kon en wilde. ‘Jij bepaalt Klief. Je hebt gezegd dat je tot 4 uur wilde proberen, maar is de koek om 2 uur op, óók goed. Dan ga je lekker naar huis. De neuroloog heeft me nog gebeld en hij had nog nooit zoiets gezien; je vliezen waren helemaal aan elkaar gekleefd!’ (Ik denk dat hij tóén pas inzag dat het serieus was…)

Laura was enkele dagen daarvoor bij mij thuis geweest dus ik was wat haar betreft op de hoogte. Ik kreeg een knuffel. ‘Fijn dat je er weer bent collegaat, ik heb je gemist’.

De praktijk was een chaos.

Overal lagen ongeopende enveloppen.

Mijn behandelbank stond vol met dozen, met mappen en paperassen.

Mijn bureau was een Mount Everest van papier.

Mijn mailbox stroomde over.

De elektronische specialistenbrieven van 4 weken zaten nog onverwerkt in de postbus.

De bloeddrukmeter was kapot.

Het binnenwerk van de fax ook. (Een nieuwe rol erin sláán werkt niet. Gaat iets er niet op een rustige manier in, dan doe je iets niet goed. Ik kan het blijven uitleggen).

Diverse aanvraagformulieren waren op.

Er lagen nog drie urinepotjes.

Epi en Lepsie hebben echt totale paniek ervaren geloof ik. Ze hebben niets anders gedaan dan hun eigen taken en meer ook niet.

Ik ben gisteren dan ook zomaar ergens begonnen. Ik heb diverse bedrijven gebeld om de aanvraagformulieren weer aan te vullen. Ik bestelde een nieuw onderdeel voor de fax. Op de website van het ziekenhuis regelde ik urinepotjes en swabs. Ik deed de vuile was in een vuilniszak. Depte de koffievlekken van het dressoir. Verschoonde de vuilniszakken. Gooide kilo’s aan papier weg.

En toen was het drie uur later en bonkte mijn hoofd. Mijn vliezen pulseerden en mijn nek en rug deden zeer. Kláár!

En nu ben ik weer fris en fruitig en klaar voor de strijd. Vlam haalt me straks weer op voor de tweede ronde.

Voorzichtig aan weer aan de bak.

Het gaat met rasse schreden vooruit met dat hoofd van me. Ik heb eigenlijk alleen nog last van oorsuizen en de hele dag een heel licht gezoem in mijn hoofd.

Ik doe de hele dag mijn (langzame) ding en dat gaat prima. Einde van de middag, begin van de avond, slaat de vermoeidheid toe. Dan begint de druk in mijn hoofd toe te nemen en start het echte zoemen ook weer. Ik weet precies waar die vliezen zitten nu. Ik voel ze kloppen en steken. Tegen de tijd dat ik naar bed ga heb ik ook lichte hoofdpijn.

Ik zit een beetje in een spagaat.

Ik ben nog niet volledig hersteld.

Maar ik ben te goed om ziek thuis te zitten.

En dus verzon ik het volgende: ik heb overleg gehad met Peter en Laura en ga de aankomende week proberen halve dagen te werken. Ik start vandaag en morgen om 12 uur en stop op 16 uur. Behalve als het echt niet goed gaat: dan ben ik eerder gevlogen. Vlam brengt en haalt me want conditietechnisch ben ik nog een ramp. Én fietsen én werken leek ons een beetje teveel van het goede. Peter rijdt tussen 12 en 14 uur visites dus van de 4 uur, heb ik er 2 voor “mezelf”… Geen gezeur, geen vragen, geen taken. Alleen ik en mijn computer. De deur blijft dicht en de telefoon gaat op spoed. Zalig.

Ik heb aangegeven dat ik dit jaar niet meehelp met het geven van de griepvaccinaties, die we deze week gaan uitdelen. “Even” een paar uur op mijn benen staan zie ik nu niet zitten.

Volgende week zijn we gesloten in verband met herfstvakantie dus dan kan ik weer een week bijkomen. Mocht dat nodig zijn.

De neuroloog die ik vorige week sprak was niet verbaasd dat het zo langzaam gaat. ‘Je hersenvliezen waren echt zeer fors gezwollen. Het kost tijd daarvan te herstellen’. Hij stelde nog een controle MRI voor, maar gaf eigenlijk meteen al aan dat het puur voor zijn eigen nieuwsgierigheid was. Geen klachten meer = normale vliezen. Ik sprak tevens met hem af dat wanneer ik ooit weer die killing hoofdpijn krijg (want dat zou dus kunnen, nóg vaker zo’n lek. Maar het kan ook bij een eenmalig iets blijven. Dat weten ze dus niet aangezien ze de oorzaak niet kennen), ik me meteen via de SEH mag melden en dat ik zonder tig onderzoeken gewoon een nieuw shot bloed in mijn rug krijg. Deze pijn en deze klachten zijn zó specifiek: ik zou ze uit duizenden herkennen. Ik bedankte beleefd voor de MRI en vertelde blij te zijn met onze afspraak.

Ik heb geen idee wat beter is: thuisblijven tot ik niets meer voel. Wat nog wéken kan gaan duren. Of weer langzaam gaan werken? Ik weet wel dat het voor mijn psyche beter is om me weer tussen de mensen te gaan begeven en de boel weer wat te prikkelen. Ik merkte vorige week dat het niet goed met me ging. Zo labiel als de neten, onzeker, veel huilen, snel geagiteerd.

Dusssss: ik ga me zo in jurk, panty en hakken hijsen en mijn ogen maar weer eens opmaken.

Doe eens gek.

Volledig verwaarloosd.

Een weekje ziekenhuis doet een mensch niet goed. Ik bedoel in dit geval puur de uiterlijke mensch.

Voor ik in het ziekenhuis belandde, had ik ruim 4 weken knetterende hoofdpijn. Hoofdpijn die liggend het beste te doen was, bizar werd als ik overeind stond en nóg erger werd als ik mijn hoofd voorover boog.

Natuurlijk overbodig te zeggen dat ik zo min mogelijk bewoog. Ook niet richting douche en spiegel.

Toen ik uit het ziekenhuis kwam, heb ik nog bijna 2 weken voornamelijk plat gelegen. Dat gaatje in mijn duraalzak was dan wel gesloten dus mijn hersenen zweefden weer zalig in genoeg vocht. Maar door de lange drooglegging waren ze, aldus de neuroloog ‘enorm gezwollen’.

Ik had nog steeds pittige hoofdpijn.

Voorover bukken was nog steeds geen feestje.

Mag u raden hoe mijn benen en bikinizone eruit zagen?

De beenharen prikten door mijn legging heen.

Ik had zelfs téénhaar! Echt hè? Op mijn grote- en wijsteen. Ze zwaaiden gewoon naar me.

Vlam aaide op een gegeven moment over mijn buik en zijn vingers bleven bijna haken toen hij wat te laag kwam. ‘Ja ja, dát heb je waarschijnlijk al niet lang gevoeld’ zei ik nog, om de situatie te redden. ‘Yep. Een jaartje of 30 al zeker niet meer nee!’ proestte hij uit.

Er was meer haar op ongewenste plekken.

Mijn normaliter keurig gecoiffeerde wenkbrauwen waren veranderd in Neandertalische strepen pluis. Ik had nog net geen unibrauw. Ik leek verdorie wel een uil!

Toen ik dichterbij de spiegel kwam, zag ik een heuse wapperende neushaar.

Ik had kleine pukkeltjes in mijn gezicht.

Mijn huid was dof en grauw door te weinig buitenlucht, teveel medicatie en wekenlang pijn.

Werk aan de winkel.

Ik begon met een grondige scheerbeurt. Het doucheputje was nog net niet verstopt. Kapot was ik van dat half uurtje werk. Bizar hoe snel je lichaam achteruit gaat als je niets doet.

Een dag later pakte ik mijn wenkbrauwen aan. Ik rukte en trok en knipte en fatsoeneerde de hele boel tot twee keurige boogjes.

Mijn huid werd gescrubt en ik heb er inmiddels al diverse maskertjes op gesmeerd en sowieso gebruik ik de afgelopen week een extra vochtinbrengende crème. Dat scheelde al een slok op een borrel. Nu nog wat meer buitenlucht.

Maar het állerergst was mijn haar. Toen we terug kwamen van onze vakantie in Spanje was mijn haar al een ramp. Een overdosis zon, chloorwater en zee hadden geen goed gedaan. Mijn blonde highlights waren veel te wit geworden, mijn haar viel uit als een gek en het stond “Alicante” op. Ik hield de boel in toom met olie en trok het in een strakke staart. Ik moest zo snel mogelijk naar de kapper. Maar mijn hoofdpijn begon een week nadat we thuis waren gekomen, dus dat is er nooit van gekomen.

Eergisteren hees ik mij voor het eerst weer op de fiets en bezocht mijn kapster, ook wel “Reddende Engel” genoemd.

Er is zeker 20 centimeter af. Haar dat niet meer te redden was. En ze werkte professioneel mijn omhoogspringende grijze nylondraden weg. Deed een likje donker op mijn slapen en streek er een paar lowlights in.

Thuisgekomen was ik kapot! Ik hijgde als een postpaard van anderhalve kilometer fietsen en vijf trappen. Het zweet stond ik mijn bilnaad.

En -helaas- ik had ook weer wat lichte hoofdpijn.

De rest van de middag en avond kon ik niets meer.

Mááár: ik had het er wel voor over.

Ik zie er weer uit als 30.

Nou ja; als ik mijn lenzen uit heb dan.

Klagen mag, maar gedraag je een beetje ja.

Heel soms hebben wij hier een fles wijn die “kurk” heeft. Je trekt ‘m open en de natte keldergeur komt je dan al tegemoet. Wat ik dan doe is de fles weer afsluiten en hem terugbrengen naar de winkel waar hij vandaan kwam. Ik leg rustig uit aan de servicebalie wat het probleem is. En ik krijg altijd zonder onbegrijpende blik of een discussie, maar wel met excuus, keurig netjes mijn geld terug. Of dat nou bij Albert Heijn, Gall & Gall of Hanos is; er is nooit een probleem.

Ik heb ook wel eens een Tucje gehad met zo’n metallic vlieg erin meegebakken. Smerig natuurlijk, maar geen drama. Vliegen komen nou eenmaal daar waar voedsel is en ik kan me voorstellen dat op de miljoenen crackertjes die er elke dag gemaakt worden, wel eens wat fout kan gaan. Ik heb er een fotootje van gemaakt en gemaild naar Lu dat ik paprikasmaak prefereerde boven bromvlieg. Lu bood haar oprechte excuses aan en ik kreeg per post een doos Tucjes toegestuurd.

Idem dito wat betreft de meelworm in mijn muesli van Zonnatura. Foto per mail, productnummer erbij en klaar. Die muesli heeft me twee euro gekost en zij stuurden me een Iris cheque ter waarde van vijf euro op.

De Bijenkorf heeft wel eens een antidiefstal magneet aan een overhemd van Vlam laten zitten. Shit als je daar pas thuis achterkomt. Maar na mijn mail kreeg ik binnen enkele minuten antwoord. ‘Kom maar terugbrengen, wij vergoeden de kilometers en het parkeergeld. Sorry, sorry, sorry’.

Sinds enkele maanden bestel ik een groot gedeelte van onze boodschappen via Picnic. Zálig. Via de foon mijn bestelling plaatsen en betalen en een superaardige sjouwert komt een dag later hijgend en puffend máár ook met een grote grijns mijn boodschappen vijf trappen op dragen. Ik heb in de afgelopen zes bestellingen twee keer gehad dat er iets niet helemaal top was. Snotterige basilicum en een paprika die beschimmeld was. Ik stuur ze dan een bericht incluis foto via Messenger en serieus waar: binnen enkele minuten heb je een reply. ‘Onze oprechte excuses. We hebben het geld teruggestort op je rekening en bij je volgende bestelling ontvang je van ons een gratis product’.

Hebben sommige mensen wel eens gehoord van het Oud Hollandsche gezegde “waar gehakt wordt, vallen spaanders?”

Nee?

Google het eens.

Nou ja: lang verhaal kort > ik word echt verschrikkelijk moe van een nieuwe trend op social media. Dat moderne schandpalen. Openbaar zeiken bij een bedrijf en dan er een zogenaamd lollig verhaal van maken. Een heel epos is het soms. Een enorm toneelstuk met drieënvijftig aktes. Bij voorkeur ook nog eens bomvol stijl, taal- en schrijffouten.

Kap daarmee mensen!

Mail of PB (met de P van Privé) of bel het betreffende bedrijf en leg kort en bondig uit waarom je niet tevreden bent en stel een oplossing voor.

Niemand zit te wachten op deze flauwekul.

Klein stukje van het geheel. De lap tekst was zó enorm, paste niet eens in mijn beeld 😉 NB: dit is één voorbeeld van tig.