Wonderbaarlijke situaties.

Soms, heel soms, ben ik even zó klaar met mijn werk.

Ik heb af en toe namelijk echt het idee dat de gemiddelde mens het IQ van een watervlo heeft. Echt totaal geen idee heeft hoe zijn/haar lichaam werkt en ook geen zin heeft zich erin te verdiepen. Want waarom zou je dat doen, als je je huisarts kan mailen en alle domme vragen gewoon kan stellen? Want jawel beste mensen, ondanks dat het ten stelligste ontkend wordt op elke nascholing die ik volg, bestaan ze wél, domme vragen.

Ik noem er zomaar een paar.

Dat je een nieuwe diabeet hebt en twintig minuten lang met behulp van plaatjes en tekeningen op echt Epie en Lepsie niveau uitlegt dat de werking van de alvleesklier minder is geworden, waardoor je minder insuline aanmaakt. Dat insuline suiker in je lichaam verwerkt. Heb je te weinig insuline, dan heb je teveel suiker in je bloed. Met alle gevolgen van dien. Dat je iemand dan tussendoor bemoedigend aankijkt, zo van ‘u snapt me toch?’ en dat je eindigt met ‘helder? Nog vragen?’ en dat iemand dan echt bloedserieus vraagt of ze nou een te hoog of te laag niveau suiker heeft? Dan wil je toch iemand met je tekenblokje vól een mep geven?

Of een jongeman, begin twintig, die chlamydia heeft. Zijn vriendin ook, maar die zit in een andere praktijk. Dat je dan heul erg ongelofelijk duidelijk (denk je) vertelt dat het énorm belangrijk is, dat ook zij die kuur neemt en aanvraagt bij haar eigen huisarts en dat ze nadat ze allebei die pillen ophebben, ze een week geen seks mogen hebben. Op geen enkel gebied. Slijmvliezen, alle slijmvliezen, kunnen de ziekte doorgeven. En dat je dan een mail krijgt en dat daarin verteld wordt dat hij haar gebeft heeft. En zij hem gepijpt. Of dat ook onder seks valt? Nee hoor, ik noem dat tuinieren. En had ik pvd alle holtes en variaties moeten opnoemen dan?

Dat je via de spoedlijn (!) gebeld wordt. ‘Ik heb ál een úúr buikpijn!’ Een uur? (Ik heb wel eens wekenlang buikpijn.) En dat je dan vraagt of zhij al iets geprobeerd heeft tegen de pijn? ‘Wat dan?’ ‘Nou, een paracetamolletje bijvoorbeeld?’ En dat je dan een oorverdovende stilte aan de andere kant hoort. ‘Weet u wat? Neem er twee in, ga even lekker liggen, leg eventueel een kruikje op de buik en als het over een uurtje nog zo’n pijn doet, bel me dan even terug’. Ik hoor nooit meer iets terug, maar dat zal u niet verbazen. Hoop ik…

Mensen die mij mailen en vragen wat het telefoonnummer is van de fysio’s die bij ons in het gebouw zitten? Of hoeveel ibuprofen ze per dag mogen nemen? Of waar we gevestigd zijn? Hoe laat het lab opengaat?

Beste mensen: heeft u ooit wel eens van Google gehoord?

Heet ik Tom Tom?

Weet u waarvoor dat enorme stuk papier is dat ook in uw doosje met pijnstillers zit?

Zucht.

Hele diepe zucht.

Is het nog te laat om me om te laten scholen tot boswachter?

Minder.

Ik heb naar aanleiding van de afgelopen blogs over mijn werk ook veel nagedacht over mezelf, over mijn rol in de praktijk en mijn goeie en minder goeie kanten.

Het is zo als je mijn functie hebt, dat je heel erg divers werk doet. Veel dingen die ik doe, zijn me in de loop der jaren door mijn strot geduwd, mijn takenpakket werd ongevraagd steeds omvangrijker. Of ik het nou leuk vond of niet. Of ik er nou geschikt voor was of niet.

Ik heb zelfreflectie genoeg om te weten waar ik op zijn minst minder goed in ben.

Ik vind bijvoorbeeld het hele stukje COPD zorg niet leuk. En dan druk ik me netjes uit. Onze praktijk ligt in een achterstandswijk en het gros rookt. En bijna niemand wil daar mee stoppen. Om alle mogelijke denkbare redenen. Hun goed recht. Leven en laten leven. Maar verwacht dat niet van mij dat ik me met hart en ziel inzet voor deze spreekuren waar heel demotiverend nul komma nul winst uit te behalen valt.

Stoppen met roken spreekuren doe ik sowieso niet. Ik heb ooit, jaren geleden gewoon eerlijk aangegeven bij mijn werkgever dat ik vind dat verslavingszorg (want dat is het. Roken is verslavender dan cocaïnegebruik) niet thuishoort in de huisartsenzorg, maar bij specialistische zorg. Mijn werkgever is het gelukkig met me eens. Daarbij kan ik helaas bedroevend weinig begrip opbrengen voor mensen die hun eigen lichaam en daarmee het leven van hun naasten, vergallen. En het kost het ons verschrikkelijk veel tijd, die we niet hebben, om al die mensen te begeleiden en ze de aandacht en de tijd te geven waar ze recht op hebben.

Tijd die ik liever besteed aan mensen die mijn hulp en expertise nodig hebben omdat ze in een situatie zitten waar ze niet zelf voor hebben gekozen. Zoals de rouwende mevrouw. Of het grootste gedeelte van “mijn” diabeten.

Er zijn dingen waar ik wel goed in ben. Je kunt met gerust hart aan mij overlaten allerhande verslagen en verbeterplannen te tikken. Voor een stukje tekst draai ik mijn hand niet om. Ik ben handig met taal en als ik er even voor ga zitten, schud ik de flauwekul woorden zo uit mijn mouw. Maar dat zal u niets verbazen met bloggen als mijn hobby.

Ik ben ook goed in uitstrijkjes maken. Vrouwen voelen zich op hun gemak bij mij. Ik doe ook -op dit moment als enige in de stad geloof ik-, de onderzoeken bij vrouwen die niet bij ons in de praktijk zitten, maar een huisarts hebben die ze het niet toevertrouwen. Ik handhaaf bij alles dat ik doe: wat je niet wilt dat jezelf geschiedt, doe dat ook een ander niet. En andersom ook natuurlijk. Wat zou je zelf wél willen?

Dat zouden meer mensen moeten doen.

En daar ligt -denk ik- ook de kern van werken in de gezondheidszorg.