Wie appelen vaart…

Afgelopen donderdag stapte ik de praktijk binnen en mijn werkgever vroeg aan me hoe het met me ging.

Dat had hij beter niet kunnen doen. Ik ben vrij hard voor mezelf altijd, ben van het type “niet vragen en niet klagen”, maar als iemand dan té lief voor me is of medelijden toont, dan breek ik en ben ik plotsklaps niet meer zo “stoer”. Dan zwelg ik ineens in medelijden. Zo ook donderdag. Drie weken lang knetterende hoofdpijn had er aardig ingehakt. Ik voelde me shit en heel erg zielig. En ik barstte in huilen uit.

Inmiddels heb ik twee antibioticum kuurtjes achter de rug, spray ik me ongans en grijp regelmatig naar de pijnstilling. Omdat ik knettergek word van de pijn en het gebonk en de druk op mijn hoofd en oren.

Peter beloofde me om overleg te plegen met een KNO arts. Een half uurtje later kwam hij naar me toe. ‘Om half twaalf word je verwacht in het ziekenhuis. Ik wil dat je om elf uur hier weggaat. Beloofd?’

Hop. En de sluizen gingen weer open. Zucht.

Goed. De KNO arts keek in de betreffende holtes met kijkers en lampjes maar zag niets. Geen pus. Het vocht achter mijn trommelvliezen was verdwenen. Ik moest bloed laten prikken en een röntgenfoto van mijn hoofd laten maken en me na een uur weer bij hem melden.

Toen ik weer tegenover hem zat, bleek dat er niets uit de testen was gekomen. Geen verhoogde infectieparameters en normale, luchthoudende sinussen zoals dat heet.

Kortom: hij kon niets voor me betekenen. Hij had ook geen idee wat het euvel dan wel was en adviseerde me een afspraak bij de neuroloog te maken.

Uiteraard was ik blij dat er niets uit de onderzoeken gekomen was, maar aan de andere kant voelde ik me nogal voor Jan met de korte achternaam daar zitten. Ik ben er even tussendoor gepropt, iemand heeft tijd voor me vrijgemaakt en dan komt er niets uit. Ik maak er nooit gebruik van, maar omdat mijn werkgever al die specialisten persoonlijk kent, werd ik eerder gezien. Eerder dan mensen die niet in mijn positie verkeren en gewoon achter in de rij moeten aansluiten. Die misschien wel veel langer pijn hebben dan ik.

Ik ben daar niet zo goed in. Ik vind mezelf niet belangrijker dan een ander en heb altijd moeite met mensen die gebruik maken van kruiwagens. En nou deed ik het pvd zelf.

Thuisgekomen vroeg Vlam me of ik Peter wel ga vragen om te door te sturen. Hij is ongerust en wil weten wat ik mankeer. Snap ik. Ik begin me inmiddels ook van alles en nog wat in mijn hoofd te halen. Op KNO-gebied is alles goed, mijn bloeddruk is perfect met waardes van rond de 118/75… Waar komt die pijn dan vandaan? En zo ineens ook? Bij iemand die echt nooit hoofdpijn heeft?

Eerst van de week maar eens een fysiotherapeut bezoeken. Misschien komt één en ander wel vanuit mijn nek?

En tuurlijk ga ik morgen overleggen met Peter.

Beloofd.

Bron: Pixabay.com

Die zijden draad hè?

Terwijl wij in Moraira in een restaurantje zaten, Valenciaanse paella etend en rosé drinkend, met een maan die opkwam uit de zee, lag in een ziekenhuis 2000 kilometer verderop een goede vriend van Vlam zijn laatste uren te leven.

Peter is de middag daarna overleden.

51 jaar oud.

Kut. In het kwadraat.

In eerste instantie is Peter gediagnosticeerd met lymfoom. Daarvan is hij genezen verklaard. Maar toen ontwikkelde hij acute leukemie. En die is hem fataal geworden.

Vlam schreef op zijn Facebook: hoe heftig en bizar is het leven, wat is genieten? Ik zit in Spanje met mijn gezin en moeders is een paar dagen over. Vanavond waanzinnig gegeten met mooie wijn en een maan die uit de zee opkomt. 100% Happy. Beter en mooier kan niet. Maar ondertussen is er dat rotnieuws, bepaalde medicatie sloeg niet aan en redelijk onverwachts gaat het fout met dat fijne vriendje, die ergens in een ziekenhuis ligt te vechten en waarvan we weten dat de morgen heel, heel ver weg is; waarschijnlijk dat de morgen er niet meer is… Nu iedereen hier naar bed is, zit ik buiten en kijk naar die mooie maan, trek een biertje open en geniet met tranen. Proost vriendje.

De donderdag nadat we thuis kwamen, hadden we de crematie.

Een nogal indrukwekkende gebeurtenis. Peter was zeer geliefd en de mensen waren in groten getale gekomen om afscheid te kunnen nemen van hem.

De zaal was te klein.

Met tv schermen in de wachtruimte kon de rest ook meekijken met wat er gezegd en afgespeeld werd.

Omdat zijn vader en broer niet capabel waren en Peter verstokte vrijgezel was, hebben goeie vrienden van hem de zware taak op zich genomen alles te regelen omtrent de plechtigheid.

En dat hebben ze práchtig gedaan. Complimenten.

Een aantal mensen sprak die middag. (Zeer knap dat mensen dat kunnen. Tussen hun emoties door). Er was een werkgever die hem de hemel in prees. Een vriend die met grappige anekdotes kwam. Een andere vriend die vertelde over Peter’s ziekteverloop. En weer een ander las een brief voor die de broer en vader van Peter hadden opgesteld.

En er was een collega. Ze was ze één en al lof. Tenminste, dat dénk ik. Want ik verstond echt geen ene fluit van wat ze zei. Ze was zeer emotioneel en moest te pas en te onpas een slok water nemen omdat ze niet uit haar woorden kwam. De snikken kwamen echt uit haar tenen. Plotsklaps was het afgelopen. Ze zette haar water neer en liep als een speer terug naar haar stoel. Ik had even de eindconclusie gemist en keek Vlam vragend aan. Maar er was helemaal geen einde. Ze was gewoon middenin haar verhaal gestopt. Ze kón niet meer…

Ze had vier hele weken met Peter samengewerkt.

Ik had een beetje het “Tempo Team” gevoel… Het waren twee fantástische dagen. Maar dan anders.

We hebben daar achteraf heel hard om moeten lachen, Vlam en ik.

En ik weet zeker dat Peter dat ook had gedaan…


PS: mag ik van de gelegenheid gebruik maken om u te vragen stamceldonor te worden? Ik heb me ook opgegeven, toen ik hoorde dat Peter weer ziek was geworden.
Klik hier.

Boze borsten

bron: Pixabay.com (Die van mij wilden niet op de foto. Nog steeds boos).

Gisteren bracht ik een bezoekje aan het plaatselijke ziekenhuis.

Om mijn borsten te laten pletten tussen twee platen.

Al wachtende tot ik aan de beurt was om me te laten martelen, moet ik in alle eerlijkheid bekennen dat ik toch wel een beetje nerveus was. Ik ben geen ziekenhuisheld. Ik werk in een huisartsenpraktijk en zie de meest vreselijke zaken voorbij komen, maar zelf heb ik -halleluja- amper wat gehad.

Ik heb een kind gekregen en ik ben ingeknipt. Zonder verdoving. ‘Voelt u niks van hoor mevrouw. We doen het op een hoogtepunt van een wee’. My ass dat ik er niets van voelde. Idem dito van alle plusminus 3000 hechtingen die ze daarna in regen. En van de wéken daarna, toen het voelde alsof ze mijn ganse vagekukje drie maten te klein hadden dichtgenaaid. De eerste keer fietsen was ook geen pretje. En met traplopen een tree overslaan heb ik daarna nooit meer gedaan. Uit angst op inscheuren.

Ik heb wel eens vanwege een MRI contrastvloeistof tussen mijn heupgewricht ingespoten gekregen. Heeft u enig idee hoe dik en hoe lang die naald is? Ongeveer een satéprikker denk ik. En ze jassen ‘m er -hoppatee- zó in. Zonder verdoving. Ik doorstond de hele procedure wonderbaarlijk goed, al zeg ik het zelf. Tot ik van de bank afstapte en een röntgenfoto zag van mijn eigen heup, met daarin die joekel van een naald die eruit stak. Het zweet brak me uit. Ik kwam weer bij omdat de verpleger met een nat lapje mijn voorhoofd aan het deppen was. ‘Wakker worden mevrouw Klivia!’ zei hij. Enigszins geamuseerd. Omdat we daarvoor net besproken hadden dat doorgaans alleen mannen tegen de vlakte gaan tijdens die injecties.

Zucht.

Kortom: ik ben geen held.

Ik heb ooit één keer eerder een mammografie laten maken en vond het geen pretje.

‘Gaat het goed mevrouw?’ vroeg de verpleegster toen aan me. Op mijn niet heel overtuigend bevestigende antwoord, antwoordde zij ‘we zitten nu al (onderstreping toegevoegd) op de helft qua druk. Ik werd echt even niet goed.

Gisteren werd ik ook niet goed. Van het wachten alleen al. Van de spanning die zich opbouwde. Van de sfeer in een ziekenhuis. De geur. Alles bij elkaar.

Ping! Op het scherm lichtte mijn R197 op en ik mocht naar hokje 14. 

Ik deed de deur open en daar stond een hele blije verpleegster. Die me verzocht de bovenkleding uit te trekken en te wachten tot ze me kwam halen.

En daar sta je dan. In je nakende voorgevel. In een hokje met zulk onflatteus licht dat ik overal plekjes en pukkeltjes zag. En haar. Veel ongewenst haar.

En toen mocht ik. Eerst links, toen rechts, toen weer links en toen weer rechts. K U TEE was het, echt. Ik staarde naar beneden en wist niet dat ze zó plat konden zijn. Het voelde alsof ze zo van mijn borstkas werden afgerukt. Wat een gemeen onderzoek is het toch. Driewerf bah!

Mijn borsten waren boos. Intens boos.

Ik troostte ze maar met een zak drop.

Ik moet ze namelijk wel te vriend houden.

Ik houd van mijn borsten.

En daarom deed ik ze dit aan.

Maar ze zien het zelf (nog?) niet zo helaas…


Dit blog is tegelijkertijd ook gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.

Dagje ziekenhuis.

Gisteren deden Vlam en ik “fijn” een dagje ziekenhuis. Weer eens wat anders dan op je vrije vrijdag ergens gezellig lunchen.

Vlam heeft al máánden klachten van zijn nek, bovenarmen en schouders. Hij heeft last van toenemende pijn en dode, tintelende vingers. En zijn fijne motoriek is aan het afnemen.

Het is maar goed dat ik die wietolie in huis heb, want probeer maar eens te slapen naast een man die elk half uur wakker wordt en zich met veel theater omdraait. En meerdere malen per nacht op de rand van het bed gaat zitten schudden met zijn armen omdat hij zijn handen niet meer voelt.

Inmiddels hingen de wallen op zijn wangen van die gebroken nachten en de pijn. Vlam heeft al niet van die grote ogen, maar ze verdwenen nu helemaal. En hij kwam steeds meer naar de kleute thuis. Vroegah zette hij nog wel eens een kopje thee voor me, dat was nu al weken niet gebeurd. Hij piept nooit. Maar dit ging niet goed. Wat mij betreft was hij allang weer eens richting ziekenhuis gegaan, maar mijn man is nogal van de -eh- eigenwijze. Het wachten was dus tot hij het zelf écht beu was.

Woensdagavond vroeg hij me dan ein-de-lijk of ik aan mijn werkgever, die tevens onze eigen huisarts is, wilde vragen een verwijzing naar de neuroloog uit te schrijven.

Donderdagochtend bezette ik meteen een plekje op het spreekuur. Voor je het weet zou hij zich weer bedenken! Mijn werkgever hoorde mijn verhaal aan, typte een verwijsbrief en verstuurde deze digitaal naar het ziekenhuis.

Wachttijd: 24 dagen.

Dat vond Peter onacceptabel en hij overlegde met de dienstdoende neuroloog. We konden de volgende dag al terecht. Supertof natuurlijk.

Om twee uur werden we verwacht.

Ik appte Vlam dat we de volgende dag al naar het ziekenhuis moesten en dat ‘nee’ zeggen geen optie was. (Ik ken ‘m. Ik ga geen hele dag vrij nemen. Weet je wat dat kost? Bladiebla).

Maar hij stuurde me terug: ‘top xx’.

Een teken aan de wand; zo’n lijdzame man.

Goed: het ziekenhuis.

Ik weet niet wat het is met neurologen, maar ze zijn allemaal contactgestoord geloof ik. Ook deze. Gelukkig kon hij wel aardig luisteren en nam hij Vlams klachten serieus. Hij regelde meteen een MRI van de nek, een EMG van zijn onderarmen én schreef hij recepten uit voor zowel linke pijnstillers als spalken voor beide polsen.

Hij twijfelt tussen een carpaal tunnelsyndroom, een nekhernia en een vernauwing van de ruimte tussen de wervels.

Omdat Vlam met metaal werkt, moest hij eerst nog even een röntgenfoto van zijn gezicht laten maken. Het is een beetje link als je zonder het te weten staalsplinters in je oog hebt en die er door het magnetische veld van de MRI met grof geweld uitgerukt worden.

Zijn gezicht bevatte geen metaal. En de afspraak kon voor aankomende week al ingepland worden. En twee dagen later kan hij ook terecht voor het doormeten van zijn armen. En 3 maart retour naar de neuroloog voor de uitslagen.

Fingers crossed.

Wat gaan jullie doen?

Ik twijfel.

Ik vind zorg -lijkt me logisch- nogal van de belangrijke.

Dit jaar wil ik overstappen.

Jill en ik zitten samen bij VGZ (ze is nog met me meeverzekerd omdat ze nog geen 18 is) voor 160 euro per maand. Via United Consumers heb ik die verzekering afgesloten en ik krijg via hen elke maand 10 euro teruggestort.

Ik heb -en dat geef ik eerlijk toe- voor VGZ gekozen omdat we er totaal voor brillen en lenzen 350 euro vergoed kregen. Dochterlief en ik zijn beiden nogal mollerig. We dragen allebei maandlenzen. Die van haar kosten ongeveer 15 euro per maand, die van mij 10.

VGZ vergoedt eens per drie jaar die hulpmiddelen. Tijd om na een jaar te verkassen dus.

Ik vind het ook belangrijk dat ik me om mijn manuele therapie geen zorgen hoef te maken. Met mijn krakkemikkige lijf kom ik er nog wel eens. Dit jaar viel mee: ik denk zo’n 9 keer. Een behandeling kost ongeveer 4 tientjes. Reken maar uit.

Zo nu en dan maak ik nog steeds gebruik van mijn homeopathische korrels om mijn PMS in het gareel te houden. Wat overigens wonderbaarlijk goed gaat al zeg ik het zelf. Vlam vragen we niks 😉

Volgende week heb ik een afspraak met een haptotherapeut. Mijn nek en schouders zijn killing. Soms voelt het alsof er iemand met een fonduevorkje in zit te prikken. Het is doodvermoeiend elke dag pijn hebben. Met een dikke diclofenac gaat het trouwens best oké. Maar ik wil geen symptoombestrijding, ik wil de oorzaak aanpakken. Het afgelopen jaar was pittig. SchoRo’s ziekte en dood. Relationeel stormde het een paar keer. Ik zit elke dag op mijn werk naast iemand die depressief is en wiens onrust ik oppik, emotie-spons als ik ben. Misschien heb ik al die stress wel opgestapeld in mijn lijf? Dát wil ik gaan onderzoeken.

Lang verhaal kort: ook een goeie vergoeding voor alternatieve geneeskunde vind ik belangrijk.

Ik vind een mooi gebit echt een noodzaak. Daarop zou ik nooit beknibbelen. Wat nodig is, is nodig. Voer maar uit. Ik hoef daar niet eens over na te denken. Wil dat ook niet hoeven doen.

En last but not least: ik wil vrije zorgkeuze. Niemand gaat voor mij uitmaken welke arts ik mag bezoeken en welke niet.

Zo is mijn ervaring dat klinieken vaak veel betere zorg leveren dan grote ziekenhuizen. En ook binnen de ziekenhuizen is een enorm verschil. Ik kan er zo een paar opnoemen (maar dat doe ik niet) die op zijn hoogst een buisje bloed van me af mogen nemen, maar daar houdt het op.

Ik ken specialisten die niet eens meer naar me mogen kijken. Omdat ze me behandeld hebben als een stuk vlees waar ze even tussen het golfen door even tijd voor móésten vrijmaken. Daar kom ik nooit meer terug. Laat staan dat ik ze mijn leven zou toevertrouwen in geval van nood.

En stél, het kan zomaar, dat ik kanker krijg? En mijn zorgverzekeraar heeft alleen contracten met zo’n prutser? Lekker zeg… Ben je mooi het haas.

Kortom: ik ben er nog niet uit. Welke zorgverzekeraar gaat het worden en welk pakket kies ik?

U weet het al?