Ik weet het niet hoor…

Vorige week gingen we in het kader van ons jaarlijkse team-uitje naar Body Worlds in Amsterdam.

Voor de mensen die het niet kennen: het is een “medische” tentoonstelling met geprepareerde lijken, met een esthetischer woord plastinaten genoemd. Er liggen niet alleen echte organen, maar ook dwarsdoorsnedes van mensen. The Texas chainsaw massacre is er niets bij. En als “toppers” staan er hele mensen, ontdaan van huid en haar, in allerlei bijzondere poses. Standbeelden van dood vlees.

Tsja.

Wat ik er van vond?

Topper voor mij persoonlijk waren de hersenvliezen. Ik ben -zoals bekend- nogal van de drukke met dat stukje lichaam de laatste maanden. Ik kwam binnenlopen en daar lagen ze, op de eerste tafel: de beruchte vliezen. Ik had ze nog nooit gezien. Het viel me op dat ze vrij dik waren, ik had ze fragieler voorgesteld. Er lag een bordje bij: de hersenen zelf voelen geen pijn, de dura echter zijn extreem gevoelig voor pijn. JOH! Vertel mij wat…

Er was ook een hoofd van een oude man. Doormidden gezaagd. Ik zag de stoppels op zijn kin, de haren in zijn oren. De couperose op zijn wangen. Oh. En zijn doorgesneden hersenen. Een halve neus. Bizar.

En her en der stonden die menselijke standbeelden.

Aan de ene kant fascinerend. Aan de andere kant voelde ik me nogal een voyeur. Ik denk dat dat ook meteen het beste omschrijft wat ik vond van die tentoonstelling. Voyeuristisch. (Maar dan zonder de opwinding). Het is echt heel ongemakkelijk en raar dat je tot in detail de lichamen van mensen ziet. Geheime plekken en aandoeningen die normaal te intiem zijn om te delen met de goegemeente.

Er was één stel dat seks had. Er hing een bordje bij dat deze mensen expliciet toestemming hadden gegeven voor dit intieme beeld. Dat snap ik. Ik vond het nogal wat. Aan de tenen te zien was het een vrouw op hoge leeftijd. Ongemakkelijk voelde ik me erbij. Oren, neus en wenkbrauwen blijven behouden bij die plastinaten. Je zóú iemand zo maar kunnen herkennen. ‘Hier penetreert een onbekende man oma Mies. Ze was van een potje seks niet vies’.

Ik vind mijn lichaam slecht een omhulsel. Mijn “zijn” zit verwerkt in allerlei chemische processen in mijn hersenen. Als ik dood ga, is het gewoon zo alsof de stekker eruit getrokken wordt en de software automatisch wordt verwijderd uit de hardware. Ik houd in één klap simpelweg op met bestaan. Ik heb er geen enkel probleem mee dat mijn lijf straks “leeggeroofd” wordt en ontdaan wordt van organen. Haal en sleep. Ga je gang maar. En stel dat ik doodga aan een specifieke/bijzondere ziekte, dan mogen ze mij ook gebruiken voor medisch onderzoek. Geen enkel probleem.

Maar mijn lichaam weggeven aan kunstenaars en voor miljoenen mensen te kijk staan?

Dat zou me toch nét even te ver gaan.

En dat ze mij dan bijvoorbeeld wijdbeens op een schommel zetten.

En dat er dan een lover van vroeger voorbij mijn glazen hokje schuifelt.

‘Hé krijg nou wat. Dat zijn bekende schaamlippen! Dat lijkt Klief wel’.

Dank u de koekoek.