Gezondheidsupdate.

Vandaag heb ik weer een rondje Milon cirkel gedaan en ben ik naar de tweede fase gegaan.

In plaats van zo’n twintig herhalingen per minuut, doe ik er nu veertien. Maar ik moet ze langer vasthouden. En alle apparaten zijn in één klap dertig procent hoger gezet.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar wat (lees: nogal) tegenop zag.

Dertig procent is véél!

Goddank bleek bij aanvang dat het alleen de spierversterkende apparaten betrof. Niet de cardio. Want anders was ik echt bijkans overleden denk ik.

Ik breek nu al af van de crosstrainer. Oma heeft A) niet een heel beste conditie en B) speelt die ellendige voorhoofdsholteontsteking me nog behoorlijk parten. Ik heb nu al een week knallende hoofdpijn. Inmiddels niet meer zó erg dat ik pijnstilling nodig heb, maar toch, het klopt en pulseert behoorlijk, nog steeds. Ik neusspray me ongans. Ik heb nu wel ook ploppen achter mijn trommelvliezen dus dat betekent dat de boel aan het verschuiven/oplossen is. Jippiejajee.

Vanmiddag heb ik van de fiets een minuutje afgesnoept. Mijn hoofd explodeerde bijna. En daar baal ik dan weer van. De perfectionist in mij wil álles doen. En voor de volle honderd procent.

Mááár: het ging me goed af, die fikse verhogingen. Het viel me echt reuze mee. Had ik niet verwacht van mijn eigen lichaam.

Vlam ging vanmorgen ook mee. Hij heeft er deze week al vier keer opzitten, de held. Uiteraard heeft hij de eerste keer meteen al al die apparaten fors op zitten schroeven. Vlam heeft eigenwijs zijn uitgevonden. Echt. Meneer kan er zich niet echt bij neerleggen dat hij een oude zak aan het worden is en niet meer zoals tien jaar geleden over hekken kan springen. Hij geeft een nóg slechtere conditie dan ik. Tig jaar roken en nul sporten doen wat met je lichaam. En over een half jaar wordt hij vijftig. Dat telt ook. In zijn hoofd is hij nog de gespierde, atletische held die hij ooit was. Dat is dus even slikken voor hem.

Zijn overdrijven werd echter meteen afgestraft. Bij de oefening voor zijn rugspieren, schoot het gelijk vól in de plek waar ooit zijn hernia zat. Met een tijdelijk niet-functionerend rechter been tot gevolg. Tsja…

Ik heb de dag daarna, toen ik in de sportschool was, begeleider Jeroen ook gevraagd Vlam een beetje te temperen en desnoods op zijn flikker te geven. Fanatiek is leuk. Maar niet als dat betekent dat hij straks weer plat moet.

Jill gaat ook drie keer in de week. Ze doet het echt top. Trapt zo honderdzestig watt op de fiets weg.

Oh ja: bleek dat de eigenaar van de sportschool de vader is van onze buurvrouw. Small world. Dus we kregen meteen gezinskorting. Jippie.

Én ik ben inmiddels twee weken alcoholloos. Ik merk er niks van trouwens. Ik voel me hetzelfde en de weegschaal geeft ook hetzelfde aan. Voor Vlam is het moeilijker dan voor mij, hij vindt het maar saai, een niet meedrinkende vrouw.

Hij vroeg me af wat de volgende stap was. Of ik kort rood haar zou nemen en mijn make-up in de prullenbak zou gooien.

Over mijn lijk.

Niet slecht toch? Ik ben best tevreden over mijn vooruitgang.

Het is besmettelijk geloof ik.

Maandagavond kwamen we terug van vakantie en woensdagmiddag hing ik alweer in de apparaten.

Ik had drie weken niets gedaan en was benieuwd hoe het sporten zou gaan.

Voor we op vakantie gingen heb ik wel nog even gekeken of ik misschien in Moraira een sportschool kon vinden. Maar ik ben blij dat ik niets had afgesproken. Ik was namelijk echt overleden als ik met die bloedhitte op de crosstrainer had gemoeten. Het idee alleen al… We zijn een paar keer lángs de sportschool gereden. Dat vond ik echt al meer dan genoeg.

Goed. Woensdag.

Vol zin (ja echt hè?) fietste ik naar de sportschool. Vol enthousiasme begroette ik de instructeur en de fysiotherapeut. Helemaal klaar voor de strijd was ik. Ik plantte me op apparaat één en ging vol goeie moed aan de slag.

De spierversterkende oefeningen gingen me redelijk goed af. Niks aan het handje.

Maar toen kwam cardiooefening nummer één.

EN – DAT – VIEL – TEGEN!

Na één minuut voelde ik het zweet al op mijn slapen verschijnen. Mijn hoofd verkleurde gelijk al naar licht lila. Van de vier minuten heb ik er eentje afgesnoept. Ik kón niet meer. Ik hijgde als een postpaard.

Toen ik klaar was na de tweede ronde en van de fiets stapte, was ik knalpaars. Met kloppende slapen. En ik stond gewoon te tollen op mijn benen. Misselijk van de inspanning was ik. Bizar dat je na drie weken al voor je gevoel opnieuw kunt beginnen. Ik was zwáár teleurgesteld in mijn lichaam. Had er echt enorm de P in.

‘Ik ga echt nóóit meer op vakantie’ riep ik uit.

En een spierpijn dat ik had de dag daarna.

Poeh.

Vrijdag was ik er weer. Iets voorzichtiger. Iets minder enthousiast ook. Maar het ging al stukken beter. Goddank.

En zondag ben ik weer gegaan. En toen ging het -halleluja- bijna weer als vanouds.

Morgen ben ik weer van plan om te gaan en dan ga ik de zogenaamde tweede fase in. Dan gaan al mijn apparaten dertig procent omhoog. Zal mij benieuwen. Ik zet me alvast schrap voor een aanslag. Ik denk zomaar dat ik donderdag iets van pijn heb.

Ik ben van plan om de aankomende maanden drie keer in de week te gaan.

En -het moet niet gekker worden-, ik ga een maand geen alcohol drinken. Om te kijken wat het effect is op mijn lichaam en gewicht. Nou ben ik geen enorme drinker, alleen op vrij- en zaterdagen ga ik aan de wijn. Maar toch. Ik drink al mijn hele volwassen leven sowieso elk weekend en ik ben gewoon even heel erg benieuwd hoe het me af zal gaan.

De volgende stap is dat ik alleen nog onbespoten scharrelframbozen en ongebleekte bananen ga eten. Rauw. Uiteraard.

Nee hoor, geen zorgen. De gezondheidsgekkigheid houdt hiermee echt op. Drie keer in de week sporten en een maand geen drank.

Mijn enthousiasme is overigens wel besmettelijk gebleken. Sinds gisteren zijn zowel Vlam als Jill ook een aantal dagen per weer in de sportschool te vinden.

Volgend jaar herkent u ons niet meer terug denk ik.

Voor de strijd. De ‘na-foto’s’ mocht ik niet openbaar publiceren van Jill 😉

 

Poe. Dat viel tegen.

Woensdag meldde ik me weer in de sportschool.

Bloedjeheet was het dus ik stond voor het eerst niet te popelen. Ik kan normaal gesproken al niet heel goed tegen de hitte wegens ontplofgevaar, maar als ik iets inspannends ga doen, is het helemaal een ramp.

Ik stapte de sportschool binnen en ik voelde meteen al dat er iets niet klopte.

Jawel: de airco was die morgen kapot gegaan en ze zaten te wachten op een monteur.

Had ik weer.

Jippie.

Vol frisse tegenzin ging ik aan de slag. Mijn sportvriendin, de mevrouw die al veertien kilo is afgevallen en er toevallig steeds op de momenten is, dat ik er ook ben (ze woont er echt niet, heb dat even gecheckt) was er ook weer. Zwetend als een otter met een bijkans paars hoofd was ze bijna klaar met ronde één.

Puffend en transpirerend en mopperend deden we samen een ronde. Gedeelde smart is halve smart tenslotte.

Het zweet gutste werkelijk van mijn hoofd af. Bizar. Dat had ik nog niet eerder gehad zo.

Toen ik klaar was stapte ik van de fiets en ik zag gewoon sterretjes. Snel ben ik gaan zitten. Ik moet er toch niet aan denken dat ik tegen de vlakte was gegaan daar. Zo gênant. Bejaardengym en ik ga gestrekt. Kan écht niet.

Na een paar minuutjes én een halve liter water, ging het weer prima.

Uitslover als ik ben, wilde ik nog tien minuutjes op de loopband. Even uitstappen. Ik zette het apparaat aan en stelde de vijf kilometer per uur in. Held als ik ben, durfde ik dit keer zonder dodemansknop.

Nou, dat heb ik geweten.

Ineens ging dat ding op een moordend tempo. Uit het niets! Ik had -erewoord- nergens aan gezeten. Dat durf ik niet eens. Loopbanden en ik zijn een slechte combi. Ik vertrouw die dingen voor geen meter. Hij ging -hoppa- van vijf naar negen. Ik stond meteen niet meer rechtop, maar in een hoek van vijfenveertig graden. In blinde paniek bleef ik op dat ding drukken: min, min, min, min… En ik zat weer op vijf. Poeh.

Maar een paar minuten later flikte dat K&%$#* ding het me weer!

Terwijl ik weer als een debiel aan het minnen was, kwam de meester eraan gesprint. ‘Wat doe je nou?’ vroeg hij. ‘Ja, weet ik veel. Niks! Hij gaat uit zichzelf steeds harder!’ zei ik, inmiddels bijna paars aangelopen met kloppende slapen.

Bleek dat dat onding op een parcours stond, iemand voor mij had ‘m niet goed afgesloten.

Weer wat geleerd.

Zie ik op de display een oplopende lijn? Niet goed.

Het moet een vlakke lijn zijn.

Nou, ik had die bijkans ook, een heuse flatliner welteverstaan. Mijn hart had het bijna begeven, zoveel beweeggeweld bij zulke temperaturen, daar kan ik echt niet goed tegen.

En ik mag zo weer die kant op. Om acht uur gaan ze open.

Mocht ik er dit keer echt in blijven en u niet meer zien? Het was leuk u gekend te hebben…

De wonderen zijn de wereld nog niet uit…

Inmiddels heb ik zeven sessies sportschool erop zitten.

En -wonder oh wonder-, het valt me niet tegen. Ik sta niet te trappelen, maar het staat me ook absoluut niet tegen. Ik doe na twee keer die cirkel ook nog eens als bonus tien minuten de loopband. En als ik geweest ben, heb ik best een voldaan gevoel. Zowaar. Ik doe het toch maar mooi, twee keer in de week. Ik plan het wel echt van te voren in. Ik ga die en die dag deze week en ik verzet het voor niks of niemand. Want als ik het niet zo aanpak, ik ken mijzelf, dan komt er niks van.

En -jawel! Schrik niet- ik heb ook al “sportvrienden” gemaakt. Één dame die ook toevallig op dezelfde dagen gaat als ik. En in vier maanden tijd veertien (!) kilo is afgevallen. Dat geeft de burger moed.

En ik heb ook al non-vrienden gemaakt. En het lag écht niet aan mij deze keer. Erewoord.

Toen ik namelijk tweede Pinksterdag om acht uur al in de apparaten hing, kwam er een kwartiertje na mij een vrouw binnen met een snerpende stem (als ik íéts haat..) die het nodig vond om de ganse cirkel te entertainen. ‘Kom je nou om te kletsen of kom je nou om te sporten?’ dacht ik meteen. Ik zei haar goedemorgen en bemoeide me weer met mijzelf. Maar mevrouw Snerp bemoeide zich steeds ongevraagd wel met mij. Terwijl ik doorgaans te horen krijg dat mijn lichaamstaal en gezichtsuitdrukking zeer duidelijk zijn. Ze had echt een plaatstalen bord voor haar hoofd, dat moge duidelijk zijn.

In ieder geval: je doet die cirkel twee keer, alle apparaten komen twee keer aan bod. Na ronde één is het advies een minuut pauze te nemen. Ik vind dat onzin. Ik ga liever door. En dat mag ook, je moet doen waar je je prettig bij voelt. Luister naar je lichaam.

En dat deed ik nu dus ook. Meteen vanaf de fiets weer aan de volgende ronde beginnen.

“Je moet wel pauze nemen na één ronde hoor!” hoorde ik naast me.

“Geen behoefte aan” antwoordde ik. “Want? Ik krijg stokslagen als ik gewoon doorga?”

En toen ik met de tweede ronde de crosstrainer oversloeg wegens dreigende heuppijn, kreeg ik wéér op mijn flikker van mevrouw IWAB (Ik Weet Alles Beter)… “Sla je nou gewoon een apparaat over?” krijste ze bijkans. Dwárs door de cirkel.

“Lap jij me er nou gewoon bij?” vroeg ik op mijn beurt. Haar iets giftig aanstarend.

De hele cirkel, incluis de juf, moest erom lachen.

De IWAB ging in haar schulp.

Wat een vreselijke betweter zeg! Bah! Ik heb meteen opgeslagen dat het voor mij de laatste keer was dat ik op weekenddagen (want ze vertelde haar buurvrouw -ook ongevraagd- dat ze dan altijd daar te vinden was) acte de présence zou geven.

Ik krijg van zulke figuren nog een hogere hartslag dan van zwoegen op een crosstrainer.

En van mijn app van “Het Voedingscentrum” word ik ook niet goed. Nóóit tevreden.

 

Sportschoolupdate

Nou vooruit, toch een after foto. Die moeilijk kijkende framboos dat ben ik. Ik vloek ook behoorlijk met mijn jasje.

Ik kijk overigens alleen maar moeilijk omdat ik tegen de zon inkeek.

Het viel me namelijk -erewoord- 100% mee.

Ik geef eerlijk toe dat ik vlak voor ik me moest melden, een tikkie nerveus was. Want ten eerste is sporten niks voor mij en de laatste keer dat ik überhaupt iets deed, was ik begin twintig. En als ik dan iets doe, doe ik het liefst alleen, één op één. Ik verafschuw sportende groepen mensen. Vandaar mijn aversie tegen sportscholen.

Bij Milon stapte ik binnen en ongeveer zeven bejaarden waren fanatiek bezig op de apparaten. Mooi. Dat schepte meteen een band.

De man die er werkte heette me welkom en nam een intake af. Wat waren mijn doelen? Wat deed ik zelf al? Had ik beperkingen buiten mijn heup?

Hij maakte een profiel voor me aan en zette een pasje op mijn naam.

Daarna deden we een rondje door de cirkel en paste hij alle apparaten aan, aan mijn lichaamsverhoudingen en stelde hij de juiste weerstand in. Voor de niet-sportende kantoorbaan hebbende theemuts.

Vervolgens deden we samen ronde één en legde hij me uit wat de bedoeling was. Licht rood op de pilaar? Eerste apparaat pakken, pasje erin, op de knop drukken en het ding gaat automatisch in jouw houding staan. Als het groene licht aangaat, kun je beginnen. Per apparaat doe je een minuut lang oefeningen. Ideaal is twintig keer per minuut. En je moet zorgen dat je op de display in het groene gedeelte blijft, dan doe je de oefeningen op de juiste manier.

Springt de pilaar op rood, dan ben je klaar en heb je een halve minuut om naar de volgende oefening te gaan.

Op die cirkel staan zes apparaten voor krachttraining en twee voor cardio.

Die laatste doe je geen één, maar vier minuten. Totaal dus vier keer vier minuten cardio en twaalf keer twintig rek-strek-duw en trekpogingen.

Het verschil tussen de Milon apparaten en de gewone fitnessapparaten is dat bij de Milon apparaten de weerstand van én de heengaande én de teruggaande beweging ingesteld worden. Zo worden je spieren voor de heen en teruggaande beweging apart getraind. Dus doe je feitelijk twee oefeningen in één.

Die hele cirkel doe je twee keer.

Wat ik eerder al schreef: een beetje fitnessgoeroe zal er om moeten lachen.

Ik -als fanatieke niet-sporter- vond het goed te doen, maar het is niet zo dat het me als vanzelf afging. Fietsen op de hometrainer bijvoorbeeld, vier minuten lang behoorlijk stevig doortrappen op 150 watt (voor mij een goede weerstand, voor de gemiddelde vrouw aan de hoge kant, maar ik ben gewend om te fietsen) was een aardige inspanning.

Ik was dan ook “iets” rood na twee keer die cirkel.

Ik ben begonnen met een maandabonnement. Daarna evalueer ik wel of het baat heeft en of ik het nog steeds leuk vind.

En ja: ik heb hier en daar aardig spierpijn.

Ik denk dat ik die man van mij straks maar eens aan het masseren ga zetten…