Het haas.

Er is de afgelopen dagen een aardig gat geslagen in de voorraden ibuprofen en xylometazoline neusspray. En ik heb er eigenhandig (of neuzig in dit geval) pákken Kleenex voor de gevoelige neus doorheen gejast. Overigens had ik net gewoon goedkope keukenrol kunnen gebruiken, want de vellen hangen nu net zo goed aan mijn neus.

Het was lang geleden dat ik het zo te pakken had zeg. Poeh. Vorige winter ben ik sowieso helemaal snotloos doorgekomen.

Maar nu was ik het haas. Jill bracht een heel fijn virus mee ons huis in en heeft zowel vriendlief (tonghockey is ook uitermate onhygiënisch natuurlijk) als ondergetekende besmet.

Oudejaarsdag begon het al: een zere keel.

Nou dan weet je het wel.

In de loop van de week werd het erger.

Ik had het ganse pakket deze keer. Niesen en hoesten tot ik spierpijn in de regio van mijn middenrif had, een keel die voelde alsof ik scheermesjes had ingeslikt (dat je dan je spuug opspaart om maar zo min mogelijk te hoeven slikken) waterige ogen, een rooie gok, een stem als een travestiet en zo’n hoofd dat wanneer je bukt, nóg zeerder doet.

Verkouden zijn is zo ongeveer het oncharmanste dat je kunt zijn. Mensen die neuzen ophalen, die snorkelen in hun eigen snot, die je hoort ademen, van dat gierende slijm in de luchtwegen… vreselijk. Ik was gewoon viezig van mezelf.

Ik heb een dag of twee grotendeels op bed doorgebracht.

Ik had tussen het snuiten door behoorlijk zelfmedelijden ook. Niet alleen had ik nu hoofdpijn van de immer protesterende vliezen, ook mijn holtes deden gezellig mee. Best veel, zo alles in één schedel. Maar dat vond ik nog niet het ergste; deze afgelopen week had een week moeten zijn van bijkomen. Ik had gehoopt dat een week me superrustig houden had geleid tot een enorme boost in mijn hersenpan.

Niets van dat alles dus. Ik heb niet het idee dat ik uitgerust ben van mijn vakantie. Ik heb nergens even echt kunnen ontspannen of genieten namelijk. Behoorlijk teleurstellend vond ik dat. Mijn lijf en ik zijn geen vrienden de laatste tijd.

Máár: vandaag voel ik me eindelijk wat beter. Ik hoef niet meer de hele dag met een zakdoek in beide neusgaten rond te lopen, ik ben pijnstillerloos en ik kan weer redelijk normaal slikken en als ik hoest heb ik niet meer het gevoel dat mijn kop explodeert. Jippie.

En dus ga ik me zo dadelijk goed inpakken en lekker even naar buiten. Rondje tuincentrum doen, bolletjes kopen en een énorme latte macchiato bestellen (die ik overigens nog niet kan proeven, beetje jammer). Even genieten van die halve dag vakantie die me nog rest.

Ik las in de krant dat half Nederland geveld is. Dat we met meer zijn. Mocht u het ook zo heerlijk te pakken hebben: van harte beterschap!

Plogje 21

Weinig tekst van mij deze week.

Het snot in mijn kop belemmerde mijn denkvermogen.

Verder was het zo dat ik de hele week echt heul erg vroeg naar bed ben gegaan. Mijn ganse lichaam deed zeer. Van hoofdhuid tot tandvlees tot oogbollen aan toe. Dan even fijn een stukje gaan zitten schrijven, is zo ongeveer het laatste waar ik zin in had.

Tel daarbij op een buitengewoon drukke week met dinsdagavond griepprikken geven, gisteren een paar extra uren in verband met het wrattenspreekuur én als klap op de vuurpijl het vooruitzicht ook vanmiddag de Sjaak te zijn met sessie twee van het uitdelen van de vaccinaties… En oma is op.

Gelukkig maakte ik tussen het snuiten en hoesten door nog wél wat “leuke” fotootjes.

Komen ze:

20161007_100844
Zaterdag deden we een filmmarathon. Drie stuks! Ik was gesloopt na afloop. Maar wat was het leuk zo saampjes met Jill 🙂
20161012_184739
Vlam was een avondje naar zijn ouders. Mijn snot en ik bleven thuis. Dat betekende een avond geen DWDD (oh joy) en de bank voor mij (en Misty) alleen. Joechei!
20161010_154834
Maandag zag ik er een stuk minder florissant uit. Rooie gok, waterige oogjes. Blegh.
20161012_080642
Van het enorme bedrag dat ik tzt ontvang bij zijn overlijden, koop ik een flesje wijn. Proost!
20161005_142149
Misty móét altijd meteen zo’n fleecedekentje inpikken als wij ze per ongeluk laten slingeren. Hij raakt de stoel nog niet en *plop* er zit een kat op.
screenshot_2016-10-11-16-13-24
Typisch Telegraaf. Een man met een enorme waslijst aan vergrijpen. Waaronder het jatten van een paar Wallaby’s. En wat plaatsen ze voor foto? Twee neukende kangoeroes. Oh, en een pornoliefhebber.

Ah nee hè?

De afgelopen week heeft mijn collega Laura heerlijk over (onder andere) mij heen zitten hoesten en proesten en snotteren.

Overtuigd van de kracht mijn doorgaans zeer sterke lichaam, was er geen haar op mijn hoofd die dacht dat ik wel eens aangestoken kon worden. Ik? Die met die geweldige weerstand? Há!

Helaas.

Edoch.

Ik ben geveld door een naar virus.

Het begon met keelpijn. En toen een stekende hoofdpijn en algehele malaise. Overal spierpijn. Ik had het gevoel alsof ik een hele avond enorm had zitten doorhalen. Wat echt zuur is, want afgelopen zaterdag was juist voor het eerst sinds maanden dat ik in het weekend niets heb gedronken. Vlam was de hort op. Jill en ik hebben een bioscoopmarathon gedaan. Na afloop zijn we een klein uurtje even bij Vlam en zijn vrienden aangesloten die een herfstbok biertocht hadden in de stad en heb ik één vaasje bier op. Meer niet. En dan zo’n gevoel. Niet eerlijk.

Ibuprofen in flinke doses deed de truc. De hoofdpijn verdween naar de achtergrond.

Ik heb nog wel even zitten twijfelen of ik mee moest gaan om voor de tigste keer afscheid te nemen van Heintje Davids SchoRo, maar ben toch maar meegegaan. Ik denk niet dat mijn virus datgene is dat hem eindelijk gaat vellen. Tegen de tijd dat die zijn werk gaan doen, hoop ik dat hij is gaan hemelen. (Overigens kan SchoRo er zelf ook om lachen. Hij is minstens zo cynisch als ik. Hij vroeg zich gisteren af waar die koleretunnel nou bleef. Hij had nog geen sprankje licht gezien.)

Halverwege de dag kreeg ik overal spierpijn en had ik het kóúd!

Toen zo tegen zeven uur ’s avonds zelfs mijn tandvlees zeer ging doen, gaf ik het op. Half acht lag ik plat. Met joggingbroek en extra dekbedje. Gewapend met neusspray en een paar pakjes zakdoeken.

Nu is het wel weer wat beter.

In de gezondheidszorg blijft het een lastig iets vind ik. Ik vond me vanmorgen niet rot genoeg om me te ziek te melden, maar is het handig om te gaan werken zo met al die smerige beesten die mij omringen?

Aan de andere kant, als ik zo hoor welke héérlijke geluiden er uit de wachtkamer komen, terwijl ik dit typ, kan mijn virusje er ook nog wel bij…

Hoera.

De herfst is begonnen.