Poe. Dat viel tegen.

Woensdag meldde ik me weer in de sportschool.

Bloedjeheet was het dus ik stond voor het eerst niet te popelen. Ik kan normaal gesproken al niet heel goed tegen de hitte wegens ontplofgevaar, maar als ik iets inspannends ga doen, is het helemaal een ramp.

Ik stapte de sportschool binnen en ik voelde meteen al dat er iets niet klopte.

Jawel: de airco was die morgen kapot gegaan en ze zaten te wachten op een monteur.

Had ik weer.

Jippie.

Vol frisse tegenzin ging ik aan de slag. Mijn sportvriendin, de mevrouw die al veertien kilo is afgevallen en er toevallig steeds op de momenten is, dat ik er ook ben (ze woont er echt niet, heb dat even gecheckt) was er ook weer. Zwetend als een otter met een bijkans paars hoofd was ze bijna klaar met ronde één.

Puffend en transpirerend en mopperend deden we samen een ronde. Gedeelde smart is halve smart tenslotte.

Het zweet gutste werkelijk van mijn hoofd af. Bizar. Dat had ik nog niet eerder gehad zo.

Toen ik klaar was stapte ik van de fiets en ik zag gewoon sterretjes. Snel ben ik gaan zitten. Ik moet er toch niet aan denken dat ik tegen de vlakte was gegaan daar. Zo gênant. Bejaardengym en ik ga gestrekt. Kan écht niet.

Na een paar minuutjes én een halve liter water, ging het weer prima.

Uitslover als ik ben, wilde ik nog tien minuutjes op de loopband. Even uitstappen. Ik zette het apparaat aan en stelde de vijf kilometer per uur in. Held als ik ben, durfde ik dit keer zonder dodemansknop.

Nou, dat heb ik geweten.

Ineens ging dat ding op een moordend tempo. Uit het niets! Ik had -erewoord- nergens aan gezeten. Dat durf ik niet eens. Loopbanden en ik zijn een slechte combi. Ik vertrouw die dingen voor geen meter. Hij ging -hoppa- van vijf naar negen. Ik stond meteen niet meer rechtop, maar in een hoek van vijfenveertig graden. In blinde paniek bleef ik op dat ding drukken: min, min, min, min… En ik zat weer op vijf. Poeh.

Maar een paar minuten later flikte dat K&%$#* ding het me weer!

Terwijl ik weer als een debiel aan het minnen was, kwam de meester eraan gesprint. ‘Wat doe je nou?’ vroeg hij. ‘Ja, weet ik veel. Niks! Hij gaat uit zichzelf steeds harder!’ zei ik, inmiddels bijna paars aangelopen met kloppende slapen.

Bleek dat dat onding op een parcours stond, iemand voor mij had ‘m niet goed afgesloten.

Weer wat geleerd.

Zie ik op de display een oplopende lijn? Niet goed.

Het moet een vlakke lijn zijn.

Nou, ik had die bijkans ook, een heuse flatliner welteverstaan. Mijn hart had het bijna begeven, zoveel beweeggeweld bij zulke temperaturen, daar kan ik echt niet goed tegen.

En ik mag zo weer die kant op. Om acht uur gaan ze open.

Mocht ik er dit keer echt in blijven en u niet meer zien? Het was leuk u gekend te hebben…

Bezig baasje. Ik.

En toen was het zalige lange weekend alweer bijna voorbij.

Time flies…

Vanmorgen zat ik om kwart voor acht al op de fiets, om te gaan -jawel, geen gein- sporten. Niks uitslapen en nog even gezellig tegen Vlam aankruipen. Om kwart over zeven ging mijn wekker. Het moet niet gekker worden. Ik was ook nog eens als eerste binnen in de sportschool. Ik schrok er zelf ook van.

In de afgelopen drie weken ben ik braafjes twee keer geweest. En ik heb alle apparaten al behoorlijk opgevoerd. Sommige van tien naar vierentwintig kilo. De weerstand van hometrainer en crosswalker heb ik ook lichtjes opgeschroefd. Die doe ik overigens echt op het gemakkie. Ik wil geen tegenspartelende heup tenslotte.

Vanmorgen deed ik braaf mijn twee rondjes cirkel én heb ik als bonus ook nog tien minuten op de loopband gelopen. Niks rennen, gewoon stevig doorlopen. Ik vind loopbanden trouwens enge dingen. Ik heb al weet ik hoeveel filmpjes gezien van mensen die van die dingen af lazerden. Dus ik vroeg “de juf” me even precies uit te leggen hoe zo’n ding werkt. En ik legde mijn angst uit. Schijnt zo’n ding gewoon een soort dodemansknop te hebben. Die maakte ik dus meteen stevig vast aan mijn mouw. Ik ben waarschijnlijk de enige op het noordelijk halfrond die met een lullige vijf kilometer per uur dat veiligheidsding om heeft. Ik voelde me dan ook enigszins een muts.

Ik voel me sowieso een muts, met dat halfbakken gesport. Op de schaal van inspanning stelt het natuurlijk geen ene moer voor, dat Milon. Vier keer vier minuten cardio en twaalf keer één minuut spieroefeningen en dat twee keer in de week. Ik voel me een beetje Epie en Lepsie als ik bezig ben. Een luie huisvrouw die ook zo nodig iets moet doen. Zoiets. Het is in mijn beleving nog nét geen slenderen.

Vlam raakte er iets geïrriteerd door vanmorgen. ‘Haal jezelf niet zo naar beneden joh’ zei hij. ‘Voor iemand die nog nooit heeft gesport is het heel wat, dat je de discipline hebt om twee keer in de week te gaan, überhaupt te gaan. Ik ben trots op je. Toevallig’.

En misschien heeft hij wel gelijk. Moet ik het niet zo bagatelliseren.

In ieder geval raakte ik er iets geëmotioneerd door, door zijn vermanende (en lieve) praatje.

Nou heb ik -helaas- de laatste dagen sowieso niks nodig. Ik jank om niks. Ik stak van de week mijn mascararoller in mijn oog. Janken. Mijn heup deed zeer. Janken. Ik zag gisteren Ariana Grande huilen op tv. Ik deed gezellig mee. Stiekem. Onder het mom van “vuiltje in mijn oog” zat ik driftig te wrijven. Want normaal schaam ik me nul komma nul als ik moet huilen, maar de laatste week is het wel heel erg gesteld met me en vind zelfs ík het té erg.

Niet alleen mijn bovenbeen-, schouder- en rugspieren ben ik fijn aan het trainen.

Ook mijn traanbuizen worden behoorlijk intensief gebruikt.

Ik sla geen stukje lijf over.

Sportschoolupdate

Nou vooruit, toch een after foto. Die moeilijk kijkende framboos dat ben ik. Ik vloek ook behoorlijk met mijn jasje.

Ik kijk overigens alleen maar moeilijk omdat ik tegen de zon inkeek.

Het viel me namelijk -erewoord- 100% mee.

Ik geef eerlijk toe dat ik vlak voor ik me moest melden, een tikkie nerveus was. Want ten eerste is sporten niks voor mij en de laatste keer dat ik überhaupt iets deed, was ik begin twintig. En als ik dan iets doe, doe ik het liefst alleen, één op één. Ik verafschuw sportende groepen mensen. Vandaar mijn aversie tegen sportscholen.

Bij Milon stapte ik binnen en ongeveer zeven bejaarden waren fanatiek bezig op de apparaten. Mooi. Dat schepte meteen een band.

De man die er werkte heette me welkom en nam een intake af. Wat waren mijn doelen? Wat deed ik zelf al? Had ik beperkingen buiten mijn heup?

Hij maakte een profiel voor me aan en zette een pasje op mijn naam.

Daarna deden we een rondje door de cirkel en paste hij alle apparaten aan, aan mijn lichaamsverhoudingen en stelde hij de juiste weerstand in. Voor de niet-sportende kantoorbaan hebbende theemuts.

Vervolgens deden we samen ronde één en legde hij me uit wat de bedoeling was. Licht rood op de pilaar? Eerste apparaat pakken, pasje erin, op de knop drukken en het ding gaat automatisch in jouw houding staan. Als het groene licht aangaat, kun je beginnen. Per apparaat doe je een minuut lang oefeningen. Ideaal is twintig keer per minuut. En je moet zorgen dat je op de display in het groene gedeelte blijft, dan doe je de oefeningen op de juiste manier.

Springt de pilaar op rood, dan ben je klaar en heb je een halve minuut om naar de volgende oefening te gaan.

Op die cirkel staan zes apparaten voor krachttraining en twee voor cardio.

Die laatste doe je geen één, maar vier minuten. Totaal dus vier keer vier minuten cardio en twaalf keer twintig rek-strek-duw en trekpogingen.

Het verschil tussen de Milon apparaten en de gewone fitnessapparaten is dat bij de Milon apparaten de weerstand van én de heengaande én de teruggaande beweging ingesteld worden. Zo worden je spieren voor de heen en teruggaande beweging apart getraind. Dus doe je feitelijk twee oefeningen in één.

Die hele cirkel doe je twee keer.

Wat ik eerder al schreef: een beetje fitnessgoeroe zal er om moeten lachen.

Ik -als fanatieke niet-sporter- vond het goed te doen, maar het is niet zo dat het me als vanzelf afging. Fietsen op de hometrainer bijvoorbeeld, vier minuten lang behoorlijk stevig doortrappen op 150 watt (voor mij een goede weerstand, voor de gemiddelde vrouw aan de hoge kant, maar ik ben gewend om te fietsen) was een aardige inspanning.

Ik was dan ook “iets” rood na twee keer die cirkel.

Ik ben begonnen met een maandabonnement. Daarna evalueer ik wel of het baat heeft en of ik het nog steeds leuk vind.

En ja: ik heb hier en daar aardig spierpijn.

Ik denk dat ik die man van mij straks maar eens aan het masseren ga zetten…