Voorzichtig aan weer aan de bak.

Het gaat met rasse schreden vooruit met dat hoofd van me. Ik heb eigenlijk alleen nog last van oorsuizen en de hele dag een heel licht gezoem in mijn hoofd.

Ik doe de hele dag mijn (langzame) ding en dat gaat prima. Einde van de middag, begin van de avond, slaat de vermoeidheid toe. Dan begint de druk in mijn hoofd toe te nemen en start het echte zoemen ook weer. Ik weet precies waar die vliezen zitten nu. Ik voel ze kloppen en steken. Tegen de tijd dat ik naar bed ga heb ik ook lichte hoofdpijn.

Ik zit een beetje in een spagaat.

Ik ben nog niet volledig hersteld.

Maar ik ben te goed om ziek thuis te zitten.

En dus verzon ik het volgende: ik heb overleg gehad met Peter en Laura en ga de aankomende week proberen halve dagen te werken. Ik start vandaag en morgen om 12 uur en stop op 16 uur. Behalve als het echt niet goed gaat: dan ben ik eerder gevlogen. Vlam brengt en haalt me want conditietechnisch ben ik nog een ramp. Én fietsen én werken leek ons een beetje teveel van het goede. Peter rijdt tussen 12 en 14 uur visites dus van de 4 uur, heb ik er 2 voor “mezelf”… Geen gezeur, geen vragen, geen taken. Alleen ik en mijn computer. De deur blijft dicht en de telefoon gaat op spoed. Zalig.

Ik heb aangegeven dat ik dit jaar niet meehelp met het geven van de griepvaccinaties, die we deze week gaan uitdelen. “Even” een paar uur op mijn benen staan zie ik nu niet zitten.

Volgende week zijn we gesloten in verband met herfstvakantie dus dan kan ik weer een week bijkomen. Mocht dat nodig zijn.

De neuroloog die ik vorige week sprak was niet verbaasd dat het zo langzaam gaat. ‘Je hersenvliezen waren echt zeer fors gezwollen. Het kost tijd daarvan te herstellen’. Hij stelde nog een controle MRI voor, maar gaf eigenlijk meteen al aan dat het puur voor zijn eigen nieuwsgierigheid was. Geen klachten meer = normale vliezen. Ik sprak tevens met hem af dat wanneer ik ooit weer die killing hoofdpijn krijg (want dat zou dus kunnen, nóg vaker zo’n lek. Maar het kan ook bij een eenmalig iets blijven. Dat weten ze dus niet aangezien ze de oorzaak niet kennen), ik me meteen via de SEH mag melden en dat ik zonder tig onderzoeken gewoon een nieuw shot bloed in mijn rug krijg. Deze pijn en deze klachten zijn zó specifiek: ik zou ze uit duizenden herkennen. Ik bedankte beleefd voor de MRI en vertelde blij te zijn met onze afspraak.

Ik heb geen idee wat beter is: thuisblijven tot ik niets meer voel. Wat nog wéken kan gaan duren. Of weer langzaam gaan werken? Ik weet wel dat het voor mijn psyche beter is om me weer tussen de mensen te gaan begeven en de boel weer wat te prikkelen. Ik merkte vorige week dat het niet goed met me ging. Zo labiel als de neten, onzeker, veel huilen, snel geagiteerd.

Dusssss: ik ga me zo in jurk, panty en hakken hijsen en mijn ogen maar weer eens opmaken.

Doe eens gek.

Steady as she goes…

Ik heb niet veel te bloggen want ik maak niet zoveel mee.

Of u moet het leuk vinden om te lezen dat ons plafond wit is?

Nee, onzin. Zó erg is het hier niet meer. Ik lig niet veel meer. Dat kan ook niet meer want ten eerste bárst ik van de energie en ten tweede doet mijn lichaam overal pijn van het gebrek aan beweging. Zelfs mijn polsen voelen beurs. Bizar.

Ik slik voor mijn hoofd geen pijnstillers meer maar ik duik af en toe wel de medicijnkast in voor een lekkere ibuprofen omdat ik anders ’s nachts niet kan slapen vanwege mijn protesterende rug.

Sowieso is de hoofdpijn zo goed als weg. Maar ik merk dat mijn gehoor ook weer normaal is en dat het bijenvolk in mijn schedel langzaam aan het vertrekken is. Ik was eerst bang -omdat dat gezoem en dat gepulseer zo lang aanbleven- dat ik een tweede shot bloed in mijn ruggengraat moest hebben, dat het lekje toch nog niet helemaal dicht was. Nu wijt ik het echter aan het feit dat mijn hersenvlies gewoon nog moest herstellen van wekenlange irritatie. Sinds zondag merk ik eigenlijk pas aanzienlijke verbetering.

Straks om een uur of vijf heb ik een belafspraak met de neuroloog en het enige dat ik eigenlijk aan hem wil vragen is hoe we het gaan doen mocht dit euvel terugkomen? In sommige gevallen gebeurt dat helaas namelijk. Ik hoop dat ik met hem de afspraak kan maken dat ik me dan gewoon op de poli kan melden en zonder opnamepoespas en MRI-gezever een bloodpatch kan krijgen. En een beetje snel dan ook graag. Deze killing hoofdpijn herken ik uit duizenden namelijk. Die diagnose kan ik prima zelf stellen.

Enne: geen zorgen hoor mensen. Ik probeer mezelf absoluut te temperen en in acht te nemen want ik merk dat ik in de afgelopen weken danig in conditie heb ingeboet en dat mijn hoofd echt nog niet voelt zoals het hoort.

Ik doe -erewoord- rustig aan.

Vanaf afgelopen vrijdag ga ik elke dag even naar buiten.

Ik begon met een rondje straat. Naar een bankje. Even zitten in de zon en weer terug.

Inmiddels kan ik zonder problemen een klein uurtje wandelen.

Morgen wil ik kijken of ik een rondje kan fietsen.

Gisteren heb ik voor het eerst gekookt. Ik heb veertig hele minuten in de keuken gestaan en tegen de tijd dat mijn ovenschotel klaar was, had ik een kletsnatte rug en stonden de zweetdruppels op mijn bovenlip. Alsof ik een marathon gelopen had. Niet normaal.

‘De afwas en de vaatwasser zijn voor jullie hoor!’ deelde ik mee. ‘Oma is kapot…’

Die werden overigens zonder protesteren gewoon keurig netjes gedaan.

Misschien maak ik wel dik vet misbruik van de situatie en houd ik die afwas-smoes nog een paar maanden vol. Het bevalt me eigenlijk wel 😉

Ik kan er met mijn pet niet bij.

Zoals bekend ben ik nogal anti-roken.

Ik zie wat het doet met mensen. Elke dag weer heb ik rochelende, in hun eigen slijm snorkelende mensen tegenover me. Een beetje COPD-er kan het beamen: benauwd zijn is echt vreselijk. Ik heb één keer bronchitis gehad in mijn leven en vond het al beangstigend. Het niet goed door kunnen ademen. En dan stelde het bij mij op de schaal van benauwd zijn helemaal niets voor. En ging het ook weer over. Goddank.

Je zult het maar altijd hebben. Vraag maar aan mijn vriend lieve Evert hoe het is. Die kan niet eens meer van zijn stoel naar het aanrecht (vijf meter) zonder naar adem te moeten happen. Hij moet echt minutenlang puffen om bij te komen van zo weinig inspanning.

Een blogger die ik ooit volgde en inmiddels overleden is aan COPD, verwoordde het “mooi”. Het voelt alsof ik de hele dag iemand heb die op mijn borstkas zit. En ondertussen moet ik ook nog ademen door een rietje.

Dat is toch pure horror?

Dat wil je toch niet?

Vlam heeft twee keer bij mij op de praktijk geblazen en zit tegen de grens van COPD aan. Hij blies met zijn -toen- vierenveertig voor iemand van negenenzestig. Wij wonen drie hoog. Komt hij boven, we hebben het over vijf trappen, dan is hij buiten adem.

Zes jaar geleden is hij “gestopt”.

Maar ik weet dat hij regelmatig nog een sigaretje opsteekt. Ik vraag er nooit naar maar ik ben gekke Gerritje niet.

Hij doet het nooit waar ik bij ben, want ik heb hem heel duidelijk gemaakt dat ik het niet alleen supersmerig vind ruiken, maar dat het me ook tegelijkertijd boos en verdrietig maakt. Hij. Met zijn slechte longen.

Gisteravond is hij met twee vrienden de stad in gegaan. Ze hadden een zomer-biertocht.

Jill en ik zijn samen naar de bios geweest en hebben daarna een hapje gegeten in de stad. Op de terugweg naar huis, sloten we heel even bij de mannen aan. Deden één drankje en zijn weer naar huis gegaan. Vlam en zijn vriend hebben niet gerookt waar ik bij was.

Maar ik hoorde vanmorgen aan zijn gerochel na het poetsen en zijn gekuch tijdens het ontbijt dat hij het pvd weer gedaan had. En behoorlijk ook.

‘Heb je veel gerookt darling?’ vroeg ik hem fijntjes.

‘Gaat…’ was zijn antwoord. En hij kletste er professioneel om heen.

Later op de morgen vroeg hij aan me of het wel goed met me ging. Ik was afstandelijk.

‘Nee’ zei ik. ‘Ik ben boos op je. Ik vind je een eikel. Ik hóór je longen zuigen. Ik hoor het slijm. Je bent alleen maar aan het kuchen. Wanneer ga je nou eens snappen dat je lichaam dit niet wil? Dat dit niet goed voor je is? Wanneer gaat die knop nou eindelijk eens om?’

Hij stond erbij en hij keek ernaar.

Ik vind verslaving een onbegrijpelijk iets. Ik snap het niet en ik wíl het ook niet snappen…

Als klap op de vuurpijl

Mijn werkgever is een bijzonder exemplaar, dat weet u inmiddels al.

Eén van zijn minder leuke trekjes, eentje waar ik heel veel moeite mee heb, is het feit dat als hij lijdt, zijn omgeving mee moet lijden.

Zondag begon mijn virus toe te slaan.

Maandag was ik als een storthoop. Ik ben gewoon gaan werken. Om maar één reden eigenlijk: ik wilde het mijn collega Laura niet aandoen, zo’n drukke dag, en terwijl ook zij niet lekker is én ook nog eens thuis veel shit heeft, om de kar alleen te moeten trekken.

Alles deed zeer en overal vlogen snot en tranen uit. Die acht uur duurden eindeloos.

Dinsdag was ik er nog rotter aan toe. Zwalkend liep ik ’s morgens naar de douche. Ik pakte de thermometer erbij. Ik bleek een temperatuur van 38,6 te hebben.

Ik moest die dag van acht tot vier werken. En van half zeven tot negen in verband met het uitdelen van de griepprikken. Van het idee alleen al, viel ik bijkans van mijn stokje.

Ik appte Pieters vrouw. Ik lichtte haar in over de belabberde lichamelijke situatie en meldde dat ik ze niet wilde laten zitten, maar dat ik no way die hele dag ging trekken. Mijn voorstel was te komen van acht tot twaalf. Dan mijn nest in te gaan. En ’s avonds terug te komen. Dat was akkoord.

Toen ik tegen achten op de praktijk was aangekomen, liep ik Pieters kantoor in en ik kreeg een lulverhaal schuine streep stoot onder de gordel over me heen gestort dat het toch wel lekker was als je in loondienst was hè? Hij was er net zo aan toe als ik, maar hij ging wel de hele dag werken.

Eigenlijk had ik toen moeten zeggen dat ik me bedacht had en dat ik me alsnog ziek meldde. Zonder iets te zeggen ben ik echter aan de slag gegaan. Weer om Laura. Ontzettende lul, was wat ik dacht.

Woensdag tegen twaalf uur kwam hij naast mijn bureau zitten. Hij informeerde naar mijn gezondheid en hij opperde dat ik de middag lekker naar huis zou gaan.

Ik rook onraad. Zo bezorgd ineens? Zo lief?

Uiteraard had ie wat van me nodig.

Wat, daar kom ik misschien nog wel eens op terug. Maar in ieder geval: ik zei nee. Om een miljoen puur praktische bezwaren en langere tijd overlast voor het werk van zowel Laura, als van mij. Terwijl we het al zo idioot druk hebben. Dit kan er echt niet bij. Zelfbescherming.

Uiteraard ga ik ‘m terugkrijgen. Ooit. Rancuneus als hij is. Als ik een keer iets aan hem moet vragen.

Maar vooralsnog werd ik gisteren geappt: Laura ziek. Kun jij morgen werken? Na wat onderhandeling, worden dat drie uurtjes.

Meer kan ik echt niet aan. Ik heb deze week al zeven uren meer gewerkt. Ik ben nog steeds herstellende van dat K*&%$# virus. Het is hier thuis moeizaam en lastig met Vlam die zijn vader moet gaan loslaten. Ik haat het om assistente te spelen. Is zó niet mijn baan meer.

Maar het meeste zie ik gewoon op tegen werken met hem. Want ook hij is ziek en als hij niet lekker in zijn vel zit, moet iedereen dat meevoelen ook. Niks is goed. Hij is steeds het slachtoffer van.

Ik heb deze week zoveel ontzettend veel kritiek moeten incasseren; als iemand nu tegen me zegt dat mijn haar niet goed zit, dan sla ik hem neer.

Ah nee hè?

De afgelopen week heeft mijn collega Laura heerlijk over (onder andere) mij heen zitten hoesten en proesten en snotteren.

Overtuigd van de kracht mijn doorgaans zeer sterke lichaam, was er geen haar op mijn hoofd die dacht dat ik wel eens aangestoken kon worden. Ik? Die met die geweldige weerstand? Há!

Helaas.

Edoch.

Ik ben geveld door een naar virus.

Het begon met keelpijn. En toen een stekende hoofdpijn en algehele malaise. Overal spierpijn. Ik had het gevoel alsof ik een hele avond enorm had zitten doorhalen. Wat echt zuur is, want afgelopen zaterdag was juist voor het eerst sinds maanden dat ik in het weekend niets heb gedronken. Vlam was de hort op. Jill en ik hebben een bioscoopmarathon gedaan. Na afloop zijn we een klein uurtje even bij Vlam en zijn vrienden aangesloten die een herfstbok biertocht hadden in de stad en heb ik één vaasje bier op. Meer niet. En dan zo’n gevoel. Niet eerlijk.

Ibuprofen in flinke doses deed de truc. De hoofdpijn verdween naar de achtergrond.

Ik heb nog wel even zitten twijfelen of ik mee moest gaan om voor de tigste keer afscheid te nemen van Heintje Davids SchoRo, maar ben toch maar meegegaan. Ik denk niet dat mijn virus datgene is dat hem eindelijk gaat vellen. Tegen de tijd dat die zijn werk gaan doen, hoop ik dat hij is gaan hemelen. (Overigens kan SchoRo er zelf ook om lachen. Hij is minstens zo cynisch als ik. Hij vroeg zich gisteren af waar die koleretunnel nou bleef. Hij had nog geen sprankje licht gezien.)

Halverwege de dag kreeg ik overal spierpijn en had ik het kóúd!

Toen zo tegen zeven uur ’s avonds zelfs mijn tandvlees zeer ging doen, gaf ik het op. Half acht lag ik plat. Met joggingbroek en extra dekbedje. Gewapend met neusspray en een paar pakjes zakdoeken.

Nu is het wel weer wat beter.

In de gezondheidszorg blijft het een lastig iets vind ik. Ik vond me vanmorgen niet rot genoeg om me te ziek te melden, maar is het handig om te gaan werken zo met al die smerige beesten die mij omringen?

Aan de andere kant, als ik zo hoor welke héérlijke geluiden er uit de wachtkamer komen, terwijl ik dit typ, kan mijn virusje er ook nog wel bij…

Hoera.

De herfst is begonnen.