Bizarre puinhoop.

Gisteren om half 12 kwam Vlam me ophalen om me naar mijn werk te brengen. Iets aan de vroege kant, maar ik wilde nog even gedag zeggen en mijn verhaal vertellen aan de fysio’s die bij ons in het gebouw ook een praktijk hebben en met wie ik na 12 jaar een hele fijne band heb.

Ik was nog niet terug uit het ziekenhuis en hun bloemen werden thuisbezorgd. Lief!

Één van de secretaresses heeft me de afgelopen weken zo vaak geappt, die wilde ik als eerste even spreken. En bedanken voor de ontzettend gewaardeerde aandacht.

Daarna zette ik me schrap.

Ik was bloednerveus joh. Mijn handen en stem trilden. Ik wilde aan de ene kant heel graag werken, maar aan de andere kant zijn er dingen gebeurd die me ernstig hebben teleurgesteld. (Ik noem een mail van mijn werkgever 36 uur na mijn bloodpatch of ik dat weekend wat klusjes voor hem wilde doen op de praktijk). Ik was bang voor de confrontatie. Of hij me wel serieus zou nemen. Of we wel in goeie harmonie afspraken zouden kunnen gaan maken over mijn terugkeer.

Peter omhelsde me twee keer en zei heel blij te zijn dat ik er weer was. Hij vroeg me hoe ik het wilde. Wat ik aankon. Hoe ik het zelf bedacht had. Hij drukte me meerdere malen op mijn hart dat ik degene was die aangaf wat ik kon en wilde. ‘Jij bepaalt Klief. Je hebt gezegd dat je tot 4 uur wilde proberen, maar is de koek om 2 uur op, óók goed. Dan ga je lekker naar huis. De neuroloog heeft me nog gebeld en hij had nog nooit zoiets gezien; je vliezen waren helemaal aan elkaar gekleefd!’ (Ik denk dat hij tóén pas inzag dat het serieus was…)

Laura was enkele dagen daarvoor bij mij thuis geweest dus ik was wat haar betreft op de hoogte. Ik kreeg een knuffel. ‘Fijn dat je er weer bent collegaat, ik heb je gemist’.

De praktijk was een chaos.

Overal lagen ongeopende enveloppen.

Mijn behandelbank stond vol met dozen, met mappen en paperassen.

Mijn bureau was een Mount Everest van papier.

Mijn mailbox stroomde over.

De elektronische specialistenbrieven van 4 weken zaten nog onverwerkt in de postbus.

De bloeddrukmeter was kapot.

Het binnenwerk van de fax ook. (Een nieuwe rol erin sláán werkt niet. Gaat iets er niet op een rustige manier in, dan doe je iets niet goed. Ik kan het blijven uitleggen).

Diverse aanvraagformulieren waren op.

Er lagen nog drie urinepotjes.

Epi en Lepsie hebben echt totale paniek ervaren geloof ik. Ze hebben niets anders gedaan dan hun eigen taken en meer ook niet.

Ik ben gisteren dan ook zomaar ergens begonnen. Ik heb diverse bedrijven gebeld om de aanvraagformulieren weer aan te vullen. Ik bestelde een nieuw onderdeel voor de fax. Op de website van het ziekenhuis regelde ik urinepotjes en swabs. Ik deed de vuile was in een vuilniszak. Depte de koffievlekken van het dressoir. Verschoonde de vuilniszakken. Gooide kilo’s aan papier weg.

En toen was het drie uur later en bonkte mijn hoofd. Mijn vliezen pulseerden en mijn nek en rug deden zeer. Kláár!

En nu ben ik weer fris en fruitig en klaar voor de strijd. Vlam haalt me straks weer op voor de tweede ronde.