Wat wil ik zelf?

Naar aanleiding van het overlijden en de crematie van de vriend van Vlam, ben ik automatisch ook weer gaan nadenken over wat ik zelf wil. Ooit.

Ik heb al sinds ik begin twintig ben een uitvaartverzekering. Ik was er “lekker” vroeg bij. Ik ben namelijk heel lang alleen geweest en wilde per se dat alles goed geregeld was. Niet dat mijn nabestaanden ineens voor torenhoge kosten zouden komen te staan. Of dat ze geen idee zouden hebben wat ik wil. Online, op de pagina van Yarden, heb ik een account en dat heb ik van voor naar achter ingevuld. Onder andere wie wel en wie geen uitnodiging gaan ontvangen (mijn vader bijvoorbeeld. Ik zou me omdraaien in mijn graf als hij zou komen. Bij leven wilde hij me niet, dan ook niet sentimenteel gaan doen als ik dood ben. Opzouten).

Ik heb altijd ingevuld gehad dat ik per se niet opgebaard wil worden. Omdat ik zelf niets met dode mensen heb. Het lichaam is wat mij betreft slechts een omhulsel en als iemands ziel of wat dan ook eruit is, lijkt iemand in de verste verte niet meer op wie hij was. Dat opbaarplan heb ik inmiddels maar bijgesteld. Want toen de vader van Vlam overleed, zag ik hoe belangrijk het voor hem was dat SchoRo nog een weekje thuis lag. Elke keer weer ging de deksel van de kist en wilde Vlam zijn vader aanraken, of kussen. Ik gun Vlam die lol dan ook maar als ik dood ben. Als ik maar geen attractie ga worden, dat mensen die ik amper kende zich gaan vergapen aan mijn dode lichaam. Ik wil uitsluitend voor intimi te kijk liggen.

Ik weet ook heel goed wat ik niet wil op mijn crematie: koffie uit Bravilor kannen, in van die witte, gestapelde kopjes. Bah!

Cake en suffe assorti boterkoekjes zijn ook ten strengste verboden. Evenals zachte, witte puntjes met ham en kaas en zo’n overleden blaadje sla erop. Aan één lijk hebben we genoeg toch? Drank moet er zijn. En énorme schalen met bittergarnituur.

Ik wil niet naast plastic planten of nepkaarsen neergezet word. Dat vind ik zo smakeloos.

En er moet gelachen worden. Ik houd namelijk van veel en hard lachen. En cynisme. Tuurlijk is het een énorm gemis voor de wereld als ik weg ben, dat realiseer ik me ten zeerste, maar dat betekent niet dat er geen lol mag zijn. Ik wil graag een paar speeches met leuke anekdotes over mijn missers en mijn zwakheden. Lang leve de zelfspot, ook na de dood.

En wat betreft de muziek: Sometimes It Snows In April van Prince wil ik graag. En een gedeelte van de Carmina Burana. Big Girls Don’t Cry van Fergie. Secrets van One Republic. Beautiful Day van U2. En de rest laat ik over aan Vlam en Jill. Het gaat om hen, niet om mij.

En Vlam heeft instructies gekregen om me hier en op Facebook netjes af te melden.

Nou ja. Tijd zat nog. Ik heb geen plannen om te gaan hemelen. Ik ging namelijk voor ‘en ze leefde(n) nog lang en gelukkig’

Bron: Pixabay.com

Sommige mensen zitten diep.

Zaterdag waren Vlam en ik in Zierikzee. Bij mijn vriendin Els.

Els is achtenzeventig en ken haar nu sinds 1995. Toen ging ik voor haar man Niek werken, in hun restaurant.

Niek heeft mij alles geleerd op horeca gebied. Sowieso etiquette. Netjes en volgens de regels ontkurken van wijn en champagne. Ik kan hazenruggen, zeetongen, lamszadels en baarzen fileren. Steak tartare aan tafel bereiden. Ik kan dankzij hem flamberen, decanteren, de hele -eren mikmak. Ik kan met een schaal met een enorme pudding of omelette Vesuvienne lopen en die aan tafel, ter plekke, met lepel en vork verdelen en uitserveren. Ik kan soep uit een terrine uitdelen. Noem het en ik kan het.

Niek bleek niet alleen een geweldige werkgever. Toen zijn vrouw en hij de tent verkochten, bleef ik privé over de vloer komen. Ik heb me zelden zo op mijn gemak gevoeld bij mensen, als bij hen.

En toen ik Jill kreeg ontpopten ze zich als surrogaat opa en oma.

Niek is helaas in 2010 overleden. Mijn beste vriend ooit. Ik heb nog nooit iemand verloren die zo diep in mijn hart zat, als hij. Met vlagen kan ik hem nog steeds enorm missen. Dan komt zijn afwezigheid heel rauw binnen.

Zaterdag ook weer. Els vertelde aan Vlam dat Jill toen ze klein was, heel erg gericht was op Niek. Ze zaten regelmatig bijna in elkaar gekropen op de bank. Dan vertelde hij haar zelfverzonnen verhaaltjes en zat zij ademloos te luisteren. Terwijl hij haar ondertussen mini Marsjes voerde, die hij in kleine stukjes had gesneden. Ze hadden allerlei rituelen samen.

Ik zag dat beeld voor me en uit het niks kwam daar een enorme snik. Rouwen is een raar en grillig iets. Ook Els schoot vol en ze pakte even mijn hand.

De rest van de middag en avond verliepen gezellig.

In plaats van pizza laten bezorgen, besloten we even de stad in te lopen en in de pizzeria te gaan eten.

Het gesprek kwam op wat strubbelingen die ik onlangs had met Vlam. Ik vertelde wat er was voorgevallen. Els reageerde geheel des Els: jeetje Vlam, als je nou nog niet weet hoe ze in elkaar steekt?! Haar in een richting duwen werkt averechts. Overleg met haar, laat haar zelf kiezen. Hoe meer je pusht, hoe meer ze iets niet doet of wil.

Zij kent me echt door en door. Op sommige vlakken snapt ze me beter dan mijn eigen man. Mooi vind ik dat. Ze heeft genoeg aan één woord en we hoeven elkaar maar aan te kijken en we weten wat de ander wil gaan zeggen. We maken soms elkaars zinnen af. We hebben hetzelfde gevoel voor humor.

Het is zó fijn als je mensen om je heen hebt bij wie je zo aansluit. Bij wie je helemaal jezelf kunt zijn en die jou en al je nukken accepteren.

Was ik maar bij geboorte omgewisseld. Dat denk ik wel eens. Was ik maar in hun huis opgegroeid. Dat had dingen een stuk makkelijker en leuker gemaakt.

 

Ja of nee?

Ik draai mijn eigen longspreekuren en blaas elke week even in onze spirometer, als een biologische ijk voor het apparaat. Mijn FEV1 is rond 124%, mijn CV plusminus 118% en mijn is Tiffenau 84%. U als leek zegt het waarschijnlijk helemaal niks, die cijfertjes. Maar neemt u maar van mij aan dat ik verdomd goed blaas. Ik blaas zelfs buiten mijn curve, ik heb een longleeftijd van 24 jaar terwijl ik 43 ben.

Ik ben ook zelden tot nooit verkouden, laat staan dat ik luchtweginfecties heb. Vorig jaar had ik voor het eerst in mijn leven een stevige bronchitis. Ademhalen deed pijn, ik kon niet goed doorademen -wat ik heel eng vond- en ik fietste als een bejaarde. Het heeft weken geduurd voor ik hersteld was. Buiten die eenmalige episode weet ik dus niet hoe het voelt om benauwd te zijn.

Diverse mensen die ik ken weten dat helaas maar al te goed. Ze hebben namelijk CF en hun eigen longen lopen vol met slijm of hun donorlongen worden afgestoten door hun lichaam waardoor ze weer een nieuw set longen nodig hebben.

Ik ken ook mensen die elke week tig keer heen en weer moeten naar het ziekenhuis omdat hun nieren bijna niet meer werken. Die dus uren en uren kwijt zijn met aan een apparaat hangen. Die altijd hondsmoe zijn. Wiens toekomst heel erg onzeker is.

Ik kan nog wel even doorgaan. De wachtlijst van mensen die een nieuw orgaan zouden kunnen gebruiken is ein-de-loos.

Ik heb sinds 1998 een donorcodicil en ben ook aangemeld bij Orgaandonatie.nu. Ongeacht of je wel of niet gelooft of er leven na de dood is, denk ik dat je je lichaam niet meer nodig hebt na je dood. Of wel? Ik hoop dat wanneer ik kom te overlijden, Vlam mijn wensen wil accepteren. Dat hij zich over zijn verdriet en afgrijzen “mijn lichaam leeg te roven” of te “verminken” heen kan zetten en de doktoren alsjeblieft hun werk wil laten doen. Vlam heeft het bijzondere idee in zijn hoofd dat men in ziekenhuizen eerder de stekker eruit trekt als iemand een donorcodicil heeft. Dat ze minder moeite doen iemand te laten overleven.

Dat is wel regelmatig een puntje van discussie hier thuis.

Laten we voorop stellen dat ik geen type ben dat wijst met vingertjes. Nooit. Ik zal mensen nooit aanvallen op dat wat ze vinden of willen of kiezen. Ik vind oprecht dat iedereen moet doen en laten waar zhij zich prettig bij voelt. Met als kanttekening dat je daarbij andere mensen niet tot last bent.

Met het niet hebben van een donorcodicil bezorg je je medemens geen last. Maar je helpt ze ook niet.

Geen ene moer.

Denk daar maar eens over na.

En als u het eng vindt, het idee dat uw lichaam “leeggeroofd” wordt; u kunt ook iets doen terwijl u nog leeft.

Hier bijvoorbeeld.

Of hier.

Kleine moeite, groot plezier.

Gisteren gingen ze op de bus. Wattenstaafjes met mijn wangslijmvlies. Ik kom in een database en kan mogelijk in de toekomst opgeroepen worden om stamcellen te doneren. Ik hakte nu maar eens de knoop door, toen een vriend van Vlam weer een lymfoom bleek te hebben en straks nieuwe stamcellen nodig heeft…

Soms is het zó verleidelijk…

Je hebt wel eens van die dagen, -en vooral op de maandag heb ik er last van-, dat ik heel erg graag zou willen spijbelen.

Gewoon naar het station fietsen in plaats van naar de praktijk. Is zo gebeurd, kwestie van mijn stuur op één punt even naar rechts duwen en ik ben er. Fiets parkeren. Grote cappuccino bestellen. Inchecken. Stiltecoupé opzoeken. Kobootje opstarten en gaan. Naar Enschede, of naar Den Bosch, of naar Aerdenhout. Daar waarvan ik weet dat er gezellige mensen wonen. Koffie drinken, kletsen en weer terug naar huis.

Of gewoon in bed blijven liggen. Even appen naar de vrouw van mijn werkgever dat ik een link buikgriepvirus heb. Of een fijne blaasontsteking. En dat ik écht niet kan werken omdat ik elk half uur naar het toilet moet. Het hoeft niet meteen iets ergs te zijn, ik hoef ook geen hele week vrij. Gewoon, een dagje langer weekend zou al zalig zijn.

Lekker nog even een paar uur slapen.

En dan een sloot thee zetten.

En dan uren met Misty op de bank hangen.

Beetje wezenloos voor me uit staren in alle stilte.

Mán, wat zou ik dat graag willen nu.

Mijn weekend was fijn hoor. Veel fijner dan de afgelopen weken. We hadden wat puin te ruimen hier. Mijn hoofd liep over. Door dingen. Dingen die je helaas wel eens overkomen in je leven. Dood en de nasleep. Elkaar niet begrijpen. Een man met pijn. Verbaal geweld. Drukke week op mijn werk. Een zeer lijf. Teveel emoties.

U kent het vast wel.

En dat vréét energie.

Dus aan die drie dagen weekend had ik eigenlijk niet genoeg.

Maar “helaas”. Ik mankeer niets. En ik heb teveel verantwoordelijkheidsgevoel. En ik kan mijn lieve collega niet laten zitten. Zeker niet op maandagen, die zijn altijd een gekkenhuis.

Dus lepel ik hierna mijn yoghurt naar binnen, kleed me aan, maak me op, hijs me op mijn fiets, zet mijn feestneus op en stort me in het werkgewoel.

Zucht.

Bijna weekend…

20161110_143003

Post crematie dip

Ik had u graag weer getrakteerd op leuke verhalen en goeie grappen.

Helaas.

Ik ben een beetje sippig. De tranen zitten hoog. En ik heb niet erg veel energie.

Oh. En ik ben Robmoe.

Is het onaardig als ik schrijf dat ik zijn naam even niet meer kan horen? Of ben ik dan weer een egocentrisch kolerewijf?

Ach. Wat kan mij het eigenlijk ook schelen.

Ik kan zijn echt naam even niet meer hóren. Zo. Op dit moment geeft het gewoon een lichamelijke reactie in schouders en nek. Als ik “ro” hoor, dan *poef* trekken mijn spieren samen.

Na maanden dat het -naar het leek- alleen maar over hem ging, ben ik er echt even klaar mee. Eerst werden elke dag zijn pijntjes en achteruitgang benoemd en geëvalueerd. Hoelang zou hij nog hebben? Speculaties alom. Elke dag hoopten we op een verlossend telefoontje. Telefoons gingen mee naar bed. De vakantie heeft in het teken gestaan van. Mijn schoonouders zaten zo ongeveer naast ons op het strand, zo voelde het tenminste regelmatig.

Toen ging hij hemelen.

En daarna heb ik alle verhalen die er maar te vertellen waren over hem, tig keer gehoord. De leuke. De minder leuke. De gevoelens die iedereen over hem had. Welke band ik met hem had.

Ik gaf om SchoRo. Echt. En ik ga best nog wel moeite hebben om zijn wegvallen een plekje te geven. En ik ben er voor Vlam. Altijd. Hij mag me helemaal onder snotteren. Elke dag weer. Geen enkele moeite mee. Ik snap het ook.

Maar op het moment wil ik alleen maar weer over tot de orde van de dag. Van mijn, correctie, van óns leven. Kunnen we alsjeblieft heel even een robpauze inpassen? Dat is wat ik de laatste dagen zeer regelmatig denk.

Ben ik onaardig?

Ik weet het niet.

Dit zijn zaken waarover ik niet zo heel vaak praat met mensen. Ik vind het stiekem toch soms erg lastig om onaardige gedachtes die ik heb, want in die categorie schaar ik ze, te uiten. Ik weet inmiddels wel dat veel mensen sociaal wenselijk gedrag veel beter kunnen handelen dan eerlijkheid. Mensen schrikken ervan als je uit dat je soms helemaal niet zo denkt of voelt als de gemiddelde mensch. Of misschien voelt de gemiddelde mensch zich ook wel eens niet zo aardig of begripvol. Maar durft zhij dat ook niet te uiten? Om bang te zijn neergesabeld te worden door de goegemeente?

Maar PVD, wat doe ik nou!

Gaat het wéér over ‘He-who-must-not-be-named’.

Ehm.

Ik ben vanmorgen alleen naar de film gegaan. Tof dat hij was. Poeh. Ik heb enorm genoten. En ik smokkelde met mijn dieet en at een gigantische chocoladekoek als lunch. En ik kocht een rokje. En troostoorbellen. Want ik had bijna nog geen oorbellen. Zieltje als ik ben.

En morgen ga ik gezellig lunchen met mijn vriend Evert.

En we hebben een weekend voor de boeg met nul sociale dingen. Er staat in mijn agenda een grote, zalige leegte.

Het is niet alleen maar kommer en kwel hier.