Zo, dat waren “my fifteen minutes of fame”.

Vrijdag schreef ik een blog met daarin mijn kritiek op de Nederlandse horeca.

Dat stuk werd door veel mensen gedeeld en liep een beetje uit de hand geloof ik.

Gisteren zijn ruim 12.000 mensen op mijn blog geweest. Buiten heel veel bijval kreeg ik ook een bak met kritiek over me heen, van heuse kenners die -op een enkele respectvolle manier na-, dachten dat ik verstandelijk beperkt was. Uiteraard kom ik niet uit een ei en weet ik dat bij ons de kosten van personeel, huur, belasting etc. veel en veel hoger liggen en doorberekend worden. Maar dan nóg…

Maar daar ging het stuk ook eigenlijk helemaal niet over. Het was meer hardop mijmeren van mij. Het had net zo goed kunnen heten “de Nederlandse belastingdienst is knettergek geworden” of “de Nederlandse huizenmarkt is van lotje getikt”.

Op een normale dag komen er hier ongeveer 2000 mensen langs. En dat vind ik eerlijk gezegd ruim voldoende. Al die extra mensen mogen van mij weer terug naar waar ze vandaan kwamen.

Dit is mijn eigen plekje op het www waaruit ik veel plezier put. Waar ik me veilig en lekker voel. Ik schrijf over mijn simpele leventje, over frustraties, mijn dagelijkse beslommeringen en verwonderingen. Ik ben slechts een onbelangrijk en onbekend figuur en wil dat ook graag zo houden. Hoe meer bereik je hebt, hoe meer assholes er ook langskomen. Die ongenuanceerd en zonder je stukje écht goed te hebben gelezen, een kruiwagen kritiek over je heen storten. Ik geef toe dat ik het krijgen van kritiek niet heel leuk vind. Ik voel me soms een beetje aangevallen. Of ik ga enorm twijfelen aan mezelf. Van mensen die ik ken kan ik het beter hebben. En van mijn vaste lezersschare ook. Die weten namelijk dat ik wel eens wil overdrijven. Of dat ik regelmatig een flinke dosis cynisme ergens instop. En -ik haal ‘m nog maar eens uit de kast-: “ik neem verantwoording voor wat ik schrijf, niet voor wat u leest”.

Ik heb wel zitten gniffelen ook hoor, het was niet alleen maar ergernis. Dat sommige mensen zich zó enorm in hun kuif gepikt voelden, ongelofelijk. Ik lees elke dag wel ergens dat de Nederlandse zorg om te janken is. Ik zie dagelijks wel een stuk waarin huisartsen verguisd worden. Denkt u dat ik me dat één seconde aantrek? Nope. Ik weet namelijk hoe het echt is en hoe ik zelf functioneer als heel klein radartje in dat enorme apparaat.

Goed.

Over tot de orde van de dag.

Wist u al dat ik een hekel heb aan honden? En jankende kinderen? En linedansen, voetbal en punniken? 😉

Azijnpissers en mierenneukers.

Een fenomeen waar ik me al heel lang over verbaas, is het het leveren van kritiek van mensen op blogs, fora en Facebook.

En dan bedoel ik dus mensen die je nooit iets positiefs hebt zien schrijven, nog geen “gefeliciteerd” of “sterkte” of “wat schrijf je leuk” of zoiets hebt zien plaatsen, maar zich alleen melden als ze iets negatiefs te melden hebben. (Of als ik iets weggeef).

Die me uit het niets gaan wijzen op taalfouten.

Die me -zoals van de week- corrigeren als ik het over de bekeuring heb van Vlam. (Het is geen vier kilometer te hard, het is veertien hoor).

Of in het geval van Vlam, die een aparte Facebookpagina heeft waar hij zo nu en dan zijn eigen kookcreaties op zet. Je hebt van die figuren die ik nog nevernooit voorbij heb zien komen, nog geen likeje heb zien geven, maar die zijn zelfgemaakte sushi dan ineens gaan vergelijken met “visse-oge” (En ja: het was echt zo geschreven.) Of die schrijven dat ze vis goor vinden. Houd je klep als je niks leuks te melden hebt. Je mag ook gewoon wegklikken hoor.

(Btw: ik klikte op het profiel van meneer azijnpisser en ik zag een foto met een gedekte tafel waarop werkelijk NIKS stond, dat zelf gemaakt was. Alles uit potjes en kant en klaar. Zelfs de kruidenboter! Ik vraag me af wie het stokbrood heeft gesneden? Laten doen bij de supermarkt, in de broodsnijmachine? Eikel.)

In ieder geval: ik heb ze hier ook hoor. Zuurpruimen en oproerlingen.

Maar ik heb mijn instellingen voor het geven van reacties iets streng ingesteld. Sowieso moet iemand die de eerste keer iets zegt, door mijn eigenste ballotagecommissie. Ik check echt eerst even of ze zijn wie ze zijn.

Reacties van mensen die al vaker iets hebben geschreven op mijn blog, die gaan gewoon door, zonder dat ik ze goed moet keuren. Nou ja: als ze mijn en Vlams eigen naam maar niet noemen, of mijn woonplaats. En ik heb een aantal woorden ingevoerd, waarop hij ook blokkeert. Gewoon wat random scheld- en vloekwoorden. Het moet wel leuk en respectvol blijven. Ik heb geen zin in “geen stijl”-achtige toestanden op mijn blog.

Mensen die regelmatig de moeite nemen mee te denken of mee te leven, die mogen wat mij uiteraard betreft het ook (zo nu en dan hè?) niet met me eens zijn. Me corrigeren zelfs, daar waar nodig.

Vooruit.

Kan ik gewoon tegen hoor.

Heus.

U mag best eerlijk zeggen dat u mijn reacties of emoties soms overdreven vindt. Of dat ik zelf zeik. Want ik kan echt wel eens van een mug een olifant maken. En heel soms doe ik het ook fout, staat er ergens een ‘t’ waar een ‘d’ hoort te staan. Mag u me gewoon op wijzen.

Maar als u nooit iets opbouwends gemeld hebt en dat nu ook niet van plan bent? Blijf dan maar lekker onder uw steen.

Gedicht van René Oskam.