Je ziet er niks van!

Zojuist ben ik even bij gaan kletsen bij de secretaresse van de fysiotherapeuten die bij ons in het gezondheidscentrum zitten. Dat was nodig want ik had haar echt al maanden alleen maar heel vluchtig gesproken.

Ik ben niet eerder gegaan, alhoewel ik nog steeds dagelijks werk van acht tot elf. Tiet zat zou je zeggen. Ware het niet dat ik een werkgever heb die één en ander niet helemaal snapt.

Ik heb daar twee maanden geleden ook een drie kwartier gezeten, omdat ik zat te wachten op mijn afspraak met één van de manueel therapeuten vanwege een schedelmassage. Helaas sloot het niet naadloos aan op mijn werk.

Via Vlam kreeg ik van Peter te horen dat hij er last van had dat ik blijkbaar te ziek was om te werken, maar daar wel kon gaan zitten kletsen.

Ik vind zulke uitspraken zeer vermoeiend. Ik heb de hele tijd het gevoel mezelf te moeten verdedigen. Ik meed de fysio’s dus maar, om gezeik te voorkomen. Vandaag was Peter naar een begrafenis dus nu ‘durfde’ ik wel.

Afgelopen week ben ik een dag plus een nacht bij mijn liefste vriendin Els in Zierikzee geweest. Ik had me al twee dagen daarvoor best heel goed gevoeld en was benieuwd hoe het zou gaan bij iemand bij wie ik me honderd procent op mijn gemak voel. Zou dat dan tóch energie gaan kosten? En jawel: omstreeks vier uur ’s middags kwam een pittige hoofdpijn opzetten. Uren achter elkaar kletsen is ook inspannend voor mijn hersenen. Hoeveel ik er ook van geniet. Toen Els ging koken, ben ik op de bank gaan liggen met een pijnstiller. Daarna ging het wel weer. Tot een uur of tien. Toen vroeg Els me bezorgd of ik wel oké was. Blijkbaar veranderde er iets aan me. Ze zag het goed; ik was kapot. Mijn hoofd zat zo bizar vol. Ik kan het u niet uitleggen.

Weet u dat ik bijna blij was met deze constatering?

Ik heb niet alleen last als ik werk. Ik stel me niet aan. Ik ervaar privé, in een situatie waarin ik me als een vis in het water voel, óók klachten.

Het ‘rottige’ aan dat wat ik heb (en tig andere mensen met andere niet zichtbare aandoeningen) is dat ik er volkomen normaal uitzie. Ik maak dezelfde grapjes. Ben net zo ad rem als in mijn pre-hersenvochtlekkende periode. Ik ben iets minder scherp en stukken emotioneler. En ik ben snel afgeleid, heb een spanningsboog van lik-me-vestje. Maar ik functioneer bijna normaal. Doe van alles en in een rap tempo. Met kanttekening dat na drie uur de koek  op is. Dan past er gewoon niets meer bij.

In mijn privéleven kan ik iets langer doorgaan. Maar ook dat hangt af van wie ik om me heen heb, hoe hard de muziek staat, hoe onrustig degene tegenover me is, hoeveel externe ruis zoals piepende deuren, schuivende stoelen, gillende kinderen en blaffende honden ik hoor.

Het is bijna jammer dat je met hersenletsel niet meteen ook een dikke wond op je voorhoofd krijgt. Die openbarst als de binnenkant gaat opspelen.

Misschien zouden mensen het dan beter begrijpen.

Bron: pixabay.com (904026)

Nul komma nul zin

Mijn week vakantie zit er alweer op. Morgen mag ik aan de bak. En heel eerlijk gezegd heb ik daar echt absoluut geen zin in.

Ik houd van mijn werk.

Tenminste; in normale doen. Nu begin ik er langzaam maar zeker een hekel aan te krijgen.

Ik werk drie uur en alleen al aan de administratie ben dagelijks op zijn minst tweeënhalf uur kwijt. Ik verwerk alle elektronische post en eventuele waarneming, beantwoord alle e-mails, doe de administratie voor onze twee maatschappelijk werkers, onderhoud de website, nodig diabeten uit voor mijn spreekuur, ‘overleg’ met ze over labwaardes en eventuele aanpassing van medicatie.

Kortom: in de uren dat ik nu aanwezig ben, zijn mijn dagen propvol.

Mijn werkgever heeft niet gezorgd voor vervanging.

Mijn collega is niet meer gaan werken.

Ik voel de druk als ik aan het werk ben. De zaken die ik laat versloffen nu, waar ik met geen mogelijkheid aan toe kom in de helft minder uren, hijgen in mijn nek. Dat geeft veel onrust. En onrust resulteert in hoofdpijn, oorsuizen, een fluit in mijn hoofd en druk op en in mijn hersenpan. En in thuiskomen en anderhalf uur moeten slapen om bij te komen.

Wat mij ook onrust geeft is de hectiek in de praktijk. De mensen aan de balie, de spoedlijn die gaat, de apotheek die ‘even tussendoor’ wil overleggen, de verzoeken die ik ontvang om mensen ze terug te bellen. Kortom: er komt veel te veel op me af.

Maar het meest last heb ik van mijn werkgever. Die mijns inziens echt steeds de druk aan het opvoeren is. Die me vorige week, mijn laatste werkdag voor de vakantie, vraagt om de volgende dag terug te komen, om een mail naar alle patiënten te sturen. Want hij had het te druk om het in orde te maken voor ik wegging. En ik? Ik kan momenteel geen nee zeggen. Want ik ben verbaal niet sterk genoeg. Ga al janken als ik dénk dat iets spannend gaat worden.

En als ik dan zeg dat het vrijdag niet lukt omdat ik naar Rotterdam ga en zaterdag ook niet vanwege bezoek van mijn broer, vertaalt hij het zo in zijn hoofd dat ik in de weekenden feestvier en dus ook wel weer de middagen kan gaan werken. ‘Ik hoop dat je na de vakantie weer eens een spirometrie zou kunnen doen’ was dan dus ook wat hij zei.

Ik zat jankend op de fiets naar huis.

Want mijn feestvieren in het weekend is heen en weer met het ov naar Rotterdam, daar twee winkels bezoeken, een rondje lopen, ergens koffie drinken en weer naar huis. En daar ben ik dan zo moe van, dat het me niet meer lukt om daarna nog’even’ heen en weer naar de praktijk te fietsen om voor hem een mail te versturen.

Ik heb hem dat (en meer) ook gemaild vorige week.

Zal mij benieuwen of het de aankomende week beter gaat.

Ik ben in ieder geval alweer behoorlijk nerveus voor ik überhaupt nog maar begonnen ben met werken.

Bijzonder dat huisartsen in de rol van dokter zo meelevend kunnen zijn, maar als ze werkgever zijn, ineens een heel andere kijk op de situatie hebben…

Bron: Pixabay.com (1573037)

En zo kabbelt november verder.

Tsja, ik kan u helaas nog geen flitsende verhalen over wonderbaarlijke genezingen melden. Hier kabbelt het voort. En mijn hersenen storen zich er totaal niet aan het feit dat ik ze heel graag wil zoals ze eerst waren.

Ze gaan hun eigen grillige gang.

De ene dag gaat het wat beter dan de andere.

Zondag had ik voor het eerst in dertien weken een dag geen hoofdpijn. Halverwege de middag dacht ik ‘verhip. Ik mis iets!’.

Maandag werd ik fris en fruitig wakker en ging het werken heel erg lekker. Ik plakte er in mijn enthousiasme een uurtje achteraan. Nog steeds niks aan het handje.

Dinsdag begon ik tegen twaalven omdat ik in de middag enkele longfunctieonderzoeken had. En ik had daarvoor even een sessie manuele therapie van mijn schedelplaten. Dat wist u waarschijnlijk niet, ik wist het ook niet, maar er zit behoorlijk wat speling nog in je schedel. Ik dacht dat het een harde helm was. Niks daarvan; de platen onderling zijn behoorlijk te manipuleren. Dat moet ook wel want er lopen twee enorme bloedvaten naar binnen. En als die ruimte er niet zou zijn, zou je met elke hartslag je hersenen tegen je pan aan drukken. Lang verhaal kort: mijn fysio manipuleert heel voorzichtig mijn hersenvliezen, die dus vlak onder de schedel liggen. In de hoop dat de vloeistoffen beter en sneller gaan verspreiden.

Na mijn bezoek begon de pijn. Iets dat normaal is na welke manuele behandeling dan ook.

Maar tegen half vier keek ik bijna scheel van de hoofdpijn en ben ik eerder opgestapt.

Thuisgekomen dook ik de medicijnlade in en greep naar de tramadol.

Ik was een huilend hoopje niks.

Het deed zo’n pijn.

En die klotekanarie floot zich helemaal gek.

Woensdagmorgen was de pijn er nog steeds. Inmiddels was ik zo labiel als de neten. Toen ik even bij de fysio’s gedag ging zeggen en daar een heel lief en goed bedoeld monoloogje onderging van een zeer bezorgde peut, stond ik zwaar te snikken.

Ik deed nog een huisbezoek bij mijn favoriete verzorgbejaarde (afzeggen was gewoon geen optie omdat ik haar dan zo enorm teleurstel). Toen ik weer buiten stond bedacht ik me dat ik terug naar de praktijk kon om mijn bezoek in haar dossier vast te leggen. Maar dat dat ook mórgen kon. Ik koos voor optie twee en appte mijn collega dat ik haar donderdag weer zag en dat ik dan ook meteen een uurtje later begon.

Donderdag was weer een redelijke dag. Drie uur gewerkt, nog even teamoverleg (lees: samen eten en bijkletsen) gehad en niks aan het handje. Lichte tinnitus had ik. Meer niet. Omdat ik ’s avonds met Jill naar de bioscoop zou gaan, heb ik ’s middags een uurtje liggen slapen. Zoals het een heuse patiënt betaamt.

En vandaag?

Geen idee.

De dag begon prima na een zalige nacht. We zien wel weer. Ik heb niets op het programma staan. Beetje huisvrouw spelen, beetje rommelen. Mijn hersenvliezen en ik houden het zeer rustig vandaag.

Goed weekend u allemaal!

Bron: Pixabay.com