Ja of nee?

Ik draai mijn eigen longspreekuren en blaas elke week even in onze spirometer, als een biologische ijk voor het apparaat. Mijn FEV1 is rond 124%, mijn CV plusminus 118% en mijn is Tiffenau 84%. U als leek zegt het waarschijnlijk helemaal niks, die cijfertjes. Maar neemt u maar van mij aan dat ik verdomd goed blaas. Ik blaas zelfs buiten mijn curve, ik heb een longleeftijd van 24 jaar terwijl ik 43 ben.

Ik ben ook zelden tot nooit verkouden, laat staan dat ik luchtweginfecties heb. Vorig jaar had ik voor het eerst in mijn leven een stevige bronchitis. Ademhalen deed pijn, ik kon niet goed doorademen -wat ik heel eng vond- en ik fietste als een bejaarde. Het heeft weken geduurd voor ik hersteld was. Buiten die eenmalige episode weet ik dus niet hoe het voelt om benauwd te zijn.

Diverse mensen die ik ken weten dat helaas maar al te goed. Ze hebben namelijk CF en hun eigen longen lopen vol met slijm of hun donorlongen worden afgestoten door hun lichaam waardoor ze weer een nieuw set longen nodig hebben.

Ik ken ook mensen die elke week tig keer heen en weer moeten naar het ziekenhuis omdat hun nieren bijna niet meer werken. Die dus uren en uren kwijt zijn met aan een apparaat hangen. Die altijd hondsmoe zijn. Wiens toekomst heel erg onzeker is.

Ik kan nog wel even doorgaan. De wachtlijst van mensen die een nieuw orgaan zouden kunnen gebruiken is ein-de-loos.

Ik heb sinds 1998 een donorcodicil en ben ook aangemeld bij Orgaandonatie.nu. Ongeacht of je wel of niet gelooft of er leven na de dood is, denk ik dat je je lichaam niet meer nodig hebt na je dood. Of wel? Ik hoop dat wanneer ik kom te overlijden, Vlam mijn wensen wil accepteren. Dat hij zich over zijn verdriet en afgrijzen “mijn lichaam leeg te roven” of te “verminken” heen kan zetten en de doktoren alsjeblieft hun werk wil laten doen. Vlam heeft het bijzondere idee in zijn hoofd dat men in ziekenhuizen eerder de stekker eruit trekt als iemand een donorcodicil heeft. Dat ze minder moeite doen iemand te laten overleven.

Dat is wel regelmatig een puntje van discussie hier thuis.

Laten we voorop stellen dat ik geen type ben dat wijst met vingertjes. Nooit. Ik zal mensen nooit aanvallen op dat wat ze vinden of willen of kiezen. Ik vind oprecht dat iedereen moet doen en laten waar zhij zich prettig bij voelt. Met als kanttekening dat je daarbij andere mensen niet tot last bent.

Met het niet hebben van een donorcodicil bezorg je je medemens geen last. Maar je helpt ze ook niet.

Geen ene moer.

Denk daar maar eens over na.

En als u het eng vindt, het idee dat uw lichaam “leeggeroofd” wordt; u kunt ook iets doen terwijl u nog leeft.

Hier bijvoorbeeld.

Of hier.

Kleine moeite, groot plezier.

Gisteren gingen ze op de bus. Wattenstaafjes met mijn wangslijmvlies. Ik kom in een database en kan mogelijk in de toekomst opgeroepen worden om stamcellen te doneren. Ik hakte nu maar eens de knoop door, toen een vriend van Vlam weer een lymfoom bleek te hebben en straks nieuwe stamcellen nodig heeft…

Soms is het zó verleidelijk…

Je hebt wel eens van die dagen, -en vooral op de maandag heb ik er last van-, dat ik heel erg graag zou willen spijbelen.

Gewoon naar het station fietsen in plaats van naar de praktijk. Is zo gebeurd, kwestie van mijn stuur op één punt even naar rechts duwen en ik ben er. Fiets parkeren. Grote cappuccino bestellen. Inchecken. Stiltecoupé opzoeken. Kobootje opstarten en gaan. Naar Enschede, of naar Den Bosch, of naar Aerdenhout. Daar waarvan ik weet dat er gezellige mensen wonen. Koffie drinken, kletsen en weer terug naar huis.

Of gewoon in bed blijven liggen. Even appen naar de vrouw van mijn werkgever dat ik een link buikgriepvirus heb. Of een fijne blaasontsteking. En dat ik écht niet kan werken omdat ik elk half uur naar het toilet moet. Het hoeft niet meteen iets ergs te zijn, ik hoef ook geen hele week vrij. Gewoon, een dagje langer weekend zou al zalig zijn.

Lekker nog even een paar uur slapen.

En dan een sloot thee zetten.

En dan uren met Misty op de bank hangen.

Beetje wezenloos voor me uit staren in alle stilte.

Mán, wat zou ik dat graag willen nu.

Mijn weekend was fijn hoor. Veel fijner dan de afgelopen weken. We hadden wat puin te ruimen hier. Mijn hoofd liep over. Door dingen. Dingen die je helaas wel eens overkomen in je leven. Dood en de nasleep. Elkaar niet begrijpen. Een man met pijn. Verbaal geweld. Drukke week op mijn werk. Een zeer lijf. Teveel emoties.

U kent het vast wel.

En dat vréét energie.

Dus aan die drie dagen weekend had ik eigenlijk niet genoeg.

Maar “helaas”. Ik mankeer niets. En ik heb teveel verantwoordelijkheidsgevoel. En ik kan mijn lieve collega niet laten zitten. Zeker niet op maandagen, die zijn altijd een gekkenhuis.

Dus lepel ik hierna mijn yoghurt naar binnen, kleed me aan, maak me op, hijs me op mijn fiets, zet mijn feestneus op en stort me in het werkgewoel.

Zucht.

Bijna weekend…

20161110_143003

Post crematie dip

Ik had u graag weer getrakteerd op leuke verhalen en goeie grappen.

Helaas.

Ik ben een beetje sippig. De tranen zitten hoog. En ik heb niet erg veel energie.

Oh. En ik ben Robmoe.

Is het onaardig als ik schrijf dat ik zijn naam even niet meer kan horen? Of ben ik dan weer een egocentrisch kolerewijf?

Ach. Wat kan mij het eigenlijk ook schelen.

Ik kan zijn echt naam even niet meer hóren. Zo. Op dit moment geeft het gewoon een lichamelijke reactie in schouders en nek. Als ik “ro” hoor, dan *poef* trekken mijn spieren samen.

Na maanden dat het -naar het leek- alleen maar over hem ging, ben ik er echt even klaar mee. Eerst werden elke dag zijn pijntjes en achteruitgang benoemd en geëvalueerd. Hoelang zou hij nog hebben? Speculaties alom. Elke dag hoopten we op een verlossend telefoontje. Telefoons gingen mee naar bed. De vakantie heeft in het teken gestaan van. Mijn schoonouders zaten zo ongeveer naast ons op het strand, zo voelde het tenminste regelmatig.

Toen ging hij hemelen.

En daarna heb ik alle verhalen die er maar te vertellen waren over hem, tig keer gehoord. De leuke. De minder leuke. De gevoelens die iedereen over hem had. Welke band ik met hem had.

Ik gaf om SchoRo. Echt. En ik ga best nog wel moeite hebben om zijn wegvallen een plekje te geven. En ik ben er voor Vlam. Altijd. Hij mag me helemaal onder snotteren. Elke dag weer. Geen enkele moeite mee. Ik snap het ook.

Maar op het moment wil ik alleen maar weer over tot de orde van de dag. Van mijn, correctie, van óns leven. Kunnen we alsjeblieft heel even een robpauze inpassen? Dat is wat ik de laatste dagen zeer regelmatig denk.

Ben ik onaardig?

Ik weet het niet.

Dit zijn zaken waarover ik niet zo heel vaak praat met mensen. Ik vind het stiekem toch soms erg lastig om onaardige gedachtes die ik heb, want in die categorie schaar ik ze, te uiten. Ik weet inmiddels wel dat veel mensen sociaal wenselijk gedrag veel beter kunnen handelen dan eerlijkheid. Mensen schrikken ervan als je uit dat je soms helemaal niet zo denkt of voelt als de gemiddelde mensch. Of misschien voelt de gemiddelde mensch zich ook wel eens niet zo aardig of begripvol. Maar durft zhij dat ook niet te uiten? Om bang te zijn neergesabeld te worden door de goegemeente?

Maar PVD, wat doe ik nou!

Gaat het wéér over ‘He-who-must-not-be-named’.

Ehm.

Ik ben vanmorgen alleen naar de film gegaan. Tof dat hij was. Poeh. Ik heb enorm genoten. En ik smokkelde met mijn dieet en at een gigantische chocoladekoek als lunch. En ik kocht een rokje. En troostoorbellen. Want ik had bijna nog geen oorbellen. Zieltje als ik ben.

En morgen ga ik gezellig lunchen met mijn vriend Evert.

En we hebben een weekend voor de boeg met nul sociale dingen. Er staat in mijn agenda een grote, zalige leegte.

Het is niet alleen maar kommer en kwel hier.

Weg ermee!

Ik heb gisteren voor het eerst in mijn ruim achtjarige blogcarrière iemand geblokkeerd op mijn pagina op Facebook.

Het betrof iemand die onder mijn stukje over de wet van Murphy, dat álles tegelijk kwam met als klap op de vuurpijl het overlijden van SchoRo, het nodig vond te schrijven dat ze me een egotripper vond. Ze schreef dat ik ook aan Vlam en mijn schoonmoeder moest denken, dat de wereld niet alleen om mij draaide. En ze eindigde met ‘Klivia is niet in de rouw, lezen jullie niet?’

Tsja.

Ik houd best van een discussietje op zijn tijd. Mensen mogen hier eerlijk tegen me zeggen wat ze van me vinden. Iemand mag mijn verhalen niks vinden, mijn reactie overdreven vinden, of een andere mening hebben. Allemaal prima. En mocht iemand me niet snappen, dan wil ik ook zeer gaarne op een andere manier uitleggen hoe ik één en ander bedoelde. Soms zit er een gapend gat tussen mijn boodschap en hoe de ander het interpreteert.

Maar deze opmerking ging me echt te ver. En het moment was buitengewoon ongepast.

Denkt die persoon nu echt dat ik de afgelopen veertien maanden (want zo lang zit er tussen het slechte nieuws dat we kregen en het overlijden van Rob) mezelf bovenaan heb geplaatst?

Denkt die persoon echt dat ik er niet ben geweest voor alle andere betrokkenen?

Mijn stuk ging over de hectiek van de afgelopen weken. Hoe ik het beleefd heb. Dat alle shit zo tegelijk kwam. Ik vond het wel wat veel.

Als iemand dat niet snapt, prima. Maar houd je bek. Klik weg. En blijf ook weg, als je mij zo’n egotripper vindt.

En ik zou niet in de rouw zijn.

Hmm.

De laatste keer dat ik checkte, was er nog nergens een draaiboek te vinden over rouwen. Wat mij in de afgelopen dertien jaar opgevallen is, op mijn werk, waar veel rouw is, is dat iedereen de dood en de emoties die daarbij komen, op zijn eigen manier beleeft.

Nee, ik ben niet intens verdrietig nee. Dat schreef ik ook al: ik heb langzaam, stukje bij beetje al afscheid genomen van Rob toen bleek dat het einde oefening was. Zo ben ik, zo pak ik dingen aan. Ik bescherm mezelf graag tegen groot verdriet.

Nee, ik mis hem (nog) niet. Ik zag Rob namelijk wel vaker maandenlang niet.

Nee, zo diep als bijvoorbeeld het overlijden van mijn vriend Niek, gaan dingen nu niet. Bij Nieks dood leek het alsof er iets uit me gerukt werd. Soms, als we terugrijden van Zierikzee naar huis, als we op bezoek zijn geweest bij zijn weduwe, rollen de tranen over mijn wangen. Dan is het nog net zo rauw als zes jaar geleden.

Op dit moment ben ik tussen alle shit en de fladderende hormonen door, mijn stinkende best aan het doen, er te zijn voor Vlam. Wat helaas soms ook niet helemaal lukt. Omdat ik zelf ook emoties heb.

Mag dat alsjeblieft?

Zo kan het ook.

Vanmiddag waren Vlam, Jill en ik bij mijn schoonouders. Ja, ouders. Want SchoRo is nog thuis. In zijn lievelingstrui, in een kist met een glazen deksel. Sneeuwwitje zeg maar, maar dan minder aantrekkelijk.

Mijn schoonmoeder heeft eigenhandig zijn gezicht en handen opgemaakt met foundation, zodat hij eruit ziet alsof hij net terug is van een vakantie aan de Côte d’Azur.

Hem professioneel laten opmaken vond ze zonde van het geld.

‘Van dat geld kunnen we beter mooie wijnen kopen en na de crematie lekker het glas heffen…’ aldus schoonma.

Ik houd daar wel van, van dat nuchtere. Ook van het feit dat overal een grapje van gemaakt kan worden. Dat haalt de lading, het scherpe van beladen dingen af.

Terwijl Jill, beide kleinzoons en twee van de bovenbuurkinderen de kist en het deksel aan het beschilderen waren en met vrij veel leven over de grond kropen terwijl Rob daar nogal dood lag te zijn, klopte de broer van Vlam ter verhoging van de feestvreugde zo nu en dan lekker hard op de kist. Waarop de kinderen opsprongen.

Wij zaten aan de eettafel en dronken wijn. En er werd gelachen. En er werden herinneringen opgehaald.

Ik liet mijn powerpoint presentatie, die tijdens de plechtigheid afgespeeld gaat worden, zien aan mijn schoonmoeder (en Truus van de wijkverpleging, die ook even een wijntje kwam doen). En bij alle foto’s was er een verhaaltje.

Ook de minder leuke dingen over SchoRo kwamen aan bod. ‘Eigenlijk moet iemand nog even “Rob de Drukker” op de kist schilderen’ zei mijn schoonmoeder. ‘Want zo was hij. Moest er verhuisd worden, dan ging Rob even postzegels halen. Altijd drukte hij zijn snor, was pleite als er iets van hem verwacht werd’.

Ik vind dat mooi.

Wat ik gisteren al schreef: flauwekul van je ‘over de doden niets dan goeds’. Doden zijn ook mensen geweest. En mensen maken fouten en zijn niet perfect.

Dinsdag zal heus wel nog even janken worden en emotioneel. Ik schreef er wel luchtig over, ‘even een crematietje doen’ maar dat was cynisch. De dood en het afscheid en het gemis zijn geen kattenpis. En ik zal nog tig keer een volgesnotterde nek krijgen. En ik zal zelf ook heus nog wel een traantje laten. Maar iedereen is het er over eens: er is opluchting dat het lijden voorbij is.

SchoRo heeft overigens zelf de tekst op zijn rouwkaart geschreven.

Lieve vrienden en familie, ik ben inmiddels koppie onder gegaan. Ik dank jullie dat ik één van jullie dierbaren mocht zijn. Willen jullie mijn crematie bijwonen? Het wordt vast heel gezellig. Heel veel liefs en geniet van het leven… Rob.

0
Jill en ik aan de schilder.