Nu kan ik niet anders.

Ik heb vorige week een contract getekend voor automatische incasso.

Ik zit een half jaar vast aan de sportschool.

En nee, ik was niet bevangen door de hitte. En er stond niemand met een pistool tegen mijn slaap aan. Het was een zeer weloverwogen eigen keuze. Nu móét ik wel voorlopig. Ik ben namelijk echt té krenterig om vijftig euro per maand weg te gooien. Ik heb mezelf met deze actie een enorme stok achter de deur gegeven.

Ik weet niet of dat overal zo gaat en geldt, maar gedurende onze zomervakantie kan ik mijn abonnement tijdelijk stop zetten. Ik gaf aan dat ik graag wilde verlengen, maar liever eerst weer voor een maand. Omdat we drie weken de hort op zijn en ik het zonde vond om voor Jan met de korte achternaam te betalen. Bleek dat dat dus niet hoeft.

Goeie service!

En een half jaar abonnement is negen euro per maand goedkoper dan elke maand los betalen. Dat is toch mooi één lippenstift! ;)

Wat kan ik melden over mijn voortgang? Voel ik al wat? Merk ik iets aan mijn lichaam?

Ik heb minder last van mijn thorax. Dat is één. Ik ben nu al veel minder stijf. Het is niet meer gebeurd dat ik ’s morgens verplicht mijn bed uit moest omdat ik van gekkigheid niet meer wist hoe ik moet liggen. Bij mij was mijn ruggenwervel soms zó stijf, dat diep ademhalen al pijn deed. Dat gevoel heb ik sinds een week niet meer. Ik slik beduidend minder pijnstillers. Dat is al dikke winst.

Ik ben anderhalve kilo afgevallen sinds ik ben begonnen.

Ik heb geen idee of ik meer spiermassa heb. Ik heb me namelijk toen ik begon niet laten opmeten en doorlichten. Als ik iets niet wil weten, is het uit hoeveel vet ik besta. Laat mij maar lekker struisvogel spelen op dat gebied.

Een oud klasgenoot die geheel toevallig ook aan de Milon begonnen was, een weekje voor mij, heeft de boel wel laten doormeten. En die heeft 2% meer spieren en 3% minder vet. Ik ga er voor het gemak van uit, dat dat voor mij ook wel geldt. Wij zijn even lang en wegen ook hetzelfde.

Verder merk ik dat het me allemaal veel makkelijker afgaat. Ik merk nu al dat mijn conditie verbeterd is. Grappig hoe snel dat gaat.

Neemt niet weg dat ik nog steeds met een fluorescerend paars hoofd het pand verlaat. Als ik twee keer de cirkel en tien minuten loopband heb gedaan, ben ik echt zo gaar als boter. Het kost me aardig wat inspanning.

Vandaag hakte er ook behoorlijk in. Ik ben zo leeg als wat. Ik moest werken tot half vier en wilde per se vandaag nog even sporten. Ik ken mezelf, één keer niet gaan en dan komt de klad er al in.

Ik kleedde me (na een zéér pittige werkdag) om op de praktijk. Hakken uit, sportschoenen aan. Mijn jurkje verruilde ik voor een legging en shirt en mijn oorbellen gingen in mijn tas. Vijf kilometer op de fiets en sporten.

Persoonlijk vind ik dat ik mezelf best een veer in eigen -eh- anus mag steken.

Niet?

Poe. Dat viel tegen.

Woensdag meldde ik me weer in de sportschool.

Bloedjeheet was het dus ik stond voor het eerst niet te popelen. Ik kan normaal gesproken al niet heel goed tegen de hitte wegens ontplofgevaar, maar als ik iets inspannends ga doen, is het helemaal een ramp.

Ik stapte de sportschool binnen en ik voelde meteen al dat er iets niet klopte.

Jawel: de airco was die morgen kapot gegaan en ze zaten te wachten op een monteur.

Had ik weer.

Jippie.

Vol frisse tegenzin ging ik aan de slag. Mijn sportvriendin, de mevrouw die al veertien kilo is afgevallen en er toevallig steeds op de momenten is, dat ik er ook ben (ze woont er echt niet, heb dat even gecheckt) was er ook weer. Zwetend als een otter met een bijkans paars hoofd was ze bijna klaar met ronde één.

Puffend en transpirerend en mopperend deden we samen een ronde. Gedeelde smart is halve smart tenslotte.

Het zweet gutste werkelijk van mijn hoofd af. Bizar. Dat had ik nog niet eerder gehad zo.

Toen ik klaar was stapte ik van de fiets en ik zag gewoon sterretjes. Snel ben ik gaan zitten. Ik moet er toch niet aan denken dat ik tegen de vlakte was gegaan daar. Zo gênant. Bejaardengym en ik ga gestrekt. Kan écht niet.

Na een paar minuutjes én een halve liter water, ging het weer prima.

Uitslover als ik ben, wilde ik nog tien minuutjes op de loopband. Even uitstappen. Ik zette het apparaat aan en stelde de vijf kilometer per uur in. Held als ik ben, durfde ik dit keer zonder dodemansknop.

Nou, dat heb ik geweten.

Ineens ging dat ding op een moordend tempo. Uit het niets! Ik had -erewoord- nergens aan gezeten. Dat durf ik niet eens. Loopbanden en ik zijn een slechte combi. Ik vertrouw die dingen voor geen meter. Hij ging -hoppa- van vijf naar negen. Ik stond meteen niet meer rechtop, maar in een hoek van vijfenveertig graden. In blinde paniek bleef ik op dat ding drukken: min, min, min, min… En ik zat weer op vijf. Poeh.

Maar een paar minuten later flikte dat K&%$#* ding het me weer!

Terwijl ik weer als een debiel aan het minnen was, kwam de meester eraan gesprint. ‘Wat doe je nou?’ vroeg hij. ‘Ja, weet ik veel. Niks! Hij gaat uit zichzelf steeds harder!’ zei ik, inmiddels bijna paars aangelopen met kloppende slapen.

Bleek dat dat onding op een parcours stond, iemand voor mij had ‘m niet goed afgesloten.

Weer wat geleerd.

Zie ik op de display een oplopende lijn? Niet goed.

Het moet een vlakke lijn zijn.

Nou, ik had die bijkans ook, een heuse flatliner welteverstaan. Mijn hart had het bijna begeven, zoveel beweeggeweld bij zulke temperaturen, daar kan ik echt niet goed tegen.

En ik mag zo weer die kant op. Om acht uur gaan ze open.

Mocht ik er dit keer echt in blijven en u niet meer zien? Het was leuk u gekend te hebben…

De wonderen zijn de wereld nog niet uit…

Inmiddels heb ik zeven sessies sportschool erop zitten.

En -wonder oh wonder-, het valt me niet tegen. Ik sta niet te trappelen, maar het staat me ook absoluut niet tegen. Ik doe na twee keer die cirkel ook nog eens als bonus tien minuten de loopband. En als ik geweest ben, heb ik best een voldaan gevoel. Zowaar. Ik doe het toch maar mooi, twee keer in de week. Ik plan het wel echt van te voren in. Ik ga die en die dag deze week en ik verzet het voor niks of niemand. Want als ik het niet zo aanpak, ik ken mijzelf, dan komt er niks van.

En -jawel! Schrik niet- ik heb ook al “sportvrienden” gemaakt. Één dame die ook toevallig op dezelfde dagen gaat als ik. En in vier maanden tijd veertien (!) kilo is afgevallen. Dat geeft de burger moed.

En ik heb ook al non-vrienden gemaakt. En het lag écht niet aan mij deze keer. Erewoord.

Toen ik namelijk tweede Pinksterdag om acht uur al in de apparaten hing, kwam er een kwartiertje na mij een vrouw binnen met een snerpende stem (als ik íéts haat..) die het nodig vond om de ganse cirkel te entertainen. ‘Kom je nou om te kletsen of kom je nou om te sporten?’ dacht ik meteen. Ik zei haar goedemorgen en bemoeide me weer met mijzelf. Maar mevrouw Snerp bemoeide zich steeds ongevraagd wel met mij. Terwijl ik doorgaans te horen krijg dat mijn lichaamstaal en gezichtsuitdrukking zeer duidelijk zijn. Ze had echt een plaatstalen bord voor haar hoofd, dat moge duidelijk zijn.

In ieder geval: je doet die cirkel twee keer, alle apparaten komen twee keer aan bod. Na ronde één is het advies een minuut pauze te nemen. Ik vind dat onzin. Ik ga liever door. En dat mag ook, je moet doen waar je je prettig bij voelt. Luister naar je lichaam.

En dat deed ik nu dus ook. Meteen vanaf de fiets weer aan de volgende ronde beginnen.

“Je moet wel pauze nemen na één ronde hoor!” hoorde ik naast me.

“Geen behoefte aan” antwoordde ik. “Want? Ik krijg stokslagen als ik gewoon doorga?”

En toen ik met de tweede ronde de crosstrainer oversloeg wegens dreigende heuppijn, kreeg ik wéér op mijn flikker van mevrouw IWAB (Ik Weet Alles Beter)… “Sla je nou gewoon een apparaat over?” krijste ze bijkans. Dwárs door de cirkel.

“Lap jij me er nou gewoon bij?” vroeg ik op mijn beurt. Haar iets giftig aanstarend.

De hele cirkel, incluis de juf, moest erom lachen.

De IWAB ging in haar schulp.

Wat een vreselijke betweter zeg! Bah! Ik heb meteen opgeslagen dat het voor mij de laatste keer was dat ik op weekenddagen (want ze vertelde haar buurvrouw -ook ongevraagd- dat ze dan altijd daar te vinden was) acte de présence zou geven.

Ik krijg van zulke figuren nog een hogere hartslag dan van zwoegen op een crosstrainer.

En van mijn app van “Het Voedingscentrum” word ik ook niet goed. Nóóit tevreden.

 

Bezig baasje. Ik.

En toen was het zalige lange weekend alweer bijna voorbij.

Time flies…

Vanmorgen zat ik om kwart voor acht al op de fiets, om te gaan -jawel, geen gein- sporten. Niks uitslapen en nog even gezellig tegen Vlam aankruipen. Om kwart over zeven ging mijn wekker. Het moet niet gekker worden. Ik was ook nog eens als eerste binnen in de sportschool. Ik schrok er zelf ook van.

In de afgelopen drie weken ben ik braafjes twee keer geweest. En ik heb alle apparaten al behoorlijk opgevoerd. Sommige van tien naar vierentwintig kilo. De weerstand van hometrainer en crosswalker heb ik ook lichtjes opgeschroefd. Die doe ik overigens echt op het gemakkie. Ik wil geen tegenspartelende heup tenslotte.

Vanmorgen deed ik braaf mijn twee rondjes cirkel én heb ik als bonus ook nog tien minuten op de loopband gelopen. Niks rennen, gewoon stevig doorlopen. Ik vind loopbanden trouwens enge dingen. Ik heb al weet ik hoeveel filmpjes gezien van mensen die van die dingen af lazerden. Dus ik vroeg “de juf” me even precies uit te leggen hoe zo’n ding werkt. En ik legde mijn angst uit. Schijnt zo’n ding gewoon een soort dodemansknop te hebben. Die maakte ik dus meteen stevig vast aan mijn mouw. Ik ben waarschijnlijk de enige op het noordelijk halfrond die met een lullige vijf kilometer per uur dat veiligheidsding om heeft. Ik voelde me dan ook enigszins een muts.

Ik voel me sowieso een muts, met dat halfbakken gesport. Op de schaal van inspanning stelt het natuurlijk geen ene moer voor, dat Milon. Vier keer vier minuten cardio en twaalf keer één minuut spieroefeningen en dat twee keer in de week. Ik voel me een beetje Epie en Lepsie als ik bezig ben. Een luie huisvrouw die ook zo nodig iets moet doen. Zoiets. Het is in mijn beleving nog nét geen slenderen.

Vlam raakte er iets geïrriteerd door vanmorgen. ‘Haal jezelf niet zo naar beneden joh’ zei hij. ‘Voor iemand die nog nooit heeft gesport is het heel wat, dat je de discipline hebt om twee keer in de week te gaan, überhaupt te gaan. Ik ben trots op je. Toevallig’.

En misschien heeft hij wel gelijk. Moet ik het niet zo bagatelliseren.

In ieder geval raakte ik er iets geëmotioneerd door, door zijn vermanende (en lieve) praatje.

Nou heb ik -helaas- de laatste dagen sowieso niks nodig. Ik jank om niks. Ik stak van de week mijn mascararoller in mijn oog. Janken. Mijn heup deed zeer. Janken. Ik zag gisteren Ariana Grande huilen op tv. Ik deed gezellig mee. Stiekem. Onder het mom van “vuiltje in mijn oog” zat ik driftig te wrijven. Want normaal schaam ik me nul komma nul als ik moet huilen, maar de laatste week is het wel heel erg gesteld met me en vind zelfs ík het té erg.

Niet alleen mijn bovenbeen-, schouder- en rugspieren ben ik fijn aan het trainen.

Ook mijn traanbuizen worden behoorlijk intensief gebruikt.

Ik sla geen stukje lijf over.

Niet heel erg charmant.

Afgelopen zaterdag vond ik het net even te heet qua temperatuur. Kijk dat het eindelijk wel weer eens tijd werd voor mooi weer, daar zijn we het met zijn allen wel over eens, of niet? Maar meteen zó smerig warm? Nergens voor nodig wat mij betreft. Ik was echt heel erg blij dat ik thuis kon blijven. Lekker nakend op de koele, leren bank kon blijven liggen, me minimaal inspannend. Het liefste was ik in de vriezer gekropen, bij alle waterijsjes.

Ik ben namelijk niet erg hitte-bestendig. Ik heb het eigenlijk altijd warm. Ook in de winter. Thuis hebben we eeuwig strijd over hoe hoog de kachel mag. Wat mij betreft is 19 graden meer dan zat. En Vlam zou het ‘m het liefste op 22 zetten. Ik draai ‘m wel eens stiekem terug omdat ik bijna ontplof. En dan gaat hij meteen piepen. Mij zul je zelden zien in dikke vesten of truien. En op de fiets, draag ik bijna nooit een winterjas. En handschoenen gebruik ik amper, dan moet het écht min tien zijn of zo. Ik kom wel eens mensen tegen op de fiets, die eruit zien alsof ze op poolexpeditie gaan. En dan kom ik voorbij, met een vestje aan. Dat openstaat en wappert in de wind.

En ik hoef me maar even in te spannen en ik zie er uit als een framboos.

Vroeger had ik een collega op wie ik smerig jaloers was. Al vielen de mussen dood van het dak, zij zag er altijd fris en fruitig uit. Alsof ze net uit de douche gestapt was. Haar netjes, make-up keurig. Blank en mat. Om door een ringetje te halen.

En dan liep ik er naast. Met zwarte vlekken onder mijn ogen van uitgelopen mascara. Met zo’n glimneus. Vurig rode wangen. Met natte slapen en van die kloppende aders. Erg charmant. En dan hebben we het nog niet eens gehad over wat er niet zichtbaar was. Natte rug. Klotsende oksels. Broeiend kruis.

Bah!

Mensen zoals zij zouden echt verboden moeten worden.

Afgelopen woensdag, toen ik klaar was in de sportschool, had ik weer even zo’n momentje. Ik gloeide helemaal. Komt de sportschooljuf naast me zitten en ze zegt ‘Nou, jij hebt je best gedaan hoor. Je hebt er een kleurtje van’.

‘Kleur-tje?’ zei ik? ‘Dat zeg je nog beschaafd. Ik zie er niet uit!’

Dat vond zij van niet, ze vond het wel schattig zei ze.

Nou ja. Wat is hier nou schattig aan? Ik vloek gewoon bij mijn ijsje!