De weg kwijt.

Één van de bijkomstigheden van mijn nog herstellende hersenvliezen is dat ik zo vergeetachtig ben als de hel.

Dingen die Jill tegen me zegt bijvoorbeeld, die sla ik gewoon niet op. Niet. Ze moet echt van te voren aankondigen als ze ’s avonds niet mee-eet én op de dag zelf ook nog even. En dan nóg is de kans aanwezig dat ik me aan het einde van de middag afvraag waar ze blijft.

Ik heb mijn portemonnee bij de fysiotherapeut laten liggen.

Ik heb al maanden ruzie met mijn sleutels die zich op de meest vreemde plaatsen verstoppen.

Medische lappen tekst en ik gaan momenteel ook niet samen door één deur. Normaal gesproken “scande” ik ze diagonaal. Pikte er de diagnose en behandelplan uit en verwerkte één en ander zo in de dossiers van de patiënten. Nu moet ik ze echt lezen wil de inhoud tot mijn hersenpan doordringen. En halverwege heb ik echt soms geen idee waar het over gaat. Is het net of ik Swahili las. Ik doe dus ongeveer drie keer langer dan normaal over de post verwerken. (Wat dan weer vrij lastig is als je maar twee uur per dag werkt…)

Namen onthouden is iets waar ik normaliter erg goed in ben. Ik hoef iemand maar één keer gezien te hebben en zhij zit in mijn systeem. Rondje voorstellen? Ik onthoud zeker 80% van de namen. Nu niet. Sterker nog: ik heb pas geleden in een winkel gestaan om een pakje op te halen en ik kon met geen mogelijkheid op mijn eigen naam komen. Ik lulde er wat omheen over het weer tot hij ineens opplopte in mijn brein. Erg gênant.

Boodschappen en ik zijn momenteel ook een lastige combi. Voorheen rende ik door de Lidl, smeet links en rechts één en ander in mijn mandje en klaar. Nu (omdat Vlam me wegbrengt en ophaalt naar en van mijn werk) gaat sowieso alles via Picnic. Bijkomend voordeel is, is dat ik in die app een boodschappenlijstje kan maken in mijn winkelmand. Ik begin daar zaterdag mee en bestel dinsdag. Op die manier kan ik niets missen. Dat je bijvoorbeeld een ovenschotel met zuurkool wilt maken en er al kokende achterkomt dat je iets nogal essentieels mist. De zuurkool. Zucht.

Ik ben compleet het overzicht kwijt wat wij on onze voorraadkasten hebben. Ik zit bijna elke week wel op mijn knieën bij de keukenkastjes om te checken of we genoeg pasta en rijst in huis hebben.

Ik loop net zo makkelijk naar de keuken en dan heb ik geen flauw idee wat ik er kom doen.

De agenda in mijn telefoon heeft nog nooit zo vol gestaan. Elk wissewasje noteer ik erin.

Gisteren deed ik voor de gein online een geheugentest. Van de Alzheimer stichting. Volgens de test moet ik mijn huisarts consulteren. Ik vertoon dusdanige kenmerken dat ik me toch wel zorgen moet gaan maken…

Joh.

Bron: pixabay (2454791)

Nog niet veel te melden.

Ik heb weer een stapje terug moeten doen in de afgelopen week.

Ik werkte vier uur per dag. Dat bleek te enthousiast. Ik kwam met hoofdpijn thuis en moest als een heuse bejaarde bijslapen alvorens ik weer wat waard was. Op laste van stokslagen van de bedrijfsarts schroefde ik de boel noodgedwongen terug naar drie uur.

Dat leek goed te gaan. Tot afgelopen maandag. Ik kwam thuis na drie uur werken, maakte een ovenschotel, ruimde wat op en deed daarna keurig netjes mijn slaapje. Tegen vijven kwam mijn schoonmoeder om mee te eten en toen ze wegging, zo acht uur, knalde mijn kop bijkans uit elkaar. Uiteraard had het hele orkest zich ook weer verzameld onder mijn schedel en gooide er een heftige symfonie uit. Vooral de klarinet deed lekker zijn best.

Ik deed geen oog dicht, het was veel te onrustig in mijn hoofd.

Ik verkaste wederom naar de bank alwaar Misty me meteen besprong. ‘Há gezellig! Mijn sleepy is er weer’…

’s Morgens was ik een huilend hoopje niks en meldde me ziek.

Door de pijn en de onrust en wat voor mij voelde als een enorme nederlaag, was ik zo van slag, dat ik mijn heil zocht bij iets kalmerends. Ik nestelde me op de bank met Iron Man, thee en poes en maakte er maar het beste van.

Vlam belde me einde van de ochtend en stelde voor zelf met Peter te gaan praten. Ik liep de afgelopen weken rond met nogal wat frustraties aangaande hem (ik noem een niet-informeren naar hoe mijn gesprek met de bedrijfsarts geweest was) en ben sowieso de laatste tijd echt te labiel om gesprekken aan te gaan. Ik jank om niks en voel me enorm snel aangevallen.

Dat bleek een gouden greep. Peter vond het fijn zijn verhaal kwijt te kunnen en lijkt nu beter te snappen hoe ik ben. Altijd maar doorgaan. Lachen. Grapjes maken. Doen alsof het prima gaat. Maar ondertussen…

De volgende dag hebben wij samen ook een goed gesprek gehad, kreeg ik tot twee keer toe een dikke knuffel en hebben we beslist dat ik terugga naar twee uur per dag. Want Peter stelde: het is maar werk. Het is niet de bedoeling dat je na je werk thuis komt en niks meer kunt. Je moet energie overhouden om leuke dingen te doen. En we moeten zien te voorkomen dat je restschade overhoudt.

En dus werkte ik de afgelopen dagen braafjes twee uur.

De week van 18 december zijn we gesloten.

De week daarna hoef ik (vanwege Kerst) alleen woens- en donderdag te werken.

En de week dáárna zijn we weer dicht.

Maandag 8 januari gaan we weer beginnen en die week heb ik ook een afspraak met de neuroloog.

Ik kabbel 2017 dus wel door. En in het nieuwe jaar zien we wel weer.

Oh! En óók een hele geruststelling: de accreditatie van de praktijk, waar wij aan begonnen waren maar die al tig keer door mijn ziekte is uitgesteld, is op de lange baan geschoven. We hebben tot twee jaar (!) uitstel gekregen.

Alleen dat al gaf instant rust in mijn hoofd.

Mijn uitzicht voor de komende weken. Geef toe: het kan slechter 😉

 

En zo tobben we voort…

Ik ben er na vijftien (!) weken “ziek zijn” nog steeds niet aan gewend. Aan mijn nieuwe status als patiënt zijnde. Ik heb er enorme moeite mee om steeds maar weer te moeten wikken en wegen en keuzes te moeten maken.

Gisteren was weer zo’n dag.

Ik heb drie uurtjes gewerkt, waarvan ik een half uur bij de manueel therapeut op de bank lag. En een uur lang een longfunctieonderzoek afnam. Amper computerwerk dus. Ik ben begonnen om twaalf uur en was kwart over drie ’s middags weer thuis. Vlam heeft me zowel gebracht, als gehaald. Tussen half vier en kwart voor vijf lag ik gestrekt op bed. Ik heb een half uur geslapen. Van vijf tot half zeven ben ik naar een verjaardag geweest. Toen zijn we doorgegaan naar Jills school, voor een mentorgesprek. Om kwart voor tien ging ik naar bed.

GESLOOPT.

Met suizende oren, een piepend hoofd en behoorlijke hoofdpijn.

Ik kwakte er een tramadol in en nam drie druppels THC. Niks half werk.

Ik was echt meer dan klaar voor een lekkere lange nacht.

Mijn vliezen beslisten echter anders.

Om één uur was ik nog klaarwakker en verkaste ik van ellende naar de bank. Het leek wel alsof mijn hoofd overliep. Alles zat te vol en te strak. Alles gonsde en knetterde en tintelde.

Ik jankte van pure zelfmedelijden de ogen uit mijn kop en viel uiteindelijk in slaap. Voor een paar uurtjes. Want Misty vond het nodig midden in de nacht als een debiel rondjes te gaan rennen door de woonkamer. Onder luid gemiauw.

Vanmorgen was ik gebroken.

En zo’n K nacht is niet bevorderlijk voor de vliezen, kan ik u zeggen. (Noch voor de wallen en de oogleden. Ik zíé eruit vandaag. Om te janken. Oh nee. Laat ik dat maar niet doen).

Ik had het er gisteren nog met Vlam over. Tuurlijk was het weer teveel. Maar waar de hel had ik moeten strepen dan? Had ik niet mee moeten gaan naar school? Had ik mijn vriendin moeten afbellen? Nóg minder moeten werken? Sorry Peter, ik ga een uurtje eerder naar huis want ik heb een verjaardag straks. Hij ziet me aankomen. Ik zie mezelf aankomen.

Ik weet het niet hoor.

En ik vind het echt verdomde moeilijk om elke dag weer van te voren te moeten verzinnen wat ik denk aan te kunnen.

En waar ik ook verschrikkelijk moe van word, nu ik toch een rondje aan het zeiken ben, is mijn over-emotionele aard van de laatste tijd. Ik schiet van alles vol. Gisteren ook weer. De mentor vertelde dat Jill begin van het schooljaar even een moeilijke start had gehad omdat ze zich zo’n zorgen om mij had gemaakt. Het was duidelijk merkbaar geweest op school dat ze van slag was. Ik heb met de grootste moeite mijn tranen weg zitten slikken. In de auto kwamen ze. En in bed kwamen ze nog een keer. En nu ik er weer aan denk, zitten ze wéér hoog.

Ik mis de oude mij.

Bron: Pixabay

44!

Happy birthday to me. Happy birthday to me. Happy birthday dear me-he… Happy birthday to me.

Een heel klein taartje dan maar vandaag.

Voor een heel klein feestje.

Zo feestelijk voel ik me namelijk helaas niet de laatste tijd.

Je mag een wens doen toch? Als je in één keer alle kaarsjes uitblaast? Moet lukken met onderstaand exemplaar 😉

Ik ga voor gezonde, weer uit elkaar gefloepte, goed gehydrateerde en tot normale proporties geslonken hersenvliezen. (En daarmee zullen ook wel weer mijn levensvreugde, gezonde nachtrust, scherpe geest en gevoel voor humor terugkomen. Mag ik PVD hopen).

*pfffff*

Bron: Pixabay.com

En zo kabbelt november verder.

Tsja, ik kan u helaas nog geen flitsende verhalen over wonderbaarlijke genezingen melden. Hier kabbelt het voort. En mijn hersenen storen zich er totaal niet aan het feit dat ik ze heel graag wil zoals ze eerst waren.

Ze gaan hun eigen grillige gang.

De ene dag gaat het wat beter dan de andere.

Zondag had ik voor het eerst in dertien weken een dag geen hoofdpijn. Halverwege de middag dacht ik ‘verhip. Ik mis iets!’.

Maandag werd ik fris en fruitig wakker en ging het werken heel erg lekker. Ik plakte er in mijn enthousiasme een uurtje achteraan. Nog steeds niks aan het handje.

Dinsdag begon ik tegen twaalven omdat ik in de middag enkele longfunctieonderzoeken had. En ik had daarvoor even een sessie manuele therapie van mijn schedelplaten. Dat wist u waarschijnlijk niet, ik wist het ook niet, maar er zit behoorlijk wat speling nog in je schedel. Ik dacht dat het een harde helm was. Niks daarvan; de platen onderling zijn behoorlijk te manipuleren. Dat moet ook wel want er lopen twee enorme bloedvaten naar binnen. En als die ruimte er niet zou zijn, zou je met elke hartslag je hersenen tegen je pan aan drukken. Lang verhaal kort: mijn fysio manipuleert heel voorzichtig mijn hersenvliezen, die dus vlak onder de schedel liggen. In de hoop dat de vloeistoffen beter en sneller gaan verspreiden.

Na mijn bezoek begon de pijn. Iets dat normaal is na welke manuele behandeling dan ook.

Maar tegen half vier keek ik bijna scheel van de hoofdpijn en ben ik eerder opgestapt.

Thuisgekomen dook ik de medicijnlade in en greep naar de tramadol.

Ik was een huilend hoopje niks.

Het deed zo’n pijn.

En die klotekanarie floot zich helemaal gek.

Woensdagmorgen was de pijn er nog steeds. Inmiddels was ik zo labiel als de neten. Toen ik even bij de fysio’s gedag ging zeggen en daar een heel lief en goed bedoeld monoloogje onderging van een zeer bezorgde peut, stond ik zwaar te snikken.

Ik deed nog een huisbezoek bij mijn favoriete verzorgbejaarde (afzeggen was gewoon geen optie omdat ik haar dan zo enorm teleurstel). Toen ik weer buiten stond bedacht ik me dat ik terug naar de praktijk kon om mijn bezoek in haar dossier vast te leggen. Maar dat dat ook mórgen kon. Ik koos voor optie twee en appte mijn collega dat ik haar donderdag weer zag en dat ik dan ook meteen een uurtje later begon.

Donderdag was weer een redelijke dag. Drie uur gewerkt, nog even teamoverleg (lees: samen eten en bijkletsen) gehad en niks aan het handje. Lichte tinnitus had ik. Meer niet. Omdat ik ’s avonds met Jill naar de bioscoop zou gaan, heb ik ’s middags een uurtje liggen slapen. Zoals het een heuse patiënt betaamt.

En vandaag?

Geen idee.

De dag begon prima na een zalige nacht. We zien wel weer. Ik heb niets op het programma staan. Beetje huisvrouw spelen, beetje rommelen. Mijn hersenvliezen en ik houden het zeer rustig vandaag.

Goed weekend u allemaal!

Bron: Pixabay.com