Ik ben even met zomerreces.

Ik ben er even niet.

Wegens zomerreces.

Ik schat een weekje of zes afwezig te zijn.

Niet gaan huilen hoor. Voor u het weet zit ik weer op mijn nest. (En is uw vakantie ook weer voorbij ;))

Oh, en in de tussentijd zal ik hier waarschijnlijk wel zo nu en dan nog te vinden zijn. Met vakantiekiekjes en allerhande flauwekul. Dingen waarvoor ik geen laptop nodig heb. Want die hang ik namelijk echt even tijdelijk aan de wilgen.

Goeie zomer allemaal!

xx Klief.

Bron: Pixabay.com

Wat een genot. Not.

Mijn werkgever vertelde me vorige week dat hij vanwege een fijne naheffing van de belastingvrienden, mogelijk deze zomer niet op vakantie kan. Hij had het erover om een grote tent te kopen en deze in de achtertuin te zetten en gewoon elke avond de barbecue aan te steken om zo toch het vakantiegevoel te creëren.

Ik opperde meteen dat hij onze tent wel mocht hebben, wij waren toch niet van plan dat ding ooit nog te gaan gebruiken.

Kamperen en ik is namelijk een zéér slechte combi.

Ten eerste obstipeer ik instant als ik het woord “camping” lees. Alles gaat hermetisch en langdurend op slot. Zelfs met een dagelijkse (over)dosis Bisacodyl gebeurt er niets. Dan rommelt en pruttelt er wel wat van binnen, maar meer ook niet. Aan het einde van een weekje tenten, ben ik zelf een soort opblaasmatras geworden.

Ten tweede is kamperen helemaal niet goedkoop. Een beetje Franse camping kost een vermogen per nacht. En ik weiger om in mijn bikini voor de tent macaroni te gaan staan koken. Wat heeft dat geklungel op zo’n lullig pitje nou te maken met vakantie en ontspanning? Uit eten wordt het dan dus, elke avond. Wat we dan eigenlijk ook weer niet echt leuk vinden want we houden allebei wel van koken. En dat wát we dan eten, is vaak zwaar teleurstellend. En het kost ook een klein fortuin.

Ten derde, niet geheel onbelangrijk ook, hebben we het puntje privacy. Dan bén je een keer lekker ontspannen en uitgerust, dan hóéf je niet op de klok te kijken, dan héb je alle tijd voor elkaar, werken rug en heup mee en dan lig je in een tent! Met tussen jouw bed en dat van je kind een heel groot boterhamzakje dat een muur moet voorstellen. Waardoor je nog geen zuchtje durft los te laten. Nog geen kreuntje durft te maken. Kortom: door je strot geduwd celibaat.

Ten vierde: douchen en wachten op je beurt, elke minuut op een knop drukken en met je natte voeten in teenslippers over een stoffig terrein terug naar je tent lopen waardoor je eigenlijk voor Jan met de korte achternaam jezelf hebt staan wassen. Niet tof.

Ten vijfde: als heup- dan wel rugpatiënt is slapen op een matrasje van twee centimeter niet prettig. Understatement.

Ten zesde vind ik het totale gebrek aan privacy en stilte op een camping nul komma nul. Ik hoorde daar aan de Côte d’Azur afwisselend ruziemakende echtparen, jankende kinderen en scheten latende buurmannen.

Na twee kampeervakanties maakten we aan het einde (compleet gebroken) de balans op. We schrokken behoorlijk van van kamperen nou eigenlijk kost. Wow!

Voor dat geld hadden we dus ook een huis op een Spaanse berg. Zonder buren. Met een toffe keuken. En een eigen zwembad. En een Amerikaanse koelkast met ijsblokjesapparaat. En twee badkamers. Met twee toiletten. En gescheiden slaapkamers.

We moesten dan alleen wel elke avond zelf koken.

Poeh, poeh. Wat een ramp.


Dit blog staat ook op HoeVrouwenDenken

Gatenkaas

De leukste periode, en die dus ook meteen het snelst voorbij gaat, is het voorjaar. Met zijn gatenkaasrooster.

Pinkstertje hier, Hemelvaartje daar.

Ik word er wel blij van. De werkweken vliegen voorbij zeg.

Deze week hoef ik dus maar één hele en twee halve dagen te werken, daar raak ik dus niet echt oververmoeid van. En volgende week heb ik slechts drie hele dagen. Dan valt de donderdag weer uit vanwege Koningsdag. En de week dáárna, heb ik voor de verandering maar weer eens vakantie. Vervelend hoor.

Zoals inmiddels bij de meesten van u wel bekend heb ik het qua vrije dagen enorm getroffen met mijn werkgever. Ik heb buiten drie weken zomervakantie, een week met de Kerst, een week voorjaarsvakantie én een week herfstvakantie, dus ook nog eens een vracht extra dagen. Als hij niet in het pand is, mag ik namelijk geen medische handelingen uitvoeren. Hij is en blijft eindverantwoordelijk voor alles dat ik doe. Dus wanneer hij ziek is, of naschoolt, of uit moet slapen na een nachtdienst, hebben wij mazzel.

Aan de andere kant doe ik mijn nascholingen in mijn eigen tijd. En bij elke vakantie ga ik altijd even een paar uurtjes werken, een dag of wat voor we weer opengaan. Dan haal ik alle elektronische post binnen en koppel ik ze aan de juiste dossiers. Ik lees dan altijd alles even door zodat we goed beslagen ten ijs gaan. Niks zo slordig als wanneer je weer begint, er nog labuitslagen missen of dat iemand iets ergs heeft te melden en jij van niks weet. Mensen gaan er vanuit dat (ondanks dat we tweeënhalfduizend patiënten hebben) we alles weten en up-to-date zijn.

Wat wel een heel typisch verschijnsel is. U wilt niet wéten hoeveel berichten wij elke dag binnen krijgen over onze populatie. Labuitslagen, foto’s, brieven van specialisten en bezoeken aan de huisartsenpost, mutatieberichten vanuit het ziekenhuis: opname voor dit, ontslag naar huis et cetera.

En dan gebeurt het gewoon dat ik iemand tegenkom bij de Lidl, tussen broccoli en komkommer en dat diegene me dan vraagt of ik de brief van cardioloog X binnen hebt. Of hoe zijn cholesterol was. Als ik überhaupt al zou weten of dat zo is, denkt diegene dan werkelijk dat ik de inhoud uit mijn hoofd heb zitten leren? Mensen zijn vreemde wezens.

Maar ik dwaal weer eens gigantisch af.

Vakantie en vrij en zo, daar zou het over gaan.

Over veertien weken gaan we naar Moraira in Spanje. Veertien weken!

Afgelopen zondag kocht ik alvast maar een nieuwe bikini. Want deze vakantie hebben we een appartement gehuurd en delen we een zwembad met de buren. En gaan we naar het “gewone” strand. Niks rondlopen in onze blote konten dus. Er moest bil- en borstbedekkende kleding komen.

Oh, en de zonnebrandcrème is ook onderweg, die wordt morgen bezorgd.

Ik ben er vroeg bij, want voor je het weet is het half juli tenslotte.

Time flies.

Kort maar krachtig tag

Ik weet even niet meer waar ik ‘m vandaan haalde -mea culpa beste verzinner-, deze stond al een poosje in mijn concepten namelijk. Op deze (overigens heerlijk) suffe zondag leuk om in te vullen.

Stom: maandagen. Dat vroege opstaan na een weekend van lekker doen waar je zin in hebt, doet bijna zeer.

Allerstomst: de maandagen na een vakantie.

Dag met een gouden randje: de dag dat we op vakantie gaan. Die drie weken nog helemaal voor je. De verwachtingen. De wetenschap dat er een enorm lekkere periode aankomt.

Leukste liedje: niet in te vullen. Ik houd van zoveel. Maar ik houd ook enorm van stilte. Dat wat ik luister is nogal afhankelijk van mijn stemming. Als ik überhaupt al iets opzet.

Houd van: mijn man en kind. Op een gedeelte eerste plaats.

Nooit gedacht: dat ik zo lang samen zou kunnen zijn met iemand.

Genieten: vrijdagmiddag. Dat eerste wijntje. Zálig.

Bang voor: veranderingen. Het is nu zo goed, alles. Ik ben als de dood voor een ommekeer.

Hekel aan: had ik die maandagen al genoemd? De vaatwasser uitruimen. Fietsen in de regen. Oh, ik mag er maar eentje noemen zeker? Shit.

Lekkerste weer: 25 graden, klein briesje. Teenslipper-peeptoesweer.

Leukste leeftijd: nu. Minus de pijntjes en het gezeik met die K&^*% hormonen. Ik heb nog nooit zo’n leuk leven gehad als dat ik nu heb.

Spijt van: heb ik niet. Heeft geen enkele zin. De dingen die je overkomen, zijn altijd ergens goed voor.

Geen tijd voor: sporten. Of was het nou geen zin?

Lekkerste eten: Thais! Groene curry met gamba’s. Pad Thai. Kip cashewnoten. Ik vind alles even lekker.

Fijnste vakantieland: Spanje. Tapas. Goed weer gegarandeerd. Olé!

Vreselijk goor: overgeven. Ik ben er bijna bang voor. En afschuwelijk gevoel vind ik het. Gelukkig is mijn maag ijzersterk.

Mezelf een duwtje geven: als ik weer eens zo’n “fijn” verbeterplan moet schrijven. Ik betrap mezelf dan echt op ontwijkend gedrag. Alles aanpakken om maar niet te hoeven beginnen.

Wil nog: een andere baan voor Vlam. Eentje die zijn lichaam niet sloopt.

Mis een beetje: Zeeland. Met alles en iedereen dat/die daarbij hoort. De Randstad is teveel van alles. Te druk, te agressief, te onpersoonlijk, te egocentrisch.

Dansen: Mwoehaha! In 1996 voor het laatst. Telt ritmisch wiebelen met je voeten ook mee?

Wie doet mee en vult ‘m ook in?