Volledig verwaarloosd.

Een weekje ziekenhuis doet een mensch niet goed. Ik bedoel in dit geval puur de uiterlijke mensch.

Voor ik in het ziekenhuis belandde, had ik ruim 4 weken knetterende hoofdpijn. Hoofdpijn die liggend het beste te doen was, bizar werd als ik overeind stond en nóg erger werd als ik mijn hoofd voorover boog.

Natuurlijk overbodig te zeggen dat ik zo min mogelijk bewoog. Ook niet richting douche en spiegel.

Toen ik uit het ziekenhuis kwam, heb ik nog bijna 2 weken voornamelijk plat gelegen. Dat gaatje in mijn duraalzak was dan wel gesloten dus mijn hersenen zweefden weer zalig in genoeg vocht. Maar door de lange drooglegging waren ze, aldus de neuroloog ‘enorm gezwollen’.

Ik had nog steeds pittige hoofdpijn.

Voorover bukken was nog steeds geen feestje.

Mag u raden hoe mijn benen en bikinizone eruit zagen?

De beenharen prikten door mijn legging heen.

Ik had zelfs téénhaar! Echt hè? Op mijn grote- en wijsteen. Ze zwaaiden gewoon naar me.

Vlam aaide op een gegeven moment over mijn buik en zijn vingers bleven bijna haken toen hij wat te laag kwam. ‘Ja ja, dát heb je waarschijnlijk al niet lang gevoeld’ zei ik nog, om de situatie te redden. ‘Yep. Een jaartje of 30 al zeker niet meer nee!’ proestte hij uit.

Er was meer haar op ongewenste plekken.

Mijn normaliter keurig gecoiffeerde wenkbrauwen waren veranderd in Neandertalische strepen pluis. Ik had nog net geen unibrauw. Ik leek verdorie wel een uil!

Toen ik dichterbij de spiegel kwam, zag ik een heuse wapperende neushaar.

Ik had kleine pukkeltjes in mijn gezicht.

Mijn huid was dof en grauw door te weinig buitenlucht, teveel medicatie en wekenlang pijn.

Werk aan de winkel.

Ik begon met een grondige scheerbeurt. Het doucheputje was nog net niet verstopt. Kapot was ik van dat half uurtje werk. Bizar hoe snel je lichaam achteruit gaat als je niets doet.

Een dag later pakte ik mijn wenkbrauwen aan. Ik rukte en trok en knipte en fatsoeneerde de hele boel tot twee keurige boogjes.

Mijn huid werd gescrubt en ik heb er inmiddels al diverse maskertjes op gesmeerd en sowieso gebruik ik de afgelopen week een extra vochtinbrengende crème. Dat scheelde al een slok op een borrel. Nu nog wat meer buitenlucht.

Maar het állerergst was mijn haar. Toen we terug kwamen van onze vakantie in Spanje was mijn haar al een ramp. Een overdosis zon, chloorwater en zee hadden geen goed gedaan. Mijn blonde highlights waren veel te wit geworden, mijn haar viel uit als een gek en het stond “Alicante” op. Ik hield de boel in toom met olie en trok het in een strakke staart. Ik moest zo snel mogelijk naar de kapper. Maar mijn hoofdpijn begon een week nadat we thuis waren gekomen, dus dat is er nooit van gekomen.

Eergisteren hees ik mij voor het eerst weer op de fiets en bezocht mijn kapster, ook wel “Reddende Engel” genoemd.

Er is zeker 20 centimeter af. Haar dat niet meer te redden was. En ze werkte professioneel mijn omhoogspringende grijze nylondraden weg. Deed een likje donker op mijn slapen en streek er een paar lowlights in.

Thuisgekomen was ik kapot! Ik hijgde als een postpaard van anderhalve kilometer fietsen en vijf trappen. Het zweet stond ik mijn bilnaad.

En -helaas- ik had ook weer wat lichte hoofdpijn.

De rest van de middag en avond kon ik niets meer.

Mááár: ik had het er wel voor over.

Ik zie er weer uit als 30.

Nou ja; als ik mijn lenzen uit heb dan.