Ben het “iets” zat…

Raar is dat.

Ik lag daar op mijn rug met mijn herstellende lijf naar het plafond te staren en wilde echt heel erg graag weer werken.

Het leek me zalig om weer aan de slag te kunnen.

En nou ben ik weer aan de arbeid en nou zou ik een moord doen om thuis te kunnen blijven.

Mijn werk an sich is top. Ik houd van de afwisseling tussen onder de mensch zijn en de werkzaamheden op mijn computer. Ben ik het één zat, dan ga ik het ander doen. En het allermooiste aan mijn werk is: er is niemand die zegt hoe en wanneer ik wat moet doen. Peter laat me volledig vrij. Hij checkt me niet, kijkt nooit over mijn schouder mee. Als aan het einde van de rit alle mensen maar gecontroleerd zijn en het geld binnen geharkt is, hoor je hem niet.

Nog een gigantisch voordeel aan mijn werk is dat ik ongeveer acht à negen weken per jaar vrij ben. Doorbetaald. Peter neemt graag extra vakantiedagen op. Hij vrij = wij vrij. We kunnen ook niets doen als hij er niet is. Ik mag bijvoorbeeld geen medische handelingen uitvoeren zonder arts in de zaal.

Maar er zijn ook plenty nadelen en die zijn de afgelopen weken, toen ik weer langzaam aan aan het werk ging, weer heel duidelijk geworden.

Peter en Laura hebben vaak mot. Hij is bijzonder kritisch naar haar toe en uit dat op een nare manier met veel stemverheffing en zaken verdraaien. En zij is niet assertief genoeg om een weerwoord te bieden. In het verleden heeft hij ook mij geprobeerd te intimideren. Is niet gelukt. Ik bijt van me af of -in het ergste geval, is in de afgelopen twaalf jaar dat ik voor hem werk, is dat vier keer gebeurd- pak ik gewoon mijn spullen en ga naar huis. We gaan op een normale respectvolle manier met elkaar om, of anders niet. Ik ben geen voetveeg.

Ik kan niet zo goed tegen die spanning tussen die twee. En nu -zo herstellende- al helemaal niet. Heel simpel: ik heb het al druk genoeg met mezelf en kan Epie en Lepsie er gewoon niet bij hebben.

Ik heb ook geen zin meer om heel actief voor Laura op te komen. Het is ook háár probleem dat ze na al die jaren nog steeds niet voor zichzelf opkomt. Al mijn driehonderdvierentachtig suggesties om eens een cursus assertiviteit te gaan volgen, worden, zijn vruchteloos gebleven.

En al mijn gesprekken met Peter leiden tot een paar dagen rust in de tent maar meer ook niet.

Ik ben er klaar mee.

En het is zelfs zó erg, dat ik er momenteel serieus over nadenk om ermee te kappen. Ik zou nog niet weten wat ik dan wél wil, maar ik weet één ding zeker: deze onrust en negativiteit wil ik niet meer.

Weet iemand toevallig of ze ergens nog een leuke, vlotte, representatieve, lieve, hardwerkende, initiatiefnemende praktijkondersteuner zoeken?

Hoeft niet per se in de regio Randstad te zijn.

Op een Polynesisch eiland is ook prima wat mij betreft.

Schrijftalent gezocht!

Sinds anderhalf jaar schrijf ik ook met enige (on)regelmaat op Hoe Vrouwen Denken.

Soms is het een speciaal voor die website geschreven blog, soms plaats ik tegelijk hier en daar hetzelfde bericht. Dat laatste bij gebrek aan rust vooral. Ik zou héél erg graag des Heleens van Royens een leuk appartement ergens willen hebben waar ik naar toe kan om achter mijn laptop te zitten en puur en alleen maar verhalen hoef te verzinnen.

Maar helaas. Ik verkeer niet in die luxe positie. Ik schrijf gewoon tussen de drukke bedrijven door en bloggen is mijn hobby, niet mijn werk.

Thuis is schrijven lastig. Ik ben zelden alleen. Er is altijd wel één of ander gezinslid aanwezig dat mij deze of gene vraag moet stellen. Of ik deel mijn huiskamer met tribunes vol joelende mensen. Of een hinnikende René van der Gijp. (Mijn man is nogal gek op televisie).

Ik heb ooit eens een koptelefoon gekocht om me af te kunnen sluiten. Maar daar hebben man- en kindlief maling aan. Jill tikt me gewoon op mijn schouder en Vlam appt me als hij iets van me wil. Het ding is knalpaars, maar ze zien ‘m buitengewoon makkelijk over het hoofd.

Ten einde raad en uit pure wanhoop kluste ik een uitklapbare plank aan de muur in ons naaikamertje. (Nee, niet de slaapkamer, gewoon het rommelhok). Maar dat bleek ook geen onverdeeld succes. Mijn nek en schouders waren het niet eens met die nogal onergonomische houding.

Lang verhaal kort: wij van HVD zijn allemaal druk met gezin en werk en hebben allemaal stoorzenders waardoor fanatiek blogjes tikken soms niet lukt. Om die reden zoeken wij leuke, schrijfgrage collega’s die ons team kunnen komen versterken.

Denk jij, ware vrouw, aan de man (onze lezer) uit te kunnen leggen hoe wij vrouwen denken? Heb je je vrouwenhart verpand aan de schrijverij? Heb je tevens een vlotte, vooral niet te tamme pen en een goed gevoel voor taal? Dan leveren wij je het lezerspubliek voor je teksten! HoeVrouwenDenken biedt je direct een groot bereik.

Interesse? Mail ons met voorbeelden van recent werk en een duidelijke motivatie: redactie@hoevrouwendenken.nl

Én: we zoeken ook nog ouderen M/V die op het pas gestarte HoeOuderenDenken een waardevolle toevoeging kunnen zijn op het -nog wel- bescheiden aantal schrijvers. U raadt het al: ook hier gaarne een mail met recent werk plus motivatie. En dit keer naar: redactie@hoeouderendenken.nl

Leuk! Ben benieuwd 🙂

Bron: Pixabay.com

Zelfstandig? Laat me niet lachen.

De afgelopen maanden is Vlam aan het zoeken naar wat hij wil en kan. Zijn werk betreffende. Hij had een nieuwe opdrachtgever gevonden, alles leek in kannen en kruiken en helemaal top.

Helaas.

Hij werkte de afgelopen maanden voor twee broers. De jongste schold de oudste (die licht verstandelijk beperkt leek, als ik Vlams verhalen zo aanhoorde) elke dag he-le-maal verrot. Met als dieptepunt Vlams één na laatste werkdag: vanwege twaalf verkeerd geboorde gaten ging de oudste broer helemaal uit zijn dak. Hij stond met een metalen pijp in de lucht te zwaaien en de namen van de meest vreselijke ziektes vlogen in het rond.

De volgende dag heeft Vlam “ontslag” genomen. Hij trok die sfeer -terecht- niet meer.

Dat is wat mij betreft het enige voordeel van zelfstandig zijn: je kunt ergens “zomaar” opstappen wanneer het je niet bevalt. Niks opzegtermijnen.

Verder heeft zelfstandig zijn in mijn ogen alleen maar nadelen. Ik noem:

-geen werk = geen inkomen
-vakantie opnemen = geen inkomen (reken maar uit wat een weekje Frankrijk dan kost)
-ziek zijn = geen inkomen
-een beetje arbeidsongeschiktheidsverzekering kost zeshonderd (!) euro per maand
-in Vlam’s geval moet hij om half zes uur zijn bed uit en is tegen vijf uur weer thuis. Gebroken. Wat nou vrijheid blijheid?
-doe of zeg je iets dat de opdrachtgever niet bevalt, dan lig je er uit. Voor jou tien anderen namelijk.
-hebben je opdrachtgevers even geen zin om je factuur te betalen ondanks een betalingstermijn én een wet die de ZZP-er moet beschermen: dikke vette pech.

Vlam heeft sowieso een beetje een vertekend beeld van de “loonslaaf” heb ik wel eens het idee. Alsof wij werknemers allemaal debiteuren-crediteuren types zijn. Alsof wij saaier en gezapiger zijn dan de zelfstandige mens. Dat we allemaal in onze nek hijgende bazen hebben aan wie we te pas en te onpas verantwoording moeten afleggen. En úren op dezelfde inspiratieloze en geestdodende plek zitten te wachten tot we met pensioen mogen.

Niets van dat alles. Ik heb (op wat periodiek gezeik na) een geweldige baan. Ik moet binnen bepaalde vaste kaders bepaalde verplichte nummers uitvoeren. Maar wie niet? Maar ik maak zelf uit wanneer ik dat doe. Heb ik geen zin in mensen, dan plan ik een administratief middagje. Wil ik even een frisse neus halen dan pak ik de fiets en duik een bejaardenhuis in en stort ik me op een hulpbehoevende bejaarde. Mijn werkgever controleert me nooit. Ik heb hele leuke, lieve collega’s. Die voor me klaar staan als ik verdrietig ben, die attent zijn, met wie ik vreselijk kan lachen.

Ik heb zeker acht weken per jaar doorbetaalde vakantie. In mei krijg ik vakantiegeld, in november een eindejaarsuitkering. Ik hoef me niet druk te maken om wat er zal gebeuren als ik ziek word. En mocht mijn baan om wat voor reden verdwijnen, dan heb ik gelukkig recht op een uitkering.

Noem me saai, maar bovenstaande geeft mij enorm veel rust. Ik houd van zekerheid. En van rust, reinheid en regelmaat.

Nou nog een cursus macrameeën en een theemuts kopen en het feest is compleet.

Oeps. Mislukt

Ik zou toch tot onze trouwdag mijn mond houden over het geweldige kadootje dat ik voor Vlam gekocht had?

Dat is dus mislukt.

Ik heb welgeteld vier dagen het “geheim” voor me kunnen houden.

Een heus record!

Ik evolueer, dat is duidelijk.

Gistermiddag zaten we aan de borrel en de boel kwam op nogal een emotioneel onderwerp. Hier hebben we op dit moment sowieso niks nodig. De tranen zitten bij allebei hoog.

SchoRo is vrijdag op de midazolam gezet en slaapt nu bijna de hele dag. Ik hoop dat zijn hart nou eindelijk eens stopt met kloppen want dit is geen doen meer. Hij ligt al weken in bed, kan nu niet meer naar de wc, kan zelfs zijn glas niet meer vasthouden, weegt nog vijftig kilo, leeft op een half geraspt appeltje en twee perenijsjes per dag. En maar vasthouden aan het leven.

Zelf heb ik het aardig gehad op mijn werk, zoals bleek uit het vorige blogje. Niet alleen is de sfeer om te snijden, collega Laura is (in ieder geval) volgende week ook nog uit de roulatie vanwege een longontsteking. Dat appte ze me vrijdagavond.

Ik op mijn beurt appte meteen de vrouw van mijn werkgever en opperde een afspraak te maken voor in het weekend, zodat ik haar even de basisprincipes van ons systeem uit kon leggen. Afspraak maken, receptje bestellen, dossier inzien.

Zaterdagmorgen zat ik dus met haar op de praktijk te oefenen. Ik heb gewoon in alle eerlijkheid aangegeven niet alleen de kar te kunnen trekken. Normaal gesproken al niet, maar nu al zeker niet. Ze komt in ieder geval de aankomende twee dagen om ’s morgens aan de telefoon te zitten. Dat scheelt al een berg.

Met mijn werkgever heb ik gemaild. Iets in de trant van: misschien is mijn draagvlak minder groot door diverse oorzaken. Maar feit is dat één van de factoren van dat verminderde draagvlak is dat jij echt zeer onaardig kunt zijn en mijns inziens best wel eens wat minder fel kunt reageren. Ik hoor op alles dat ik doe kritiek. Alles had anders gemoeten of is niet goed gegaan. Je bekritiseert me waar andere mensen of patiënten bij zijn. En het is de toon die de muziek maakt. De negatieve manier waarop één en ander de laatste tijd geuit wordt, ondermijnt echt mijn zelfvertrouwen en werkvreugd. Mocht één en ander aan mijn functioneren liggen, ben je niet meer tevreden over mijn prestaties en functioneren, dan kunnen we het gesprek aangaan en kijken of we tot een oplossing kunnen komen. Lukt dat niet, dan moesten onze wegen maar eens gaan scheiden. Wordt vervolgd.

Maar ik wijk weer eens gigantisch af.

Vlam zette zaterdagmiddag de tv aan en op Classic FM was een opera. Hij schoot bij de eerste tonen al vol. Vlam en opera’s zijn een geduchte combinatie. Tranen gegarandeerd.

Dat is dus mijn kado. Kaartjes voor een voorstelling van La Traviata. Zijn lievelings.

Ik vertelde het hem en hij stortte zich huilend in mijn nek.

Ik geloof dat ie het leuk vond 🙂

Als klap op de vuurpijl

Mijn werkgever is een bijzonder exemplaar, dat weet u inmiddels al.

Eén van zijn minder leuke trekjes, eentje waar ik heel veel moeite mee heb, is het feit dat als hij lijdt, zijn omgeving mee moet lijden.

Zondag begon mijn virus toe te slaan.

Maandag was ik als een storthoop. Ik ben gewoon gaan werken. Om maar één reden eigenlijk: ik wilde het mijn collega Laura niet aandoen, zo’n drukke dag, en terwijl ook zij niet lekker is én ook nog eens thuis veel shit heeft, om de kar alleen te moeten trekken.

Alles deed zeer en overal vlogen snot en tranen uit. Die acht uur duurden eindeloos.

Dinsdag was ik er nog rotter aan toe. Zwalkend liep ik ’s morgens naar de douche. Ik pakte de thermometer erbij. Ik bleek een temperatuur van 38,6 te hebben.

Ik moest die dag van acht tot vier werken. En van half zeven tot negen in verband met het uitdelen van de griepprikken. Van het idee alleen al, viel ik bijkans van mijn stokje.

Ik appte Pieters vrouw. Ik lichtte haar in over de belabberde lichamelijke situatie en meldde dat ik ze niet wilde laten zitten, maar dat ik no way die hele dag ging trekken. Mijn voorstel was te komen van acht tot twaalf. Dan mijn nest in te gaan. En ’s avonds terug te komen. Dat was akkoord.

Toen ik tegen achten op de praktijk was aangekomen, liep ik Pieters kantoor in en ik kreeg een lulverhaal schuine streep stoot onder de gordel over me heen gestort dat het toch wel lekker was als je in loondienst was hè? Hij was er net zo aan toe als ik, maar hij ging wel de hele dag werken.

Eigenlijk had ik toen moeten zeggen dat ik me bedacht had en dat ik me alsnog ziek meldde. Zonder iets te zeggen ben ik echter aan de slag gegaan. Weer om Laura. Ontzettende lul, was wat ik dacht.

Woensdag tegen twaalf uur kwam hij naast mijn bureau zitten. Hij informeerde naar mijn gezondheid en hij opperde dat ik de middag lekker naar huis zou gaan.

Ik rook onraad. Zo bezorgd ineens? Zo lief?

Uiteraard had ie wat van me nodig.

Wat, daar kom ik misschien nog wel eens op terug. Maar in ieder geval: ik zei nee. Om een miljoen puur praktische bezwaren en langere tijd overlast voor het werk van zowel Laura, als van mij. Terwijl we het al zo idioot druk hebben. Dit kan er echt niet bij. Zelfbescherming.

Uiteraard ga ik ‘m terugkrijgen. Ooit. Rancuneus als hij is. Als ik een keer iets aan hem moet vragen.

Maar vooralsnog werd ik gisteren geappt: Laura ziek. Kun jij morgen werken? Na wat onderhandeling, worden dat drie uurtjes.

Meer kan ik echt niet aan. Ik heb deze week al zeven uren meer gewerkt. Ik ben nog steeds herstellende van dat K*&%$# virus. Het is hier thuis moeizaam en lastig met Vlam die zijn vader moet gaan loslaten. Ik haat het om assistente te spelen. Is zó niet mijn baan meer.

Maar het meeste zie ik gewoon op tegen werken met hem. Want ook hij is ziek en als hij niet lekker in zijn vel zit, moet iedereen dat meevoelen ook. Niks is goed. Hij is steeds het slachtoffer van.

Ik heb deze week zoveel ontzettend veel kritiek moeten incasseren; als iemand nu tegen me zegt dat mijn haar niet goed zit, dan sla ik hem neer.