Touché zeikerd!

Wij hebben over het algemeen in onze praktijk te maken met lieve mensen. Heel soms zit er een zeikerd tussen, maar doorgaans valt het reuze mee.

Nemen we waar voor andere artsen die op vakantie zijn bijvoorbeeld, dan is het andere koek.

Die kennen ons niet en hebben veelal nul begrip voor de enorme werkdruk die wij bijna dagelijks wel ervaren. We zitten namelijk middenin een achterstandswijk en waar de gemiddelde mens vier keer per jaar naar zijn huisarts gaat, zitten onze patiënten soms drie keer in de week in de wachtkamer. De mensen die in onze praktijk zitten, zijn vaak ook nog eens types die extra tijd opslokken wegens niet begrijpen of allerhande sociaal-emotionele problematiek.

Kortom: rustige dagen komen zelden voor.

Zeker nu niet, twee andere huisartsen zijn op vakantie en in theorie betekent dat dat wij twee keer één derde van hun patiëntenpopulatie erbij krijgen.

En ze overspoelen ons.

Vanmorgen stond er zo’n zeikbek aan de balie. Komt op negen uur met een stront chagrijnig hoofd vragen (uiteraard zonder goedemorgen) ‘of het nog lang duurt?’

‘Waar heeft u het over?’ vroeg Laura haar.

‘Nou, ik heb om half tien een afspraak en ik wil weten of hij uitloopt’…

Waarschijnlijk wel’ zei Laura, het is nogal druk zoals u misschien opgemerkt hebt?

En ja: het liep uit. Tuurlijk.

Tussen de bedrijven door vroeg ik Peter namelijk om “even” de echtgenote van een man met een in zijn hersenen uitgezaaide melanoom terug te bellen. Ze was redelijk in paniek. Zijn gedrag was weer vreemd, hij begreep niks meer. Kon de trap niet meer op. Kortom: foute boel.

Komt die zeikdoos om kwart voor tien wéér aan de balie. ‘Of de dokter koffie aan het drinken was want ze had ‘m al een poosje niet meer de wachtkamer in zien komen…’

Laura gilde naar Peter, die in mijn kamer was en mij op de hoogte stelde van zijn telefoongesprek, ‘Dokter, er vraagt hier iemand of je lekker even koffie hebt zitten drinken?’ Peter keek mij vragend aan. ‘Zeikerd op drie uur’ fluisterde ik.

‘Koffie? Nee joh, ik heb hier even liggen pitten op Klivia’s behandelbank’ reageerde bij heerlijk ad rem.

Ze droop af.

Terecht.

Wat is dat toch met sommige mensen?

De gezondheidszorg is pvd geen bank. We maken wel afspraken, maar het is nagenoeg onmogelijk om op tijd te werken. Het zijn richtlijnen, die tijden. Als ik iemand tegenover me heb zitten en ik vraag waarom de suiker zo hoog is. Stress? En zhij gaat huilen omdat net een tante overleden is, moet ik dan wijzen op de klok en zeggen ‘joh vervelend voor u, maar uw tijd is om. Wegwezen!’

Zo werkt het gewoon niet.

Ik heb laatst iemand echt een aardige veeg gegeven. Wachtkamer vol, Peter werd weggeroepen omdat een terminale patiënt heel veel pijn had. Hij verliet het pand via de artiesteningang en ik liep de wachtkamer binnen. ‘Sorry, vervelende mededeling, de dokter is weggeroepen voor een spoedgeval en blijft naar schatting een half uur weg’.

Bij één mevrouw was het gezucht en gekreun en gesteun niet van de lucht.

Ik liep naar haar toe en vroeg wat het probleem was. Ik legde uit dat het een stervende man betrof en dat wanneer zij ooit in zo’n positie zou komen, ze haar handjes mocht dichtknijpen met zo’n betrokken huisarts.

Zonder een antwoord af te wachten, liep ik weer terug naar mijn kamer.

Ik hoop dat het wat teweeg heeft gebracht in dat hersenpan van haar.

Azijnpissers en mierenneukers.

Een fenomeen waar ik me al heel lang over verbaas, is het het leveren van kritiek van mensen op blogs, fora en Facebook.

En dan bedoel ik dus mensen die je nooit iets positiefs hebt zien schrijven, nog geen “gefeliciteerd” of “sterkte” of “wat schrijf je leuk” of zoiets hebt zien plaatsen, maar zich alleen melden als ze iets negatiefs te melden hebben. (Of als ik iets weggeef).

Die me uit het niets gaan wijzen op taalfouten.

Die me -zoals van de week- corrigeren als ik het over de bekeuring heb van Vlam. (Het is geen vier kilometer te hard, het is veertien hoor).

Of in het geval van Vlam, die een aparte Facebookpagina heeft waar hij zo nu en dan zijn eigen kookcreaties op zet. Je hebt van die figuren die ik nog nevernooit voorbij heb zien komen, nog geen likeje heb zien geven, maar die zijn zelfgemaakte sushi dan ineens gaan vergelijken met “visse-oge” (En ja: het was echt zo geschreven.) Of die schrijven dat ze vis goor vinden. Houd je klep als je niks leuks te melden hebt. Je mag ook gewoon wegklikken hoor.

(Btw: ik klikte op het profiel van meneer azijnpisser en ik zag een foto met een gedekte tafel waarop werkelijk NIKS stond, dat zelf gemaakt was. Alles uit potjes en kant en klaar. Zelfs de kruidenboter! Ik vraag me af wie het stokbrood heeft gesneden? Laten doen bij de supermarkt, in de broodsnijmachine? Eikel.)

In ieder geval: ik heb ze hier ook hoor. Zuurpruimen en oproerlingen.

Maar ik heb mijn instellingen voor het geven van reacties iets streng ingesteld. Sowieso moet iemand die de eerste keer iets zegt, door mijn eigenste ballotagecommissie. Ik check echt eerst even of ze zijn wie ze zijn.

Reacties van mensen die al vaker iets hebben geschreven op mijn blog, die gaan gewoon door, zonder dat ik ze goed moet keuren. Nou ja: als ze mijn en Vlams eigen naam maar niet noemen, of mijn woonplaats. En ik heb een aantal woorden ingevoerd, waarop hij ook blokkeert. Gewoon wat random scheld- en vloekwoorden. Het moet wel leuk en respectvol blijven. Ik heb geen zin in “geen stijl”-achtige toestanden op mijn blog.

Mensen die regelmatig de moeite nemen mee te denken of mee te leven, die mogen wat mij uiteraard betreft het ook (zo nu en dan hè?) niet met me eens zijn. Me corrigeren zelfs, daar waar nodig.

Vooruit.

Kan ik gewoon tegen hoor.

Heus.

U mag best eerlijk zeggen dat u mijn reacties of emoties soms overdreven vindt. Of dat ik zelf zeik. Want ik kan echt wel eens van een mug een olifant maken. En heel soms doe ik het ook fout, staat er ergens een ‘t’ waar een ‘d’ hoort te staan. Mag u me gewoon op wijzen.

Maar als u nooit iets opbouwends gemeld hebt en dat nu ook niet van plan bent? Blijf dan maar lekker onder uw steen.

Gedicht van René Oskam.