Het is besmettelijk geloof ik.

Maandagavond kwamen we terug van vakantie en woensdagmiddag hing ik alweer in de apparaten.

Ik had drie weken niets gedaan en was benieuwd hoe het sporten zou gaan.

Voor we op vakantie gingen heb ik wel nog even gekeken of ik misschien in Moraira een sportschool kon vinden. Maar ik ben blij dat ik niets had afgesproken. Ik was namelijk echt overleden als ik met die bloedhitte op de crosstrainer had gemoeten. Het idee alleen al… We zijn een paar keer lángs de sportschool gereden. Dat vond ik echt al meer dan genoeg.

Goed. Woensdag.

Vol zin (ja echt hè?) fietste ik naar de sportschool. Vol enthousiasme begroette ik de instructeur en de fysiotherapeut. Helemaal klaar voor de strijd was ik. Ik plantte me op apparaat één en ging vol goeie moed aan de slag.

De spierversterkende oefeningen gingen me redelijk goed af. Niks aan het handje.

Maar toen kwam cardiooefening nummer één.

EN – DAT – VIEL – TEGEN!

Na één minuut voelde ik het zweet al op mijn slapen verschijnen. Mijn hoofd verkleurde gelijk al naar licht lila. Van de vier minuten heb ik er eentje afgesnoept. Ik kón niet meer. Ik hijgde als een postpaard.

Toen ik klaar was na de tweede ronde en van de fiets stapte, was ik knalpaars. Met kloppende slapen. En ik stond gewoon te tollen op mijn benen. Misselijk van de inspanning was ik. Bizar dat je na drie weken al voor je gevoel opnieuw kunt beginnen. Ik was zwáár teleurgesteld in mijn lichaam. Had er echt enorm de P in.

‘Ik ga echt nóóit meer op vakantie’ riep ik uit.

En een spierpijn dat ik had de dag daarna.

Poeh.

Vrijdag was ik er weer. Iets voorzichtiger. Iets minder enthousiast ook. Maar het ging al stukken beter. Goddank.

En zondag ben ik weer gegaan. En toen ging het -halleluja- bijna weer als vanouds.

Morgen ben ik weer van plan om te gaan en dan ga ik de zogenaamde tweede fase in. Dan gaan al mijn apparaten dertig procent omhoog. Zal mij benieuwen. Ik zet me alvast schrap voor een aanslag. Ik denk zomaar dat ik donderdag iets van pijn heb.

Ik ben van plan om de aankomende maanden drie keer in de week te gaan.

En -het moet niet gekker worden-, ik ga een maand geen alcohol drinken. Om te kijken wat het effect is op mijn lichaam en gewicht. Nou ben ik geen enorme drinker, alleen op vrij- en zaterdagen ga ik aan de wijn. Maar toch. Ik drink al mijn hele volwassen leven sowieso elk weekend en ik ben gewoon even heel erg benieuwd hoe het me af zal gaan.

De volgende stap is dat ik alleen nog onbespoten scharrelframbozen en ongebleekte bananen ga eten. Rauw. Uiteraard.

Nee hoor, geen zorgen. De gezondheidsgekkigheid houdt hiermee echt op. Drie keer in de week sporten en een maand geen drank.

Mijn enthousiasme is overigens wel besmettelijk gebleken. Sinds gisteren zijn zowel Vlam als Jill ook een aantal dagen per weer in de sportschool te vinden.

Volgend jaar herkent u ons niet meer terug denk ik.

Voor de strijd. De ‘na-foto’s’ mocht ik niet openbaar publiceren van Jill 😉

 

Poe. Dat viel tegen.

Woensdag meldde ik me weer in de sportschool.

Bloedjeheet was het dus ik stond voor het eerst niet te popelen. Ik kan normaal gesproken al niet heel goed tegen de hitte wegens ontplofgevaar, maar als ik iets inspannends ga doen, is het helemaal een ramp.

Ik stapte de sportschool binnen en ik voelde meteen al dat er iets niet klopte.

Jawel: de airco was die morgen kapot gegaan en ze zaten te wachten op een monteur.

Had ik weer.

Jippie.

Vol frisse tegenzin ging ik aan de slag. Mijn sportvriendin, de mevrouw die al veertien kilo is afgevallen en er toevallig steeds op de momenten is, dat ik er ook ben (ze woont er echt niet, heb dat even gecheckt) was er ook weer. Zwetend als een otter met een bijkans paars hoofd was ze bijna klaar met ronde één.

Puffend en transpirerend en mopperend deden we samen een ronde. Gedeelde smart is halve smart tenslotte.

Het zweet gutste werkelijk van mijn hoofd af. Bizar. Dat had ik nog niet eerder gehad zo.

Toen ik klaar was stapte ik van de fiets en ik zag gewoon sterretjes. Snel ben ik gaan zitten. Ik moet er toch niet aan denken dat ik tegen de vlakte was gegaan daar. Zo gênant. Bejaardengym en ik ga gestrekt. Kan écht niet.

Na een paar minuutjes én een halve liter water, ging het weer prima.

Uitslover als ik ben, wilde ik nog tien minuutjes op de loopband. Even uitstappen. Ik zette het apparaat aan en stelde de vijf kilometer per uur in. Held als ik ben, durfde ik dit keer zonder dodemansknop.

Nou, dat heb ik geweten.

Ineens ging dat ding op een moordend tempo. Uit het niets! Ik had -erewoord- nergens aan gezeten. Dat durf ik niet eens. Loopbanden en ik zijn een slechte combi. Ik vertrouw die dingen voor geen meter. Hij ging -hoppa- van vijf naar negen. Ik stond meteen niet meer rechtop, maar in een hoek van vijfenveertig graden. In blinde paniek bleef ik op dat ding drukken: min, min, min, min… En ik zat weer op vijf. Poeh.

Maar een paar minuten later flikte dat K&%$#* ding het me weer!

Terwijl ik weer als een debiel aan het minnen was, kwam de meester eraan gesprint. ‘Wat doe je nou?’ vroeg hij. ‘Ja, weet ik veel. Niks! Hij gaat uit zichzelf steeds harder!’ zei ik, inmiddels bijna paars aangelopen met kloppende slapen.

Bleek dat dat onding op een parcours stond, iemand voor mij had ‘m niet goed afgesloten.

Weer wat geleerd.

Zie ik op de display een oplopende lijn? Niet goed.

Het moet een vlakke lijn zijn.

Nou, ik had die bijkans ook, een heuse flatliner welteverstaan. Mijn hart had het bijna begeven, zoveel beweeggeweld bij zulke temperaturen, daar kan ik echt niet goed tegen.

En ik mag zo weer die kant op. Om acht uur gaan ze open.

Mocht ik er dit keer echt in blijven en u niet meer zien? Het was leuk u gekend te hebben…

Bezig baasje. Ik.

En toen was het zalige lange weekend alweer bijna voorbij.

Time flies…

Vanmorgen zat ik om kwart voor acht al op de fiets, om te gaan -jawel, geen gein- sporten. Niks uitslapen en nog even gezellig tegen Vlam aankruipen. Om kwart over zeven ging mijn wekker. Het moet niet gekker worden. Ik was ook nog eens als eerste binnen in de sportschool. Ik schrok er zelf ook van.

In de afgelopen drie weken ben ik braafjes twee keer geweest. En ik heb alle apparaten al behoorlijk opgevoerd. Sommige van tien naar vierentwintig kilo. De weerstand van hometrainer en crosswalker heb ik ook lichtjes opgeschroefd. Die doe ik overigens echt op het gemakkie. Ik wil geen tegenspartelende heup tenslotte.

Vanmorgen deed ik braaf mijn twee rondjes cirkel én heb ik als bonus ook nog tien minuten op de loopband gelopen. Niks rennen, gewoon stevig doorlopen. Ik vind loopbanden trouwens enge dingen. Ik heb al weet ik hoeveel filmpjes gezien van mensen die van die dingen af lazerden. Dus ik vroeg “de juf” me even precies uit te leggen hoe zo’n ding werkt. En ik legde mijn angst uit. Schijnt zo’n ding gewoon een soort dodemansknop te hebben. Die maakte ik dus meteen stevig vast aan mijn mouw. Ik ben waarschijnlijk de enige op het noordelijk halfrond die met een lullige vijf kilometer per uur dat veiligheidsding om heeft. Ik voelde me dan ook enigszins een muts.

Ik voel me sowieso een muts, met dat halfbakken gesport. Op de schaal van inspanning stelt het natuurlijk geen ene moer voor, dat Milon. Vier keer vier minuten cardio en twaalf keer één minuut spieroefeningen en dat twee keer in de week. Ik voel me een beetje Epie en Lepsie als ik bezig ben. Een luie huisvrouw die ook zo nodig iets moet doen. Zoiets. Het is in mijn beleving nog nét geen slenderen.

Vlam raakte er iets geïrriteerd door vanmorgen. ‘Haal jezelf niet zo naar beneden joh’ zei hij. ‘Voor iemand die nog nooit heeft gesport is het heel wat, dat je de discipline hebt om twee keer in de week te gaan, überhaupt te gaan. Ik ben trots op je. Toevallig’.

En misschien heeft hij wel gelijk. Moet ik het niet zo bagatelliseren.

In ieder geval raakte ik er iets geëmotioneerd door, door zijn vermanende (en lieve) praatje.

Nou heb ik -helaas- de laatste dagen sowieso niks nodig. Ik jank om niks. Ik stak van de week mijn mascararoller in mijn oog. Janken. Mijn heup deed zeer. Janken. Ik zag gisteren Ariana Grande huilen op tv. Ik deed gezellig mee. Stiekem. Onder het mom van “vuiltje in mijn oog” zat ik driftig te wrijven. Want normaal schaam ik me nul komma nul als ik moet huilen, maar de laatste week is het wel heel erg gesteld met me en vind zelfs ík het té erg.

Niet alleen mijn bovenbeen-, schouder- en rugspieren ben ik fijn aan het trainen.

Ook mijn traanbuizen worden behoorlijk intensief gebruikt.

Ik sla geen stukje lijf over.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Morgen ga ik iets zéér uitzonderlijks doen.

Iets dat zó niet mij is.

U raadt het nooit.

Nog in geen miljoen jaar.

Nee, ik ga geen witte driekwartlegging aantrekken.

Nee, ik ga ook geen hond kopen.

Nee, ik heb geen UGG’s besteld.

Ik ga sporten. In een sportschool. Met van die apparaten en zwetende mensen en flesjes water.

Om half één heb ik een intake met een fysiotherapeut en ga ik mijn eerste ronde doen. Na wikken en wegen wordt het een sportschool die een zogenaamde Milon Cirkel heeft. Een zuil in het midden, apparaten in een -u raadt het al- cirkel daar omheen. Je stopt je pasje in die apparaten en ze springen *floeps* zo in de juiste houding. Speciaal op mijn (lichaams-) maat en op mijn van te voren opgestelde trainingsprogramma. Je doet die cirkel twee keer. Cardio-apparaten doe je vier minuten, krachttraining steeds één minuut.

Ik vind iets nogal snel saai of vervelend. Ik moet er niet aan denken weetikhoelang iets hetzelfde te doen, ik weet nu al dat ik dat niet ga volhouden. Dit lijkt me wel prima te doen.

Ik heb afgesproken net aan de telefoon dat er bij mijn persoonlijke aanpassingen echt absoluut rekening moeten houden met mijn linker heup. Ik wil één en ander niet forceren namelijk. De pijn die dat ding kan doen is namelijk niet te harden. Er werd gezegd dat dat geen probleem is. Mooi!

Als je die hele ronde twee keer hebt gedaan, ben je vijfendertig minuten verder. Het plan is om twee keer in de week te gaan. Ik zou overigens elke dag mogen, zou ik dat willen. Aan het abonnement dat ze bieden, zitten geen beperkingen. Maar dat lijkt me erg enthousiast. Ik heet Klivia en geen Fajah. En ik moet er niet aan denken ooit een sixpack te hebben, of biceps die groter zijn dan mijn borsten. Brrrr. Ik ben prima zoals ik ben. Iets minder mij zou mooi zijn. En iets meer beweging kan mijn lichaam absoluut gebruiken.

De fitnessgoeroe’s zitten nu waarschijnlijk heel hard te gniffelen. Vijfendertig minuten, whoehaha! Drie keer niks.

Maakt mij niets uit.

Dat wat ik nu ga doen, is al pure winst voor mijn lichaam. Mijn steeds stijver wordende lichaam. Als ik ’s morgens opsta, moet ik echt ontdooien. Heup, borstkas, alles staat vast. En oma is dat zat.

Ik fiets nu vier dagen in de week tien kilometer. En één of twee keer wandel ik er zes. Dat kan en dat moet meer.

Oh, en ik heb vanmorgen mijn bloed laten prikken. Zo gezond als een vis. Schildklier, lever, nieren, prima. Vitamines mooi op peil. Cholesterol oké.

En dat willen we graag zo houden.

Wordt vervolgd.

En nee: er komen geen filmpjes of selfies van mij met een knalrode kop. En ik zeg ook niet waar ik naar toe ga. Dus.