Mijn lot is bezegeld.

Bovenstaande verscheen gisteren als melding op mijn telefoon. Van Facebook.

Ik heb een schurfthekel aan die meldingen. Alsof ik vijf ben. En daarbij ook nog eens verstandelijk beperkt.

En die laatste zin ook: schrijf een bericht.

Woef.

Nou ja: ze hebben het wel voor elkaar. U hoort weer eens iets van mij. Helpen ze toch, die betuttelende, bemoeizuchtige tips en opmerkingen.

Het is niet dat ik niet wil, ik sta te trappelen om hier weer elke dag te komen, maar dat kan niet. Want ik houd me koest. Heel erg koest. Omdat de minste of geringste opwinding nog steeds resulteert in hoofdpijn en het orkest onder mijn schedelplaten.

Ik doseer me het lazarus. Heb ik ’s middags een afspraak om ergens koffie te gaan drinken, dan kan ik niet ook nog eens gaan wandelen en een blogje tikken. Het is of of. En heel soms en en. Maar die dagen komen nog niet veel voor.

En waar ik vroeger al van van slag raakte, heb ik dat nu in het kwadraat. En dan heb ik niet alleen de chaos in mijn hoofd, maar als bonusje ook nog eens pijn en tinnitus.

Vorige week hoorde ik dat de mensen met wie wij Kerst gaan vieren, momenteel even niet zo soepel lopen, qua relatie. Ten eerste heb ik er een ontzettende pesthekel aan om bij mensen te zijn waartussen spanning is. Ik als emotie-spons word daar enorm onrustig van. Ten tweede is en blijft Kerst voor mij een beladen iets. De druk is gewoon te hoog. Het móét met familie, het móét gezellig zijn, het móét bijzonder zijn. Ten derde heb ik al genoeg meegemaakt met deze mensen in de afgelopen jaren en heb ik geen puf meer voor moeilijke toestanden.

Ik liep naar de keuken om koffie te zetten en raakte ineens half in paniek toen ik bovenstaande bedacht.

Ik gooide van de zenuwen een kopje koffie om en voor ik erg in had, stond ik me toch een partij te janken.

En toen ik naar bed ging, had ik, jawel, heus: hoofdpijn.

Vorige week dronk ik ergens koffie met mijn nicht. De zaak zat vol en was al erg rumoerig. Ze draaiden er ter verhoging van de feestvreugde van die zenuwachtige jazz-achtige muziek. Naast mij was een kind over de grond aan het dweilen. Als ze niet met haar voet op de grond aan het tikken was. Of nog maar eens een keer de menukaart liet vallen. Buiten kwam een driekoppige drumband aanlopen en u mag raden waar ze -lekker luid- gingen staan spelen?

Uiteraard.

‘Je komt een beetje zenuwachtig op me over’ zei mijn nicht.

Dat was een understatement.

Ik had met liefde met die trommelstokjes de hersenen van de band én het voltallige publiek van de koffietent ingeslagen.

Voor mijn duraalzak besloot te gaan lekken vermeed ik al situaties waarin ik teveel geprikkeld werd. Maar vanaf nu is het officieel: ik ben echt een zeikerige hysterica geworden.

Ik ga de scheiding maar aanvragen en zesendertig katten uit het asiel adopteren.

Mijn lot is bezegeld.

De weg kwijt.

Één van de bijkomstigheden van mijn nog herstellende hersenvliezen is dat ik zo vergeetachtig ben als de hel.

Dingen die Jill tegen me zegt bijvoorbeeld, die sla ik gewoon niet op. Niet. Ze moet echt van te voren aankondigen als ze ’s avonds niet mee-eet én op de dag zelf ook nog even. En dan nóg is de kans aanwezig dat ik me aan het einde van de middag afvraag waar ze blijft.

Ik heb mijn portemonnee bij de fysiotherapeut laten liggen.

Ik heb al maanden ruzie met mijn sleutels die zich op de meest vreemde plaatsen verstoppen.

Medische lappen tekst en ik gaan momenteel ook niet samen door één deur. Normaal gesproken “scande” ik ze diagonaal. Pikte er de diagnose en behandelplan uit en verwerkte één en ander zo in de dossiers van de patiënten. Nu moet ik ze echt lezen wil de inhoud tot mijn hersenpan doordringen. En halverwege heb ik echt soms geen idee waar het over gaat. Is het net of ik Swahili las. Ik doe dus ongeveer drie keer langer dan normaal over de post verwerken. (Wat dan weer vrij lastig is als je maar twee uur per dag werkt…)

Namen onthouden is iets waar ik normaliter erg goed in ben. Ik hoef iemand maar één keer gezien te hebben en zhij zit in mijn systeem. Rondje voorstellen? Ik onthoud zeker 80% van de namen. Nu niet. Sterker nog: ik heb pas geleden in een winkel gestaan om een pakje op te halen en ik kon met geen mogelijkheid op mijn eigen naam komen. Ik lulde er wat omheen over het weer tot hij ineens opplopte in mijn brein. Erg gênant.

Boodschappen en ik zijn momenteel ook een lastige combi. Voorheen rende ik door de Lidl, smeet links en rechts één en ander in mijn mandje en klaar. Nu (omdat Vlam me wegbrengt en ophaalt naar en van mijn werk) gaat sowieso alles via Picnic. Bijkomend voordeel is, is dat ik in die app een boodschappenlijstje kan maken in mijn winkelmand. Ik begin daar zaterdag mee en bestel dinsdag. Op die manier kan ik niets missen. Dat je bijvoorbeeld een ovenschotel met zuurkool wilt maken en er al kokende achterkomt dat je iets nogal essentieels mist. De zuurkool. Zucht.

Ik ben compleet het overzicht kwijt wat wij on onze voorraadkasten hebben. Ik zit bijna elke week wel op mijn knieën bij de keukenkastjes om te checken of we genoeg pasta en rijst in huis hebben.

Ik loop net zo makkelijk naar de keuken en dan heb ik geen flauw idee wat ik er kom doen.

De agenda in mijn telefoon heeft nog nooit zo vol gestaan. Elk wissewasje noteer ik erin.

Gisteren deed ik voor de gein online een geheugentest. Van de Alzheimer stichting. Volgens de test moet ik mijn huisarts consulteren. Ik vertoon dusdanige kenmerken dat ik me toch wel zorgen moet gaan maken…

Joh.

Bron: pixabay (2454791)

En zo kabbelt november verder.

Tsja, ik kan u helaas nog geen flitsende verhalen over wonderbaarlijke genezingen melden. Hier kabbelt het voort. En mijn hersenen storen zich er totaal niet aan het feit dat ik ze heel graag wil zoals ze eerst waren.

Ze gaan hun eigen grillige gang.

De ene dag gaat het wat beter dan de andere.

Zondag had ik voor het eerst in dertien weken een dag geen hoofdpijn. Halverwege de middag dacht ik ‘verhip. Ik mis iets!’.

Maandag werd ik fris en fruitig wakker en ging het werken heel erg lekker. Ik plakte er in mijn enthousiasme een uurtje achteraan. Nog steeds niks aan het handje.

Dinsdag begon ik tegen twaalven omdat ik in de middag enkele longfunctieonderzoeken had. En ik had daarvoor even een sessie manuele therapie van mijn schedelplaten. Dat wist u waarschijnlijk niet, ik wist het ook niet, maar er zit behoorlijk wat speling nog in je schedel. Ik dacht dat het een harde helm was. Niks daarvan; de platen onderling zijn behoorlijk te manipuleren. Dat moet ook wel want er lopen twee enorme bloedvaten naar binnen. En als die ruimte er niet zou zijn, zou je met elke hartslag je hersenen tegen je pan aan drukken. Lang verhaal kort: mijn fysio manipuleert heel voorzichtig mijn hersenvliezen, die dus vlak onder de schedel liggen. In de hoop dat de vloeistoffen beter en sneller gaan verspreiden.

Na mijn bezoek begon de pijn. Iets dat normaal is na welke manuele behandeling dan ook.

Maar tegen half vier keek ik bijna scheel van de hoofdpijn en ben ik eerder opgestapt.

Thuisgekomen dook ik de medicijnlade in en greep naar de tramadol.

Ik was een huilend hoopje niks.

Het deed zo’n pijn.

En die klotekanarie floot zich helemaal gek.

Woensdagmorgen was de pijn er nog steeds. Inmiddels was ik zo labiel als de neten. Toen ik even bij de fysio’s gedag ging zeggen en daar een heel lief en goed bedoeld monoloogje onderging van een zeer bezorgde peut, stond ik zwaar te snikken.

Ik deed nog een huisbezoek bij mijn favoriete verzorgbejaarde (afzeggen was gewoon geen optie omdat ik haar dan zo enorm teleurstel). Toen ik weer buiten stond bedacht ik me dat ik terug naar de praktijk kon om mijn bezoek in haar dossier vast te leggen. Maar dat dat ook mórgen kon. Ik koos voor optie twee en appte mijn collega dat ik haar donderdag weer zag en dat ik dan ook meteen een uurtje later begon.

Donderdag was weer een redelijke dag. Drie uur gewerkt, nog even teamoverleg (lees: samen eten en bijkletsen) gehad en niks aan het handje. Lichte tinnitus had ik. Meer niet. Omdat ik ’s avonds met Jill naar de bioscoop zou gaan, heb ik ’s middags een uurtje liggen slapen. Zoals het een heuse patiënt betaamt.

En vandaag?

Geen idee.

De dag begon prima na een zalige nacht. We zien wel weer. Ik heb niets op het programma staan. Beetje huisvrouw spelen, beetje rommelen. Mijn hersenvliezen en ik houden het zeer rustig vandaag.

Goed weekend u allemaal!

Bron: Pixabay.com

Goed opletten.

Sinds de drooglegging in mijn hersenen moet ik dingen anders aanpakken en dat vergt nogal wat van me, merk ik. Het is zó niet mij.

Ik kan gewoon nog niet teveel. Nou ja: ik kan de hele dag doorgaan als een stoomtrein, geen probleem. Energie zat. Maar daarna begint de tinnitus-kanarie te fluiten, trekt de badmuts die ik om mijn hersenen heb nóg een tandje strakker aan en krijg ik geheid hoofdpijn.

Dus na diverse malen mijn hoofd tegen de bekende steen te hebben gestoten, ben ik langzaam aan iets verstandiger aan het worden.

Ik doseer.

Me te pletter.

Zaterdag hadden we een verjaardag. Vanaf half vijf tot onbekend. Ik dekte me meteen al in en zei tegen Vlam dat wanneer hij het leuk zou vinden als ik mee zou gaan, we het echt niet laat konden maken. Ik ken hem namelijk als mijn broekzak. Hij en op tijd ergens weggaan? Há! En dan heb je ‘m eindelijk zo ver dat we richting huis kunnen maar dan komt hij op weg naar de uitgang nog die en die tegen en móéten er nog diverse updates gedeeld worden. Vlam is buurman & buurman. In zijn eentje.

Ik ben voor we weggingen gaan rusten. Echt waar. Rústen. Ik word einde van de maand 44 maar ik klink nu echt als hoogbejaard. Oma heeft zich drie uur lang teruggetrokken in de slaapkamer. Met verdamper. Met daarin olie van de wierookboom. Want dat zou goed zijn tegen hersenletsel. Nou geloof ik dus niet dat door het opsnuiven van iets sneller herstel, maar Vlam wilde per se dat ik het probeerde. En volgzaam als ik ben…

Ik heb mijn sporten teruggeschroefd van drie keer in de week naar twee keer in de week. En ik doe die cirkel echt bijna achteruit. Twaalf keer één minuut spieroefeningen. Twee keer twee minuten cardio. En soms nog even tien minuten de loopband. En daarna moet ik weer rusten. Want dan vibreren mijn vliezen zich te pletter.

Morgen wordt ook een dagje. Ik wil vier uur werken, dat sowieso. En ik wil gaan lunchen met een vriendin. En sporten met Jill. En ’s avonds wandelen met een andere vriendin. Ik had tegen alles en iedereen al ja gezegd toen tot me doordrong dat ik daarna waarschijnlijk gestrekt zou kunnen met een dikke vette tramadol én het de dag daarna zwaar moest bekopen.

Oeps.

Even kijken hoe ik één en ander wat kan beperken. Sporten sowieso verschuiven naar een andere dag denk ik. En de lunch binnen de perken houden. En tussen lunch en wandelen maar eens gaan -eh- rusten?

Man oh man.

Nog zoiets: heb ik gewerkt, dan kan ik privé niet nog eens achter de laptop gaan zitten. Dat is gewoon teveel merk ik. Ik heb het geprobeerd hoor. Even Vlams visitekaartjes ontwerpen. Even de website aanpassen. Even een blogje.

Gaat niet.

Willen ze niet.

Die K^%$#@ vliezen.

(Ik ben nu dus al zwaar in overtreding terwijl ik dit pietepeuterige lapje tekst typ. Het spijt me mensen, maar de dagen van elke morgen gezellig een verhaaltje van mij? Ik zie het voorlopig nog niet gebeuren. En bijlezen bij u? Ook zoiets. Aarrggh!).