Hieperdepiep hoera!

Ik stapte de dag na de vakantie op de weegschaal en zette me schrap. Klaar voor zwáár teleurstellend nieuws. Elke vakantie is het raak, ongeveer twee kilo meer mij.

Maar. niks daarvan. Minus één kilo!

Nou já zeg!

Ik slaakte een zucht van verlichting.

Nou heb ik deze vakantie vanwege de hitte minder gegeten wegens geen trek. Tegen het einde van de ochtend ontbeten we (ik keurig netjes gewoon met bruine broodjes met beleg en niet van die heerlijke/smerige bladerdeegdingetjes met tonijn of met kip gevulde empanadas), op het strand een kleinigheidje (patatas Bravas, wat olijven en amandelen) en om half tien ’s avonds gingen we aan tafel. We hadden onze tafelgrill meegenomen en ik kwam niet verder dan een stukje kipfilet of gamba’s met een salade.

En ik heb me niet laten verleiden tot allerlei zoetigheden.

En qua drank hebben Vlam en ik ons echt enorm ingehouden. Een pak van vijf liter rosé, links en rechts op een terras nog een flesje wijn en wat biertjes, een derde fles Bacardi die in de caipirinha ging en dat was het. We hebben ons niet vergrepen aan Limoncello of Ron Miel. We hebben één fles Gran Reserva gedronken maar die smaakte niet omdat het te warm was. Te warme rode wijn is gewoon echt niet te peren.

Maar wat, denk ik zelf, het allermeeste heeft geholpen, zijn mijn nieuwe korrels die ik vlak voor de vakantie bij mijn allerliefste Klazien uut Zalk haalde. Elke week één korrel Pulsatilla en elke dag een korrel Kali-C. 

En -geloof het of niet- ik ben echt bijna elke dag naar het toilet geweest. Een verademing voor iemand als ik die echt altijd problemen heeft van en met haar buik. Er zijn weken dat ik maar twee keer ga. Ik heb dagelijks buikpijn. Al vanaf dat ik kind ben. Meestal is het goed te handelen, pijn went nou eenmaal, maar soms is het zó erg, dat ik echt dubbel klap. En gedurende vakanties is het helemaal een ramp.

Een week of anderhalf voor mijn vertrek zag er al weer enorm tegenop. Ergens op een mooie plek zitten, lekker eten voor je neus hebben, samen met de twee mensen waarvan je het meeste houdt en dan geen hap door je keel kunnen krijgen. Omdat je je als een overvolle kliko voelt. Misselijk en met opgezwollen buik. Eten en drinken om de ander een plezier te doen, omdat je geen party pooper wil zijn (flauw woordgrapje; red).

Elk jaar is het hetzelfde liedje.

Dus maakte ik een afspraak met Klazien en zij schreef me bovenstaande twee soorten korrels voor (ga trouwens niet zelf experimenteren, maak echt even een afspraak met een klassiek homeopaat. Wat voor mij werkt past misschien helemaal niet bij jou. Ieder mens heeft een andere constitutie namelijk).

Het was in één keer raak. Meteen resultaat. Ik was echt verbluft. Ik kon elke dag keurig netjes in mijn speciaal voor Klazien geïnstalleerde “poop app” invullen dat ik geweest was. Zelfs onderweg, in hotels! Normaal gesproken gaat de boel dan helemaal hermetisch op slot.

Ik hoop zo dat het resultaat blijvend is. Ik kan hier namelijk best wel aan wennen.

Wat een genot. Not.

Mijn werkgever vertelde me vorige week dat hij vanwege een fijne naheffing van de belastingvrienden, mogelijk deze zomer niet op vakantie kan. Hij had het erover om een grote tent te kopen en deze in de achtertuin te zetten en gewoon elke avond de barbecue aan te steken om zo toch het vakantiegevoel te creëren.

Ik opperde meteen dat hij onze tent wel mocht hebben, wij waren toch niet van plan dat ding ooit nog te gaan gebruiken.

Kamperen en ik is namelijk een zéér slechte combi.

Ten eerste obstipeer ik instant als ik het woord “camping” lees. Alles gaat hermetisch en langdurend op slot. Zelfs met een dagelijkse (over)dosis Bisacodyl gebeurt er niets. Dan rommelt en pruttelt er wel wat van binnen, maar meer ook niet. Aan het einde van een weekje tenten, ben ik zelf een soort opblaasmatras geworden.

Ten tweede is kamperen helemaal niet goedkoop. Een beetje Franse camping kost een vermogen per nacht. En ik weiger om in mijn bikini voor de tent macaroni te gaan staan koken. Wat heeft dat geklungel op zo’n lullig pitje nou te maken met vakantie en ontspanning? Uit eten wordt het dan dus, elke avond. Wat we dan eigenlijk ook weer niet echt leuk vinden want we houden allebei wel van koken. En dat wát we dan eten, is vaak zwaar teleurstellend. En het kost ook een klein fortuin.

Ten derde, niet geheel onbelangrijk ook, hebben we het puntje privacy. Dan bén je een keer lekker ontspannen en uitgerust, dan hóéf je niet op de klok te kijken, dan héb je alle tijd voor elkaar, werken rug en heup mee en dan lig je in een tent! Met tussen jouw bed en dat van je kind een heel groot boterhamzakje dat een muur moet voorstellen. Waardoor je nog geen zuchtje durft los te laten. Nog geen kreuntje durft te maken. Kortom: door je strot geduwd celibaat.

Ten vierde: douchen en wachten op je beurt, elke minuut op een knop drukken en met je natte voeten in teenslippers over een stoffig terrein terug naar je tent lopen waardoor je eigenlijk voor Jan met de korte achternaam jezelf hebt staan wassen. Niet tof.

Ten vijfde: als heup- dan wel rugpatiënt is slapen op een matrasje van twee centimeter niet prettig. Understatement.

Ten zesde vind ik het totale gebrek aan privacy en stilte op een camping nul komma nul. Ik hoorde daar aan de Côte d’Azur afwisselend ruziemakende echtparen, jankende kinderen en scheten latende buurmannen.

Na twee kampeervakanties maakten we aan het einde (compleet gebroken) de balans op. We schrokken behoorlijk van van kamperen nou eigenlijk kost. Wow!

Voor dat geld hadden we dus ook een huis op een Spaanse berg. Zonder buren. Met een toffe keuken. En een eigen zwembad. En een Amerikaanse koelkast met ijsblokjesapparaat. En twee badkamers. Met twee toiletten. En gescheiden slaapkamers.

We moesten dan alleen wel elke avond zelf koken.

Poeh, poeh. Wat een ramp.


Dit blog staat ook op HoeVrouwenDenken

Begin-van-je-dag tag

Ik jatte maar weer eens een stokje. Deze las ik eerder deze week bij De Gans, maar ik zag ‘m nu ook gisteren bij Melody voorbijkomen. Geen idee of u er op zit te wachten te weten hoe mijn ochtendritueel eruit ziet, maar soit, het kan niet altijd een zelfverzonnen feest zijn hier.

Hoe laat gaat de wekker: om kwart over zes (!) Ik ga om half acht de deur uit dus ik besef me terdege dat het extreem aan de ruime kant is, dat ik best nog wat langer zou kunnen liggen. Maar als ik ergens een schurfthekel aan heb, is het aan haasten. Dat ik met zweet in den bilnaad en op den bovenlip het pand moet verlaten. Dus neem ik overal ruim te tijd voor.

Snoozen of meteen naast je bed? Meteen eruit. Wakker = wakker. Mits het weekend is. Dan lig ik graag nog even in Vlams armen. ‘Wil je er al uit?’ vraagt ie wel eens aan me. ‘Nee, nog één minuutje, ik lig zo lekker’… ‘Jaja, die minuutjes van jou kennen we’… is steevast zijn antwoord.

Wat is het eerste wat je doet als je ’s ochtends wakker wordt? De wekker op mijn telefoon uitzetten. Ik ben als de dood dat die afgaat namelijk. Van harde geluiden (en zeker ’s morgens vroeg) raak ik nogal geagiteerd.

Word je uit jezelf wakker? Of heb jij daarvoor een wekker nodig? Als mijn telefoon eens per maand afgaat, is het veel. Ik word altijd een minuut of vijf voor hij afgaat, uit mezelf wakker. Mijn biologische klok werkt perfect.

Koffie of thee? Ik dronk tot een week of drie geleden altijd een halve liter loeisterke Earl Grey. Zakje in de beker laten. De bodem niet kunnen zien. Zalig. Dat vind ik nog steeds. Maar tegenwoordig probeer ik te minderen met zwarte thee en begin ik de ochtend met een halve liter kefir. In de hoop dat mijn darmen beter gaan werken. Tot zover nul resultaat. Ik sta op het punt mijn thee weer te omarmen.

Ontbijt jij of sla je die maaltijd liever over? Ik ontbijt altijd. Ik heb altijd trek als ik wakker word. Doordeweeks met kefir. In het weekend met knäckebröd met geitenkaas.

Douchen of in bad? Douchen. Vrij lang. Mijn enige milieuzonde.

Hoeveel tijd heb je nodig voor je make-up en haar? Hooguit een kwartiertje. Ik maak me als ik moet werken altijd op. Mascara en concealer. Soms een beetje oogschaduw. Ben ik vrij dan ga ik net zo makkelijk met een blote-billen hoofd de deur uit. Mijn haar borstel ik en doe ik in een staart. Fohnen en stylen en getrut is niet aan mij besteed.

Hoe ziet je ochtendritueel eruit? Alles op het gemakkie.

Hoe laat ga je de deur uit? Half acht sharp.

Wat is je grootste ergernis in de ochtend? Geluiden en gedrentel op me heen. Wee je gebeente als je mij in de weg loopt. Of gaat praten tegen me. Of irritant vrolijk bent. Of te hard ademt. Maar verder heb ik geen ochtendhumeur hoor.

Wat is je tip om de ochtend zo goed mogelijk te starten? Voor mezelf? LAAT ME MET RUST!

Heimelijke genoegens

Bij mijn lieve blog- en inmiddels ook irlvriendin mevrouw Williams, las ik vanmorgen een leuk en verrassend stukje over haar heimelijke genoegens.

Ik vraag me af of ik na bijna acht jaar bloggen en mijn openhartigheid nog opzienbarende zaken te melden heb voor u, maar ik ga mijn stinkende best doen.

Oké. Komt ie.

Waar wordt dit mensch stiekem blij van?

Mon chéri. Die smerige kersenbonbons van Ferrero. Eentje per dag. Bij de espresso die ik na mijn eten drink. Ik heb kersenbonbons gegeten van alle merken en van alle bakkers en van alle chocolatiers. Hele dure handgemaakte ook. Ik blief ze niet. Smeer maar in uw haar. Mon Chéri is de enige die nat en drankerig genoeg is.

Ik vind het zalig om als ik vrij ben, na de lunch even een uurtje te pitten. Liefst ga ik gewoon in bed liggen. Niet dat laffe op de bank. Nee, uitkleden en in bed gaan liggen. Opoe Klivia.

Soms bestel ik online een hele doos met kleding en houd ik niks. Omdat ik me heus wel realiseer dat ik niets nodig heb. Ik heb anderhalve meter kleding en een lade vol. Me dunkt genoeg. Die enorme doos moffel ik dan stiekem naar boven en als ik uit gepast ben, gaat ie ook weer in het geniep terug naar het postkantoor. Ik heb geen behoefte aan commentaar van Vlam. Die vindt dit namelijk een rare afwijking van me. Zelf word ik er heel blij van.

Ik houd er enorm van om een paar uur alleen thuis te zijn. Dat is geen geheim. Iedereen, incluis u, die weet dat. Maar het is soms zó erg, die drang even niemand te zien, dat ik echt een enorme opluchting ervaar die vanuit mijn tenen komt, als man en kind opge -eh- zout zijn. Ik voel me dan echt kilo’s lichter. En schuldig. Dat laatste kortdurend dan hè?

Sinds een paar weken neem ik bijna elke avond voor ik ga slapen, twee druppels wietolie mét THC. Ik ben aan het kijken of het helpt tegen mijn gewrichtspijn. Vooralsnog niet. Maar ik slaap als een os van dat spul. Wat een zaligheid.

Ik ben een mens met bijna dagelijks buikpijn. Vanaf kinds af aan al. Ik ben een zogenaamde “vasthouder”. Zelfs letterlijk. En als ik dan een periode heb dat ik in plaats van twee keer in de week, elke dág naar het toilet ga, dan kan ik daar enorm blij van worden. Dan kom ik echt intens gelukkig en ontspannen van het toilet af. Dan zie ik mezelf in de spiegel een blij ei zijn en dan vind ik mezelf echt ronduit gestoord.

Nou ja.

Het is handiger en goedkoper om dáár blij van te worden, dan wanneer je steeds nieuwe schoenen aanschaft.

Oh wacht.

Dat doe ik ook…

En u? Vertel? Waar wordt u nou stiekem blij van?

Gewichtige zaken

De afgelopen vakantie besloot ik, na zeven maanden mijn stinkende best te hebben gedaan op het lijnvlak met als prachtig resultaat negen kilo eraf, de teugels lekker te laten vieren. Ik vind niets zo sneu als tijdens een vakantie calorieën te gaan zitten tellen.

Zo ontbeet ik in plaats van met kwark, met verse knapperige Franse baguettes met daarop dikke lagen van die goedkope knalrode salami. En met camembert en Nutella. Voor de show nam ik daarbij een bakje yoghurt met meegebracht lijnzaad en psylliumvezels. En ik slikte elke morgen drie pillen met magnesiumoxide. Omdat de control-freak in mij niet in één klap haar dieet kon laten vallen en ik als de dood was voor geblokkeerde darmen.

Tussen de middag aten we meestal taboulé. Een soort cous cous salade. Die je in Frankrijk overal in de supermarkten in megabakken kunt aanschaffen. Lekker makkelijk.

’s Avonds aten we vlees en brood en groente. Ik nam meestal maar één of twee stukjes brood en wat extra groente. Ook weer vanwege de vezels.

Tussendoortjes heb ik niet genomen. Doe ik thuis alleen een soort van verplicht om mijn bloedsuikerspiegel stabiel te houden en omdat ik tussen kwark en lunch anders echt van mijn bureaustoel afflikker.

Wél gingen we zo om de dag zwaar aan de snack. Chips (in Frankrijk bakken ze die in andere olie en gebruiken ze veel minder zout, zó lekker), olijfjes en van die geweldige kleine kaasjes. Ik was nogal verheugd dat er wéér nieuwe smaken zijn bijgekomen. Ganzenlever onder andere. En rauwe ham. Ahhhhh!

Naamloos

Ik heb niet op mijn drankgebruik gelet, maar Vlam en ik hebben ons keurig netjes gedragen al zeg ik het zelf. Ik heb elke dag een glas of vijf wijn gedronken denk ik. En samen één fles Ron Miel, verdeeld over twee weken. Voor drankorgels als wij, is dat buitengewoon netjes te noemen.

Helaas werkte de acute omschakeling van bijna geen koolhydraten naar elke dag (wit!)brood en cous cous en een behoorlijke mindering van groentes, zwaar op mijn darmen en zwol ik op tot ongekende proporties. Om de drie dagen een flinke overdosis bisacodyl heeft mijn leven gered. Handig dan ook dat je op drie minuten lopen van het strand “woont” en ik zo nu en dan met samengeknepen billen praktisch rennend naar het toilet kon ;)

Toen ik eenmaal thuisgekomen op de weegschaal ben gaan staan, schoot ik meteen in een depressie. Plus vier kilo. Hád ik maar…

Een dag later waren daar alweer twee vanaf.

En inmiddels ben ik, we zijn nu vijf dagen thuis, één kilo en vier ons zwaarder dan toen ik wegging.

Gelukkig ben ik geestelijk een stukje lichter door die drie weken vrij.

Persoonlijk vind ik dat nét even wat belangrijker op dit moment.