Die zijden draad hè?

Terwijl wij in Moraira in een restaurantje zaten, Valenciaanse paella etend en rosé drinkend, met een maan die opkwam uit de zee, lag in een ziekenhuis 2000 kilometer verderop een goede vriend van Vlam zijn laatste uren te leven.

Peter is de middag daarna overleden.

51 jaar oud.

Kut. In het kwadraat.

In eerste instantie is Peter gediagnosticeerd met lymfoom. Daarvan is hij genezen verklaard. Maar toen ontwikkelde hij acute leukemie. En die is hem fataal geworden.

Vlam schreef op zijn Facebook: hoe heftig en bizar is het leven, wat is genieten? Ik zit in Spanje met mijn gezin en moeders is een paar dagen over. Vanavond waanzinnig gegeten met mooie wijn en een maan die uit de zee opkomt. 100% Happy. Beter en mooier kan niet. Maar ondertussen is er dat rotnieuws, bepaalde medicatie sloeg niet aan en redelijk onverwachts gaat het fout met dat fijne vriendje, die ergens in een ziekenhuis ligt te vechten en waarvan we weten dat de morgen heel, heel ver weg is; waarschijnlijk dat de morgen er niet meer is… Nu iedereen hier naar bed is, zit ik buiten en kijk naar die mooie maan, trek een biertje open en geniet met tranen. Proost vriendje.

De donderdag nadat we thuis kwamen, hadden we de crematie.

Een nogal indrukwekkende gebeurtenis. Peter was zeer geliefd en de mensen waren in groten getale gekomen om afscheid te kunnen nemen van hem.

De zaal was te klein.

Met tv schermen in de wachtruimte kon de rest ook meekijken met wat er gezegd en afgespeeld werd.

Omdat zijn vader en broer niet capabel waren en Peter verstokte vrijgezel was, hebben goeie vrienden van hem de zware taak op zich genomen alles te regelen omtrent de plechtigheid.

En dat hebben ze práchtig gedaan. Complimenten.

Een aantal mensen sprak die middag. (Zeer knap dat mensen dat kunnen. Tussen hun emoties door). Er was een werkgever die hem de hemel in prees. Een vriend die met grappige anekdotes kwam. Een andere vriend die vertelde over Peter’s ziekteverloop. En weer een ander las een brief voor die de broer en vader van Peter hadden opgesteld.

En er was een collega. Ze was ze één en al lof. Tenminste, dat dénk ik. Want ik verstond echt geen ene fluit van wat ze zei. Ze was zeer emotioneel en moest te pas en te onpas een slok water nemen omdat ze niet uit haar woorden kwam. De snikken kwamen echt uit haar tenen. Plotsklaps was het afgelopen. Ze zette haar water neer en liep als een speer terug naar haar stoel. Ik had even de eindconclusie gemist en keek Vlam vragend aan. Maar er was helemaal geen einde. Ze was gewoon middenin haar verhaal gestopt. Ze kón niet meer…

Ze had vier hele weken met Peter samengewerkt.

Ik had een beetje het “Tempo Team” gevoel… Het waren twee fantástische dagen. Maar dan anders.

We hebben daar achteraf heel hard om moeten lachen, Vlam en ik.

En ik weet zeker dat Peter dat ook had gedaan…


PS: mag ik van de gelegenheid gebruik maken om u te vragen stamceldonor te worden? Ik heb me ook opgegeven, toen ik hoorde dat Peter weer ziek was geworden.
Klik hier.

Ja of nee?

Ik draai mijn eigen longspreekuren en blaas elke week even in onze spirometer, als een biologische ijk voor het apparaat. Mijn FEV1 is rond 124%, mijn CV plusminus 118% en mijn is Tiffenau 84%. U als leek zegt het waarschijnlijk helemaal niks, die cijfertjes. Maar neemt u maar van mij aan dat ik verdomd goed blaas. Ik blaas zelfs buiten mijn curve, ik heb een longleeftijd van 24 jaar terwijl ik 43 ben.

Ik ben ook zelden tot nooit verkouden, laat staan dat ik luchtweginfecties heb. Vorig jaar had ik voor het eerst in mijn leven een stevige bronchitis. Ademhalen deed pijn, ik kon niet goed doorademen -wat ik heel eng vond- en ik fietste als een bejaarde. Het heeft weken geduurd voor ik hersteld was. Buiten die eenmalige episode weet ik dus niet hoe het voelt om benauwd te zijn.

Diverse mensen die ik ken weten dat helaas maar al te goed. Ze hebben namelijk CF en hun eigen longen lopen vol met slijm of hun donorlongen worden afgestoten door hun lichaam waardoor ze weer een nieuw set longen nodig hebben.

Ik ken ook mensen die elke week tig keer heen en weer moeten naar het ziekenhuis omdat hun nieren bijna niet meer werken. Die dus uren en uren kwijt zijn met aan een apparaat hangen. Die altijd hondsmoe zijn. Wiens toekomst heel erg onzeker is.

Ik kan nog wel even doorgaan. De wachtlijst van mensen die een nieuw orgaan zouden kunnen gebruiken is ein-de-loos.

Ik heb sinds 1998 een donorcodicil en ben ook aangemeld bij Orgaandonatie.nu. Ongeacht of je wel of niet gelooft of er leven na de dood is, denk ik dat je je lichaam niet meer nodig hebt na je dood. Of wel? Ik hoop dat wanneer ik kom te overlijden, Vlam mijn wensen wil accepteren. Dat hij zich over zijn verdriet en afgrijzen “mijn lichaam leeg te roven” of te “verminken” heen kan zetten en de doktoren alsjeblieft hun werk wil laten doen. Vlam heeft het bijzondere idee in zijn hoofd dat men in ziekenhuizen eerder de stekker eruit trekt als iemand een donorcodicil heeft. Dat ze minder moeite doen iemand te laten overleven.

Dat is wel regelmatig een puntje van discussie hier thuis.

Laten we voorop stellen dat ik geen type ben dat wijst met vingertjes. Nooit. Ik zal mensen nooit aanvallen op dat wat ze vinden of willen of kiezen. Ik vind oprecht dat iedereen moet doen en laten waar zhij zich prettig bij voelt. Met als kanttekening dat je daarbij andere mensen niet tot last bent.

Met het niet hebben van een donorcodicil bezorg je je medemens geen last. Maar je helpt ze ook niet.

Geen ene moer.

Denk daar maar eens over na.

En als u het eng vindt, het idee dat uw lichaam “leeggeroofd” wordt; u kunt ook iets doen terwijl u nog leeft.

Hier bijvoorbeeld.

Of hier.

Kleine moeite, groot plezier.

Gisteren gingen ze op de bus. Wattenstaafjes met mijn wangslijmvlies. Ik kom in een database en kan mogelijk in de toekomst opgeroepen worden om stamcellen te doneren. Ik hakte nu maar eens de knoop door, toen een vriend van Vlam weer een lymfoom bleek te hebben en straks nieuwe stamcellen nodig heeft…