Ze heeft verkering! Of zoiets.

Jill kwam uit het niets met ene Luc op de proppen. Ineens zat hij in verdacht veel van haar verhalen. Hij bleek een vriend van één van haar beste vrienden.

Vlam en ik zagen de romantische bui natuurlijk allang hangen.

En ja hoor: daar was ie eindelijk. Dé vraag c.q. aankondiging. ‘Is het oké als Luc en ik zaterdagavond nog even de stad in gaan om wat te drinken?’

‘Tuurlijk skatje!’

En vrij vlot daarop volgde een dubbeldate met nog twee andere vrienden.

Bij Jills thuiskomst vroeg Vlam steeds op zijn bekende ‘bescheiden’ en nogal plastische manier of er nou eindelijk al getonghockeyd was? Of er al aan huigtikkertje was gedaan? (En dan uitspreken op zijn Haags. Vréselijk tenenkrommend).

Maar ja: ik kan u heugelijk nieuws melden. Overigens met goedkeuring van La Bill zelf. Ik blog niets óver haar zónder haar akkoord.

Er is een relatie!

Verkering.

Ze daten.

Ze hebben met elkaar of weet ik veel hoe dat tegenwoordig heet. Ik heb het opgegeven, het bijblijven qua taal. Een jaar of wat geleden had je nog flow als je in de aftastende fase zit. Als ik dat woord nu gebruik,word ik met rollende ogen aangekeken of ik hartstikke debiel ben. Jill weet het volgens mij zelf ook niet. Op een gegeven moment schijnt Luc gevraagd te hebben wat ze nou zou zeggen als iemand haar zou vragen of ze een vriendje had en ze antwoordde dat bevestigend. En dat kon hij wel waarderen. Hoppa. Relatie bezegeld. Op Facebook heb ik overigens nog geen relatiestatus zien veranderen. Maar misschien is dat óók weer ‘not done’ anno 2018?

Ons kind en een relatie.

Leuk man. Ik vind het hartstikke tof voor haar.

En zo op de eerste twee korte ontmoetingen gebaseerd leek het een zachtaardig en beschaafd figuur. Heel anders dan de eerste halfbakken ster aan het firmament. Een nogal arrogant mannetje dat toen Jill beide voortanden eraf brak tijdens een valpartij met haar paard, ineens in geen velden of (digitale) wegen meer te bekennen was. Zelfs een oppeppend appje was al teveel gevraagd. De dagen daarvoor, toen hij had bedacht zijn tong even tussen die toen nog intacte tanden te kunnen steken, stond ze wel in het middelpunt van zijn belangstelling. Deze Luc is heel andere koek. Ik hoop dat de ‘verkering’ nog even blijft. Gezellig hoor, een schoonzoon.

Rees bij mij in de afgelopen week ook de vraag: wanneer gaat een relatie in eigenlijk?

Toen Vlam en ik elkaar ontmoetten was de eerste date gewoon iets met bier aan een bar. Was gezellig, bedankt, kusje op de wangen en klaar. Tijdens de tweede date zaten we ineens te tonghockeyen. Binnen no time zaten we elk weekend bij elkaar en een jaar later trok hij bij ons in. Er is mij nergens iets gevraagd bedenk ik mij ineens nu. Ook niet toen we trouwden.

Gemakshalve houden we de datum van onze eerste date maar aan als het begin van onze relatie.

Bron: Pixabay (762564)

De omgekeerde wereld.

Toen Vlam in 2011 een hernia kreeg en maandenlang in een ziekenhuisbed in de woonkamer heeft gelegen, schuifelend met rollator door het huis bewoog en als klap op de vuurpijl een pittige depressie ontwikkelde ten gevolge van de pijn, de situatie en zijn medicatie, heb ik mijn stinkende best gedaan zo goed mogelijk voor hem te zorgen.

Ik heb echter aardig wat steken laten vallen. Dat realiseerde ik toenal. En nu achteraf. Ik voel me soms nog schuldig over de negatieve emoties die ik had.

Ik weet nog dat ik vanuit mijn werk aan kwam fietsen en er als een berg tegenop zag om naar huis te gaan. Omdat ik simpelweg geen trek had in dat zielige hoofd. Om wéér die verhalen aan te horen. Die huilende man aan te treffen.

Als ik dan thuis kwam, en de treden naar boven nam, voelden mijn benen soms als lood. Als een mantra ging het door mijn hoofd ‘ik wil dit niet, ik wil dit niet. Wanneer houdt het nou eens op? Ik wil mijn gewone leven terug’.

Maar als ik dan binnenstapte, zette ik mijn clownsneus op en kroop bij hem in bed. Hield ik hem vast. Troostte hem. Hoorde ik alles aan.

Ik heb toen zelfs vier keer mijn oude psychiater geconsulteerd. Ik liep echt helemaal vast. Ik kom uit een gezin waarin ik op jonge leeftijd al de zorgrol door mijn strot geduwd kreeg. Ik ben getrouwd geweest met iemand die helemaal niets voor mij over had. Ik heb bij hem jarenlang op mijn tenen gelopen, hield de hele toko draaiende en nooit was het goed genoeg. Hij nam en ik gaf. Steeds meer.

Toen ik weg was bij hem, heb ik er heel hard voor gewerkt om in te zien en ook in de praktijk toe te passen dat er balans moet zijn. In geven en nemen. En dat ik ook wel eens mag nemen. En dat het oké is als iemand voor mij zorgt.

Dat laatste is echter nog steeds een dingetje. Ik heb dat de afgelopen weken ervaren. Aan de ene kant heb ik Vlam enorm gewaardeerd voor dat wat hij voor me heeft gedaan. Aan de andere kant voelde ik me vreselijk afhankelijk. Ik ben geen vrager en ik ben geen klager. Als Vlam vroeg of ik zin had in thee, dan zei ik ja. Maar uit mezelf vragen of hij een kop thee voor me wilde zetten? Dat kreeg ik niet uit mijn strot.

Ik HAAT afhankelijkheid. Ik HAAT het om me neer te moeten leggen bij een situatie die ik niet zelf kan veranderen. Ik HAAT me zwak voelen.

Ik merkte aan Vlam dat hij me de laatste dagen beu was. Ik zag het aan zijn blik. Aan het uitblijven van knuffels en zoenen. Hij deed het hoognodige en vluchtte uit huis.

Dat deed pijn.

Ik heb me nog onmogelijker gaan gedragen, schijnt. Ik had het niet eens door. Ik bekritiseerde zijn gedrag. Ik benoemde de afstand.

En toen escaleerde het. En kregen we behoorlijke ruzie.

Dom.

Ik had moeten weten vanuit het verleden dat andere mensen daar ook wel eens last van zouden kunnen hebben. Dat de zorgkoek op is.

En dat dat heel menselijk is.

The 7 year itch.

Het schijnt een bekend gegeven te zijn dat in een relatie er een aantal breekpunten is. Na twee jaar, na zeven jaar en na dertien jaar.

Vlam en ik kennen elkaar bijna zeven jaar. Als we dingen volgens het boekje doen, hakt hij er binnenkort vól in: de beruchte zeven year itch.

Nou; ik houd mijn hart vast.

Not.

Flauwekul zeg.

Tenzij er ineens een bloedmooie buurvrouw naast ons komt wonen, in het voormalige huis van de Tokkies, voorzie ik geen problemen 😉

Ik heb niet het idee dat er barstjes in onze relatie aan het springen zijn. Als ik voor mezelf spreek al zeker niet. Zelfs als ik struikel over een aantrekkelijke man, zie ik ‘m nog niet. Ik heb namelijk de leukste van het Noordelijk halfrond al in “mijn bezit”.

Zoals bekend schrijf ik wel eens over de mindere kanten van mijn echtgenoot. Die heeft hij natuurlijk zat. Net als ik. Ik ben ook echt niet het makkelijkste mens om mee samen te leven denk ik. Met mijn nukken en buien en -nu, de laatste jaren- met mijn fladderende hormonen. Jantje lacht, Jantje huilt.

Mijn zusje deed ooit de gevleugelde uitspraak, toen zij vier was en ik zes: ik heb medelijden met de man met wie Klivia ooit gaat trouwen.

Ik niet. Doorgaans zijn we beiden happy as Larry. Er wordt hier zat geknuffeld, gezoend, gelachen en gepraat. Vlam zegt me bijna dagelijks wel dat hij van me houdt en laat dat ook merken door attent te zijn, zorgzaam en lief.

En ja: we hebben ook wel eens mot. Ik schiet soms in gedachten echt wel eens een uzi op hem leeg. Als hij bijvoorbeeld na een week van vegetatief op de bank hangen en klagen over moeheid en allerhande pijntjes met vrienden op pad gaat en ineens -halleluja!- de wonderbaarlijke genezing heeft en het tot vier uur volhoudt. En de zondag daarna weer verandert in een oude man.

Hij haalt ook wel eens het bloed onder mijn nagels vandaan met zijn betuttel. ‘Vergeet je je paspoort niet? Als je sushirijst kookt, let je er dan op dat je de rijst niet laat afkoelen in een metalen bak? Pas je op? Er komt een auto aan’. Vlam heeft de gave om zijn “zorgen voor” te versterken tot betuttelen. Ik voel me soms net een klein meisje. Maar het voordeel van zeven jaar samen zijn, is dat ik hem maar aan hoef te kijken en hij weet dat hij te ver aan het gaan is en inbindt. En hij op zijn beurt, komt langzaam tot de ontdekking dat ik een autonome, zelfbedruipende vrouw ben die -jawel- bijna geen hulp nodig heeft en zelden iets vergeet. Die een mond heeft en aangeeft als ze iets wil. Of juist niet.

Kortom: langzaam groeien we steeds dichter naar elkaar toe.

Niks itch.

De volgende stap is dat we samen van die ANWB Human Nature matching jassen gaan kopen denk ik. Van zo’n vage beige-achtige kleur. En een e-mailadres gaan delen. KliefjeVlam@gmail.com.

Joepie.

Ophemelblogje.

Maandag was ik op bezoek bij een vriendin. Op een gegeven moment kwam het gesprek op negatief schrijven over degene van wie je houdt. Zij was “gewaarschuwd” door iemand op haar eigen blog dat niet te doen omdat je er wel eens spijt van zou kunnen krijgen als diegene weg zou vallen.

Ik snap de gedachtegang erachter. Maar deel hem niet.

Ik blog regelmatig over de “tekortkomingen” van mijn man. Snurken, herrie maken, bellen, roken, nagels kluiven. Nou en? Hij hééft toch ook minder leuke kanten, net als ieder ander mens? En ik kán ‘m toch op zijn minst zo nu en dan achter het behang plakken? Hallo! We zijn getrouwd. We wonen inmiddels zes jaar samen. En we verschillen qua karakter als dag en nacht. Een relatie hebben gaat niet vanzelf. Het is water bij de wijn doen. Je eigen ik soms even parkeren. En de kunst is tussen die dingen door, óók nog dicht bij jezelf te blijven. Zeker in ons geval: we zijn allebei gevers namelijk. We zijn geneigd ons teveel aan te passen aan wat de ander belangrijk vindt. En doe je dat een periode teveel, dan gaat dat irriteren. Dan gaan we tenenlopen. En dan gaan we ineens als een gek afbakenen onze eigen plek weer opeisen.

Goddank hebben we zelden mot, maar als we het hebben, knettert het behoorlijk.

Maar meestal vullen we elkaar perfect aan.

Vlam heeft mij bijvoorbeeld geleerd geduldiger te zijn en om (af en toe) eens hulp te accepteren. Door hem is mijn zachte kant meer naar buiten gekomen. Hij heeft me mijn vertrouwen in het verschijnsel “man” weer teruggegeven. Hij heeft mijn dochter een vader en een normaal gezinsleven gegeven. Het is geweldig om te weten en te voelen dat er altijd iemand achter me staat. Dat heb ik nogal gemist in mijn leven voor hem. Het is zalig dat ik mezelf kan zijn. Dat iemand weet waarom ik soms reageer zoals ik reageer, snapt dat ik veel afbaken en kader en snel overprikkeld ben. En daar meestal ook rekening mee houdt. Die mijn soms bijzondere manier van coping begrijpt.

Ik op mijn beurt heb Vlams laatste restje “kakker” er in de afgelopen jaren uit gekregen. Het is niet leuk als je teveel pronkt. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Dat snapt hij nu. Vlam is veel rustiger geworden. Hij hoeft zich niet meer zo te bewijzen. Mensen vinden hem ook leuk als hij niet de hele avond rondjes geeft en trakteert. Dat was voor hem nogal een eyeopener. Ook het feit dat er vrouwen bestaan die -al gaan ze met een hele bus strippers op stap- nul komma nul de behoefte hebben om op ze te gaan zitten, was voor hem een verademing. Ze bestaan: betrouwbare vrouwen.

Maar mán wat is het saai als ik hier elke dag ga lopen ophemelen en adoreren, niet? Ik zou geen lezer overhouden als ik mijn blogjes zou vullen met tel-je-zegeningen flauwekul en slijmdruipende liefdesquotes. En terecht ook. Ik zou hier zelf ook niet meer komen. Niemand heeft een liefdesleven van alleen maar rozengeur en maneschijn.

En mensen die dat wél beweren, moet je echt serieus wantrouwen.

Wraaklustig

Ik heb een ex die ooit een puinhoop van mijn leven heeft gemaakt.

Toen ik na een paar jaar emotionele mishandeling zover was dat ik voor mezelf koos en vertrok uit onze woning, had ik niet alleen een ernstige depressie te pakken en een burn-out en een enorm gapend gat daar waar ooit mijn zelfvertrouwen zat. Hij heeft er ook voor gezorgd dat ik startte met schulden. Want ex fraudeerde en stortte het geld op onze gezamenlijke rekening. Uiteraard werd dat opgemerkt en zijn we beiden veroordeeld.

Ergens tussen toen en nu heeft hij zich persoonlijk failliet laten verklaren en is zijn deel van dat gefraudeerde geld kwijtgescholden.

Ik zit nog steeds me de gebakken peren van zijn misdaad.

Niet alleen duurt het nu nog steeds twee jaar voor ik weer strafbladvrij ben.

Ik betaal nog wél steeds af. Kleinigheidje.

De enorme boosheid die ik ergens tussendoor heb gevoeld, heb ik laten varen. Ik was van die lul af, mijn leven was weer begonnen. Hij was het niet waard om mijn lichaam onder zulke hoogspanning te blijven laten zetten.

Ik bezocht anderhalf jaar lang een psychiater om al het puin te ruimen. Volgde daarna nog EMDR om de lichamelijke mishandeling uit mijn systeem te krijgen.

Ik ontmoette Vlam. Die van alles nog het meeste helend heeft gewerkt. Niet alleen door van me te houden en me wél mooi te vinden. Maar ook door me in te laten zien dat niet alle mannen klootzakken zijn. Want dat gevoel raakte ik maar niet kwijt.

De enige momenten dat ik nog aan mijn ex denk, is wanneer ik het geld over maak naar de gemeente die hij heeft opgelicht. Eens per maand zit ik gigantisch te balen dat ik daardoor emotioneel nog steeds verbonden ben met hem.

Pas geleden las ik, geheel toevallig kwam ik op een website, dat meneer weer een leuke baan heeft. Eentje waarbij veel subsidies mee gemoeid zijn. (Over de kat op het spek binden gesproken. Wordt er tegenwoordig niet meer om een VOG gevraagd?) Zijn schulden is hij kwijt. Hij is weer fijn met zijn leven begonnen.

Ik heb een poosje lopen twijfelen of ik anoniem een brief naar die organisatie zou sturen. Of ze enig idee hadden wie ze aangenomen hadden? Of ze op de hoogte zijn van zijn frauderende verleden en enorme strafblad?

Ik heb besloten, na een gesprek dat ik van het weekend had met Vlam en een vriendin, het los te laten. Niet die brief te sturen. Ik ben in plaats daarvan bezig met een brief aan de gemeente. Of ze misschien enige coulance kunnen opbrengen en me een deel willen kwijtschelden?

Ik ben alleen bang van niet. Als ik iets heb overgehouden aan deze kwestie, is het een enorm gevoel van onrecht. Die bittere nasmaak blijf ik helaas maandelijks nog wel even houden…

Ik hoop oprecht dat karma bestaat.

Oh. En dat we PVD nou eindelijk eens die staats gaan winnen. Drie keer raden wat ik als eerste betaal van dat geld?