Social media en ik.

Ik heb er een haat-liefde verhouding mee.

Aan de ene kant vind ik het hartstikke leuk om op een makkelijke manier in contact te blijven met mensen. Of zelfs komen. Een mooi voorbeeld is dat ik jaren geleden mijn oude paardrijjuf annex oppas tegenkwam op Facebook. In mijn verbeelding was ze altijd een onbereikbaar iemand. Mooi en slim en vooral stukken ouder dan ik. Bleken we gewoon maar een paar jaar te schelen! We hebben elkaar een keer live ontmoet en voor aankomend jaar staat een nieuwe date gepland. En we spelen elke dag Wordfeud en kletsen regelmatig wat via dat kanaal.

Toen ik in het ziekenhuis lag was Facebook ook een heel handig medium om iedereen een beetje op de hoogte te houden van mijn reilen en zeilen. Ik had geen puf om iedereen apart via WhatsApp te berichten.

Mijn facebookpagina van Kliefje is ook top. Werkt goed, dat doorposten.

Maar er zijn ook veel ergernissen. Het slurpt tijd. Ongemerkt. Ik zie veel dat mij geen bal interesseert. Al die voorgestelde pagina’s van Facebook? AARRGGH! Ik ben niet verstandelijk beperkt en kan heus zelf wel zaken opzoeken hoor meneer Zuckerberg. Idem dito wat de tips betreft. “Er is regen voorspeld in de Randstad vandaag. Pas je niet op dat je nat regent?”

Ik krijg amper meer te zien wat mensen echt zelf posten, door een onbegrijpbaar algoritme op FB zie ik eigenlijk alleen maar wat mijn vrienden elders hebben geliked of becommentarieerd. Sorry hoor darlings, ik vind jullie stuk voor stuk hartstikke lief, maar het kan mij geen moer schelen dat jullie dat hele schattige hondje van een bekende BN-er leuk gevonden hebben. Of dat je de buurvrouw hebt getagd in een bericht over eenhoornsloffen. Maar als iemand zelf een leuke foto heeft gepost, dan zie ik die soms pas dagen later voorbij komen. Schiet mij maar lek.

Wat ik wél zie, zijn gedeelde posten over een vermiste kat in Goidschalksoord en dat iemand zijn armband heeft verloren in Vlagtwedde. En of ik dat ook even wil delen? Eh? Nee.

Ook zo bijzonder: dat je wanneer een vriend jarig is, je álle felicitaties te zien krijgt die alle andere vrienden van jouw vriend ook gepost hebben. Ik gun iedereen natuurlijk zijn of haar momentje. Maar ik hoef echt niet op de hoogte gehouden te worden van elke digitale felicitatie. In het echt laat je ook niet iedereen je verjaardagskaarten zien toch?

Facebook is ook langzaam maar zeker aan het veranderen in één groot reclameblok. Aan alle kanten word je overspoeld met paginatips en links naar externe websites. Ik klik me soms dagen suf. Ga weg; ik wil dat vage Chinese bedrijf dat de allerleukste Kersttruien verkoopt niet meer voorbij zien komen. Klopt, ik wil niets meer zien over gel die mijn tanden nóg witter maakt. Ik heb het opgegeven, ben moegestreden. Het is water naar de zee dragen…

En áls ik dan eens een filmpje kijk (ik vind Simon’s Cat bijvoorbeeld erg leuk), wil ik niet halverwege onderbroken worden door reclame. Flikker op.

En om alle bovenstaande redenen heb ik besloten -op proef om te kijken of me dat beter bevalt- uit te wijken naar Instagram.

En ik heb mijn profiel opengegooid.

Dus als u het leuk vindt me daar ook te volgen? U bent van harte welkom.

Ah! Liefde!

Vlam koopt al jaren zijn auto’s bij een garage in de stad verderop. Er is een periode geweest dat hij nogal vaak wisselde van auto. Omdat er toch dingen waren die tegenvielen. Benzinegebruik. Comfort. Een auto die zo nu en dan spontaan stilviel. Hij rijdt veel kilometers en het is dan wel belangrijk iets degelijks onder je gat te hebben.

Jill heeft, raar maar waar, veel interesse in auto’s dus zij vergezelde hem altijd met proefritjes. Ondergetekende bleef -wegens nul interesse in dingen met een motor- lekker thuis, die zag uiteindelijk wel wat de nieuwe aanwinst was.

De stagiair in dat autobedrijf, Alexander, benaderde Vlam een keertje toen Jill niet mee was. “Meneer” zei hij, “Mag ik zeggen dat u een mooie dochter heeft?”.

Jill was in de zevende hemel.

Want hij is léúk, die jongen. Zelfs ik keur hem goed. Hij heeft een leuke kop, is slim, attent, welgemanierd. Kortom: ik zou hem achterelkaar als schoonzoon in de armen sluiten.

Ware het niet dat Jill toen wel erg jong was.

Inmiddels zijn we wat jaartjes verder. Moet kunnen wat mij betreft.

Jill had hem inmiddels opgezocht op Facebook en toen we afgelopen zaterdag bij mijn schoonouders waren, liet ze zijn profiel zien. Hem als vriend uitnodigen, zoals wij al meerdere keren geopperd hadden, was een brug te ver. Het bleef bij zwijmelen en wat over het beeldscherm van haar iPad kwijlen.

Zondagavond kwam Jill ineens met rode konen naar beneden. “Mám! Heb jij iets met mijn FB gedaan? Alexander heeft me toegevoegd als vriend, maar ik heb hem niet gevraagd”. Hilariteit alom natuurlijk. Hoge bloeddrukken, gillende vrouwen, stralende ogen. U kent het wel.

We braken onze hoofden over hoe en wat. Ik opperde nog dat ze het misschien zelf had gedaan. Jill doet ’s nachts rare dingen die ze de volgende morgen niet meer weet. Ze praat in haar slaap. Ligt ineens andersom in haar bed en verplaatst dingen in haar kamer. Wie weet heeft ze al dromende over deze leuke jongen toch de stoute schoenen aangetrokken?

Maar zo is het dus niet gegaan. Uit het activiteitenlogboek bleek dat er vanuit Jills profiel omstreeks drie uur zaterdagmiddag een verzoek was ingediend.

Het kwartje viel.

Schoonmoeder heeft met haar reumatische handen waarschijnlijk bij het swipen de uitnodigbutton aangeraakt.

Blijkbaar moest het zo zijn. Toch?

En vanmorgen bij het opstaan bleek dat Alexander haar heeft gevraagd of hij Jill mag toevoegen op Instagram. Aha! Zij is dus niet de enige met interesse.

“Shit” zei Jill. “Ik ga even als een speer wat foto’s verwijderen”.

“Ik zou er juist een paar toevoegen” zei ik nog.

Deze (onderstaande) bijvoorbeeld.

Daar moet ie toch gigantisch voor vallen?

13507130_1225526287480363_6978633353340772434_nWordt vervolgd.

Hoop ik 🙂